facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl

Afspraak

Law & More Logo

Een smal pad door een kaal herfstbos met gevallen bladeren, zacht grijs licht en een half open houten hek aan het einde

De wetgever heeft in 2020 de duur van partneralimentatie stevig ingeperkt. In de meeste gevallen geldt nu een maximum van vijf jaar. Dat uitgangspunt past bij de gedachte dat ex-partners na verloop van tijd financieel zelfstandig worden. Maar de werkelijkheid is weerbarstiger. Niet iedereen kan na een lang huwelijk, jaren van zorgtaken of door gezondheidsklachten zomaar volledig in het eigen levensonderhoud voorzien.

Voor die situaties heeft de wetgever een veiligheidsventiel ingebouwd: de hardheidsclausule. Dit artikel legt uit wanneer u een beroep kunt doen op deze clausule, wat de rechter verwacht van degene die om verlenging vraagt, en waar de harde grenzen liggen.

Wat is de hardheidsclausule?

De hardheidsclausule is geregeld in artikel 1:157 lid 7 BW. Deze bepaling maakt het mogelijk dat de rechter, op verzoek van de alimentatiegerechtigde, na afloop van de wettelijke alimentatietermijn alsnog een – eventueel tijdelijke – verlenging vaststelt. De voorwaarde is dat ongewijzigde beëindiging van de alimentatie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet kan worden gevergd.

Het gaat hier om een uitzonderingsbepaling. De hardheidsclausule is niet bedoeld als standaard exit voor iedereen die de eindstreep van de alimentatietermijn nadert, maar als vangnet voor schrijnende gevallen. Die afbakening is bewust: de wet wil financieelé zelfstandigheid stimuleren, niet verzekeren dat alimentatie onbeperkt voortduurt.

Het verzoek: termijn en timing

Een eerste en harde voorwaarde is de indieningstermijn. Het verzoek tot verlenging moet worden ingediend binnen drie maanden na het eindigen van de alimentatieverplichting. Dit is een vervaltermijn: wie deze termijn mist, is niet-ontvankelijk en heeft geen recht meer op verlenging. De Hoge Raad heeft bevestigd dat verlenging ook niet bij de eerste vaststelling van de alimentatie kan worden gevraagd; dat kan pas in het zicht van het einde van de lopende termijn (ECLI:NL:PHR:2024:1152; ECLI:NL:HR:2025:751)

In de praktijk betekent dit dat u tijdig moet anticiperen. Wie wacht tot de alimentatie al is gestopt, is te laat als de drie maanden zijn verstreken.

Wat moet u aantonen?

Bijzondere omstandigheden

De rechtspraak stelt strenge eisen aan een succesvol beroep op de hardheidsclausule. Louter stellen dat u weinig verdient of dat u het financieel moeilijk heeft, is onvoldoende. U moet aantonen dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die rechtstreeks verband houden met het huwelijk. De Hoge Raad heeft dit al vroeg vastgelegd (ECLI:NL:HR:2009:BJ7004): alleen omstandigheden die een voortzetting van de alimentatie daadwerkelijk rechtvaardigen, kunnen leiden tot verlenging.

Voorbeelden van omstandigheden die door de rechter zijn erkend als bijzonder in de zin van de hardheidsclausule zijn: langdurige gezondheidsproblemen die tijdens of door het huwelijk zijn ontstaan, een situatie waarbij de alimentatiegerechtigde jarenlang de zorg op zich heeft genomen voor een gehandicapt kind, of een combinatie van leeftijd en een ernstig verstoorde arbeidsmarktpositie die direct verband houdt met de rolverdeling tijdens het huwelijk (ECLI:NL:GHAMS:2024:460)

Het causaal verband met het huwelijk

Een centraal element in elke toetsing van de hardheidsclausule is het causaal verband. De beperkte verdiencapaciteit moet het directe gevolg zijn van keuzes of omstandigheden tijdens het huwelijk, niet van factoren die losstaan van de relatie. De rechter kijkt kritisch naar het uitgavenpatroon tijdens het huwelijk, de taakverdeling die partijen destijds hebben gemaakt, het arbeidsverleden van de alimentatiegerechtigde en de vraag of de huidige situatie redelijkerwijs aan het huwelijk kan worden toegerekend (ECLI:NL:HR:2018:695; ECLI:NL:GHARL:2025:7924)

De inspanningsverplichting

Even belangrijk als het causaal verband is de vraag of u zich voldoende heeft ingespannen om financieel zelfstandig te worden. De rechter verwacht een actieve houding: sollicitatiepogingen, gevolgde scholing of omscholing, re-integratietrajecten. Wie na de scheiding weinig heeft ondernomen om een eigen inkomen op te bouwen, wordt door de rechter hard afgerekend op die passiviteit.

Uit de rechtspraak blijkt dat eigen keuzes – zoals het volgen van een voltijdsstudie na de scheiding of onvoldoende sollicitatie-inspanningen – doorgaans niet als bijzondere omstandigheid worden aangemerkt en voor eigen rekening komen (ECLI:NL:GHAMS:2024:460; ECLI:NL:HR:2018:695). Alleen als ondanks serieuze en aantoonbare inspanningen de situatie niet verbetert, en dat aantoonbaar zijn oorzaak heeft in het huwelijk, maakt u kans.

Welke bewijsstukken heeft u nodig?

De bewijslast rust volledig op de alimentatiegerechtigde. U moet uw stellingen onderbouwen met concrete stukken. Daarvoor kunt u denken aan: een huwelijksakte en documenten over de taakverdeling tijdens het huwelijk, uw arbeidsverleden en eventueel bewijs van onderbreking daarvan ten behoeve van zorgtaken, medische rapportages en verklaringen van behandelaars als u gezondheidsklachten aanvoert, sollicitatiebrieven en afwijzingen die uw herintredingsinspanningen documenteren, bewijs van gevolgde scholing of re-integratietrajecten, en een actueel overzicht van uw inkomen en vermogen.

Ontbreekt de medische onderbouwing terwijl u gezondheidsproblemen aanvoert, dan wordt het verzoek doorgaans afgewezen. De rechter verlangt objectief vastgestelde beperkingen, niet slechts subjectieve klachten (ECLI:NL:RBMNE:2025:6800)

Tijdelijke verlenging en periodieke herbeoordeling

Als de rechter het verzoek honoreert, kan hij kiezen voor een tijdelijke verlenging in plaats van een onbepaalde. Dat past bij de gedachte dat de situatie kan veranderen: herstel is mogelijk, zorgtaken kunnen afnemen, en de rechter wil voorkomen dat alimentatie structureel wordt terwijl dat niet nodig is. In sommige gevallen verbindt de rechter aan de tijdelijke verlenging voorwaarden, zoals de verplichting om re-integratieactiviteiten te ondernemen en daarover te rapporteren (ECLI:NL:RBOVE:2025:5342; ECLI:NL:RBDHA:2025:18251)

Verandert de situatie vóór het einde van de verlengde termijn – door herstel of door een wijziging in de zorgsituatie – dan kan de alimentatieplichtige een verzoek tot tussentijdse beëindiging indienen. Ook hier geldt dat de stelplicht en bewijslast bij de verzoekende partij liggen.

Heeft u vragen over uw situatie?

Overweegt u een beroep op de hardheidsclausule, of vreest u dat uw alimentatieverplichtingen worden verlengd? De familierechtadvocaten van Law & More adviseren beide partijen en helpen u uw positie scherp in beeld te krijgen. Neem contact op via lawandmore.nl.

Dit artikel heeft een informatief karakter en is niet bedoeld als juridisch advies op maat. Voor advies over uw specifieke situatie kunt u contact opnemen met Law & More B.V.

Relevante wetgeving: art. 1:157 BW (lid 7) • art. 1:401 BW • art. 150 Rv • art. 152 Rv

Privacy Settings
We use cookies to enhance your experience while using our website. If you are using our Services via a browser you can restrict, block or remove cookies through your web browser settings. We also use content and scripts from third parties that may use tracking technologies. You can selectively provide your consent below to allow such third party embeds. For complete information about the cookies we use, data we collect and how we process them, please check our Privacy Policy
Youtube
Consent to display content from - Youtube
Vimeo
Consent to display content from - Vimeo
Google Maps
Consent to display content from - Google
Spotify
Consent to display content from - Spotify
Sound Cloud
Consent to display content from - Sound

facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl