Ondernemen wacht niet op administratieve processen. Tussen het moment dat oprichters besluiten een besloten vennootschap te starten en de daadwerkelijke notariële oprichting, moeten er vaak al contracten worden gesloten. Denk aan het huren van een bedrijfspand, het aannemen van essentieel personeel of het inkopen van voorraden. Om te voorkomen dat het zakelijk verkeer in deze voorfase stilvalt, faciliteert het Nederlandse ondernemingsrecht het handelen namens een B.V. in oprichting.
Hoewel deze constructie een uitkomst biedt voor de handelssnelheid, brengt zij aanzienlijke juridische risico’s met zich mee. Veel oprichters en contractspartijen onderschatten de complexiteit van deze overgangsfase. De wetgever heeft een fijnmazig stelsel gecreëerd om de belangen van derden te beschermen, waarbij persoonlijke aansprakelijkheid van de oprichters en bestuurders altijd op de loer ligt.
Dit artikel biedt een gedetailleerde analyse van het juridische kader rondom de B.V. in oprichting. We behandelen de wettelijke verplichtingen, de nuances van bekrachtiging, de persoonlijke aansprakelijkheidsrisico’s en de belangrijkste lijnen uit de rechtspraak om zo een compleet beeld te schetsen voor de praktijk.
Juridische status van de B.V. i.o.
Om de mechanismen rondom de oprichtingsfase te doorgronden, moet allereerst de exacte juridische status van de entiteit worden vastgesteld. Een B.V. in oprichting bezit geen rechtspersoonlijkheid. Dit fundamentele gegeven betekent dat de beoogde vennootschap niet zelfstandig drager kan zijn van rechten en verplichtingen. De formele totstandkoming van de rechtspersoon vindt uitsluitend plaats op het moment dat aan de wettelijke vereisten is voldaan, waaronder de formele oprichting bij notariële akte zoals voorgeschreven door artikel 2:175 BW. Totdat de notaris de akte passeert, bestaat de vennootschap simpelweg niet.
Daarnaast stelt de wet strikte voorwaarden aan de inhoud van de statuten die in deze akte worden opgenomen. Op grond van artikel 2:177 BW moeten de naam, de statutaire zetel en het doel van de vennootschap nauwkeurig worden vastgelegd.
Binnen het oprichtingstraject is een scherp onderscheid nodig tussen de fase vóór de notariële akte en de fase daarna. In de eerste periode opereert men namens een nog niet bestaande entiteit. Zodra de akte is gepasseerd, ontstaat de rechtspersoon, maar start een nieuwe risicovolle fase totdat de inschrijving in het handelsregister volledig is afgerond. Beide periodes kennen hun eigen specifieke aansprakelijkheidsregimes, welke naadloos op elkaar aansluiten om schuldeisers te allen tijde bescherming te bieden.
Hoe start je een B.V. in oprichting: de praktische stappen
De route naar het voltooien van een besloten vennootschap oprichten begint met een concreet oprichtingsbesluit van de initiatiefnemers. Vanaf het moment dat zij de intentie hebben uitgesproken om de onderneming te starten, starten de voorbereidingen. Dit omvat het opstellen van de conceptstatuten, het bepalen van de aandelenverhoudingen en het aanwijzen van de eerste bestuurders. Vervolgens schakelen de oprichters een notaris in. De rol van de notaris is cruciaal, aangezien de notariële akte oprichting de daadwerkelijke geboorte van de rechtspersoon markeert. Tegenwoordig is dit proces aanzienlijk versneld; sinds de invoering van artikel 2:175a BW kan de oprichting ook via een elektronische notariële akte plaatsvinden, wat de doorlooptijd reduceert tot enkele dagen.
Vanaf het initiële besluit tot aan het passeren van de akte hebben de oprichters de mogelijkheid om te handelen namens de B.V. in oprichting. Hierbij geldt een strikte gedragsregel: zij moeten in alle externe communicatie, contracten en facturen onmiskenbaar duidelijk maken dat zij namens de nog op te richten vennootschap optreden. Dit gebeurt door consequent de toevoeging “in oprichting” of “i.o.” achter de beoogde statutaire naam te vermelden. Laat men dit na, dan ontstaat er juridische ambiguïteit over de vraag in welke hoedanigheid de rechtshandeling is verricht, wat vrijwel direct leidt tot persoonlijke binding van de handelende persoon aan de overeenkomst.
Een belangrijk element in dit proces is de kapitaalstorting. Sinds de introductie van de flex-BV in 2012 is het verplichte minimumkapitaal van achttienduizend euro afgeschaft. Desondanks vereist de wet nog steeds dat de statuten het maatschappelijk kapitaal vermelden en dat de uitgegeven aandelen bij oprichting worden volgestort, al is dit slechts voor een nominaal bedrag. Zodra de akte is verleden en de kapitaalvereisten zijn afgevinkt, rust op de kersverse bestuurders de plicht om de vennootschap per ommegaande in te schrijven in het handelsregister. In de dagelijkse praktijk varieert de periode tussen het eerste handelen als B.V. i.o. en de uiteindelijke inschrijving van een krappe week tot meerdere maanden. Gedurende deze gehele overgangsfase dragen de oprichters en bestuurders een aanzienlijke verantwoordelijkheid.
Rechtshandelingen vóór oprichting: het wettelijk kader van artikel 2:203 BW
Het verrichten van rechtshandelingen vóór oprichting is juridisch verankerd in een gesloten systeem. Centraal hierbij staat de eis van bekrachtiging. Rechtshandelingen die namens een op te richten besloten vennootschap zijn verricht, binden deze vennootschap pas wanneer zij deze na haar formele oprichting uitdrukkelijk of stilzwijgend bekrachtigt, conform artikel 2:203 BW. Tot het moment dat deze bekrachtiging rechtsgeldig heeft plaatsgevonden, zijn degenen die de handelingen hebben verricht hoofdelijk aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende verplichtingen.
Er bestaan twee vormen van bekrachtiging: uitdrukkelijk en stilzwijgend. Uitdrukkelijke bekrachtiging van een rechtshandeling vindt plaats middels een schriftelijke verklaring van de B.V. aan de contractspartij, waarin zij aangeeft de rechten en plichten uit de voorfase over te nemen. Stilzwijgende bekrachtiging vloeit voort uit het feitelijk handelen van de nieuwe rechtspersoon. Denk hierbij aan het betalen van in de i.o.-fase verstuurd facturen, het feitelijk in gebruik nemen van een gehuurd pand, of het uitvoeren van overeengekomen diensten.
De Hoge Raad heeft in 2017 geoordeeld dat bekrachtiging een tot de wederpartij gerichte verklaring of gedraging vereist die deze partij daadwerkelijk moet hebben bereikt. Interne bestuursbesluiten of handelingen die uitsluitend binnen de muren van de B.V. plaatsvinden, sorteren geen effect richting de contractspartij. De wederpartij moet objectief kunnen vaststellen dat de opgerichte rechtspersoon de contractuele relatie erkent en overneemt.
Aansprakelijkheid van de handelende persoon
De hoofdregel bij het handelen namens een B.V. i.o. is helder: de handelende persoon is persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk totdat de vennootschap de handeling bekrachtigt. Deze aansprakelijkheid B.V. i.o. dient als beschermingsmechanisme voor het handelsverkeer.
