Na een veroordeling voor een misdrijf krijgen veel mensen een brief: je moet verplicht DNA afstaan. Zo’n oproep roept nogal wat vragen op over je rechten, plichten en wat er eigenlijk met je DNA gebeurt.
Veroordeelden voor misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is, moeten verplicht DNA afstaan aan de politie. Dat is sinds 2004 zo geregeld, vooral om recidive tegen te gaan en het oplossen van toekomstige misdrijven makkelijker te maken.
Negeer je de oproep, dan kan de politie je zelfs komen halen.
De regels rond DNA-afname zijn best ingewikkeld. Ze hangen af van het soort misdrijf, de straf die je kreeg en je persoonlijke situatie.
Van hoe het praktisch werkt tot bezwaar maken en hoe lang ze je DNA bewaren—er zit meer achter dan je misschien denkt.
Waarom is DNA-afname verplicht na een veroordeling?
De Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden verplicht mensen die zijn veroordeeld voor bepaalde misdrijven om DNA af te staan. Met deze wet wil de overheid nieuwe strafbare feiten voorkomen en de opsporing verbeteren.
Achtergrond van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden
De Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden bestaat sinds 16 september 2004. In 2024 zijn de regels aangescherpt.
Deze wet geldt voor mensen die zijn veroordeeld voor misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis mag worden opgelegd. Dus vooral bij zwaardere feiten.
Belangrijkste punten uit de wet:
- Celmateriaal wordt verplicht afgenomen na veroordeling
- Het DNA-profiel belandt in een speciale databank
- De officier van justitie geeft het bevel tot afname
- Meestal nemen ze wangslijm af
Ze nemen het DNA meestal kort na de veroordeling af. Ook als je in hoger beroep gaat, moet je alsnog DNA afstaan.
Doelstellingen van de wetgeving omtrent DNA-afname
De Wet DNA heeft drie hoofddoelen. Alles draait om een sterker strafrechtsysteem.
De wet wil:
- Voorkomen dat mensen opnieuw strafbare feiten plegen
- Opsporen van nieuwe misdrijven
- Vervolgen en berechten van daders
Ze gebruiken het DNA-profiel alleen voor deze doelen. Soms helpt het ook bij het identificeren van een lijk.
Door DNA-profielen te bewaren, kunnen ze sneller nieuwe misdrijven oplossen.
Het systeem werkt vrij simpel: ze vergelijken DNA-profielen. Als er DNA wordt gevonden op een plaats delict, checken ze of het overeenkomt met iemand uit de databank.
Belang voor opsporing en voorkoming van recidive
DNA-afname helpt echt bij het tegengaan van recidive—dus opnieuw de fout ingaan na een eerdere veroordeling.
Het DNA-profiel in de databank helpt bij de opsporing van nieuwe misdrijven. Vinden ze DNA op een plaats delict, dan kunnen ze dat meteen vergelijken.
Voordelen voor de opsporing:
- Ze identificeren sneller verdachten
- DNA levert bewijs voor een link met de plaats delict
- Ze lossen soms oude zaken alsnog op
De officier van justitie stuurt je een brief als jouw DNA-profiel matcht met ander DNA, maar alleen als het onderzoek dat toelaat.
Deze aanpak is bedoeld om nieuwe slachtoffers te voorkomen. Het schrikt potentiële daders hopelijk ook wat af.
Voor wie geldt de verplichting tot DNA-afname?
De verplichting tot DNA-afname geldt niet voor iedereen. Het hangt af van de straf die je kreeg en je leeftijd.
Welke straffen leiden tot verplichte DNA-afname?
DNA-afname is verplicht bij verschillende straffen volgens de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden. De wet geldt voor iedereen die is veroordeeld voor misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is.
Gevangenisstraf is de meest voorkomende reden. Het maakt niet uit hoe lang je moet zitten.
Taakstraffen vallen er ook onder, of het nu een werkstraf of een leerstraf is.
Andere straffen die DNA-afname verplicht maken:
- Tbs-maatregelen (met of zonder dwangverpleging)
- Jeugddetentie voor minderjarigen
- Plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel)
De officier van justitie kan besluiten geen DNA af te nemen als het onderzoek geen zin heeft voor toekomstige opsporing. Maar dat gebeurt bijna nooit.
Veroordelingen en strafbeschikking: overeenkomsten en verschillen
Zowel rechterlijke veroordelingen als strafbeschikkingen kunnen leiden tot verplichte DNA-afname. De wet maakt daar geen verschil in.
Bij een rechterlijke veroordeling doet de rechter uitspraak. Daarna geeft de officier van justitie het bevel voor DNA-afname.
Een strafbeschikking is een boete of taakstraf die de officier van justitie direct oplegt, dus zonder rechter. Ook dan geldt de DNA-verplichting als de straf aan de eisen voldoet.
