Gepubliceerd op 31 augustus 2025 · Laatst bijgewerkt op 7 oktober 2026
Tegen een besluit van de overheid maakt u binnen zes weken bezwaar bij het bestuursorgaan dat het besluit nam. Daarna volgen beroep bij de rechtbank en zo nodig hoger beroep. De belangrijkste uitzondering: is het besluit voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, dan slaat u het bezwaar over en gaat u direct in beroep.
De regels staan in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 1:3 Awb omschrijft wat een besluit is, artikel 8:1 Awb bepaalt wie daartegen beroep kan instellen. Het gaat bijvoorbeeld om een geweigerde omgevingsvergunning, een gekorte uitkering, een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete. De termijn van zes weken is hard. Een fout in de eerste weken werkt door tot in hoger beroep.
Inhoudsopgave
Wat is een besluit en wanneer staat bezwaar open?
Bezwaar en beroep zijn alleen mogelijk tegen een besluit en alleen als u belanghebbende bent. Een telefonische mededeling of informatiebrief is meestal geen besluit.
Volgens artikel 1:3 Awb is een besluit een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan met een publiekrechtelijk rechtsgevolg. De meest voorkomende vorm is de beschikking: een besluit over een concreet geval, zoals een vergunning, een subsidiebeschikking of de intrekking van een uitkering. Tegen een algemeen verbindend voorschrift, zoals een gemeentelijke verordening, staat geen bezwaar of beroep open. De rechter toetst zo’n voorschrift hooguit indirect, via een besluit dat erop is gebaseerd.
Feitelijk handelen is evenmin een besluit. Een telefonische mededeling, een informatiebrief of een aankondiging van een voornemen heeft geen rechtsgevolg. Twijfelt u? Kijk dan onderaan de brief. Staat daar binnen welke termijn en bij welk orgaan u bezwaar kunt maken, dan gaat het vrijwel altijd om een besluit. Ontbreekt die passage, noteer dan zelf de verzenddatum. Die datum bepaalt wanneer de termijn begint.
Verder moet u belanghebbende zijn. Artikel 1:2 Awb eist dat uw belang rechtstreeks bij het besluit betrokken is. In de praktijk gaat het om een eigen, objectief bepaalbaar en actueel belang. Een buurman die op korte afstand van een vergunde windturbine woont, is doorgaans belanghebbende. Een inwoner aan de andere kant van de gemeente meestal niet. Een concurrent in hetzelfde marktsegment en verzorgingsgebied kan belanghebbende zijn. Verenigingen en stichtingen moeten een collectief belang volgens hun statuten behartigen en daarvoor ook feitelijk werkzaamheden verrichten.
Welke termijnen gelden in een bestuursrechtelijke procedure?
Voor bezwaar, beroep en hoger beroep geldt steeds zes weken. De termijn begint op de dag na bekendmaking van het besluit.
Dat volgt uit de artikelen 6:7 en 6:8 Awb. Bekendmaking is bij een beschikking in de regel de verzending aan de aanvrager, niet de dag waarop u de brief opent. Bewaar daarom de envelop en noteer wanneer het stuk binnenkwam.
Een bezwaar- of beroepschrift is op tijd als het vóór het einde van de laatste dag is ingediend. Stuurt u het per post, dan volstaat volgens artikel 6:9 Awb dat u het op tijd op de post doet. Het stuk moet dan wel uiterlijk een week na afloop van de termijn binnenkomen. Dient u digitaal in via het loket van het bestuursorgaan of via Mijn Rechtspraak, dan telt de indiening tot 23.59 uur op de laatste dag.
Bent u te laat, dan verklaart het bestuursorgaan of de rechter u niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als de overschrijding verschoonbaar is (artikel 6:11 Awb). De rechter is daar streng in. Een ziekenhuisopname of een aantoonbaar onjuiste verwijzing in het besluit kan slagen, drukte of vakantie niet.
Stuurt u uw bezwaar naar het verkeerde orgaan, dan is dat minder ernstig dan het lijkt. Volgens artikel 6:15 Awb moet dat orgaan het stuk doorsturen, en de datum van de eerste indiening blijft gelden. Ontbreekt er iets in uw bezwaarschrift, zoals de gronden of een handtekening, dan moet u eerst de kans krijgen dat te herstellen (artikel 6:6 Awb).
Hoe verloopt de bezwaarfase bij het bestuursorgaan?
In bezwaar bekijkt het bestuursorgaan de zaak volledig opnieuw. U kunt hier nog nieuwe stukken en argumenten inbrengen.
