facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl

Afspraak

Law & More Logo

Medeplichtigheid is een begrip dat veel vragen oproept in het strafrecht.

Iemand is medeplichtig wanneer hij opzettelijk behulpzaam is bij het plegen van een misdrijf of opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft voor het plegen van dat misdrijf.

Dit betekent dat ook zonder direct deel te nemen aan de daadwerkelijke uitvoering van een strafbaar feit, iemand alsnog strafbaar kan zijn.

Drie professionals in een kantoorruimte hebben een serieus gesprek rond een tafel met documenten.

De grens tussen medeplichtigheid en andere vormen van deelneming aan strafbare feiten is niet altijd duidelijk.

Het Nederlandse strafrecht maakt onderscheid tussen verschillende rollen die iemand kan spelen bij een misdrijf.

De specifieke omstandigheden van elke situatie bepalen of er sprake is van medeplichtigheid of andere vormen van betrokkenheid.

Het is belangrijk te begrijpen dat medeplichtigheid alleen geldt voor misdrijven, niet voor overtredingen.

De straffen voor medeplichtigheid zijn doorgaans lager dan die voor de hoofddader, maar de juridische gevolgen kunnen nog steeds aanzienlijk zijn.

Wat betekent medeplichtigheid?

Drie mensen in een kantoor voeren een serieus gesprek over juridische zaken.

Medeplichtigheid houdt in dat iemand opzettelijk behulpzaam is bij een misdrijf dat door een ander wordt gepleegd.

Het Wetboek van Strafrecht maakt onderscheid tussen verschillende vormen van hulp verlenen en kent medeplichtigheid een lager strafmaximum toe dan medeplegen.

Definitie volgens het Wetboek van Strafrecht

Artikel 48 van het Wetboek van Strafrecht definieert medeplichtigheid duidelijk.

Als medeplichtigen van een misdrijf worden gestraft:

1. Gelijktijdige medeplichtigheid:

  • Personen die opzettelijk behulpzaam zijn bij het plegen van het misdrijf

2. Voorafgaande medeplichtigheid:

  • Personen die opzettelijk gelegenheid verschaffen tot het plegen van het misdrijf
  • Personen die opzettelijk middelen verschaffen tot het plegen van het misdrijf
  • Personen die opzettelijk inlichtingen verschaffen tot het plegen van het misdrijf

Voor medeplichtigheid geldt dubbel opzet.

Dit betekent dat de persoon opzet moet hebben op de hulp die hij verleent.

Ook moet hij weten dat hij een misdrijf ondersteunt.

Medeplichtigheid is alleen strafbaar bij misdrijven.

Bij overtredingen kan geen sprake zijn van medeplichtigheid.

Verschil tussen medeplichtigheid en medeplegen

Het hoofdverschil ligt in de rol die iemand speelt bij het strafbare feit.

Bij medeplichtigheid is de rol beperkt tot het bevorderen of vergemakkelijken van een door een ander begaan misdrijf.

Medeplegen kenmerkt zich door:

  • Bewuste samenwerking tussen daders
  • Gezamenlijke uitvoering van het delict
  • Gelijkwaardige rollen bij het plegen

Medeplichtigheid kenmerkt zich door:

  • Ondergeschikte rol ten opzichte van de hoofddader
  • Beperkte bijdrage aan het delict
  • Hulp bij of voorbereiding van het misdrijf

Het strafmaximum bij medeplichtigheid wordt met één derde verminderd.

Medeplegen levert vaak juist een strafverzwarende omstandigheid op.

Voorbeelden van medeplichtigheid

Voorafgaande medeplichtigheid komt voor wanneer iemand van tevoren hulp biedt.

Dit kan zijn het verstrekken van een sleutel voor een inbraak of het doorgeven van informatie over beveiligingsmaatregelen.

Gelijktijdige medeplichtigheid gebeurt tijdens het misdrijf.

Voorbeelden zijn het uitkijken tijdens een diefstal of het afleiden van een slachtoffer tijdens een beroving.

