Gepubliceerd op 31 augustus 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
Tegen een besluit van de overheid maakt u binnen zes weken bezwaar bij het bestuursorgaan dat het besluit nam. Daarna volgen beroep bij de rechtbank en zo nodig hoger beroep. De belangrijkste uitzondering: is het besluit voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, dan slaat u het bezwaar over en gaat u direct in beroep.
De regels staan in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 1:3 Awb omschrijft wat een besluit is, artikel 8:1 Awb wie daartegen beroep kan instellen. Denk aan een geweigerde omgevingsvergunning, een gekorte uitkering, een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete. De termijn van zes weken is hard: een fout in de eerste weken werkt door tot in hoger beroep.
Inhoudsopgave
De procedure in één overzicht
| Fase | Bij wie | Termijn | Kosten (per 1 januari 2026) |
|---|---|---|---|
| Bezwaar | Bestuursorgaan dat besliste | Zes weken na bekendmaking (art. 6:7 en 6:8 Awb) | Geen griffierecht |
| Beroep | Rechtbank, afdeling bestuursrecht | Zes weken na de beslissing op bezwaar | Griffierecht € 200 (natuurlijk persoon), € 54 (o.a. uitkeringen en toeslagen), € 397 (rechtspersoon) |
| Hoger beroep | Raad van State, Centrale Raad van Beroep of College van Beroep voor het bedrijfsleven | Zes weken na de uitspraak | Griffierecht, hoger dan bij de rechtbank |
| Voorlopige voorziening | Voorzieningenrechter | Bij spoed, naast bezwaar of beroep (art. 8:81 Awb) | Griffierecht |
De griffierechtbedragen gelden voor beroepschriften die vanaf 1 januari 2026 binnenkomen, behalve belastingzaken. Bron: de griffierechtpagina van de Rechtspraak.
Wat is een besluit en wanneer staat bezwaar open?
Bezwaar en beroep zijn alleen mogelijk tegen een besluit en alleen als u belanghebbende bent. Volgens artikel 1:3 Awb is een besluit een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan met een publiekrechtelijk rechtsgevolg. De meest voorkomende vorm is de beschikking: een besluit in een concreet geval, zoals een vergunning, een subsidiebeschikking of de intrekking van een uitkering.
Tegen een algemeen verbindend voorschrift, zoals een gemeentelijke verordening, staat geen bezwaar of beroep open (artikel 8:3 Awb). De rechter toetst zo’n voorschrift hooguit indirect, via een besluit dat erop is gebaseerd. Feitelijk handelen, een telefonische mededeling of een informatiebrief is evenmin een besluit.
Twijfelt u? Kijk onderaan de brief. Staat daar binnen welke termijn en bij welk orgaan u bezwaar kunt maken, dan gaat het vrijwel altijd om een besluit. Ontbreekt die passage, noteer dan zelf de verzenddatum: die bepaalt wanneer de termijn begint.
U moet ook belanghebbende zijn. Artikel 1:2 Awb eist dat uw belang rechtstreeks bij het besluit betrokken is: een eigen, objectief bepaalbaar en actueel belang. Een buurman op korte afstand van een vergunde windturbine is doorgaans belanghebbende, een inwoner aan de andere kant van de gemeente meestal niet. Een concurrent in hetzelfde marktsegment en verzorgingsgebied kan belanghebbende zijn. Verenigingen en stichtingen moeten volgens hun statuten een collectief belang behartigen en daarvoor ook feitelijk werkzaamheden verrichten.
Hoe berekent u de termijn van zes weken?
De termijn begint op de dag na bekendmaking van het besluit (artikelen 6:7 en 6:8 Awb). Bij een beschikking is dat in de regel de verzending aan de aanvrager, niet de dag waarop u de brief opent. Bewaar daarom de envelop en noteer wanneer het stuk binnenkwam.
Een bezwaar- of beroepschrift is op tijd als het vóór het einde van de laatste dag is ingediend. Per post volstaat dat u het op tijd op de post doet, als het uiterlijk een week na afloop van de termijn binnenkomt (artikel 6:9 Awb). Digitaal indienen via het loket van het bestuursorgaan of via Mijn Rechtspraak kan tot 23.59 uur op de laatste dag.
Bent u te laat, dan volgt niet-ontvankelijkheid, tenzij de overschrijding verschoonbaar is (artikel 6:11 Awb). Een ziekenhuisopname of een aantoonbaar onjuiste verwijzing in het besluit kan slagen, drukte of vakantie niet.
Voor derden, zoals buren, is de lat ook hoog. In een uitspraak van 20 april 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1144) oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over een buurtbewoner die maanden na een omgevingsvergunning bezwaar maakte. De bewoner had eerder een zienswijze tegen het bestemmingsplan ingediend, bomen waren gekapt en de bouw was vanaf de openbare weg zichtbaar. Ook een langdurig verblijf in het buitenland, zonder maatregelen om op de hoogte te blijven, maakte de te late indiening niet verschoonbaar.
Stuurt u uw bezwaar naar het verkeerde orgaan, dan moet dat orgaan het doorsturen en blijft de datum van de eerste indiening gelden (artikel 6:15 Awb). Ontbreekt er iets, zoals de gronden of een handtekening, dan moet u eerst de kans krijgen dat te herstellen (artikel 6:6 Awb). U kunt dus binnen de termijn een kort bezwaar zonder gronden indienen en de gronden later aanvullen.
Hoe verloopt de bezwaarfase bij het bestuursorgaan?
In bezwaar bekijkt het bestuursorgaan de zaak volledig opnieuw, inclusief de beleidsmatige afweging. Het houdt rekening met feiten die na het besluit bekend zijn geworden (artikel 7:11 Awb). U kunt hier dus nog rapporten, verklaringen en argumenten inbrengen die in de aanvraag ontbraken.
U wordt in beginsel gehoord (artikel 7:2 Awb). Veel gemeenten en uitvoeringsinstanties laten dat doen door een onafhankelijke bezwaarschriftencommissie. Gebruik die hoorzitting, ook als uw bezwaarschrift al uitgebreid is: het is het enige moment waarop u de zaak mondeling toelicht.
De beslistermijn staat in artikel 7:10 Awb en loopt vanaf de dag na afloop van de bezwaartermijn. Zonder adviescommissie is die zes weken, met zo’n commissie twaalf weken. Het bestuursorgaan mag zes weken verdagen en daarna alleen met uw instemming verder uitstellen.
In bezwaar betaalt u geen griffierecht. Vergoeding van de kosten van rechtsbijstand moet u volgens artikel 7:15 Awb tijdens de bezwaarprocedure zelf vragen, en het besluit moet worden herroepen wegens een onrechtmatigheid die aan het bestuursorgaan te wijten is. Achteraf vragen is te laat. Meer over deze fase leest u in ons artikel over bezwaar en beroep in het bestuursrecht.
Wanneer vraagt u een voorlopige voorziening?
Bezwaar en beroep schorten de werking van een besluit niet op (artikel 6:16 Awb). Een last onder dwangsom loopt door, een sluiting gaat door en de intrekking van een uitkering blijft gelden. Om dat te doorbreken vraagt u de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening (artikel 8:81 Awb). U moet dan al bezwaar of beroep hebben ingesteld, en er moet spoed zijn.
De voorzieningenrechter geeft een voorlopig oordeel en weegt de belangen af. Spoed is er doorgaans bij een begunstigingstermijn die over enkele dagen afloopt, bij sluiting van een bedrijfspand of bij het stopzetten van inkomen. Bij louter financieel nadeel dat later te herstellen is, meestal niet. Voegt nader onderzoek niets toe, dan kan de rechter meteen op het beroep beslissen: kortsluiten (artikel 8:86 Awb).
Een spoedprocedure bij de bestuursrechter is iets anders dan een kort geding bij de civiele rechter. Dat is bedoeld voor geschillen tussen burgers en bedrijven, of voor zaken waarin geen bestuursrechtelijke weg openstaat.
Hoe stelt u beroep in bij de rechtbank?
Binnen zes weken na de beslissing op bezwaar dient u een beroepschrift in bij de rechtbank, afdeling bestuursrecht. Daarin staat tegen welk besluit u opkomt, welke gronden u aanvoert en wat u van de rechter vraagt. Het bestuursorgaan stuurt de stukken en een verweerschrift in. U kunt tot tien dagen voor de zitting nog nadere stukken indienen (artikel 8:58 Awb).
Na ontvangst van het beroepschrift krijgt u een nota voor het griffierecht (artikel 8:41 Awb; bedragen in de tabel hierboven). Kunt u het niet betalen, vraag dan direct om vrijstelling wegens betalingsonmacht. Te late betaling leidt tot niet-ontvankelijkheid.
Verklaart de rechtbank het beroep gegrond, dan vernietigt zij de beslissing op bezwaar (artikel 8:72 Awb). Dat betekent niet automatisch dat u krijgt wat u wilt. Vaak moet het bestuursorgaan opnieuw beslissen. De rechter kan het gebrek ook laten herstellen via de bestuurlijke lus (artikel 8:51a Awb) of zelf in de zaak voorzien. Neemt het bestuursorgaan tijdens de procedure een nieuw besluit, dan loopt uw beroep automatisch ook tegen dat besluit (artikel 6:19 Awb).
Waaraan toetst de bestuursrechter een besluit?
De rechter kijkt of het besluit zorgvuldig is voorbereid (artikel 3:2 Awb), of de belangen juist zijn afgewogen (artikel 3:4 Awb) en of het goed is gemotiveerd (artikel 3:46 Awb). Daarnaast toetst hij aan ongeschreven beginselen, zoals het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.
De toets aan het evenredigheidsbeginsel is sinds 2022 indringender. In de uitspraak van 2 februari 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:285) ging het om de burgemeester van Harderwijk, die een gezinswoning zes maanden had gesloten omdat de oudste zoon er drugs zou hebben verhandeld. De Afdeling noemde drie elementen: is de maatregel geschikt, noodzakelijk en evenwichtig? Die hoeven niet in elke zaak alle drie te worden doorlopen, en de intensiteit van de toets hangt af van hoe ingrijpend het besluit is. De burgemeester moest opnieuw beslissen en daarbij de woonbelangen van de bewoner en de kinderen meewegen, zoals het risico op ontbinding van de huur.
Dat biedt ruimte om niet alleen de bevoegdheid te betwisten, maar ook de zwaarte van de maatregel. Een voorbeeld ter illustratie: een sluiting van zes maanden waar drie maanden zouden volstaan, of een boete die een bedrijf in feite beëindigt.
Bij welke rechter komt u in hoger beroep terecht?
| Rechtsgebied | Hoger beroep bij |
|---|---|
| Omgevingsrecht, handhaving, openbare orde, Wet open overheid, vreemdelingenrecht | Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State |
| Sociale zekerheid, ambtenarenrecht | Centrale Raad van Beroep |
| Economisch bestuursrecht, besluiten van markttoezichthouders | College van Beroep voor het bedrijfsleven |
| Belastingzaken | Gerechtshof, daarna eventueel cassatie bij de Hoge Raad |
De juiste instantie staat onderaan de uitspraak van de rechtbank. Ook in hoger beroep geldt zes weken en betaalt u griffierecht. Nieuwe gronden aanvoeren kan maar beperkt: de hogerberoepsrechter beoordeelt vooral of de rechtbank juist heeft beslist. Is een beroep kennelijk niet-ontvankelijk of ongegrond, dan kan de zaak zonder zitting worden afgedaan (artikel 8:54 Awb); daartegen staat verzet open.
Wat doet u als het bestuursorgaan niet of te laat beslist?
U stelt het bestuursorgaan schriftelijk in gebreke. Beslist het twee weken daarna nog niet, dan is het in de meeste zaken van rechtswege een dwangsom verschuldigd (artikel 4:17 Awb) en kunt u beroep instellen wegens niet tijdig beslissen (artikel 6:12 Awb).
| Periode na de twee weken | Dwangsom per dag (art. 4:17 lid 2 Awb) |
|---|---|
| Dag 1 tot en met 14 | € 23 |
| Dag 15 tot en met 28 | € 35 |
| Dag 29 tot en met 42 | € 45 |
| Maximum (42 dagen) | € 1.442 |
Bedragen volgens de tekst van artikel 4:17 Awb, geraadpleegd op 29 oktober 2026. Het bestuursorgaan stelt zelf vast of en hoeveel het verschuldigd is (artikel 4:18 Awb). Voor het beroep wegens niet tijdig beslissen geldt geen termijn van zes weken, maar u mag het niet onredelijk laat instellen. De rechter kan het bestuursorgaan opdragen binnen een bepaalde termijn te beslissen.