Wanneer de geplande vennootschap om welke reden dan ook nooit wordt opgericht, treedt er logischerwijs nooit bekrachtiging op. In dat scenario blijft de volledige aansprakelijkheid permanent en onherroepelijk rusten bij de personen die namens de fictieve entiteit hebben gehandeld. Een ander complex scenario doet zich voor wanneer er weliswaar een B.V. wordt opgericht, maar deze wezenlijk afwijkt van het oorspronkelijke plan. Bekrachtiging door een vennootschap is slechts geldig indien er sprake is van “voldoende identiteit” tussen de beoogde B.V. en de daadwerkelijk opgerichte B.V. Rechters toetsen dit aan de hand van de gekozen naam, de doelomschrijving in de statuten, de aandeelhoudersstructuur en het geïnstalleerde bestuur. Ontbreekt deze identiteit, dan heeft de bekrachtiging geen juridische werking en blijft de handelende persoon in privé aansprakelijk.
Bovendien is bekrachtiging geen absolute vrijbrief. Zelfs nadat de B.V. een overeenkomst rechtsgeldig heeft bekrachtigd, kan de handelende persoon persoonlijk aansprakelijk worden gehouden onder de zogeheten Beklamel-norm, verankerd in artikel 2:203 lid 3 BW. Deze norm bepaalt dat de handelende persoon hoofdelijk verbonden blijft indien hij bij de bekrachtiging wist of redelijkerwijs behoorde te weten dat de B.V. haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen. Gaat de vennootschap binnen een jaar na oprichting failliet, dan vestigt de wet zelfs een bewijsmoeden dat de handelende persoon deze wetenschap bezat. Dit verzwaarde regime dwingt oprichters tot een realistische inschatting van de financiële draagkracht van hun nieuwe onderneming.
Inschrijving in het handelsregister: artikel 2:180 BW
Naast het bekrachtigingsvereiste kent de wet een tweede aansprakelijkheidsluik. Zodra de notariële akte is verleden, bestaat de B.V. weliswaar, maar moet zij zich nog inschrijven en de akte deponeren. Artikel 2:180 BW dicteert dat de handelsregister inschrijving B.V. een harde verplichting is voor de bestuurders.
Totdat aan deze formele registratieplicht is voldaan, is iedere bestuurder naast de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk voor elke rechtshandeling die in deze specifieke periode namens de B.V. wordt verricht. De hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurder onder dit artikel is zeer strikt. Het betreft een risicoaansprakelijkheid waarbij het niet relevant is of de contracterende derde op de hoogte was van de gebrekkige inschrijving. Het loutere feit dat de registratie ontbreekt, volstaat om de bestuurder in privé aan te spreken. Dit onderstreept het cruciale belang van een onmiddellijke afhandeling van de KVK-inschrijving direct na het verlaten van het notariskantoor.
Contractuele uitsluiting van aansprakelijkheid
Ondernemers proberen regelmatig de persoonlijke risico’s van de oprichtingsfase in te perken. De wetgever biedt hiervoor een opening in artikel 2:203 lid 2 BW. Partijen kunnen de hoofdelijke aansprakelijkheid van de handelende persoon uitsluiten, mits dit uitdrukkelijk is bedongen.
De term “uitdrukkelijk” wordt in de jurisprudentie zeer strikt uitgelegd. Een vage exoneratieclausule of een algemene verwijzing naar de i.o.-status is onvoldoende. De overeenkomst moet ondubbelzinnig vermelden dat de contractspartij afziet van haar recht om de handelende persoon privé aan te spreken, ook indien de B.V. niet wordt opgericht of bekrachtiging uitblijft. Echter, deze contractuele vrijheid kent een harde grens: een dergelijk uitsluitingsbeding biedt geen bescherming tegen de Beklamel-norm. Zelfs met een waterdicht beding blijft de oprichter aansprakelijk als hij structureel onvermogen van de vennootschap voorzag of had moeten voorzien.
Bij het opstellen van contracten in de oprichtingsfase is de positionering van dergelijke bedingen cruciaal. Vaak wordt een exoneratie gecombineerd met een gedetailleerde bekrachtigingsclausule, waarin exact staat omschreven binnen welke termijn en onder welke voorwaarden de vennootschap de overeenkomst formeel zal overnemen.