Praktijkvoorbeelden:

  • De uitkijk houden tijdens een inbraak
  • Gestolen goederen tijdelijk opslaan
  • Valse informatie verstrekken aan de politie
  • Wapens of gereedschap leveren voor een misdrijf

De precieze uitvoering van het misdrijf hoeft de medeplichtige niet te kennen.

Een meer algemene kennis van het delict volstaat voor strafbaarheid.

Wanneer ben je medeplichtig aan een strafbaar feit?

Een advocaat bespreekt een juridische zaak met twee cliënten aan een tafel in een kantoor.

Medeplichtigheid ontstaat wanneer iemand opzettelijk helpt bij het plegen van een misdrijf of opzettelijk middelen verschaft voor het delict.

De wet vereist dubbele opzet: bewustheid van de hulp én kennis dat het om een strafbaar feit gaat.

Opzettelijk behulpzaam zijn bij een misdrijf

Een medeplichtige verleent opzettelijk hulp tijdens het plegen van een misdrijf.

Deze hulp kan actief of passief zijn.

Voorbeelden van opzettelijke hulp:

  • De vluchtauto besturen na een overval
  • Uitkijk houden tijdens een inbraak
  • Slachtoffers afleiden zodat de dader kan handelen
  • Directe assistentie bieden bij de uitvoering

De hulp hoeft niet fysiek aanwezig te zijn op de plaats van het misdrijf.

Het kan ook vooraf of op afstand gebeuren.

Belangrijk: De medeplichtige moet weten dat zijn handelingen bijdragen aan het strafbaar feit.

Onbewuste hulp maakt iemand niet medeplichtig.

Verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen

Medeplichtigheid kan ook bestaan uit het verschaffen van hulpmiddelen die het misdrijf mogelijk maken.

Dit gebeurt vaak voorafgaand aan het delict.

Gelegenheid verschaffen betekent:

  • Een locatie beschikbaar stellen
  • Toegang verlenen tot een gebouw
  • Tijdstip en omstandigheden creëren

Middelen verstrekken omvat:

  • Gereedschap voor inbraak leveren
  • Wapens ter beschikking stellen
  • Transportmiddelen regelen
  • Financiële middelen verstrekken

Inlichtingen verschaffen houdt in:

  • Informatie over slachtoffers geven
  • Veiligheidsmaatregelen doorspelen
  • Tijdstippen en routines meedelen
  • Toegangscodes verstrekken

Vereiste dubbele opzet en bewustheid

Voor medeplichtigheid geldt het vereiste van dubbele opzet.

Dit betekent dat twee elementen aanwezig moeten zijn.

Eerste opzet: De medeplichtige moet opzettelijk handelen.

Hij moet bewust zijn van zijn eigen gedrag en de gevolgen daarvan.

Tweede opzet: De medeplichtige moet weten dat zijn handelingen bijdragen aan een misdrijf.

Hij hoeft niet alle details van het strafbaar feit te kennen.

Bewustheidsvereiste:

  • Kennis dat er een delict wordt gepleegd
  • Besef dat eigen handelingen het misdrijf bevorderen
  • Geen vereiste van exacte kennis van de delictsomschrijving

Zonder deze dubbele opzet kan iemand niet als medeplichtige worden veroordeeld.

De rechter moet beide elementen kunnen bewijzen.

De rol en grenzen van medeplichtigheid

De rol van een medeplichtige heeft duidelijke grenzen in het strafrecht.

De mate van betrokkenheid bepaalt of iemand medeplichtig is, en er bestaan specifieke beperkingen voor wat wel en niet onder medeplichtigheid valt.

Taakverdeling en mate van betrokkenheid

Bij medeplichtigheid speelt de medeplichtige altijd een ondergeschikte rol. Deze persoon helpt de hoofddader, maar neemt niet de leiding.

De taakverdeling is duidelijk verschillend van medeplegen. Bij medeplegen zijn alle daders ongeveer gelijk betrokken.

Bij medeplichtigheid heeft één persoon de hoofdrol.

Voorbeelden van rollen:

  • Hoofddader: pleegt het misdrijf zelf
  • Medeplichtige: geeft informatie, leent gereedschap, of houdt de wacht

De mate van betrokkenheid blijft beperkt. Een medeplichtige voert niet zelf de belangrijkste handelingen uit.

Hij of zij ondersteunt alleen.

Het verschil in deelneming heeft gevolgen voor de straf. Medeplichtigen krijgen een lagere straf dan hoofddaders.

Beperkingen en uitzonderingen

Medeplichtigheid geldt alleen bij misdrijven, niet bij overtredingen. Dit is een belangrijke beperking in de wet.

De straf voor medeplichtigheid is altijd een derde lager dan voor de hoofddader. Dit staat in artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht.

Belangrijke beperkingen:

  • Alleen bij misdrijven strafbaar
  • Lagere strafmaat dan hoofddaders
  • Hulp moet opzettelijk zijn gegeven

Er moet altijd bewijs zijn van opzettelijke hulp. Toevallige hulp telt niet als medeplichtigheid.

De medeplichtige moet weten dat er een misdrijf wordt gepleegd. Onwetendheid kan een uitzondering vormen.

Nalatigheid en passieve medeplichtigheid

Nalaten om iets te doen is meestal geen medeplichtigheid. De wet vereist actieve hulp bij het misdrijf.

Passieve medeplichtigheid bestaat in beperkte gevallen. Dit gebeurt alleen als iemand een wettelijke plicht heeft om in te grijpen.

Voorbeelden van nalaten:

  • Niet waarschuwen van de politie
  • Niet ingrijpen bij een misdrijf
  • Zwijgen over geplande misdrijven

Deze vormen van nalaten zijn meestal niet strafbaar als medeplichtigheid. Er moet actieve hulp zijn.

Uitzonderingen bestaan voor mensen met een speciale positie. Ouders, leraren, of ambtenaren kunnen soms wel strafbaar zijn bij nalaten.

Medeplichtigheid volgens het Wetboek van Strafrecht

Het Wetboek van Strafrecht regelt medeplichtigheid in specifieke artikelen met duidelijke voorwaarden. De rechter beoordeelt elke zaak aan de hand van deze wettelijke kaders en vastgestelde criteria.

Relevante artikelen en regelgeving

Artikel 48 van het Wetboek van Strafrecht vormt de basis voor medeplichtigheid. Dit artikel stelt twee vormen van medeplichtigheid strafbaar:

  • Opzettelijk behulpzaam zijn bij het plegen van een misdrijf
  • Opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot het plegen van een misdrijf

Medeplichtigheid is alleen strafbaar bij misdrijven. Bij overtredingen kan niemand medeplichtig worden gestraft.

Artikel 49 regelt het strafmaximum voor medeplichtigheid. De maximale straf is een derde lager dan de strafbedreiging voor het voltooide misdrijf.

Het Wetboek onderscheidt twee soorten medeplichtigheid. Gelijktijdige medeplichtigheid vindt plaats tijdens het misdrijf.

Voorafgaande medeplichtigheid gebeurt voor het misdrijf wordt gepleegd.

Voor voorafgaande medeplichtigheid geldt een beperking. Alleen het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen is strafbaar.

Beoordeling door de rechter

De rechter moet dubbel opzet vaststellen bij medeplichtigheid. De verdachte moet opzet hebben gehad op de hulpverlening én op het hoofdmisdrijf.

Voor gelijktijdige medeplichtigheid speelt de vorm van behulpzaamheid geen rol. De rechter kijkt naar het opzet en de bijdrage aan het misdrijf.

Bij voorafgaande medeplichtigheid beoordeelt de rechter of de delictsomschrijving is vervuld. De hulp moet bestaan uit het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen.

De rechter weegt de ernst van de bijdrage mee bij de strafmaat.

Verschil tussen medeplichtigheid en medeplegen

Het verschil tussen medeplichtigheid en medeplegen zit vooral in de mate van betrokkenheid en het type samenwerking. Bij medeplegen werken mensen samen als gelijkwaardige daders, terwijl bij medeplichtigheid iemand een ondersteunende rol speelt.

Bewuste en nauwe samenwerking

Bij medeplegen is er altijd sprake van bewuste samenwerking tussen alle betrokkenen. Alle medeplegers weten van elkaar af en werken samen naar hetzelfde doel.

De samenwerking is nauw en intensief. Medeplegers bespreken vaak van tevoren wat ze gaan doen.

Ze verdelen taken en stemmen hun acties op elkaar af. Bij medeplichtigheid hoeft er geen nauwe samenwerking te zijn.

De medeplichtige kan zelfs onbewust van het hele plan zijn. Hij helpt bijvoorbeeld door informatie te geven of middelen te verschaffen.

De medeplichtige heeft vaak een ondergeschikte rol. Hij weet misschien wel dat er iets gebeurt, maar kent niet alle details van het plan.

Gezamenlijke uitvoering en daderschap

Medeplegen betekent dat mensen samen het misdrijf uitvoeren. Ze zijn allemaal dader in de juridische zin.

Elk persoon draagt aanzienlijk bij aan het misdrijf. De bijdrage van elke medepleger heeft veel gewicht.

Zonder deze persoon zou het misdrijf anders verlopen of misschien niet lukken. Bij medeplichtigheid voert de persoon het misdrijf niet zelf uit.

Hij helpt alleen maar. De medeplichtige is geen dader maar een helper.

De hulp kan bestaan uit het geven van informatie, het leveren van gereedschap, of het wegbrengen van gestolen spullen. Deze bijdrage is wel belangrijk, maar minder groot dan die van een medepleger.

Gevolgen en straffen bij medeplichtigheid

Bij medeplichtigheid krijg je een lagere straf dan de hoofddader. De wet bepaalt dat het strafmaximum met een derde wordt verminderd.

Strafmaat en strafmaximum

Het strafmaximum voor medeplichtigheid is altijd een derde lager dan de straf voor het hoofdmisdrijf. Dit staat vast in de wet.

Als het hoofdmisdrijf een maximumstraf van 6 jaar heeft, krijgt de medeplichtige maximaal 4 jaar. Bij een misdrijf met 12 jaar maximum wordt dit 8 jaar voor de medeplichtige.

Deze regel geldt voor alle vormen van medeplichtigheid. Het maakt niet uit of iemand vooraf heeft geholpen of tijdens het misdrijf aanwezig was.

Voorbeelden van strafvermindering:

  • Inbraak (4 jaar maximum) → Medeplichtige: 2 jaar en 8 maanden maximum
  • Diefstal met geweld (9 jaar maximum) → Medeplichtige: 6 jaar maximum
  • Opzettelijke mishandeling (3 jaar maximum) → Medeplichtige: 2 jaar maximum

De rechter kan altijd een lagere straf geven dan het wettelijke maximum. Het maximum geeft alleen de grens aan.

Invloed van omstandigheden op de straf

De rechter kijkt naar verschillende factoren bij het bepalen van de straf. De rol van de medeplichtige in het misdrijf speelt een grote rol.

Factoren die de straf kunnen verhogen:

  • Actieve betrokkenheid bij de planning
  • Verschaffen van wapens of gereedschap
  • Leidinggeven aan anderen
  • Financieel voordeel uit het misdrijf

Factoren die de straf kunnen verlagen:

  • Beperkte rol in het misdrijf
  • Geen voorkennis van alle details
  • Medewerking met politie en justitie
  • Eerste overtreding

De ernst van het hoofdmisdrijf bepaalt ook de strafmaat. Bij geweldsmisdrijven krijgen medeplichtigen vaak zwaardere straffen dan bij vermogensmisdrijven.

Rechters houden ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Leeftijd, gezinssituatie en werkgelegenheid kunnen invloed hebben op de straf.

