Zelfstandige in Nederland: vergunning en schijnzelfstandigheid

Werken als zelfstandig ondernemer in Nederland

Gepubliceerd op 3 april 2020 · Laatst bijgewerkt op 30 september 2026

Komt u uit de Europese Unie, de EER of Zwitserland, dan mag u zonder verblijfs- of werkvergunning als zelfstandige in Nederland werken; komt u van buiten die landen, dan heeft u in de regel een verblijfsvergunning nodig, zoals ‘arbeid als zelfstandige’ of de startupvergunning. Werkt u als zelfstandige voor Nederlandse opdrachtgevers, dan moet de relatie bovendien echt zelfstandig zijn: sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer volledig op schijnzelfstandigheid.

Hieronder leest u eerst welke verblijfsregels gelden voor ondernemers uit het buitenland, en daarna wat de handhaving op schijnzelfstandigheid in 2026 betekent, inclusief het nieuwe rechtsvermoeden bij een laag uurtarief.

Welke regels gelden als u als zelfstandige naar Nederland komt?

Dat hangt af van uw nationaliteit. Burgers van de EU, de EER en Zwitserland hebben vrije toegang; anderen hebben een verblijfsvergunning nodig en moeten aantonen dat hun onderneming aan de voorwaarden voldoet.

Ondernemers uit de EU, de EER en Zwitserland

Voor ondernemers uit de EU, Liechtenstein, Noorwegen, IJsland en Zwitserland geldt vrije toegang. U kunt zonder visum, verblijfsvergunning of werkvergunning in Nederland werken. U heeft alleen een geldig paspoort of identiteitsbewijs nodig. Meer informatie over de rechten van EU- en EER-burgers vindt u op de website van de IND.

Blijft u gevestigd in uw eigen land en komt u tijdelijk naar Nederland voor een opdracht? Dan geldt in bepaalde sectoren een meldplicht. U meldt uw werkzaamheden dan vóór de start bij het online meldloket van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (postedworkers.nl). Uw Nederlandse opdrachtgever moet controleren of die melding is gedaan.

Ondernemers van buiten de EU

Bent u geen burger van de EU, de EER of Zwitserland, dan heeft u een verblijfsvergunning nodig voordat u als zelfstandige aan de slag kunt. Welke vergunning past en welke voorwaarden gelden, hangt af van uw situatie. Er zijn drie gangbare routes: de startupvergunning, het zoekjaar hoogopgeleiden en de vergunning ‘arbeid als zelfstandige’. In alle gevallen is een goed onderbouwd ondernemingsplan belangrijk.

Wanneer komt u in aanmerking voor de startupvergunning?

Met de startupvergunning kunt u een innovatief bedrijf beginnen. U moet voldoen aan de volgende eisen:

  • U werkt samen met een betrouwbare en deskundige begeleider (facilitator).
  • Uw product of dienst is innovatief.
  • U heeft een plan om van idee tot onderneming te komen.
  • U en de facilitator staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (KvK).
  • U beschikt over voldoende financiële middelen om in Nederland van te leven.

Voldoet u aan deze voorwaarden, dan krijgt u een verblijfsvergunning voor één jaar om uw innovatieve product of dienst uit te werken. De aanvraagprocedure duurt doorgaans enkele maanden. Begin daarom op tijd.

Wat is het zoekjaar hoogopgeleiden?

Bent u hoogopgeleid, dan kunt u met de verblijfsvergunning ‘zoekjaar hoogopgeleiden’ een jaar in Nederland werk zoeken of een eigen bedrijf starten. De belangrijkste voorwaarde is dat u in de afgelopen drie jaar bent afgestudeerd, gepromoveerd of wetenschappelijk onderzoek heeft gedaan aan een Nederlandse of een aangewezen buitenlandse onderwijsinstelling.

U mag niet eerder een verblijfsvergunning voor het zoeken naar werk na studie of promotie hebben gehad op basis van dezelfde opleiding of hetzelfde onderzoek.

Wat is de vergunning ‘arbeid als zelfstandige’?

Met deze vergunning werkt u als zelfstandig ondernemer in Nederland. Uw onderneming moet een wezenlijk Nederlands belang dienen, bijvoorbeeld door innovatie, werkgelegenheid of investeringen in Nederland.

De IND beoordeelt dat met een puntensysteem. Daarvoor vraagt de IND advies aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), namens de minister van Economische Zaken. Bij de beoordeling wordt gekeken naar uw ervaring, naar de onderbouwing van uw ondernemingsplan en naar de bewijsstukken, zoals contracten, referenties en contacten met marktpartijen. Het puntensysteem kent drie onderdelen, elk met een maximum van 100 punten:

  1. persoonlijke ervaring;
  2. ondernemingsplan;
  3. toegevoegde waarde voor Nederland.

Voor een positief advies heeft u in elk onderdeel minimaal 30 punten nodig. Scoort u lager op de toegevoegde waarde voor Nederland, dan kan dat worden gecompenseerd als u op de andere twee onderdelen minimaal 45 punten haalt. De IND beslist, maar het advies van RVO weegt zwaar.

Hoe scoort u punten?

Voor persoonlijke ervaring krijgt u punten voor onder meer uw opleiding, uw ervaring als ondernemer en relevante werkervaring. Ook ervaring met Nederland telt mee, bijvoorbeeld via handelspartners of opdrachtgevers. U toont dit aan met officiële documenten, zoals diploma’s, referenties en arbeidscontracten.

Het ondernemingsplan moet goed onderbouwd zijn, met relevante bewijsstukken zoals contracten, referenties en financiële stukken. Uit het plan moet blijken dat uw werkzaamheden een wezenlijk belang voor de Nederlandse economie hebben. Het plan bevat informatie over het product, de markt, het onderscheidend vermogen en de prijsopbouw. Ook moet blijken dat u voldoende inkomen uit uw onderneming verwacht. Beschrijf daarnaast welk personeel u nodig heeft, met omvang en organisatie, om de haalbaarheid van uw onderneming te onderbouwen.

De toegevoegde waarde voor Nederland kan blijken uit investeringen, bijvoorbeeld in een bedrijfspand, of uit het creëren van werkgelegenheid. Ook als uw product of dienst innovatief is voor Nederland, krijgt u daarvoor punten.

Let op: voor ondernemers met de Turkse nationaliteit geldt het puntensysteem niet. Zij vallen onder de afspraken tussen de EU en Turkije, met eigen voorwaarden.

Welke algemene eisen gelden bij de aanvraag?

U moet in alle gevallen ingeschreven zijn bij de KvK en voldoen aan de vergunningseisen voor uw bedrijf of beroep. Documenten voor de aanvraag moeten in het Nederlands, Engels, Frans of Duits zijn opgesteld, of daarin zijn vertaald.

Het is uw verantwoordelijkheid om alle benodigde documenten tijdig en correct aan te leveren, en om te onderbouwen dat u aan de Nederlandse regels voldoet.

Heeft u een mvv nodig?

Vaak wel. Een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) is een inreisvisum voor een verblijf van langer dan 90 dagen. Of u mvv-plichtig bent, hangt af van uw nationaliteit; voor sommige nationaliteiten en situaties geldt een vrijstelling. Een overzicht daarvan vindt u op de website van de IND.

U vraagt de mvv en de verblijfsvergunning in één procedure aan: de aanvraag toegang en verblijf (TEV). Dat doet u bij de Nederlandse ambassade of het consulaat in uw woonland of een buurland. U dient de aanvraag in, levert de documenten aan en wacht op de beoordeling door de IND.

De IND controleert eerst of de aanvraag compleet is en of de kosten zijn betaald. Daarna beoordeelt de IND of u aan de voorwaarden voldoet. De IND moet binnen 90 dagen beslissen. Tegen een afwijzing kunt u bezwaar maken en daarna in beroep gaan. Reken voor het hele traject op een doorlooptijd van enkele maanden, en reageer snel op vragen van de IND om vertraging te voorkomen.

Bij Law & More weten wij dat starten als zelfstandig ondernemer in Nederland praktisch en juridisch een grote stap is. Wij adviseren over de voorwaarden en uw juridische positie, helpen bij de aanvraag van een mvv en verblijfsvergunning, en ondersteunen u bij bezwaar tegen een afwijzing.

Wat geldt voor werknemers en werkgevers?

Voor werknemers gelden andere regels dan voor zelfstandigen. Een werkgever die iemand van buiten de EU in dienst neemt, moet in de regel een tewerkstellingsvergunning (twv) aanvragen, tenzij de werknemer vrij op de arbeidsmarkt is. Buitenlandse werknemers mogen alleen in Nederland werken als hun verblijfsstatus dat toestaat. Voor werknemers uit de EER gelden weer andere regels dan voor werknemers uit andere landen. Meer over toelating, rechten en procedures vindt u op de website van de IND.

Wat komt er verder kijken bij zelfstandig ondernemen?

Naast de verblijfsregels heeft u als zelfstandige te maken met belastingen, inschrijving bij de KvK, vergunningen en uw eigen sociale zekerheid. U bent daarvoor zelf verantwoordelijk.

Waarom kiezen ondernemers voor Nederland?

Zelfstandig ondernemen in Nederland biedt veel kansen voor wie een eigen bedrijf wil opbouwen. Nederland heeft een sterk ondernemingsklimaat en een goede internationale handelspositie. Voor ondernemers van buiten de EU staat de toelating vooral open voor bedrijven die een wezenlijk Nederlands belang dienen, bijvoorbeeld door innovatie, werkgelegenheid of het versterken van bepaalde sectoren.

De voorwaarden zijn bedoeld om te zorgen dat uw onderneming een echte bijdrage levert aan de Nederlandse economie. Denk aan een solide ondernemingsplan, het aantonen van de toegevoegde waarde van uw bedrijf en het voldoen aan de wettelijke eisen voor toelating. Wie daar goed in investeert, vergroot ook de kans op succes van de onderneming zelf.

Welke rechten en plichten heeft u als zelfstandige?

U bepaalt zelf uw bedrijfsstrategie, uw tarieven en de manier waarop u werkt. Daar staat tegenover dat u zelf verantwoordelijk bent voor de naleving van de Nederlandse regels over arbeid, belastingen en sociale zekerheid.

Komt u uit de EU, de EER of Zwitserland, dan kunt u zonder extra vergunningen als zelfstandige in Nederland werken. Komt u uit een ander land, dan vraagt u een verblijfsvergunning aan en voldoet u aan de voorwaarden. Een belangrijk onderdeel daarvan is een goed onderbouwd ondernemingsplan met uw bedrijfsvisie, financieringsplan en marketingstrategie. Welke eisen voor u gelden, hangt af van uw nationaliteit en situatie.

Laat u vooraf goed informeren over de rechten en plichten die voor u gelden. Zo voorkomt u verrassingen en bouwt u uw bedrijf op een solide basis op. Voor advies over uw persoonlijke situatie kunt u terecht bij de IND of bij een advocaat ondernemingsrecht.

Welke fiscale en administratieve verplichtingen heeft u?

U bent zelf verantwoordelijk voor uw belastingen, zoals inkomstenbelasting en btw. Houd een goede boekhouding bij en schakel zo nodig een belastingadviseur in. Als zelfstandige kunt u, als u aan de voorwaarden voldoet, gebruikmaken van fiscale regelingen voor ondernemers, zoals de zelfstandigenaftrek. Informatie over rechten en plichten van ondernemers vindt u op Business.gov.nl.

Inschrijving bij de KvK is verplicht. De KvK registreert uw onderneming en geeft u een KvK-nummer dat u nodig heeft in het zakelijk verkeer. Een goede administratie is ook nodig om uw bedrijf te kunnen sturen.

Controleer daarnaast of u voor uw bedrijfsactiviteiten specifieke vergunningen nodig heeft. Afhankelijk van uw branche kunnen er extra eisen gelden, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid, milieu of gezondheid.

Hoe regelt u uw sociale zekerheid?

Als zelfstandige regelt u zelf uw verzekering tegen arbeidsongeschiktheid en uw pensioenopbouw. Zorg op tijd voor een goede dekking om risico’s te beperken. U heeft geen recht op doorbetaald loon bij ziekte of op betaalde vakantie, zoals een werknemer wel heeft.

Mogen uw gezinsleden meekomen?

Ja, onder voorwaarden. Uw partner en kinderen kunnen een verblijfsvergunning aanvragen voor verblijf bij u als gezinslid.

Gezinsleden die een verblijfsvergunning krijgen voor verblijf bij een zelfstandige, mogen in de regel in Nederland werken zonder dat hun werkgever een tewerkstellingsvergunning nodig heeft. Controleer dit altijd op het verblijfsdocument. Willen uw gezinsleden tegelijk met u naar Nederland komen, dan is het verstandig hun aanvragen gelijktijdig met die van u in te dienen. Dat maakt het makkelijker om samen in Nederland te gaan wonen en werken.

Wat zijn de kansen en risico’s?

Werken als zelfstandige in Nederland kan een mooie kans zijn. U bepaalt zelf uw tarieven en kunt meer verdienen dan in loondienst. Tegelijk brengt het verplichtingen en risico’s mee. Of u nu uit de EER komt of van buiten Europa, zorg dat u de regels en procedures kent. En werkt u voor Nederlandse opdrachtgevers, dan speelt de vraag of u wel echt zelfstandig bent. Daarover gaat het volgende deel.

Hoe handhaaft de Belastingdienst op schijnzelfstandigheid in 2026?

Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer volledig op de kwalificatie van arbeidsrelaties. Naheffen kan niet verder terug dan 1 januari 2025, en sinds 1 januari 2026 kunnen er ook vergrijpboetes worden opgelegd.

Wie in Nederland als zelfstandige werkt, of met zelfstandigen werkt, heeft sinds 2025 met een ander speelveld te maken. Het handhavingsmoratorium dat jarenlang gold onder de Wet DBA, is per 1 januari 2025 geëindigd. De Belastingdienst kan sindsdien weer volledig handhaven als een opdrachtrelatie in werkelijkheid een dienstbetrekking is.

Wat riskeert u, en over welke periode?

Stelt de Belastingdienst vast dat er feitelijk een dienstbetrekking was, dan volgt een correctieverplichting of een naheffingsaanslag loonheffingen. Sinds 1 januari 2025 kan dat direct, zonder dat de Belastingdienst eerst een aanwijzing geeft.

De periode waarover kan worden nageheven, is begrensd: niet verder terug dan 1 januari 2025. Dat is de belangrijkste geruststelling in dit dossier. Die grens geldt niet bij kwaadwillendheid, of als een eerder gegeven aanwijzing niet is opgevolgd. Dan kan de Belastingdienst tot vijf jaar terug naheffen.

Voor boetes geldt een eigen tijdlijn. In 2025 heeft de Belastingdienst geen verzuim- en geen vergrijpboetes opgelegd: een bewuste zachte landing. Sinds 1 januari 2026 kunnen wel vergrijpboetes worden opgelegd; verzuimboetes legt de Belastingdienst in 2026 nog niet op. Een vergrijpboete veronderstelt opzet of grove schuld. De stap van 2025 naar 2026 is daarom groot voor wie zijn constructie ongewijzigd heeft gelaten, terwijl hij wist of had moeten weten dat die niet deugde.

Daarnaast zijn er gevolgen buiten de fiscus. Wordt de relatie geherkwalificeerd als arbeidsovereenkomst, dan heeft de werkende de rechten van een werknemer: loondoorbetaling bij ziekte, ontslagbescherming, vakantierechten, en mogelijk pensioen en een cao. De werkende kan die rechten zelf bij de rechter inroepen, los van wat de Belastingdienst doet.

Waaraan wordt getoetst?

De maatstaf staat in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek: arbeid, loon en werken ‘in dienst van’ de ander. Voor dat laatste criterium, de gezagsverhouding, weegt de rechter alle omstandigheden van het geval.

De Hoge Raad heeft in het Deliveroo-arrest van 24 maart 2023 (ECLI:NL:HR:2023:443) een open lijst gezichtspunten gegeven, die in onderling verband moeten worden gewogen:

  • de aard en duur van de werkzaamheden;
  • de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald;
  • de inbedding van het werk en van de werkende in de organisatie;
  • of er een verplichting is het werk persoonlijk te verrichten;
  • de wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen;
  • de wijze waarop de beloning wordt bepaald en uitgekeerd, en de hoogte daarvan;
  • of de werkende commercieel risico loopt;
  • of de werkende zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen.

Over dat laatste punt, het zogeheten extern ondernemerschap, bestond veel discussie. De Hoge Raad heeft die beslecht in het Uber-arrest van 21 februari 2025 (ECLI:NL:HR:2025:319). Extern ondernemerschap heeft geen zwaarder gewicht dan de andere gezichtspunten, en er bestaat geen rangorde tussen de gezichtspunten.

Een inschrijving bij de KvK, meerdere opdrachtgevers en een eigen website beslissen de zaak dus niet. Die omstandigheden tellen mee, maar niet meer dan dat.

Een gevolg dat opdrachtgevers vaak verrast: omdat het om de omstandigheden van de individuele werkende gaat, kunnen twee mensen die hetzelfde werk doen voor dezelfde opdrachtgever verschillend worden gekwalificeerd. Het Gerechtshof Amsterdam wees op 27 januari 2026 om die reden de collectieve vorderingen van de FNV in de Uber-zaak af (ECLI:NL:GHAMS:2026:163). Het hof sloot niet uit dat individuele chauffeurs werknemer zijn, maar kon dat niet voor de groep als geheel vaststellen.

Hoeveel zekerheid geeft een modelovereenkomst?

Minder dan vaak wordt gedacht. Sinds 6 september 2024 beoordeelt de Belastingdienst geen nieuwe modelovereenkomsten meer. Modelovereenkomsten die op die datum al waren goedgekeurd, mogen worden gebruikt tot en met 31 december 2029. Een andere einddatum in de overeenkomst zelf vervalt daarmee.

Belangrijker is wat een modelovereenkomst niet doet. Zij geeft alleen zekerheid als opdrachtgever en opdrachtnemer in de praktijk ook werken zoals in de overeenkomst staat. De kwalificatie hangt af van de praktijk, niet van het papier. Een keurige modelovereenkomst in de la, naast een werkelijkheid van vaste werktijden, een bedrijfsmailadres en aanwezigheid bij het teamoverleg, biedt geen bescherming.

Wat verandert er met het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief?

Verdient een zelfstandige minder dan € 38 per uur (bedrag naar peildatum 1 januari 2026), dan kan hij zich straks beroepen op een wettelijk vermoeden dat hij een arbeidsovereenkomst heeft. De opdrachtgever moet dan aantonen dat daarvan geen sprake is.

Het wetsvoorstel dat bekendstond als de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar), is onderweg ingrijpend veranderd. Het bevatte oorspronkelijk twee delen: een verduidelijking van het toetsingskader in de wet, en een rechtsvermoeden bij een laag uurtarief. Het kabinet heeft het verduidelijkingsdeel in maart 2026 met een nota van wijziging geschrapt, onder meer na kritiek van de Raad van State dat het weinig toevoegde aan de bestaande rechtspraak. Daarvoor in de plaats is een aparte Zelfstandigenwet aangekondigd.

Wat overbleef, is door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen en op 29 juni 2026 in het Staatsblad gepubliceerd (Stb. 2026, 158) als de Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief. De wet voegt een nieuw artikel 7:610aa toe aan het Burgerlijk Wetboek. Het grensbedrag van € 38 per uur wordt jaarlijks geïndexeerd.

De wet treedt op 31 december 2026 in werking; die datum is bij koninklijk besluit vastgesteld (Stb. 2026, 207). Voor opdrachtgevers die met laagbetaalde zelfstandigen werken, is dit de belangrijkste wijziging die eraan komt. Niet omdat de norm verandert, want die blijft artikel 7:610 BW, maar omdat de bewijslast omdraait. Een bewijslast die bij u als opdrachtgever ligt, is in de praktijk iets heel anders dan een discussie die de werkende zelf moet beginnen.

Samengevat

  • Ondernemers uit de EU, de EER en Zwitserland hebben vrije toegang; wie tijdelijk vanuit het buitenland in bepaalde sectoren werkt, moet dat vooraf melden.
  • Ondernemers van buiten de EU hebben een verblijfsvergunning nodig, zoals de startupvergunning of ‘arbeid als zelfstandige’ (puntensysteem, minimaal 30 punten per onderdeel van de 300 punten in totaal).
  • De Belastingdienst handhaaft sinds 1 januari 2025 volledig op schijnzelfstandigheid; naheffen gaat niet verder terug dan 1 januari 2025, behalve bij kwaadwillendheid.
  • Sinds 1 januari 2026 zijn vergrijpboetes mogelijk; bestaande modelovereenkomsten gelden tot en met 2029, maar alleen als u er ook naar werkt.
  • Het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst bij een uurtarief onder € 38 legt de bewijslast bij de opdrachtgever.

Law & More adviseert ondernemers en opdrachtgevers over verblijfsvergunningen voor zelfstandigen en over de inrichting van opdrachtrelaties. Twijfelt u over uw positie? Leg uw situatie aan ons voor. Wij laten u binnen één werkdag weten wat uw opties zijn.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.