Het maakt niet uit of je veroordeling definitief is. Ze kunnen het DNA al afnemen voordat alle beroepsmogelijkheden zijn benut.
De procedure is wel wat anders. Bij strafbeschikkingen regelt dezelfde officier van justitie de DNA-afname.
Toepassing bij minderjarigen en volwassenen
De wet geldt voor minderjarigen en volwassenen, maar de straffen verschillen. Minderjarigen vallen onder het jeugdstrafrecht.
Volwassenen moeten DNA afstaan bij alle straffen die in het Wetboek van Strafrecht staan. Denk aan gevangenisstraf, taakstraf en tbs-maatregelen.
Minderjarigen vallen onder de wet als ze:
- Jeugddetentie krijgen
- Een taakstraf opgelegd krijgen
- De PIJ-maatregel krijgen (Plaatsing in Inrichting voor Jeugdigen)
De leeftijd op het moment van veroordeling bepaalt welke regels gelden. Pleegde je als minderjarige een misdrijf maar word je als volwassene veroordeeld, dan gelden de regels voor volwassenen.
Voor beide groepen verloopt de DNA-afnameprocedure hetzelfde. Het Wetboek van Strafvordering beschrijft precies bij welke misdrijven DNA-afname verplicht is.
De praktische uitvoering van DNA-afname
DNA-afname bij veroordeelden volgt vaste regels. De politie neemt het celmateriaal af en stuurt het naar erkende laboratoria.
Hoe wordt celmateriaal afgenomen?
Ze nemen meestal met een wattenstaafje wat cellen af uit je mond. De agent wrijft het staafje simpelweg langs de binnenkant van je wang.
Het doet geen pijn en is zo gebeurd. Het staafje vangt genoeg cellen op voor een volledig DNA-profiel.
Heel soms gebruiken ze een andere methode. Dat doen ze alleen als er echt een geldige reden is om het niet met het wattenstaafje te doen.
De officier van justitie beslist of een andere methode nodig is. Daarna verpakken en labelen ze het materiaal meteen voor transport naar het lab.
Wie mag het DNA afnemen?
Alleen opsporingsambtenaren mogen het celmateriaal afnemen. Dat zijn politieagenten die hiervoor getraind zijn.
Er komt geen arts of verpleegkundige aan te pas. De politie kan het prima zelf.
Ze controleren eerst je identiteit. Dat doen ze met vingerafdrukken en je identiteitsbewijs.
Twijfelen ze over wie je bent, dan doen ze extra controles. Pas daarna nemen ze het DNA-materiaal af.
Locaties en procedure van afname
DNA-afname gebeurt op verschillende plekken. Denk aan het politiebureau, de gevangenis of penitentiaire inrichting, of gewoon bij iemand thuis.
Ook andere locaties waar de politie toegang heeft, zijn mogelijk. De veroordeelde krijgt een schriftelijk bevel met de tijd en plaats van afname.
In dat bevel staat alle belangrijke informatie over de procedure. Komt iemand niet opdagen? Dan kan de politie hem ophalen.
De veroordeelde mag dan maximaal zes uur worden vastgehouden voor de DNA-afname. Meestal duurt de hele procedure minder dan een uur.
Na afloop stuurt men het celmateriaal naar een erkend laboratorium voor onderzoek.
Verwerking en opslag van DNA-profielen
Het Nederlands Forensisch Instituut verwerkt het DNA-materiaal en slaat de profielen op in een centrale databank. Die profielen blijven daar jarenlang staan en kunnen later gebruikt worden bij nieuwe onderzoeken.
Opslag in de DNA-databank voor strafzaken
Het NFI onderzoekt het afgenomen celmateriaal en maakt er een uniek DNA-profiel van. Ze slaan dit profiel op in de DNA-databank voor strafzaken.
In die databank staat alleen de genetische code, niet het originele materiaal. De opslag gebeurt automatisch na verwerking.
Veroordeelden krijgen hierover bericht van de officier van justitie. Er zijn duidelijke wettelijke regels voor het onderzoeken, opnemen en gebruiken van DNA-gegevens.
Bewaartermijnen en vernietiging van DNA
DNA-profielen blijven niet eeuwig bewaard. De bewaartermijn hangt af van een paar dingen.
De ernst van het misdrijf, het aantal eerdere veroordelingen en de duur van de straf spelen een rol. Voor zware misdrijven met een maximale straf van zes jaar of meer geldt een termijn van dertig jaar.
Bij lichtere misdrijven is dit maximaal twintig jaar. Het Openbaar Ministerie kan soms besluiten tot eerdere vernietiging.
Na vrijspraak in hoger beroep verwijdert men DNA-materiaal en profiel meteen.
Gebruik van DNA-profielen bij toekomstige misdrijven
DNA-profielen uit de databank helpen bij het opsporen van nieuwe misdrijven. Het NFI vergelijkt DNA van plaats delict met de opgeslagen profielen.
Bij een match kan de politie iemand identificeren. Dat helpt bij het oplossen van cold cases en nieuwe zaken.
Soms gebruikt men bijzondere onderzoeksmethoden zoals verwantschapsonderzoek bij familieleden of vergelijking met DNA van andere misdaadlocaties. Ook koppeling aan oude onopgeloste zaken is een optie.
Bezwaar maken tegen DNA-afname en opslag
Veroordeelden mogen niet bezwaar maken tegen de afname zelf, maar wel tegen het verwerken en opslaan van hun DNA-profiel in de databank. Dit bezwaar moet je binnen veertien dagen na afname bij de rechtbank indienen.
Gronden voor bezwaar tegen verwerking en opslag
Je kunt verschillende argumenten gebruiken om bezwaar te maken tegen DNA-verwerking. Er zijn grofweg twee soorten verweer: formeel en inhoudelijk.
Formele verweren richten zich op procedurefouten. Denk aan afname door iemand die geen arts of verpleegkundige is, of als het bevel niet door de officier van justitie is gegeven.
Ook een verbalisant zonder certificering of een bevel dat niet aan de eisen voldoet, zijn redenen. Inhoudelijke verweren zijn lastiger.
De rechtbank kijkt streng. Alleen als duidelijk is dat DNA-verwerking geen nut heeft voor opsporing of voorkoming van strafbare feiten, kun je winnen.
Dit moet blijken uit het soort misdrijf of bijzondere omstandigheden.
De procedure bij de rechtbank
Je moet het bezwaarschrift binnen veertien dagen na DNA-afname indienen bij de rechtbank die de zaak in eerste aanleg heeft behandeld.
Geef duidelijk aan waarom je het niet eens bent met de DNA-verwerking. Een advocaat kan hierbij helpen.
Zolang je bezwaar loopt, bepaalt men nog geen DNA-profiel uit het afgenomen materiaal. Dat geeft je wat lucht om je zaak te bepleiten.
Als de rechtbank je bezwaar gegrond vindt, moet de officier van justitie het DNA-materiaal vernietigen. Dit gebeurt meteen na de uitspraak.
Uitzonderingen op de verplichting: aard van het misdrijf
De aard van het misdrijf kan reden zijn om bezwaar te maken tegen DNA-opslag. Sommige delicten hebben simpelweg niks met DNA-sporen te maken.
Bij valsheid in geschrift bijvoorbeeld, is het onwaarschijnlijk dat DNA-onderzoek ooit helpt bij opsporing. Zulke misdrijven laten meestal geen biologische sporen achter.
Bijzondere omstandigheden kunnen ook meespelen. Als het misdrijf eenmalig was en onder uitzonderlijke omstandigheden, kan dat een argument zijn tegen opslag.
De rechtbank kijkt per geval of het DNA-profiel nuttig kan zijn voor toekomstige opsporing.
Speciale situaties en actuele ontwikkelingen
De regels rond DNA-afname zijn soms anders voor verdachten die nog niet veroordeeld zijn. Nieuwe ontwikkelingen zoals conservatoire afname en bekende zaken hebben geleid tot aanpassingen in de wet.
DNA-afname bij verdachten vóór veroordeling
Soms moet een verdachte al DNA afstaan voordat hij veroordeeld is. Dit gebeurt vooral bij ernstige misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is.
De politie mag celmateriaal afnemen als iemand in verzekering wordt gesteld. Zo’n verdachte kan maximaal drie dagen worden vastgehouden voor onderzoek.
De verdachte moet meerderjarig zijn. Het misdrijf moet ernstig genoeg zijn en de officier van justitie moet toestemming geven.
Het afgenomen materiaal bewaart men apart. Wordt de verdachte niet veroordeeld? Dan vernietigt men het celmateriaal meteen.
Conservatoire afname en bekende casussen
De conservatoire afname is bedacht omdat veel veroordeelden na hun uitspraak onvindbaar waren. Ongeveer tien procent bleek na de uitspraak nergens meer te vinden.
De zaak Bart van U. maakte dit probleem pijnlijk duidelijk. In 2015 deed een onderzoekscommissie hiernaar onderzoek.
Conservatoire afname zorgt ervoor dat minder veroordeelden verdwijnen, het DNA-profiel sneller beschikbaar is, en de opsporing van oude zaken verbetert.
De Wet DNA-V werd in 2024 aangepast om deze werkwijze mogelijk te maken. In maart 2025 gaf de Raad van State advies over verdere wijzigingen.
