facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl

Afspraak

Law & More Logo

Twee mensen in een zakelijke vergadering.

Een non-concurrentiebeding kan flink wat bescherming bieden, maar soms voelt het vooral als een last. Het hangt allemaal af van hoe je het toepast en wat er precies in staat.

In arbeidsovereenkomsten en zakelijke contracten zie je deze juridische constructie geregeld terug. Toch blijven er veel vragen over rechtmatigheid en proportionaliteit hangen.

Non-concurrentiebedingen beschermen bedrijfsinvesteringen en concurrentieposities, maar kunnen de vrijheid van werknemers of partners ook flink beperken. Of een beding door de beugel kan, hangt vaak af van die balans.

Het juridische landschap rond non-concurrentiebedingen verandert continu. Nieuwe rechtspraak en frisse inzichten zorgen ervoor dat bedrijven en werknemers scherp moeten blijven.

Het is handig om te weten wanneer zo’n beding nuttig is en waar de grenzen liggen. Zeker omdat de regels nogal verschillen voor arbeidscontracten, distributieovereenkomsten en samenwerkingen.

Wat is een non-concurrentiebeding?

Een non-concurrentiebeding is een clausule die werknemers of zakenpartners na afloop van hun contract beperkt om bij de concurrent aan de slag te gaan. Je vindt ze in arbeidscontracten, distributiecontracten en bij bedrijfsovernames—altijd met het idee om bedrijven te beschermen tegen ongewenste concurrentie.

Toepassing in contracten en overeenkomsten

Non-concurrentiebedingen duiken op in allerlei contracten. In arbeidsovereenkomsten voorkomen ze dat werknemers direct overstappen naar de concurrent.

Bij distributieovereenkomsten mag de distributeur geen concurrerende producten aanbieden. De leverancier bepaalt dus wat er in het schap ligt.

In overnamecontracten beschermen deze bedingen de koper tegen concurrentie van de verkoper. De verkoper mag na de deal niet zomaar in hetzelfde marktgebied een nieuw bedrijf starten.

Joint ventures gebruiken non-concurrentiebedingen om te voorkomen dat moedermaatschappijen elkaar beconcurreren tijdens de samenwerking.

Verschil tussen concurrentiebeding en non-concurrentiebeding

Mensen gebruiken de termen concurrentiebeding en non-concurrentiebeding vaak door elkaar. Eigenlijk betekenen ze hetzelfde; het voorvoegsel “non-” benadrukt alleen het verbod.

Een relatiebeding is weer iets anders. Dat verbiedt werknemers om met klanten of partners van hun vorige werkgever te werken.

Concurrentiebedingen zijn meestal tijdelijk. Ze gelden na het contract voor een bepaalde periode en vaak alleen in een specifiek gebied.

Voorbeelden uit de praktijk

Arbeidsrecht: Een IT-specialist mag twee jaar na ontslag niet werken bij concurrerende softwarebedrijven in dezelfde regio. Zo blijft de kennis en het klantenbestand van de oude werkgever beschermd.

Distributie: Een autodealer heeft een exclusieve afnameverplichting voor één merk en mag geen andere auto’s verkopen zolang het contract loopt.

Bedrijfsovernames: Bij de verkoop van een restaurant mag de verkoper drie jaar lang geen nieuw restaurant openen binnen vijf kilometer. Zo blijft de goodwill bij de koper.

Franchise: Een franchisenemer van een fastfoodketen mag tijdens en één jaar na de franchiseovereenkomst geen concurrerend restaurant openen in zijn gebied.

Beschermende functie van non-concurrentiebedingen

Twee zakelijke professionals bespreken contracten in een modern kantoor met uitzicht op de stad.

Non-concurrentiebedingen beschermen vooral drie dingen: bedrijfsgevoelige kennis, klantencontacten, en investeringen. Ondernemers krijgen zo juridische middelen om hun belangen te verdedigen.

Bescherming van bedrijfsgevoelige informatie en know-how

Bedrijven steken jaren en bakken geld in het ontwikkelen van unieke kennis en processen. Daar zit vaak hun concurrentievoordeel in.

Vertrouwelijke gegevens zoals productieprocessen, klantenlijsten en prijsstrategieën zijn goud waard. Als medewerkers of partners hiermee naar de concurrent stappen, loop je risico.

Met een non-concurrentiebeding voorkom je dat mensen met gevoelige info direct naar de concurrent overstappen. Je geeft je bedrijf wat tijd om de voorsprong te behouden.

Het werkt het beste als je in het beding duidelijk maakt welke informatie vertrouwelijk is. Vage teksten zijn lastig te handhaven.

Versterking van klantenrelaties

Klantenrelaties zijn vaak het belangrijkste bezit van een bedrijf. Vertrouwen opbouwen kost veel tijd en energie.

Als medewerkers of partners ineens concurrerende diensten aanbieden aan bestaande klanten, kan dat de samenwerking flink schaden.

Non-concurrentiebedingen creëren een soort buffer periode. In die tijd kun je klantenrelaties verstevigen en nieuwe contactpersonen introduceren.

Beschermingsaspect Duur Effect
Directe klantcontacten 6-12 maanden Voorkomt verwarring
Relatie-opbouw 12-24 maanden Verstevigt loyaliteit

Behoud van investeringen door leveranciers

Leveranciers stoppen veel geld in training, materialen en systemen als ze nieuwe samenwerkingen aangaan. Die investeringen moeten ze wel kunnen terugverdienen.

Zonder bescherming kan een partner na de training meteen overstappen naar een concurrent, die die opleidingskosten niet heeft gehad.

Met een non-concurrentiebeding weten leveranciers dat hun investering niet zomaar verloren gaat. Dat maakt investeren in kwaliteit en innovatie aantrekkelijker.

Trainingskosten kunnen oplopen tot duizenden euro’s per persoon. Leveranciers rekenen dat door in hun prijzen, en een stabiele samenwerking is dan voor iedereen beter.

Beperkende werking: risico’s en nadelen

Non-concurrentiebedingen kunnen flinke nadelen hebben voor markten en bedrijven. Niet alleen individuele distributeurs lopen tegen grenzen aan, het raakt ook de concurrentie en vrijheid in de markt.

Beperking van marktdynamiek en concurrentie

Non-concurrentiebedingen kunnen de marktwerking verstoren. Als distributeurs vastzitten aan één leverancier, is er minder concurrentie tussen merken.

Verminderde productdiversiteit zie je als distributeurs geen concurrerende producten mogen verkopen. Klanten hebben dan minder keuze.

Marktaandeel concentratie ontstaat als exclusiviteitsbedingen breed worden ingezet. Grote leveranciers kunnen hun positie zo nog verder versterken.

De prijsconcurrentie neemt af omdat distributeurs geen alternatieven mogen aanbieden. Dat kan de prijzen voor consumenten opdrijven.

Markttoegang wordt lastiger voor nieuwe leveranciers. Bestaande distributiekanalen zitten vaak al vast aan non-concurrentiebedingen.

Impact op distributeurs en distributeursvrijheid

Distributeurs ervaren directe beperkingen in hun zakelijke vrijheid door non-concurrentiebedingen. Zulke restricties raken hun bedrijfsvoering en winstgevendheid vaak flink.

Omzetbeperkingen ontstaan doordat distributeurs niet kunnen profiteren van vraag naar concurrerende producten. Hun verkooppotentieel blijft daardoor kunstmatig beperkt tot het assortiment van één leverancier.

De onderhandelingspositie van distributeurs verzwakt tegenover leveranciers. Ze kunnen niet dreigen over te stappen naar concurrenten tijdens contractonderhandelingen.

Risicospreiding wordt lastig omdat distributeurs afhankelijk blijven van één leverancier. Bij problemen met productkwaliteit of leveringen hebben ze eigenlijk geen alternatieven achter de hand.

Investeringsrisico’s nemen toe wanneer distributeurs specifieke investeringen doen voor één leverancier. Die investeringen verliezen hun waarde als de distributieovereenkomst eindigt.

Mogelijke blokkering van economische mobiliteit

Non-concurrentiebedingen kunnen de economische ontwikkeling en bewegingsvrijheid van bedrijven flink belemmeren. Deze effecten reiken vaak verder dan de directe contractpartijen.

Innovatievertraging kan optreden omdat distributeurs geen toegang hebben tot nieuwe of verbeterde producten van concurrerende leveranciers. Marktintroductie van vernieuwingen wordt hierdoor vertraagd.

De economische efficiëntie vermindert wanneer distributeurs niet kunnen kiezen voor de meest geschikte producten voor hun klanten. Suboptimale productcombinaties worden dan min of meer opgedrongen door contractuele verplichtingen.

Bedrijfsontwikkeling wordt gehinderd door postcontractuele non-concurrentiebedingen. Distributeurs kunnen na het einde van overeenkomsten niet direct overstappen naar andere leveranciers.

Werkgelegenheidseffecten ontstaan wanneer distributeurs door concurrentiebeperking minder kunnen groeien. Daardoor nemen hun kansen om personeel aan te trekken of uit te breiden af.

De geografische mobiliteit van distributeurs wordt beperkt door territoriaal gekoppelde non-concurrentiebedingen. Uitbreiden naar nieuwe markten wordt dan een stuk lastiger.

Non-concurrentiebeding in distributieovereenkomsten

Distributieovereenkomsten bevatten vaak non-concurrentiebedingen die de distributeur beperken in het verkopen van concurrerende producten. Zulke bedingen moeten voldoen aan specifieke voorwaarden qua looptijd en marktaandelen. Verschillende typen beperkingen kunnen gelden tijdens en na de contractperiode.

Typen non-concurrentiebedingen in distributie

Non-concurrentiebedingen in distributieovereenkomsten komen in meerdere vormen voor. De meest voorkomende is exclusieve afname, waarbij de distributeur verplicht wordt om uitsluitend bij één leverancier in te kopen.

Een ander type beperkt de distributeur in het verkopen van concurrerende producten van andere leveranciers. Dit gebeurt meestal tijdens de looptijd van de distributieovereenkomst.

Post-contractuele bedingen verbieden concurrerende activiteiten na beëindiging. Deze zijn strenger gereguleerd en mogen maximaal één jaar duren.

Voor exclusieve afname geldt de 80%-regel. De distributeur moet minstens 80% van zijn goederen bij de leverancier afnemen. Dat percentage rechtvaardigt de exclusiviteit.

Sommige bedingen beperken ook de geografische uitbreiding. De distributeur mag dan niet buiten zijn toegewezen gebied opereren.

Duur en geografische reikwijdte

De duur van non-concurrentiebedingen in distributieovereenkomsten is wettelijk beperkt. Tijdens de contractperiode mogen bedingen maximaal vijf jaar duren.

Na beëindiging van de distributieovereenkomst geldt een veel kortere termijn. Post-contractuele bedingen zijn slechts één jaar toegestaan.

De geografische reikwijdte moet redelijk blijven. Bedingen mogen alleen betrekking hebben op het oorspronkelijke contractgebied van de distributeur.

Marktaandeel-voorwaarden zijn cruciaal. Beide partijen mogen afzonderlijk niet meer dan 30% marktaandeel hebben. Dit geldt voor zowel de leverancier als de distributeur.

Als deze 30%-grens wordt overschreden, valt het beding niet onder de vrijstelling. Dan volgt een individuele beoordeling of het beding de mededinging te veel beperkt.

Stilzwijgende verlenging en contractsvrijheid

Stilzwijgende verlenging van distributieovereenkomsten beïnvloedt ook non-concurrentiebedingen. Bij automatische verlenging loopt het non-concurrentiebeding gewoon door.

Partijen hebben veel contractsvrijheid bij het opstellen van bedingen. Ze kunnen zelf voorwaarden bepalen binnen de wettelijke grenzen.

Hardcore-beperkingen zijn echter altijd verboden. Denk aan prijsafspraken, marktverdeling en absolute afnameverplichtingen.

Bij stilzwijgende verlenging moet je goed letten op de totale looptijd. Het beding mag inclusief verlengingen niet langer dan vijf jaar duren.

Contractsvrijheid betekent ook dat partijen bedingen kunnen aanpassen. Vaak gebeurt dat bij verlengingen om te blijven voldoen aan de wettelijke voorwaarden.

Opzegtermijnen en verlengingsclausules moeten duidelijk worden vastgelegd. Anders ontstaan er onduidelijkheden over de precieze looptijd van het non-concurrentiebeding.

Mededingingsrechtelijk kader en wettelijke grenzen

Non-concurrentiebedingen moeten voldoen aan strenge mededingingsrechtelijke eisen onder artikel 6 van de Mededingingswet en artikel 101 VWEU. Specifieke groepsvrijstellingen bieden uitzonderingen voor bepaalde bedingen. Europese jurisprudentie bepaalt uiteindelijk de grenzen.

Kartelverbod en mededingingswetgeving

Het kartelverbod in artikel 6 van de Mededingingswet en artikel 101 VWEU verbiedt afspraken tussen ondernemingen die de concurrentie beperken. Non-concurrentiebedingen vallen hieronder omdat ze de concurrentie naar hun aard beperken.

Een beding is nietig als het verder gaat dan noodzakelijk voor het beoogde doel. Duur, geografische reikwijdte en productomschrijving moeten proportioneel blijven.

Belangrijke criteria zijn:

  • Beperkte looptijd
  • Geografische begrenzing
  • Specifieke productomschrijving
  • Objectieve noodzakelijkheid

De Autoriteit Consument & Markt kan boetes opleggen bij overtreding. De Europese Commissie legde bijvoorbeeld een boete van 79 miljoen euro op voor een te ruim non-concurrentiebeding bij de Vivo-overname.

Groepsvrijstellingen en uitzonderingen

Voor distributieovereenkomsten geldt een groepsvrijstelling wanneer het marktaandeel van leverancier en afnemer onder de 30% blijft. Het beding mag maximaal vijf jaar duren.

Voorwaarden groepsvrijstelling:

  • Marktaandeel < 30%
  • Looptijd ≤ 5 jaar
  • Geen hard core-beperkingen

Bij fusies en overnames zijn non-competes toegestaan als nevenrestrictie. Ze moeten rechtstreeks verband houden met de transactie en noodzakelijk zijn voor de uitvoering.

De Europese Commissie accepteert drie jaar bij overdracht van goodwill en knowhow, twee jaar bij alleen goodwill. Langer mag, maar dan heb je echt een goede rechtvaardiging nodig.

De bagateluitzondering geldt bij marktaandelen onder 10% tussen concurrenten. Partijen moeten dan wel de relevante markt en hun marktpositie goed onderbouwen.

Toetsing aan Europees recht

Nederlandse rechters toetsen non-concurrentiebedingen aan Europese mededingingsregels. De jurisprudentie van Remia en Pronuptia stelt dat bedingen tussen concurrenten mogelijk zijn, mits objectief noodzakelijk voor uitvoering van legitieme doelen.

Het Hof van Justitie kijkt of bedingen proportioneel zijn. Te ruime bedingen worden nietig verklaard, zoals recent nog in het Telefónica-arrest.

Toetsingscriteria:

  • Doel van het beding
  • Merkbare gevolgen voor concurrentie
  • Proportionaliteit van beperkingen
  • Marktstructuur en -aandelen

Nederlandse rechtbanken volgen deze Europese lijn. Het Hof Amsterdam verwierp bijvoorbeeld een beroep op de bagateluitzondering omdat de relevante markt onvoldoende was onderbouwd.

Branchebeschermingsbedingen in huurovereenkomsten hebben in Nederland een aparte wettelijke vrijstelling. Die worden minder streng getoetst dan gewone non-concurrentiebedingen.

Praktische aandachtspunten en actuele ontwikkelingen

De juridische ontwikkelingen rondom non-concurrentiebedingen veranderen snel. Nieuwe wetgeving stelt strengere eisen aan deze bedingen, terwijl recente rechtspraak duidelijkere grenzen trekt.

Recente rechtspraak en beleidswijzigingen

De Hoge Raad oordeelde onlangs dat non-concurrentiebedingen tussen concurrenten het kartelverbod kunnen schenden. Vooral als zulke afspraken de marktwerking echt belemmeren, gaat het mis.

Er ligt nu een wetsvoorstel dat strengere eisen stelt aan non-concurrentiebedingen. Werkgevers moeten straks betalen als ze het beding willen handhaven.

Huidige situatie Nieuwe situatie
Geen vergoedingsplicht Verplichte compensatie
Ruime toepassingsmogelijkheden Strengere voorwaarden
Onduidelijke handhaving Duidelijke criteria

Werknemers krijgen straks compensatie voor hun beperkte vrijheid. Werkgevers hoeven alleen te betalen als ze echt een belang hebben bij het beding.

Afweging van belangen in de praktijk

Bij samenwerking tussen leverancier en distributeur draait het om de belangenafweging. Het non-concurrentiebeding moet duidelijk en specifiek zijn.

Legitieme belangen zijn bijvoorbeeld bescherming van knowhow en klantrelaties. De beperking moet passen bij het te beschermen belang.

Exclusieve afnameverplichtingen kunnen soms botsen met het kartelverbod. Dit speelt vooral bij distributieovereenkomsten waar één partij veel marktmacht heeft.

Rechters kijken per geval naar het beding. Ze letten op zaken als marktpositie, duur en geografische reikwijdte.

Advies voor leveranciers en distributeurs

Leveranciers doen er verstandig aan hun non-concurrentiebedingen opnieuw te bekijken. Een nauwkeurige formulering voorkomt veel gedoe achteraf.

Voorzichtigheid is geboden bij distributieovereenkomsten. Het beding mag de markt niet onnodig op slot zetten.

Praktische tips:

  • Beperk de duur tot maximaal twee jaar
  • Beschrijf het verboden werkgebied duidelijk
  • Geef aan welke bedrijfsbelangen spelen
  • Denk aan een uitkoopclausule

Distributeurs kunnen bezwaar maken tegen te ruime bedingen. Twijfel je over de geldigheid? Schakel juridische hulp in.

Veelgestelde vragen

Een non-concurrentiebeding roept veel vragen op over geldigheid, duur en gevolgen. Werkgevers en werknemers hebben soms een verkeerd beeld van hoe deze afspraken in de praktijk werken.

Wat houdt een non-concurrentiebeding precies in?

Een non-concurrentiebeding is een afspraak die voorkomt dat een werknemer na ontslag bij een concurrent aan de slag gaat. Het verbiedt de werknemer om soortgelijk werk te doen.

De afspraak kan ook betekenen dat de werknemer niet zomaar een eigen bedrijf mag starten in dezelfde branche. Meestal geldt dit voor een bepaalde tijd en in een bepaald gebied.

Het idee is om de kennis en klanten van de werkgever te beschermen. Zo voorkomt het dat deze info direct bij de concurrent belandt.

Onder welke voorwaarden is een non-concurrentiebeding geldig?

Een geldig non-concurrentiebeding moet redelijk zijn qua tijd, plaats en omvang. Het mag niet verder gaan dan nodig is voor de bescherming van de werkgever.

De werkgever moet een zakelijk belang hebben, zoals bescherming van bedrijfsgeheimen of klantrelaties. Het beding moet bovendien op papier staan.

Mondelinge afspraken tellen niet. Een te breed beding kan de rechter aanpassen als het de werknemer te veel belemmert bij het vinden van nieuw werk.

Hoe lang is een standaard non-concurrentiebeding doorgaans van kracht?

De duur verschilt per situatie. In distributieovereenkomsten geldt vaak een maximum van vijf jaar.

Bij bedrijfsovernames duurt een non-concurrentiebeding meestal drie jaar als zowel goodwill als knowhow worden overgedragen. Bij alleen goodwill is dat twee jaar.

Voor arbeidsovereenkomsten hangt het af van de functie en het belang van de werkgever. Hogere functies kunnen soms een langere periode krijgen.

Kan een non-concurrentiebeding een negatieve impact hebben op de carrièrekansen van de werknemer?

Zo’n beding kan de loopbaan van een werknemer flink beperken. Je mag dan niet bij concurrenten werken binnen het afgesproken gebied.

Dit betekent soms dat je minder keuze hebt bij het zoeken naar een nieuwe baan. Sommige functies zijn tijdelijk gewoon niet bereikbaar.

Hoe groot de impact is, hangt af van hoe breed het beding is opgesteld. Een te ruime beperking kan de carrièrekansen behoorlijk dwarsbomen.

Is het mogelijk om onderhandelingen te voeren over de voorwaarden van een non-concurrentiebeding?

Werknemers kunnen zeker proberen te onderhandelen over de voorwaarden van een non-concurrentiebeding. Dit lukt het beste vóórdat je het contract ondertekent.

Punten om over te praten zijn bijvoorbeeld de duur, het gebied en de precieze activiteiten die verboden zijn. Ook compensatie kun je meenemen in de onderhandelingen.

Distributeurs mogen na vijf jaar opnieuw onderhandelen over hun distributieovereenkomst. Ze kunnen er ook voor kiezen om de overeenkomst te beëindigen.

In welke situaties kan een non-concurrentiebeding door de rechter worden nietig verklaard of beperkt?

Een rechter kan een non-concurrentiebeding nietig verklaren als het onredelijk breed is. Dat gebeurt wanneer het verder gaat dan echt nodig is om de werkgever te beschermen.

Bedingen die botsen met het kartelverbod kunnen ook sneuvelen bij de rechter. Vooral afspraken waarbij concurrenten samen de markt verdelen, vallen hieronder.

Als het beding de werknemer te veel belemmert bij het zoeken van een nieuwe baan, kan de rechter ingrijpen. De rechter weegt dan de belangen van beide partijen af, en dat kan soms verrassend uitpakken.

Privacy Settings
We use cookies to enhance your experience while using our website. If you are using our Services via a browser you can restrict, block or remove cookies through your web browser settings. We also use content and scripts from third parties that may use tracking technologies. You can selectively provide your consent below to allow such third party embeds. For complete information about the cookies we use, data we collect and how we process them, please check our Privacy Policy
Youtube
Consent to display content from - Youtube
Vimeo
Consent to display content from - Vimeo
Google Maps
Consent to display content from - Google
Spotify
Consent to display content from - Spotify
Sound Cloud
Consent to display content from - Sound

facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl