Jarenlang leek het erop dat spelers hun verliezen bij online casino’s zonder Nederlandse vergunning konden terugvorderen. Rechtbanken wezen miljoenenclaims toe. Op 3 juli 2026 heeft de Hoge Raad daar een streep door gezet. Dit artikel beschrijft wat er is beslist, wat er nog wél mogelijk is, en waar de grens ligt tussen aanbieders met en zonder vergunning.
Wat de Hoge Raad heeft beslist
In een prejudiciële beslissing van 3 juli 2026 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een overeenkomst met een aanbieder die in strijd met het verbod van artikel 1 van de Wet op de kansspelen handelt, niet nietig en niet vernietigbaar is op grond van artikel 3:40 van het Burgerlijk Wetboek.
De redenering is systematisch. De Wet op de kansspelen heeft niet de strekking om overeenkomsten met een aanbieder zonder vergunning civielrechtelijk ongeldig te maken. De wet voorziet in bestuursrechtelijke en strafrechtelijke sancties tegen de aanbieder — lasten onder dwangsom, boetes, vervolging — en niet in ongeldigheid van de contracten met spelers. Dat de Kansspelautoriteit een prioriteringsbeleid voerde en niet tegen elke aanbieder optrad, maakt daarvoor geen verschil.
Het praktische gevolg is ingrijpend. Wie zijn geld terugvorderde met het argument dat de overeenkomst nietig was en de inleg dus onverschuldigd was betaald, mist sinds deze uitspraak de rechtsgrond. Zonder nietigheid is er geen onverschuldigde betaling in de zin van artikel 6:203 van het Burgerlijk Wetboek.
Waarom de eerdere uitspraken anders luidden
De feitenrechtspraak ging tot 2026 juist de andere kant op, en dat verklaart waarom er zoveel over dit onderwerp is geschreven. De rechtbank Overijssel wees in april 2024 twee vorderingen toe en nam daarbij nietigheid aan; in één van die zaken ging het om ruim tweehonderddertigduizend dollar. De rechtbank Noord-Nederland volgde in februari 2025 met een veroordeling van bijna honderdtwintigduizend euro, berekend als het nettoverlies: stortingen minus uitbetalingen.
Die lijn was echter niet eenduidig. Juist omdat rechtbanken verschillend oordeelden, hebben de rechtbanken Amsterdam en Noord-Holland de vraag aan de Hoge Raad voorgelegd. Op het punt van de nietigheid zijn de eerdere uitspraken door de beslissing van 3 juli 2026 achterhaald.
Wat er nog wél kan
De Hoge Raad heeft uitdrukkelijk twee routes opengelaten. Overeenkomsten met een aanbieder zonder vergunning kunnen onder omstandigheden blootstaan aan vernietiging wegens een wilsgebrek, of aanleiding geven tot een vordering uit onrechtmatige daad op grond van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek.
Dat is een opening, geen belofte. Op dit moment is geen gepubliceerde uitspraak bekend waarin een van beide routes in dit verband is toegepast. Wie een claim overweegt, moet er dus rekening mee houden dat de onderbouwing van de grond zelf een wezenlijk deel van de procedure wordt. Een enkele verwijzing naar het ontbreken van een vergunning volstaat niet meer.
Verjaring
Het wegvallen van de route via onverschuldigde betaling verschuift ook de verjaringsvraag. Waar voorheen artikel 3:309 van het Burgerlijk Wetboek in beeld was, komt bij een vordering uit onrechtmatige daad artikel 3:310 in beeld: vijf jaar vanaf het moment waarop de benadeelde bekend is geworden met zowel de schade als de aansprakelijke persoon, met een lange termijn van twintig jaar. Dat aanvangsmoment ligt vaak eerder dan spelers verwachten.
Uw speelgegevens opvragen
Wie een claim overweegt, heeft eerst zijn transactiegegevens nodig — vaak over een reeks jaren. Aanbieders geven die niet altijd vrijwillig. De rechter heeft in 2025 tweemaal geoordeeld dat een speler op grond van artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming recht heeft op inzage, en dat het feit dat het doel terugvordering is geen misbruik van het inzagerecht oplevert. In één zaak werd een dwangsom van vijfduizend euro per dag opgelegd. Die route staat dus nog gewoon open, ongeacht de uitkomst van een eventuele claim.
Vergunde aanbieders: een heel ander verhaal
Sinds 1 oktober 2021 kunnen aanbieders in Nederland een vergunning krijgen. Voor die vergunde partijen geldt een uitgewerkt zorgplichtkader, en daar wordt actief op gehandhaafd.
Hoe u een aanbieder zonder Nederlandse vergunning herkent, wat de Kansspelautoriteit wel en niet voor u doet en waarom een procedure tegen een Maltese of Curaçaose aanbieder vooral op de executie stukloopt, staat in ons artikel over het online casino zonder vergunning.
De verplichtingen volgen uit artikel 4a en artikel 31m van de Wet op de kansspelen, uit het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen en uit de Beleidsregel verantwoord spelen die sinds 3 juni 2024 geldt. Per 1 oktober 2024 zijn de regels aangescherpt: er geldt een standaard maandelijkse stortingslimiet van € 350 voor volwassenen en € 150 voor spelers tot vierentwintig jaar, verhoging is pas mogelijk na een verplicht persoonlijk contactmoment, en bij stortingen boven € 700 per maand — € 300 onder de vierentwintig — moet de aanbieder de draagkracht toetsen. Daarnaast bestaat het register Cruks, geregeld in artikel 33h van de Wet op de kansspelen, waarmee spelers zich kunnen laten uitsluiten.
De Kansspelautoriteit heeft de afgelopen twee jaar meermaals ingegrepen bij vergunde partijen die hun zorgplicht verzaakten.
| Datum | Aanbieder | Maatregel |
|---|---|---|
| 15 april 2025 | naam niet openbaar | boete € 734.000 — jongvolwassenen onvoldoende beschermd |
| 2 oktober 2025 | LeoVegas Gaming | boete € 500.000 |
| 13 november 2025 | Hillside (bet365) | bindende aanwijzing |
| 16 december 2025 | Tulipa Ent Limited | boete € 750.000 |
| 28 mei 2026 | 711 B.V. | boete € 886.000 |
Belangrijk voor de verwachtingen: deze aansprakelijkheid is tot nu toe uitsluitend bestuursrechtelijk. Er is geen gepubliceerde civiele uitspraak waarin een vergunde aanbieder jegens een individuele speler aansprakelijk is gehouden wegens schending van de zorgplicht. Een boete van de toezichthouder is dus geen automatische opstap naar schadevergoeding, al kan een sanctiebesluit in een civiele procedure wel als onderbouwing dienen.
En de bank?
Regelmatig wordt geprobeerd de bank aan te spreken die de betalingen aan een illegale aanbieder uitvoerde. Het Kifid heeft die vlieger in juni 2022 niet laten opgaan: de klant had de opdrachten welbewust gegeven en geautoriseerd, en een bank hoeft alleen in te grijpen als er gegronde redenen zijn om aan een betaalopdracht te twijfelen. Regels van kaartmaatschappijen en een kansspelconvenant werken niet door in de verhouding tussen bank en klant.
Dat is één uitspraak van een geschillencommissie, geen vaste rechtspraaklijn. Maar wie op deze route rekent, moet weten dat de enige beschikbare beslissing negatief uitpakte.
Massaclaims en no-cure-no-pay
Er wordt volop geworven voor collectieve acties. Twee dingen zijn daarbij goed om te weten. In het centraal register voor collectieve vorderingen staat op dit moment geen zaak over online kansspelen; de bekende WAMCA-zaken gaan over andere onderwerpen. En over de vergoeding van procesfinanciers in dit type zaak bestaat nog geen rechtspraak.
Bij een no-cure-no-pay-constructie betaalt u niets als de zaak wordt verloren, maar draagt u bij winst een aanzienlijk deel van de opbrengst af. Laat u voordat u tekent uitleggen welk percentage dat is, wie de proceskosten draagt als de vordering wordt afgewezen, en of u zich nog individueel kunt terugtrekken. Sinds de uitspraak van de Hoge Raad is het procesrisico wezenlijk toegenomen, en dat verandert de afweging.
Wat dit voor u betekent
Kort samengevat: de eenvoudige route is dicht. Een claim op de enkele grond dat de aanbieder geen vergunning had, houdt geen stand meer. Wat overblijft, is maatwerk — een vordering die steunt op een wilsgebrek of op onrechtmatig handelen, met een feitelijke onderbouwing per speler. Of dat in uw geval kans van slagen heeft, hangt af van wat er precies is gebeurd: hoe u bent geworven, wat de aanbieder wist over uw speelgedrag, en of hij daarop had moeten ingrijpen.
Juridische hulp nodig?
Wie overweegt zijn verliezen terug te vorderen, doet er verstandig aan eerst zijn positie te laten beoordelen voordat hij zich aan een claimstichting verbindt. Onze advocaat civiel recht beoordeelt of er in uw situatie een begaanbare route overblijft en wat die realistisch oplevert.
