Gepubliceerd op 26 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 13 oktober 2026
Legt de gemeente u een last onder dwangsom op, dan krijgt u een begunstigingstermijn waarin u de overtreding kunt herstellen zonder te betalen; pas daarna verbeurt u de dwangsom (artikel 5:32a Awb). Bezwaar maken schort de last niet op: wilt u dat de dwangsom niet gaat lopen, dan moet u de bestuursrechter om een voorlopige voorziening vragen.
De begunstigingstermijn moet lang genoeg zijn om de last redelijkerwijs uit te voeren. Is dat niet zo, of is de last onduidelijk of onevenredig, dan kunt u daartegen bezwaar maken. Hieronder leest u hoe de last werkt, hoe de termijn wordt beoordeeld en wat er gebeurt bij invordering.
Inhoudsopgave
Wat is een last onder dwangsom?
Een last onder dwangsom is een herstelsanctie: de opdracht om een overtreding te beëindigen of te voorkomen, met de verplichting een geldsom te betalen als u dat niet tijdig doet (artikel 5:31d Awb). Het doel is herstel, niet straf; daarin verschilt de last van een bestuurlijke boete.
De gemeente kan een last onder dwangsom opleggen als zij bevoegd is tot bestuursdwang (artikel 5:32 lid 1 Awb). Bij bestuursdwang grijpt de gemeente zelf in en verhaalt zij de kosten op u; bij een dwangsom moet u zelf handelen. Meer over het verschil leest u in ons artikel over boete, dwangsom en strafrechtelijke sanctie.
Wanneer mag de gemeente handhaven?
Alleen als er een overtreding is van een wettelijk voorschrift, zoals het omgevingsplan, een vergunningvoorschrift of de APV. De gemeente moet de overtreding vaststellen, meestal met een rapport van een toezichthouder.
Is er een overtreding, dan moet de gemeente in de regel ook handhaven. Dat heet de beginselplicht tot handhaving. Daarvan mag zij alleen afzien als concreet zicht op legalisatie bestaat, bijvoorbeeld via een vergunning, of als handhaving onevenredig is in verhouding tot de belangen die ermee zijn gediend. Meer over dit kader leest u in ons artikel over bestuursrechtelijke handhaving en, voor ondernemers, over gemeentelijke handhaving bij bedrijfsactiviteiten.
Welke eisen gelden voor de last?
De last moet de te nemen herstelmaatregelen omschrijven en een termijn bevatten waarbinnen u de last kunt uitvoeren (artikel 5:32a Awb). U moet uit het besluit kunnen opmaken wat u precies moet doen of laten.
- De dwangsom wordt vastgesteld als één bedrag ineens, of per tijdseenheid of per overtreding, met een maximum (artikel 5:32b lid 1 en 2 Awb).
- Het bedrag moet in redelijke verhouding staan tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking (artikel 5:32b lid 3 Awb). De bestuursrechter toetst dat terughoudend.
- Voor een besluit dat u belast, krijgt u in de regel eerst de gelegenheid uw zienswijze te geven (artikel 4:8 Awb). Gebruik die kans om feiten te corrigeren of een langere termijn te vragen.
- De last richt zich tot de overtreder: degene die de overtreding pleegt of in staat is haar te beëindigen, zoals de eigenaar of de gebruiker.
Hoe lang moet de begunstigingstermijn zijn?
De wet noemt geen vaste duur. De termijn moet zo lang zijn als nodig is om de last uit te voeren, maar niet langer dan nodig om de overtreding te beëindigen.
Bij het verwijderen van een bouwwerk, het aanvragen van een vergunning of het beëindigen van een huurovereenkomst voor een illegaal gebruik is meer tijd nodig dan bij het weghalen van een bord of reclame. De gemeente moet rekening houden met de tijd die u redelijkerwijs nodig heeft voor offertes, een aannemer of het opzeggen van een contract. Bij acuut gevaar mag een kortere termijn, en kan in spoedeisende gevallen zelfs bestuursdwang zonder voorafgaande last (artikel 5:31 Awb).
Wat als u de termijn niet haalt?
Vraag de gemeente vóór het einde van de termijn schriftelijk om verlenging, met een concrete planning en bewijs van wat u al heeft gedaan. De gemeente mag de termijn verlengen; een weigering kunt u laten toetsen.
Loopt er een bezwaar of verzoek om voorlopige voorziening, dan verlengt de gemeente of de voorzieningenrechter de termijn soms tot na de beslissing. Op verzoek kan de gemeente de last ook opheffen, de looptijd opschorten of de dwangsom verminderen, bijvoorbeeld als u blijvend of tijdelijk niet geheel of gedeeltelijk aan de last kunt voldoen (artikel 5:34 Awb).
Wanneer verbeurt u de dwangsom, en hoe wordt hij ingevorderd?
U verbeurt de dwangsom van rechtswege zodra de begunstigingstermijn verstrijkt en de overtreding nog bestaat. U moet het verbeurde bedrag binnen zes weken betalen (artikel 5:33 Awb).
- Betaalt u niet, dan neemt de gemeente een invorderingsbesluit (artikel 5:37 Awb). Ook daartegen staat bezwaar en beroep open.
- De bevoegdheid tot invordering verjaart een jaar na de dag van verbeurte (artikel 5:35 lid 1 Awb).
- Sinds 1 april 2021 wordt die verjaring geschorst zolang uw bezwaar of beroep tegen de last loopt, en stuit een invorderingsbesluit de verjaring (artikelen 5:35 lid 2 en 5:37a Awb).
- In een procedure tegen de invordering kunt u in de regel niet meer aanvoeren dat de last zelf onrechtmatig was; dat moet u tegen de last zelf doen.
De gemeente moet ook bij invordering de feiten bewijzen: dat de overtreding na de begunstigingstermijn nog bestond. Bewaar daarom foto’s, facturen en correspondentie waaruit blijkt dat u de last tijdig heeft uitgevoerd.
Hoe maakt u bezwaar tegen de last?
U maakt schriftelijk bezwaar bij de gemeente binnen zes weken na de dag waarop het besluit is bekendgemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 Awb). Het bezwaarschrift bevat uw naam en adres, de datum, een omschrijving van het besluit en de gronden (artikel 6:5 Awb).
De gemeente beslist binnen zes weken na afloop van de bezwaartermijn, of binnen twaalf weken als een bezwaarcommissie adviseert; zij kan dat met zes weken verdagen (artikel 7:10 Awb). Na de beslissing op bezwaar kunt u binnen zes weken beroep instellen bij de rechtbank. Meer over de procedure leest u in ons artikel over bezwaar tegen een last onder dwangsom en ons stappenplan voor bezwaar en beroep.
Wanneer vraagt u een voorlopige voorziening?
Als de begunstigingstermijn verloopt voordat op uw bezwaar is beslist, en het uitvoeren van de last onomkeerbare gevolgen heeft. De voorzieningenrechter kan de last schorsen of de termijn verlengen (artikel 8:81 Awb).
U moet daarvoor bezwaar hebben gemaakt en spoedeisend belang hebben. Dien het verzoek daarom tijdig in, zodat de rechter nog vóór het einde van de begunstigingstermijn kan beslissen.
Wat als de gemeente zelf niet op tijd beslist?
Beslist de gemeente niet tijdig op uw aanvraag of bezwaar, dan kunt u haar schriftelijk in gebreke stellen. Twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling verbeurt de gemeente een dwangsom aan u (artikel 4:17 Awb).
Die dwangsom bedraagt € 23 per dag voor de eerste veertien dagen, € 35 per dag voor de volgende veertien dagen en € 45 per dag daarna, met een maximum van € 1.442 na 42 dagen. U kunt daarnaast beroep instellen tegen het niet tijdig beslissen. Hoe de beslistermijnen werken, leest u in ons artikel over de bestuursrechtelijke procedure.
Waar let u op als u een last krijgt?
- Noteer direct de einddatum van de begunstigingstermijn en de bezwaartermijn van zes weken.
- Controleer of de last duidelijk zegt wat u moet doen, en of u de juiste geadresseerde bent.
- Ga na of legalisatie mogelijk is, bijvoorbeeld via een vergunningaanvraag.
- Vraag tijdig en onderbouwd om verlenging als de termijn te kort is.
- Leg de uitvoering vast met foto’s, facturen en een melding aan de gemeente.
Wat kunnen wij voor u doen bij een last onder dwangsom?
- Beoordelen of de last rechtmatig, duidelijk en evenredig is.
- Een zienswijze of bezwaarschrift opstellen en de termijnen bewaken.
- Met de gemeente onderhandelen over een langere termijn of legalisatie.
- Een voorlopige voorziening vragen bij de voorzieningenrechter.
- Procederen tegen een invorderingsbesluit, als advocaat bestuursrecht.
Samengevat
- Een last onder dwangsom bevat herstelmaatregelen en een begunstigingstermijn (artikel 5:32a Awb).
- De termijn moet lang genoeg zijn om de last uit te voeren; verlenging kunt u vragen.
- Bezwaar schorst niet; alleen een voorlopige voorziening houdt de last tegen.
- Een verbeurde dwangsom betaalt u binnen zes weken; invordering verjaart in beginsel na een jaar.
- Beslist de gemeente zelf te laat, dan kunt u na een ingebrekestelling tot € 1.442 dwangsom krijgen.
Veelgestelde vragen
Hoe lang is een begunstigingstermijn meestal?
Dat verschilt per geval. Het gaat om de tijd die u redelijkerwijs nodig heeft om de last uit te voeren; bij verbouwingen of verhuizing van een bedrijf kan dat maanden zijn.
Loopt de dwangsom door tijdens mijn bezwaar?
Ja, bezwaar schorst de werking van het besluit niet (artikel 6:16 Awb). Alleen een voorlopige voorziening of een besluit van de gemeente om de termijn te verlengen houdt dat tegen.
Kan ik de hoogte van de dwangsom aanvechten?
Ja, in bezwaar tegen de last. Het bedrag moet in redelijke verhouding staan tot het geschonden belang (artikel 5:32b lid 3 Awb), maar de rechter toetst dat terughoudend.
Kan de gemeente na jaren nog invorderen?
De verjaringstermijn is een jaar na verbeurte, maar die wordt geschorst tijdens bezwaar en beroep en gestuit door een invorderingsbesluit. In de praktijk kan invordering dus later komen.
Kan ik vragen de last op te heffen?
Ja, bijvoorbeeld als de overtreding is beëindigd of de situatie inmiddels is gelegaliseerd. De gemeente kan de last opheffen, opschorten of de dwangsom verminderen (artikel 5:34 Awb).
Lees ook: bezwaar, beroep of hoger beroep: wat is het verschil?