Actualiteit: in vreemdelingenzaken is de dwangsom bij niet tijdig beslissen per 15 april 2025 afgeschaft. Beslist de IND te laat, dan blijven de ingebrekestelling en het beroep wegens niet tijdig beslissen over. Legt de overheid u juist zelf een dwangsom op, lees dan hoe en wanneer u bezwaar maakt tegen een last onder dwangsom.
Wat kost een bestuursrechtelijke procedure en wat krijgt u terug?
De bezwaarfase is kosteloos, afgezien van uw eigen kosten voor rechtsbijstand. Vanaf het beroep betaalt u griffierecht. Wint u, dan vergoedt het bestuursorgaan het griffierecht en kan de rechter een proceskostenvergoeding toekennen (artikel 8:75 Awb).
Die vergoeding is forfaitair. Het Besluit proceskosten bestuursrecht kent punten toe aan proceshandelingen, zoals het beroepschrift en de zitting, en vermenigvuldigt die met een vast bedrag. De vergoeding dekt daarom vrijwel nooit de werkelijke kosten van een advocaat.
Is het besluit onrechtmatig en heeft u daardoor schade geleden, dan kunt u de bestuursrechter om schadevergoeding vragen (titel 8.4 Awb). Was het overheidshandelen rechtmatig, maar treft de schade u onevenredig zwaar, dan loopt de weg via nadeelcompensatie. Is een vergunning geweigerd na een integriteitsonderzoek, lees dan over een op grond van de Wet Bibob geweigerde vergunning.
Veelgestelde vragen
Moet u altijd eerst bezwaar maken?
Meestal wel: bezwaar is de verplichte voorfase van beroep (artikel 7:1 Awb). Is het besluit voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Awb, waarbij een ontwerpbesluit ter inzage lag, dan gaat u direct in beroep. U kunt het bestuursorgaan ook vragen in te stemmen met rechtstreeks beroep (artikel 7:1a Awb).
Kunt u een besluit nog aanvechten als de termijn voorbij is?
In beginsel niet. Het besluit krijgt formele rechtskracht en staat vast, ook in een latere civiele procedure. U kunt het bestuursorgaan wel vragen terug te komen op het besluit (artikel 4:6 Awb). Bij nieuwe feiten of veranderde omstandigheden beoordeelt het orgaan dat verzoek; tegen een afwijzing kunt u opnieuw bezwaar maken.
Heeft u een advocaat nodig in het bestuursrecht?
Nee, dat is niet verplicht. U mag zelf procederen of iemand machtigen (artikel 8:24 Awb). Bij een bestuurlijke boete, hoge dwangsommen of de intrekking van een vergunning is deskundige hulp wel verstandig, omdat de gronden die u in beroep aanvoert grotendeels bepalen wat de rechter beoordeelt.
Wat wij doen in een bestuursrechtelijke procedure
- Wij beoordelen of de brief een besluit is en of u belanghebbende bent.
- Wij berekenen de termijn en dienen uw bezwaar- of beroepschrift op tijd in, zo nodig eerst zonder gronden.
- Wij bereiden de hoorzitting voor en vragen tijdig kostenvergoeding aan (artikel 7:15 Awb).
- Wij vragen bij spoed een voorlopige voorziening aan en werken de beroepsgronden uit, ook op evenredigheid.
In het kort
- Bezwaar, beroep en hoger beroep: steeds zes weken, te rekenen vanaf de dag na bekendmaking.
- Bezwaar en beroep schorten het besluit niet op; bij spoed vraagt u een voorlopige voorziening.
- Kostenvergoeding in bezwaar vraagt u tijdens de bezwaarfase zelf.
- Bij te laat beslissen: ingebrekestelling, dwangsom tot € 1.442 en beroep; niet meer in vreemdelingenzaken.
Meer achtergrond vindt u in onze gids over bezwaar en beroep in het bestuursrecht.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina bestuursrecht advocaat.