Voorbeelden van ernstige misdrijven en invloed op wetgeving
Bekende moordzaken hebben veel invloed gehad op de DNA-wetgeving. De moord op Els Borst en andere ernstige zaken lieten zien hoe belangrijk DNA-databanken zijn.
Bij misdrijven als moord, doodslag, verkrachting, zware mishandeling, inbraak met geweld en drugshandel is DNA-afname verplicht.
Deze zaken zorgden ervoor dat de wet werd aangepast. Politie en justitie kregen meer mogelijkheden om DNA af te nemen en te bewaren.
Toch blijft privacy een belangrijk punt. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens stelt grenzen aan DNA-afname.
Elke uitbreiding van de wet moet dus goed onderbouwd zijn.
Veelgestelde Vragen
De Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden roept veel vragen op bij veroordeelden en hun families. Deze wet regelt wanneer DNA-afname verplicht is, hoe het proces verloopt en welke rechten je hebt.
Wat zijn de wettelijke grondslagen voor verplichte DNA-afname na een veroordeling?
De Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden vormt de juridische basis voor verplichte DNA-afname. Deze wet geldt sinds 1 februari 2005.
De wet verplicht veroordeelden om celmateriaal af te staan voor onderzoek. Het idee is om toekomstige misdrijven te voorkomen en verdachten op te sporen.
DNA-gegevens helpen bij het oplossen van nieuwe zaken. Ze maken het mogelijk om daders sneller te identificeren en te vervolgen.
Wanneer is een veroordeelde verplicht om DNA-materiaal af te staan?
Veroordeelden moeten DNA afstaan als ze zijn veroordeeld voor een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan. Dit geldt bij een maximale gevangenisstraf van vier jaar of meer.
Ook bij sommige lichtere misdrijven geldt de afnameplicht. Eenvoudige mishandeling is daar een voorbeeld van.
Deze misdrijven staan in artikel 67 van het Wetboek van Strafvordering. De wet kijkt naar de maximale straf die op een misdrijf staat, niet naar wat de rechter uiteindelijk oplegt.
De afnameplicht geldt voor mensen die een vrijheidsstraf of taakstraf kregen. Ook wie al eerder veroordeeld was toen de wet inging, valt hieronder.
Zowel volwassenen als minderjarigen kunnen verplicht worden DNA af te staan.
Hoe verloopt het proces van DNA-afname bij veroordeelden?
Veroordeelden krijgen kort na hun veroordeling een oproep thuis. Die oproep komt van de officier van justitie.
Het maakt niet uit of iemand in hoger beroep gaat. De afname gebeurt meestal in de gevangenis of op het politiebureau.
Een getrainde politieambtenaar, inrichtingsmedewerker, arts of verpleegkundige neemt het DNA-materiaal af. Meestal doen ze dat via wangslijm.
De professional schraapt een paar keer met een wattenstaafje langs de binnenkant van de wang. Lukt dat niet, dan nemen ze soms bloed af via een vingerprik.
Haren zijn ook nog een optie, maar dat gebeurt minder vaak. De afname zelf is simpel, pijnloos en duurt maar kort.
Het Nederlands Forensisch Instituut onderzoekt het DNA in hun laboratorium. Daar gebeurt het echte werk.
Welke rechten en plichten heeft een veroordeelde met betrekking tot DNA-afname?
Veroordeelden moeten meewerken aan de DNA-afname. Weigeren mag niet volgens de wet.
Je kunt de afname niet uitstellen, zelfs niet als je in hoger beroep gaat. De procedure moet netjes en volgens de regels verlopen.
Veroordeelden mogen rekenen op een correcte behandeling tijdens de afname. Dat is wel het minste.
Kan een veroordeelde bezwaar maken tegen de afname van DNA-materiaal, en hoe werkt dit?
Je kunt niet bezwaar maken tegen de afname zelf. De wet schrijft het gewoon voor.
Maar je mag wel bezwaar maken tegen het opslaan van je DNA-profiel. Dit moet binnen twee weken na de afname.
Je dient het bezwaar in bij de rechter die de oorspronkelijke uitspraak deed. Die rechter beslist dan over je bezwaar.
Als de rechter je gelijk geeft, moet het Nederlands Forensisch Instituut het materiaal vernietigen. Zo werkt het systeem.
Wat gebeurt er met het DNA-profiel van een veroordeelde na afname en registratie?
Het DNA-profiel komt terecht in een speciale databank voor strafzaken. Die databank helpt bij het oplossen van nieuwe misdrijven.
Het Nederlands Forensisch Instituut beheert deze DNA-databank. Zij regelen de opslag en het gebruik van alle gegevens.
Met die gegevens kunnen ze verdachten identificeren in nieuwe zaken. Soms blijkt iemand juist geen verdachte te zijn—ook dat wordt duidelijk dankzij het DNA.
Het profiel blijft in de databank tot de wet zegt dat het eruit moet.