Risico’s voor de wederpartij
Voor leveranciers, verhuurders en dienstverleners brengt het contracteren met een entiteit in oprichting specifieke gevaren mee. Het primaire risico is uiteraard het afketsen van de daadwerkelijke oprichting. De wederpartij staat dan tegenover een natuurlijk persoon wiens privévermogen mogelijk volstrekt onvoldoende is om de contractuele verplichtingen na te komen of schade te vergoeden.
Daarnaast bestaat het risico van ratificatie door een afwijkende entiteit. Indien een compleet andere B.V. de overeenkomst bekrachtigt, kan de wederpartij plotseling gebonden zijn aan een partij met een zwakkere solvabiliteit of een ongewenste aandeelhoudersstructuur. De wederpartij heeft in dat geval het recht om zich tegen deze bekrachtiging te verzetten, met een beroep op het ontbreken van de vereiste materiële identiteit.
Het beoordelingskader voor deze situatie vertoont sterke gelijkenissen met artikel 3:69 BW, dat de bekrachtiging van onbevoegd verrichte rechtshandelingen reguleert. Om deze risico’s te mitigeren, is gedegen due diligence onmisbaar. Contractspartijen doen er verstandig aan het oprichtingsproces nauwlettend te monitoren, direct inzage in het handelsregister te eisen na de beoogde oprichtingsdatum, en altijd te sturen op een expliciete, schriftelijke bevestiging van de bekrachtiging door het nieuwe bestuur.
Jurisprudentie: belangrijkste lijnen
De Nederlandse rechters hebben de contouren van de B.V. in oprichting in de afgelopen decennia scherp afgebakend. Een dominante lijn in de rechtspraak is de uiterst strikte interpretatie van de bekrachtigingsvereisten. De Hoge Raad heeft herhaaldelijk geoordeeld dat de bescherming van de wederpartij voorop staat en dat bekrachtiging een actieve, externe handeling vergt. Stilzwijgen van de B.V. of louter interne administratieve verwerking kwalificeert nimmer als rechtsgeldige ratificatie.
Ten aanzien van de “voldoende identiteit” hanteren gerechtshoven een integrale beoordeling van de feitelijke omstandigheden. Daarbij wordt gekeken naar de economische realiteit in plaats van enkel de papieren werkelijkheid. Als een beoogde werkmaatschappij plotseling wordt opgericht als holding met een compleet ander risicoprofiel, wordt de identiteit afgewezen en blijft de handelende oprichter aansprakelijk.
Ook de toepassing van de Beklamel-norm bij B.V.’s i.o. levert een rijke stroom aan rechtspraak op. Bestuurders die verplichtingen aangaan terwijl de financiering van de nieuwe onderneming nog onzeker is, vallen vrijwel altijd onder deze norm. Tot slot zien we dat fouten of vertragingen bij de registratie kunnen leiden tot bredere aansprakelijkheidsclaims. Bestuurders die willens en wetens onjuiste informatie in het handelsregister laten opnemen, lopen naast de strikte sanctie van 2:180 BW ook het risico aangesproken te worden uit hoofde van onrechtmatige daad conform artikel 6:162 BW of wegens ernstig verwijtbaar handelen onder artikel 2:9 BW (onbehoorlijk bestuur).
Praktische aanbevelingen
Voor oprichters en hun adviseurs vereist de i.o.-fase extreme precisie. Accepteer geen mondelinge afspraken waarbij de hoedanigheid onbenoemd blijft. Documenteer vanaf de eerste interactie uitdrukkelijk dat u optreedt namens de vennootschap in oprichting, en voer dit door in e-mails, intentieverklaringen en voorlopige contracten.
Zorg dat pre-incorporatie overeenkomsten standaard een bekrachtigingsclausule bevatten. Deze clausule dwingt een heldere overdracht van verplichtingen af zodra de notariële inkt droog is. Streef er tevens naar de tijdspanne tussen het eerste zakelijke handelen en de formele oprichting te minimaliseren. Maak hierbij proactief gebruik van de elektronische notariële akte om de inschrijving te bespoedigen en zo het risicovenster te sluiten.
Wacht na de oprichting niet af op stilzwijgende acceptatie door de wederpartij, maar stuur onmiddellijk een formele schriftelijke bevestiging van bekrachtiging. Mocht u de behoefte hebben om persoonlijke risico’s contractueel af te bakenen, gebruik dan uitsluitend ondubbelzinnige en specifieke uitsluitingsbedingen. Bovenal geldt: maak een objectieve, kritische inschatting van de liquiditeit van de beoogde B.V. voordat u langlopende verplichtingen aangaat, om toetsing aan de zware normen voor bestuurdersaansprakelijkheid te voorkomen.
Conclusie
De systematiek van de B.V. in oprichting vormt een zorgvuldig uitgebalanceerd compromis tussen commerciële voortvarendheid en juridische rechtszekerheid. Het faciliteert ondernemerschap in de opstartfase, maar legt het risico van falen of wanprestatie resoluut bij de oprichters en bestuurders totdat de rechtspersoon formeel bestaat en verplichtingen valide overneemt. Met gedegen voorbereiding, loepzuivere documentatie en vlotte afhandeling bij de notaris en de Kamer van Koophandel kunnen ondernemers dit mijnenveld echter veilig navigeren.
De advocaten van Law & More beschikken over diepgaande expertise in het ondernemingsrecht. Wij begeleiden ondernemers bij complexe oprichtingstrajecten, adviseren over het sluiten van pre-incorporatie overeenkomsten en bieden strategische procesbijstand bij vraagstukken omtrent bestuurdersaansprakelijkheid. Neem vandaag nog contact met ons op voor juridisch maatwerk.
Veelgestelde vragen over de B.V. in oprichting
Wat is een B.V. in oprichting precies?
Een B.V. in oprichting is een aanduiding voor een onderneming die zich in de overgangsfase bevindt tussen het besluit om op te richten en de daadwerkelijke uitvoering van de notariële akte. In deze fase heeft de onderneming nog geen rechtspersoonlijkheid en kan zij niet zelfstandig rechten of plichten dragen. Rechtshandelingen die in deze periode worden verricht, binden de handelende persoon persoonlijk totdat de nieuw opgerichte vennootschap deze verplichtingen formeel overneemt.
Hoe start ik een B.V. in oprichting?
De oprichting start met het formele besluit van de initiatiefnemers om een besloten vennootschap te vormen en het inschakelen van een notaris voor het opstellen van de statuten. Vanaf dat besluitmoment kunnen de oprichters zakelijke handelingen verrichten voor de toekomstige onderneming. Het is daarbij absoluut noodzakelijk om bij elke overeenkomst, factuur of externe communicatie consequent de toevoeging “in oprichting” of “i.o.” achter de beoogde naam te vermelden. Hiermee wordt de contractspartij geïnformeerd over de juridische status.
Kan ik al contracten sluiten namens een B.V. i.o.?
Ja, u kunt rechtsgeldig contracten sluiten namens de vennootschap in de voorfase, maar hier zijn strikte voorwaarden aan verbonden. U moet de wederpartij expliciet duidelijk maken dat u handelt namens een nog op te richten entiteit. Totdat de vennootschap na haar daadwerkelijke oprichting het gesloten contract bekrachtigt, bent u persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk voor de nakoming van de gemaakte afspraken.
Wat gebeurt er als de B.V. nooit wordt opgericht?
Indien het oprichtingstraject spaak loopt en de besloten vennootschap nimmer bij notariële akte tot stand komt, kan bekrachtiging logischerwijs niet plaatsvinden. Dit heeft tot gevolg dat de volledige en permanente aansprakelijkheid voor alle in de i.o.-fase aangegane verplichtingen bij de handelende persoon blijft rusten. De contracterende wederpartij kan in dit scenario uitsluitend het privévermogen van deze handelende persoon aanspreken voor nakoming of schadevergoeding.
Hoe werkt bekrachtiging en moet dat schriftelijk?
Bekrachtiging is de juridische handeling waarmee de formele rechtspersoon de contracten uit de oprichtingsfase overneemt, wat zowel uitdrukkelijk als stilzwijgend kan gebeuren. Hoewel stilzwijgende bekrachtiging door uitvoering van het contract is toegestaan, vereist de rechtspraak dat de handeling de wederpartij objectief en aantoonbaar bereikt. Om latere bewijsproblemen omtrent de aansprakelijkheid uit te sluiten, wordt een uitdrukkelijke, schriftelijke bekrachtigingsverklaring aan de contractspartij ten zeerste aangeraden.
Ben ik persoonlijk aansprakelijk als de B.V. na oprichting haar verplichtingen niet nakomt?
Zelfs na een geldige bekrachtiging kunt u persoonlijk aansprakelijk blijven op grond van de Beklamel-norm, vastgelegd in artikel 2:203 lid 3 BW. Deze norm treedt in werking als u tijdens het aangaan of bekrachtigen van de verplichting wist of redelijkerwijs behoorde te weten dat de B.V. niet aan haar financiële verplichtingen zou kunnen voldoen. Bij een faillissement binnen één jaar na de oprichting gaat de rechter er wettelijk van uit dat u deze wetenschap bezat.
Kan ik mijn persoonlijke aansprakelijkheid contractueel uitsluiten?
Op grond van artikel 2:203 lid 2 BW is het mogelijk om persoonlijke aansprakelijkheid contractueel uit te sluiten, maar uitsluitend indien dit zeer expliciet en ondubbelzinnig met de wederpartij is overeengekomen. Een algemene verwijzing volstaat niet; de exoneratieclausule moet maatwerk zijn. Deze uitsluiting biedt echter geen reddingsboei tegen de zware Beklamel-norm, waardoor aansprakelijkheid wegens voorziene betalingsonmacht in stand blijft.
Hoe snel moet ik de B.V. inschrijven in het handelsregister?
De bestuurders zijn wettelijk verplicht om de vennootschap onmiddellijk na het passeren van de notariële akte in te schrijven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Gedurende de tijd dat deze inschrijving niet compleet is, vallen alle bestuurders onder een aanvullend en streng regime van hoofdelijke aansprakelijkheid ingevolge artikel 2:180 BW. Om onnodige blootstelling aan risico’s te vermijden, dient deze registratie binnen enkele dagen na oprichting afgerond te zijn.
Wat moet ik vermelden op contracten en facturen als ik handel namens een B.V. i.o.?
U moet op alle juridische en commerciële documenten de volledige beoogde statutaire naam vermelden, direct gevolgd door de toevoeging “in oprichting” of de afkorting “i.o.”. Deze aanduiding is essentieel voor de transparantie richting de wederpartij en vormt het fundament voor een succesvolle bekrachtiging achteraf. Ontbreekt deze aanduiding, dan kan de wederpartij stellen dat zij uitsluitend met u in privé handelde, waardoor u niet kunt profiteren van de bekrachtigingsregeling.
Kan een andere B.V. dan oorspronkelijk bedoeld de overeenkomst bekrachtigen?
Bekrachtiging door een afwijkende vennootschap is slechts juridisch geldig indien zij voldoet aan de doctrine van “voldoende identiteit”. De rechter toetst of de nieuwe B.V. op wezenlijke punten zoals bedrijfsdoel, aandeelhoudersstructuur, naam en bestuur overeenkomt met de intenties op het moment van contracteren. Voldoet de entiteit niet aan deze vereisten, dan is de bekrachtiging nietig en blijft de oorspronkelijk handelende persoon volledig in privé aansprakelijk voor de verbintenis.