Het orgaan toetst niet alleen of het besluit rechtmatig is, maar ook de beleidsmatige afweging. Het houdt daarbij rekening met feiten en omstandigheden die na het besluit bekend zijn geworden (artikel 7:11 Awb). Daarom is de bezwaarfase waardevol. U kunt rapporten, verklaringen en argumenten indienen die in de aanvraag ontbraken.
U wordt in beginsel gehoord (artikel 7:2 Awb). Veel gemeenten en uitvoeringsinstanties laten dat doen door een onafhankelijke bezwaarschriftencommissie. Maak gebruik van die hoorzitting, ook als uw bezwaarschrift al uitgebreid is. Het is het enige moment waarop u de zaak mondeling kunt toelichten en op vragen kunt reageren.
De beslistermijn staat in artikel 7:10 Awb. Die loopt vanaf de dag na afloop van de bezwaartermijn, niet vanaf de ontvangst van uw brief. Zonder adviescommissie is de termijn zes weken, met zo’n commissie twaalf weken. Het bestuursorgaan mag zes weken verdagen en daarna alleen met uw instemming verder uitstellen.
In de bezwaarfase betaalt u geen griffierecht. U kunt wel vergoeding van de kosten van rechtsbijstand vragen. Volgens artikel 7:15 Awb moet u daar tijdens de bezwaarprocedure zelf om vragen. Bovendien moet het besluit worden herroepen wegens een onrechtmatigheid die aan het bestuursorgaan te wijten is. Vraagt u het pas achteraf, dan bent u te laat. Meer over deze fase leest u in ons artikel over bezwaar en beroep in het bestuursrecht.
Wanneer vraagt u een voorlopige voorziening?
Een voorlopige voorziening vraagt u als het besluit niet kan wachten op de uitkomst van bezwaar of beroep. Bezwaar en beroep schorten de werking van een besluit namelijk niet op.
Een last onder dwangsom loopt door, een sluiting gaat door en de intrekking van een uitkering blijft gelden zolang de procedure loopt. Om dat te doorbreken vraagt u de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening op grond van artikel 8:81 Awb. Voorwaarde is dat u al bezwaar of beroep heeft ingesteld. Daarnaast moet er sprake zijn van spoed die, gelet op de betrokken belangen, een voorlopige maatregel rechtvaardigt.
De voorzieningenrechter geeft een voorlopig oordeel en weegt de belangen af. Spoed is er doorgaans bij een handhavingsbesluit met een begunstigingstermijn die over enkele dagen afloopt, bij de sluiting van een bedrijfspand of bij het stopzetten van inkomen. Bij louter financieel nadeel dat later te herstellen is, meestal niet. Ziet de rechter dat nader onderzoek niets toevoegt, dan kan hij meteen op het beroep beslissen. Dat heet kortsluiten en volgt uit artikel 8:86 Awb.
Een spoedprocedure bij de bestuursrechter is iets anders dan een kort geding bij de civiele rechter. Een kort geding is bedoeld voor geschillen tussen burgers en bedrijven onderling, of voor zaken waarin geen bestuursrechtelijke weg openstaat.
Hoe stelt u beroep in bij de rechtbank?
Bent u het oneens met de beslissing op bezwaar, dan stelt u binnen zes weken beroep in bij de rechtbank, afdeling bestuursrecht. U betaalt daarvoor griffierecht.
In het beroepschrift vermeldt u tegen welk besluit u opkomt, welke gronden u aanvoert en wat u van de rechter vraagt. Het bestuursorgaan stuurt vervolgens de stukken die op de zaak betrekking hebben en een verweerschrift in. U kunt tot tien dagen voor de zitting nog nadere stukken indienen (artikel 8:58 Awb).
Het griffierecht volgt uit artikel 8:41 Awb. Voor beroepschriften die vanaf 1 januari 2026 bij de rechtbank binnenkomen, betaalt een natuurlijk persoon 200 euro in de meeste bestuursrechtelijke zaken. In zaken over onder meer sociale zekerheid en toeslagen is dat 54 euro. Rechtspersonen betalen 397 euro. In hoger beroep liggen de tarieven hoger. De actuele bedragen staan op de griffierechtpagina van de Rechtspraak. Kunt u het niet betalen, vraag dan direct om vrijstelling wegens betalingsonmacht. Te late betaling leidt tot niet-ontvankelijkheid.
Op de zitting bespreken partijen de gronden. Daarna doet de rechtbank uitspraak. Verklaart zij het beroep gegrond, dan vernietigt zij de beslissing op bezwaar (artikel 8:72 Awb). Vernietiging betekent niet automatisch dat u krijgt wat u wilt. Vaak moet het bestuursorgaan opnieuw beslissen. De rechter kan het gebrek ook laten herstellen via de bestuurlijke lus (artikel 8:51a Awb) of zelf in de zaak voorzien. Neemt het bestuursorgaan tijdens de procedure een nieuw besluit, dan loopt uw beroep volgens artikel 6:19 Awb automatisch ook tegen dat nieuwe besluit. U hoeft dan niet opnieuw te procederen.
Waaraan toetst de bestuursrechter uw zaak?
De rechter kijkt of het besluit zorgvuldig is voorbereid, goed is gemotiveerd en of de belangen juist zijn afgewogen. Ook toetst hij aan ongeschreven beginselen, zoals het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.
De zorgvuldige voorbereiding staat in artikel 3:2 Awb, de belangenafweging in artikel 3:4 Awb en de motiveringsplicht in artikel 3:46 Awb. Samen vormen zij de kern van de meeste beroepszaken.
De toets aan het evenredigheidsbeginsel is sinds 2022 indringender. In de uitspraak van 2 februari 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:285) gaf de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een kader met drie elementen. Is de maatregel geschikt om het doel te bereiken? Is zij noodzakelijk? En staat zij in een evenwichtige verhouding tot de gevolgen voor de betrokkene? Hoe ingrijpender het besluit, hoe scherper de rechter toetst.
Dat biedt ruimte om niet alleen de bevoegdheid te betwisten, maar ook de zwaarte van de maatregel. Denk aan een sluiting van zes maanden waar drie maanden zouden volstaan. Of aan een boete die een bedrijf in feite beëindigt.
Bij welke rechter komt u in hoger beroep terecht?
Dat hangt af van het rechtsgebied: meestal de Raad van State, de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven. De juiste instantie staat onderaan de uitspraak van de rechtbank.
Zaken over omgevingsrecht, handhaving, openbare orde en de Wet open overheid gaan naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zaken over sociale zekerheid en ambtenarenrecht gaan naar de Centrale Raad van Beroep. Economisch bestuursrecht, waaronder besluiten van markttoezichthouders, komt bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Belastingzaken gaan naar het gerechtshof en daarna eventueel in cassatie naar de Hoge Raad.
Ook in hoger beroep geldt een termijn van zes weken en betaalt u griffierecht. Nieuwe gronden aanvoeren kan maar beperkt. De hogerberoepsrechter beoordeelt vooral of de rechtbank de zaak juist heeft beslist. Is een beroep kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond, dan kan de zaak vereenvoudigd worden afgedaan zonder zitting (artikel 8:54 Awb). Daartegen kunt u verzet instellen.
Wat doet u als het bestuursorgaan niet of te laat beslist?
U stelt het bestuursorgaan schriftelijk in gebreke. Beslist het twee weken daarna nog steeds niet, dan is het in de meeste zaken een dwangsom verschuldigd en kunt u beroep instellen.
De dwangsom volgt uit artikel 4:17 Awb en ontstaat van rechtswege. De eerste veertien dagen is die 23 euro per dag, de volgende veertien dagen 35 euro per dag en daarna 45 euro per dag. De dwangsom loopt ten hoogste 42 dagen, zodat het maximum 1.442 euro is. Het bestuursorgaan stelt zelf vast of en hoeveel het verschuldigd is (artikel 4:18 Awb).
Daarnaast kunt u beroep instellen tegen het niet tijdig beslissen (artikel 6:12 Awb). Voor dat beroep geldt geen termijn van zes weken, maar u mag het niet onredelijk laat instellen. De rechter kan het bestuursorgaan opdragen binnen een bepaalde termijn te beslissen.
Let op bij vreemdelingenzaken. Daar is de dwangsom bij niet tijdig beslissen per 15 april 2025 afgeschaft. Beslist de Immigratie- en Naturalisatiedienst te laat, dan blijven de ingebrekestelling en het beroep wegens niet tijdig beslissen over. Legt de overheid u juist zelf een dwangsom op, lees dan hoe u een dwangsom van de gemeente aanvecht.
Wat kost een bestuursrechtelijke procedure?
De bezwaarfase is kosteloos, afgezien van uw eigen kosten voor rechtsbijstand. Vanaf het beroep betaalt u griffierecht.
Wint u de zaak, dan vergoedt het bestuursorgaan het griffierecht. De rechter kan daarnaast een proceskostenvergoeding toekennen (artikel 8:75 Awb). Die vergoeding is forfaitair. Het Besluit proceskosten bestuursrecht kent punten toe aan proceshandelingen, zoals het beroepschrift en de zitting, en vermenigvuldigt die met een vast bedrag. De vergoeding dekt daarom vrijwel nooit de werkelijke kosten van een advocaat.
Naast de vraag of het besluit rechtmatig is, kan er ruimte zijn voor schadevergoeding. Is het besluit onrechtmatig en heeft u daardoor schade geleden, dan kunt u de bestuursrechter om schadevergoeding vragen. Was het overheidshandelen rechtmatig, maar treft de schade u onevenredig zwaar, dan loopt de weg via nadeelcompensatie. Is een vergunning geweigerd na een integriteitsonderzoek, dan geldt een eigen regime. Daarover leest u meer in ons artikel over een op grond van de Wet Bibob geweigerde vergunning.
Wat kunnen wij voor u doen bij een bestuursrechtelijke procedure?
Wij begeleiden u van het eerste bezwaarschrift tot een eventueel hoger beroep en letten daarbij vooral op de termijnen.
- Wij beoordelen of de brief een besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb en of u belanghebbende bent (artikel 1:2 Awb).
- Wij berekenen de termijn van zes weken vanaf de bekendmaking en dienen uw bezwaar- of beroepschrift op tijd in, zo nodig eerst zonder gronden.
- Wij bereiden de hoorzitting met u voor en vragen tijdens de bezwaarfase vergoeding van uw kosten aan (artikel 7:15 Awb).
- Wij vragen bij spoed een voorlopige voorziening aan bij de voorzieningenrechter (artikel 8:81 Awb).
- Wij toetsen het besluit aan de zorgvuldigheid, de motivering en het evenredigheidsbeginsel en werken daarop de beroepsgronden uit.
- Wij stellen het bestuursorgaan in gebreke als het te laat beslist en stellen zo nodig beroep in wegens niet tijdig beslissen (artikel 6:12 Awb).
Samengevat
- Tegen een besluit maakt u binnen zes weken na bekendmaking bezwaar; beroep en hoger beroep hebben dezelfde termijn.
- Bezwaar en beroep schorten het besluit niet op; bij spoed vraagt u een voorlopige voorziening.
- Vraagt u vergoeding van uw kosten in bezwaar, doe dat dan tijdens de bezwaarprocedure zelf.
- Bij niet tijdig beslissen stelt u het bestuursorgaan in gebreke; in vreemdelingenzaken is de dwangsom sinds 15 april 2025 afgeschaft.
- Welke rechter in hoger beroep bevoegd is, hangt af van het rechtsgebied en staat onder de uitspraak.
Veelgestelde vragen over de bestuursrechtelijke procedure
Moet u altijd eerst bezwaar maken?
Meestal wel, want bezwaar is de verplichte voorfase van beroep (artikel 7:1 Awb). Is het besluit voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Awb, waarbij een ontwerpbesluit ter inzage lag, dan gaat u direct in beroep. Ook kunt u het bestuursorgaan vragen in te stemmen met rechtstreeks beroep (artikel 7:1a Awb).
Heeft u een advocaat nodig in het bestuursrecht?
Nee, dat is niet verplicht. U mag zelf procederen of iemand machtigen. Bij een bestuurlijke boete, een handhavingstraject met hoge dwangsommen of de intrekking van een vergunning is deskundige hulp wel verstandig. De gronden die u in beroep aanvoert, bepalen grotendeels wat de rechter beoordeelt.
Kunt u een besluit nog aanvechten als de termijn voorbij is?
In beginsel niet. Het besluit krijgt dan formele rechtskracht en staat vast, ook in een latere civiele procedure. U kunt het bestuursorgaan wel vragen terug te komen op het besluit (artikel 4:6 Awb). Bij nieuwe feiten of veranderde omstandigheden beoordeelt het orgaan dat verzoek inhoudelijk. Tegen een afwijzing kunt u opnieuw bezwaar maken.
Hoe lang duurt een bestuursrechtelijke procedure?
Dat verschilt sterk per rechtsgebied en per rechtbank. Voor de bezwaarfase gelden de beslistermijnen van artikel 7:10 Awb. Voor de rechterlijke fase bestaat geen wettelijke maximumduur. Duurt de procedure als geheel onredelijk lang, dan kunt u vergoeding van immateriële schade vragen wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De uitkomst van een bestuursrechtelijke procedure wordt vaak in de eerste weken bepaald: bent u op tijd, bent u belanghebbende en liggen de juiste gronden op tafel? Law & More beoordeelt uw besluit, bewaakt de termijnen en voert de procedure als advocaat bestuursrecht van bezwaar tot hoger beroep. Meer achtergrond vindt u in onze gids over bezwaar en beroep in het bestuursrecht. De wettekst leest u in de Algemene wet bestuursrecht op wetten.overheid.nl.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina bestuursrecht advocaat.