Frequently Asked Questions

Medeplichtigheid vereist opzettelijke hulp bij een misdrijf. De strafmaat wordt met een derde verlaagd ten opzichte van de hoofddader.

Wat zijn de criteria voor medeplichtigheid in het strafrecht?

Artikel 48 van het Wetboek van Strafrecht stelt twee criteria voor medeplichtigheid.

De persoon moet opzettelijk behulpzaam zijn bij het plegen van het misdrijf.

Iemand kan ook medeplichtig zijn door opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen.

Deze hulp moet voorafgaand aan of tijdens het misdrijf plaatsvinden.

Medeplichtigheid geldt alleen bij misdrijven.

Bij overtredingen is medeplichtigheid niet strafbaar.

Hoe kan medeplichtigheid aan een misdrijf worden vastgesteld?

Het Openbaar Ministerie moet bewijzen dat de verdachte bewust heeft geholpen.

Dit kan door het aantonen van concrete handelingen die de hoofddader hebben ondersteund.

Voorbeelden zijn het besturen van een vluchtauto of het verstrekken van informatie over het slachtoffer.

Ook het verschaffen van werktuigen voor het misdrijf kan medeplichtigheid opleveren.

De rechtbank beoordeelt alle feiten en omstandigheden.

Aanwezigheid alleen is niet genoeg voor medeplichtigheid.

Op welke manieren kan iemand medeplichtig zijn aan een misdrijf?

Er bestaan twee hoofdvormen van medeplichtigheid.

Gelijktijdige medeplichtigheid betekent hulp tijdens het misdrijf.

Voorafgaande medeplichtigheid is hulp voor het misdrijf plaatsvindt.

Bij voorafgaande hulp gaat het alleen om het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen.

Bij gelijktijdige hulp maakt de vorm van behulpzaamheid niet uit.

Elke vorm van opzettelijke steun kan medeplichtigheid opleveren.

Welke gevolgen heeft het vaststellen van medeplichtigheid voor de strafmaat?

De maximale straf voor medeplichtigheid is een derde lager dan voor de hoofddader.

Dit staat in artikel 49 van het Wetboek van Strafrecht.

Een misdrijf met een maximumstraf van zes jaar levert voor de medeplichtige maximaal vier jaar op.

De rechter kan binnen dit maximum een passende straf opleggen.

De mate van betrokkenheid bepaalt de uiteindelijke straf.

Kan medeplichtigheid beperkt zijn tot bepaalde fasen van het misdrijf?

Medeplichtigheid kan zich voordoen in verschillende fasen.

Voorafgaande medeplichtigheid vindt plaats voor het eigenlijke misdrijf.

Gelijktijdige medeplichtigheid gebeurt tijdens de uitvoering van het misdrijf.

Hulp na het misdrijf valt meestal niet onder medeplichtigheid.

In hoeverre is voorwaardelijk opzet relevant bij de beoordeling van medeplichtigheid?

Medeplichtigheid vereist dubbel opzet van de verdachte.

De persoon moet opzet hebben op de eigen hulpverlening.

Daarnaast moet hij opzet hebben op het hoofddelict dat gepleegd wordt.

Voorwaardelijk opzet kan voldoende zijn voor beide vormen van opzet.

De medeplichtige hoeft niet alle details van het misdrijf te kennen.

Het is genoeg als hij weet dat hij helpt bij een strafbaar feit.

Privacy Settings
We use cookies to enhance your experience while using our website. If you are using our Services via a browser you can restrict, block or remove cookies through your web browser settings. We also use content and scripts from third parties that may use tracking technologies. You can selectively provide your consent below to allow such third party embeds. For complete information about the cookies we use, data we collect and how we process them, please check our Privacy Policy
Youtube
Consent to display content from - Youtube
Vimeo
Consent to display content from - Vimeo
Google Maps
Consent to display content from - Google
Spotify
Consent to display content from - Spotify
Sound Cloud
Consent to display content from - Sound

facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl