Gepubliceerd op 13 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
Tegen een last onder dwangsom maakt u binnen zes weken bezwaar bij het bestuursorgaan dat de last heeft opgelegd, meestal het college van burgemeester en wethouders (artikel 6:7 Awb). Uw bezwaar houdt de dwangsom niet tegen: wilt u voorkomen dat u tijdens het bezwaar dwangsommen verbeurt, dan vraagt u de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening (artikel 8:81 Awb).
Een last onder dwangsom is geen boete. Herstelt u de overtreding binnen de begunstigingstermijn uit het besluit, dan betaalt u niets. Hieronder leest u welke eisen voor het besluit gelden, hoe lang de begunstigingstermijn moet zijn, hoe bezwaar en beroep verlopen en wat er gebeurt bij invordering.
Inhoudsopgave
Wat is een last onder dwangsom en waarin verschilt die van bestuursdwang en een boete?
Een last onder dwangsom is een herstelsanctie. Volgens artikel 5:31d Awb bestaat hij uit twee delen: de opdracht om een overtreding te beëindigen of te herstellen, en de verplichting om een geldsom te betalen als u dat niet op tijd doet. Het doel is herstel, niet straf.
De last kan inhouden dat u iets moet doen, zoals een aanbouw verwijderen. Hij kan ook inhouden dat u iets moet laten, zoals een pand niet langer bewonen in strijd met het omgevingsplan. Een last mag ook preventief zijn: het bestuursorgaan mag al optreden als een overtreding dreigt en het gevaar daarvan klaarblijkelijk is.
Bij bestuursdwang grijpt het bestuursorgaan zelf in en verhaalt het de kosten op u (artikelen 5:21 en 5:25 Awb). Een bestuurlijke boete straft een overtreding die al heeft plaatsgevonden. Meer daarover leest u in ons artikel over het verschil tussen een boete, een dwangsom en een strafrechtelijke sanctie.
| Maatregel | Wie herstelt? | Wat betaalt u? | Grondslag |
|---|---|---|---|
| Last onder dwangsom | U zelf, binnen de begunstigingstermijn | Alleen de dwangsom als u de last niet op tijd uitvoert | Artikelen 5:31d en 5:32 Awb |
| Last onder bestuursdwang | Het bestuursorgaan, als u de last niet uitvoert | De kosten van het ingrijpen | Artikelen 5:21 en 5:25 Awb |
| Bestuurlijke boete | Niemand: het is een straf | De boete, ook als de overtreding al is beëindigd | Titel 5.4 Awb |
Wanneer mag de gemeente een last onder dwangsom opleggen?
Een bestuursorgaan mag een last onder dwangsom opleggen als het ook bevoegd is om bestuursdwang toe te passen (artikel 5:32 lid 1 Awb). Voor de gemeente staat die bevoegdheid in artikel 125 van de Gemeentewet. Naast de gemeente leggen ook provincies, waterschappen, omgevingsdiensten en rijksinspecties lasten op.
Er moet een overtreding zijn van een wettelijk voorschrift. Veelvoorkomende grondslagen zijn het omgevingsplan, een vergunningvoorschrift, de Woningwet en de Algemene plaatselijke verordening (APV). Sinds 1 januari 2024 geldt de Omgevingswet. Bouwen zonder omgevingsvergunning of gebruik in strijd met het omgevingsplan wordt sindsdien op grond van die wet gehandhaafd.
Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet een bestuursorgaan bij een overtreding in de regel handhaven. Het mag daarvan alleen afzien bij concreet zicht op legalisatie, of als handhaving onevenredig is in verhouding tot de belangen die ermee zijn gediend. Een beroep op de hoge kosten van herstel slaagt zelden. Meer over dit kader leest u in ons artikel over bestuursrechtelijke handhaving en, voor ondernemers, over gemeentelijke handhaving bij bedrijfsactiviteiten.
De last moet gericht zijn aan de overtreder. Dat is degene die de overtreding pleegt of in staat is haar te beëindigen, zoals de eigenaar, de huurder of de gebruiker. U moet de last in feite en in rechte kunnen uitvoeren. Een huurder kan bijvoorbeeld niet zonder toestemming van de eigenaar een aanbouw slopen.
Wat moet er in het dwangsombesluit staan?
Het besluit moet precies zeggen wat u moet doen of laten, en binnen welke termijn. Dat volgt uit artikel 5:32a Awb. Een last die te vaag is, bijvoorbeeld omdat niet duidelijk is wat er precies weg moet, houdt bij de rechter vaak geen stand.
- De last omschrijft de herstelmaatregelen die u moet nemen (artikel 5:32a lid 1 Awb).
- Moet u iets doen, dan bevat het besluit een begunstigingstermijn waarin u kunt herstellen zonder te betalen (artikel 5:32a lid 2 Awb).
- De dwangsom is een bedrag ineens, of een bedrag per tijdseenheid of per overtreding. In de laatste twee gevallen noemt het besluit een maximum (artikel 5:32b leden 1 en 2 Awb).
- Het bedrag staat in redelijke verhouding tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom (artikel 5:32b lid 3 Awb).
De wet noemt geen vast bedrag. Veel gemeenten werken met een handhavingsbeleid met standaardbedragen. Het bedrag moet hoog genoeg zijn om u tot herstel te bewegen. De rechter toetst de hoogte terughoudend en laat uw persoonlijke draagkracht meestal buiten beschouwing, omdat u de dwangsom kunt voorkomen door de last uit te voeren.
Hoe lang moet de begunstigingstermijn zijn?
De wet noemt geen vaste duur. De termijn moet zo lang zijn als u objectief nodig hebt om de last uit te voeren, maar niet langer dan nodig om de overtreding te beëindigen. Een termijn die te kort is, kan in bezwaar of beroep worden verlengd of tot vernietiging van het besluit leiden.
Het weghalen van een reclamebord vraagt minder tijd dan het slopen van een aanbouw waarvoor u een aannemer nodig hebt. Moet u eerst een vergunning aanvragen, een huurovereenkomst beëindigen of een bedrijf verplaatsen, dan past een langere termijn. Een last om iets te laten, zoals een verboden gebruik staken, kan soms direct ingaan.
Haalt u de termijn niet terwijl u wel bezig bent, bijvoorbeeld omdat een aannemer uitvalt? Vraag dan vóór het einde van de termijn schriftelijk om verlenging. Voeg een offerte, een planning of bewijs van wat u al hebt gedaan toe. Het bestuursorgaan kan de termijn verlengen.
Wat zet u in uw zienswijze op het voornemen?
Voordat de last wordt opgelegd, krijgt u meestal een voornemen of vooraankondiging. U mag dan uw zienswijze geven, schriftelijk of mondeling (artikel 4:8 Awb). Alleen in uitzonderingsgevallen, zoals bij spoed, mag het bestuursorgaan dat overslaan (artikel 4:11 Awb). De termijn staat in de brief; vaak is dat twee weken.
- Zet onjuiste feiten recht. Vraag het rapport van de toezichthouder op als u dat niet hebt gekregen.
- Geef aan als u niet de overtreder bent, bijvoorbeeld omdat u geen eigenaar of gebruiker bent.
- Wijs op een lopende of mogelijke vergunningaanvraag: dat kan concreet zicht op legalisatie opleveren.
- Vraag om een langere begunstigingstermijn als de voorgestelde termijn niet haalbaar is.
- Voeg bewijs toe, zoals foto’s, tekeningen of een koopakte.
Een punt dat u niet in de zienswijze noemt, kunt u later in bezwaar nog aanvoeren. Toch helpt het om alles meteen te noemen. Het bestuursorgaan kan dan al bij het eerste besluit rekening houden met uw argumenten.
Hoe maakt u bezwaar tegen de last onder dwangsom?
U dient het bezwaarschrift in binnen zes weken. De termijn begint op de dag na de dag waarop het besluit is bekendgemaakt, dus na verzending of uitreiking, niet op het moment dat u de brief leest (artikelen 6:7 en 6:8 Awb). Een te laat bezwaar wordt in de regel niet-ontvankelijk verklaard, tenzij de overschrijding verschoonbaar is (artikel 6:11 Awb).
Het bezwaarschrift is ondertekend en bevat uw naam en adres, de datum, een omschrijving van het besluit en de gronden van het bezwaar (artikel 6:5 Awb). Voeg een kopie van het besluit toe. Per e-mail bezwaar maken kan alleen als het bestuursorgaan heeft bekendgemaakt dat dit mag (artikel 2:15 Awb). Veel gemeenten hebben een digitaal formulier met DigiD. Bewaar altijd een bewijs van verzending.
Hebt u nog geen tijd gehad om de gronden uit te werken, dan kunt u eerst een pro-formabezwaar indienen. U vraagt dan een termijn om de gronden aan te vullen. Zo blijft de termijn van zes weken bewaakt, ook als u nog met de gemeente overlegt.
In bezwaar heroverweegt het bestuursorgaan het besluit volledig. Meestal volgt een hoorzitting, vaak bij een onafhankelijke bezwaarcommissie. Het bestuursorgaan beslist binnen zes weken na afloop van de bezwaartermijn, of binnen twaalf weken als een bezwaarcommissie adviseert. Verdaging met zes weken is mogelijk (artikel 7:10 Awb). Een stappenplan vindt u in ons artikel over bezwaar en beroep in het bestuursrecht.
Op welke gronden kunt u de last aanvechten?
- Er is geen overtreding, of de overtreding was al beëindigd toen het besluit werd genomen.
- U bent niet de overtreder, of u kunt de last niet zelf uitvoeren.
- Er is concreet zicht op legalisatie, bijvoorbeeld omdat een vergunning kan worden verleend.
- De last is onduidelijk of de begunstigingstermijn is te kort (artikel 5:32a Awb).
- De dwangsom staat niet in verhouding tot het geschonden belang (artikel 5:32b lid 3 Awb).
- Er zijn formele gebreken, zoals een gebrekkige motivering of het niet horen van een belanghebbende.
Waarom loopt de dwangsom door tijdens uw bezwaar?
Bezwaar en beroep schorsen de werking van het besluit niet (artikel 6:16 Awb). Loopt de begunstigingstermijn af terwijl uw bezwaar nog loopt, dan verbeurt u gewoon dwangsommen. Wordt het besluit later herroepen, dan vervalt de grondslag voor die dwangsommen. Blijft het besluit in stand, dan blijven ze verschuldigd.
U kunt het bestuursorgaan eerst vragen om de begunstigingstermijn vrijwillig te verlengen tot na de beslissing op bezwaar. Leg zo’n toezegging altijd schriftelijk vast. Een mondelinge toezegging van een ambtenaar bindt de gemeente zelden.
Hoe werkt de voorlopige voorziening bij een dwangsom?
Weigert het bestuursorgaan, dan vraagt u de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Dat kan zodra u bezwaar hebt gemaakt (artikel 8:81 Awb). De rechter kijkt of er een spoedeisend belang is en maakt een voorlopige afweging van de rechtmatigheid en de belangen over en weer. Wacht niet te lang: u wilt een beslissing vóór het einde van de begunstigingstermijn. U betaalt griffierecht.
De voorzieningenrechter kan het besluit schorsen, maar ook de begunstigingstermijn verlengen. Zo deed de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak dat in een zaak tegen de gemeente Eersel over lasten onder dwangsom voor de opslag van afval en olievaten. Op 3 november 2021 handhaafde hij de eerder getroffen voorziening: de begunstigingstermijn bleef verlengd tot de uitspraak in de bodemzaak (ECLI:NL:RVS:2021:2417). Voor één last gold dat niet, omdat die overtreding al was beëindigd.
Welke termijnen gelden van voornemen tot hoger beroep?
Bij een last onder dwangsom volgen de termijnen elkaar snel op. Het overzicht hieronder volgt de Algemene wet bestuursrecht zoals die gold op 28 oktober 2026 (Awb op wetten.overheid.nl).
| Stap | Termijn | Grondslag |
|---|---|---|
| Zienswijze op het voornemen | Termijn uit de brief, vaak twee weken | Artikel 4:8 Awb |
| Bezwaar tegen de last | Zes weken na bekendmaking | Artikelen 6:7 en 6:8 Awb |
| Beslissing op bezwaar | Zes weken, of twaalf weken met bezwaarcommissie; verdaging met zes weken mogelijk | Artikel 7:10 Awb |
| Voorlopige voorziening | Zodra bezwaar is gemaakt, ruim vóór het einde van de begunstigingstermijn | Artikel 8:81 Awb |
| Beroep bij de rechtbank | Zes weken na de beslissing op bezwaar | Artikel 6:7 Awb |
| Hoger beroep bij de Raad van State | Zes weken na de uitspraak van de rechtbank | Artikel 6:7 Awb |
| Betaling van een verbeurde dwangsom | Zes weken na verbeurte | Artikel 5:33 Awb |
| Verjaring van de invordering | In beginsel één jaar na verbeurte | Artikel 5:35 Awb |
In beroep toetst de rechter het besluit aan de wet en aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het motiveringsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. De rechter kan het besluit vernietigen en soms zelf in de zaak voorzien, bijvoorbeeld door een langere begunstigingstermijn vast te stellen. Het verschil tussen de drie stappen leest u in ons artikel bezwaar, beroep of hoger beroep: wat is het verschil?
Wat gebeurt er als u de dwangsom verbeurt?
Bestaat de overtreding na de begunstigingstermijn nog, dan verbeurt u de dwangsom van rechtswege (artikel 5:33 Awb). Het bestuursorgaan hoeft daarvoor geen nieuw besluit te nemen. U moet het verbeurde bedrag binnen zes weken betalen.
Voor het innen neemt het bestuursorgaan een aparte beschikking tot invordering (artikel 5:37 Awb). Daartegen kunt u opnieuw binnen zes weken bezwaar maken. In die procedure gaat het niet meer om de vraag of de last terecht was. Dat had u tegen het lastbesluit zelf moeten aanvoeren. Wel kunt u betwisten dat u de dwangsom hebt verbeurd, bijvoorbeeld omdat u de overtreding op tijd had beëindigd. Bewaar daarom foto’s, facturen en correspondentie over het herstel.
Ook voor invordering geldt een beginselplicht. Alleen bijzondere omstandigheden rechtvaardigen dat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk afziet van invordering. Die lat ligt hoog. In een zaak uit Rijssen-Holten was een last onder dwangsom van € 20.000 opgelegd. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde op 10 april 2019 dat fouten van de makelaar en van een eerdere gemachtigde van de overtreder geen bijzondere omstandigheden waren. Een verkeerd genoemde termijn in het invorderingsbesluit was een verschrijving zonder gevolgen, omdat de termijn uit het lastbesluit gold (ECLI:NL:RVS:2019:1114).
Betaalt u niet, dan volgt een aanmaning (artikel 4:112 Awb) en daarna kan het bestuursorgaan een dwangbevel uitvaardigen. Een deurwaarder kan dan beslag leggen zonder dat het bestuursorgaan eerst naar de rechter hoeft. De kosten van aanmaning, dwangbevel en beslag komen voor uw rekening. Daarnaast kan het bestuursorgaan voor dezelfde overtreding alsnog bestuursdwang toepassen, maar niet terwijl de last onder dwangsom nog loopt.
Wanneer verjaart een verbeurde dwangsom?
De bevoegdheid om een verbeurde dwangsom in te vorderen verjaart in beginsel één jaar na de dag waarop de dwangsom is verbeurd (artikel 5:35 Awb). Dat is veel korter dan de vijf jaar voor andere geldschulden aan de overheid. De termijn kan langer worden, onder meer als het bestuursorgaan de verjaring stuit of als er een procedure tegen de last loopt. Bij een dwangsom per week begint de verjaring per verbeurde termijn te lopen. Laat de berekening altijd controleren voordat u betaalt.
Kan het bestuursorgaan de last opheffen, opschorten of verminderen?
Ja. Op uw verzoek kan het bestuursorgaan de last opheffen, de looptijd opschorten of de dwangsom verminderen als het voor u blijvend of tijdelijk, geheel of gedeeltelijk onmogelijk is om aan de last te voldoen (artikel 5:34 Awb). Denk aan een huurder die weigert te vertrekken, zodat u eerst een ontruimingsprocedure moet voeren.
Het bestuursorgaan kan de last ook opheffen als die ten minste een jaar van kracht is geweest zonder dat een dwangsom is verbeurd. Wordt de situatie gelegaliseerd met een vergunning, meld dat dan direct. Een verzoek op grond van artikel 5:34 Awb vervangt geen bezwaar: de termijn van zes weken blijft gelden.
Duurt de overtreding voort nadat het maximum is bereikt, dan kan het bestuursorgaan een nieuwe last onder dwangsom opleggen, vaak met een hoger bedrag, of overgaan tot bestuursdwang.
Wat als u juist wilt dat de gemeente handhaaft?
De beginselplicht tot handhaving werkt ook in uw voordeel als u last hebt van een overtreding, bijvoorbeeld als buurman. U kunt de gemeente schriftelijk om handhaving vragen. Een weigering om te handhaven is een besluit waartegen u bezwaar en beroep kunt instellen.
Beslist de gemeente niet op tijd op uw verzoek of uw bezwaar, dan kunt u haar schriftelijk in gebreke stellen. Twee weken na ontvangst van de ingebrekestelling verbeurt de gemeente een dwangsom aan u (artikel 4:17 Awb). U kunt daarnaast beroep instellen tegen het niet tijdig beslissen. Let op: voor beslissingen van de IND is deze dwangsom per 15 april 2025 afgeschaft.
| Dwangsom bij niet tijdig beslissen (artikel 4:17 lid 2 Awb, tekst geldend op 28 oktober 2026) | Bedrag per dag |
|---|---|
| Dag 1 tot en met 14 | € 23 |
| Dag 15 tot en met 28 | € 35 |
| Dag 29 tot en met 42 | € 45 |
| Maximum na 42 dagen | € 1.442 in totaal |
Bron: artikel 4:17 Algemene wet bestuursrecht op wetten.overheid.nl.
Wat doen wij bij een last onder dwangsom?
Onze advocaten bestuursrecht staan u bij van voornemen tot invordering.
- Wij stellen uw zienswijze op en wijzen op feitelijke onjuistheden en mogelijke legalisatie.
- Wij dienen binnen zes weken een bezwaarschrift in en treden op tijdens de hoorzitting.
- Wij vragen de gemeente om verlenging van de begunstigingstermijn en zo nodig de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
- Wij controleren een invorderingsbeschikking op verbeurte en verjaring.
Last onder dwangsom in vier punten
- Het besluit moet de herstelmaatregelen, een redelijke begunstigingstermijn en een maximumbedrag noemen (artikelen 5:32a en 5:32b Awb).
- Alleen een voorlopige voorziening of een toezegging van het bestuursorgaan houdt verbeurte tijdens het bezwaar tegen.
- Tegen de invorderingsbeschikking kunt u alleen nog aanvoeren dat u niet hebt verbeurd of dat er bijzondere omstandigheden zijn.
- Invordering verjaart in beginsel na één jaar, maar die termijn kan worden gestuit of verlengd.
Veelgestelde vragen
Wie betaalt de dwangsom als ik het pand verkoop?
Dwangsommen die u vóór de verkoop al hebt verbeurd, blijft u verschuldigd. Of de last na de verkoop ook voor de koper geldt, hangt af van het besluit en de omstandigheden. Informeer de koper en het bestuursorgaan vóór de levering bij de notaris.
Telt mijn financiële situatie mee voor de hoogte van de dwangsom?
Meestal niet. Volgens vaste rechtspraak speelt draagkracht bij de hoogte weinig rol, omdat u de dwangsom kunt voorkomen door de last uit te voeren (artikel 5:32b lid 3 Awb). Bij invordering kan een uitzonderlijke situatie soms wel een bijzondere omstandigheid opleveren.
Kan ik na een gemiste bezwaartermijn nog iets doen?
Alleen als de overschrijding verschoonbaar is (artikel 6:11 Awb). Daarnaast kunt u het bestuursorgaan om opheffing of vermindering vragen (artikel 5:34 Awb) en later bezwaar maken tegen een invorderingsbeschikking, maar dan op beperkte punten.