Fraude

Bureau met een gesloten kasboek, rekenmachine, stapel facturen en een vergrootglas

Fraude is geen apart misdrijf in het Wetboek van Strafrecht, maar een verzamelnaam voor bedrog om er zelf of voor een ander financieel beter van te worden. Onder fraude vallen onder meer oplichting (artikel 326 Sr), valsheid in geschrift (artikel 225 Sr), verduistering (artikel 321 Sr), belastingfraude (artikel 69 AWR) en uitkeringsfraude.

Welke strafbare feiten vallen onder fraude?

Welk artikel van toepassing is, hangt af van de manier waarop iemand zou hebben gehandeld. Het Openbaar Ministerie (OM) kiest de omschrijving in de dagvaarding.

  • Oplichting: iemand bewegen tot afgifte van geld of goederen met een valse naam, listige kunstgrepen of een samenweefsel van verdichtsels (artikel 326 Sr).
  • Valsheid in geschrift: een document vals opmaken of vervalsen om het als echt te gebruiken, zoals een loonstrook of factuur (artikel 225 Sr).
  • Verduistering: iets wat u onder zich hebt maar van een ander is, opzettelijk als eigen gebruiken (artikel 321 Sr).
  • Belastingfraude: opzettelijk een onjuiste of onvolledige aangifte doen, waardoor te weinig belasting wordt geheven (artikel 69 AWR).
  • Uitkeringsfraude: opzettelijk gegevens niet of niet op tijd doorgeven die van belang zijn voor een uitkering of toeslag (artikelen 227a en 227b Sr).

Welke straf staat op fraude?

De maximumstraf verschilt per artikel. Op oplichting staat maximaal 4 jaar gevangenisstraf, op valsheid in geschrift 6 jaar en op verduistering 3 jaar. Bij al deze feiten kan de rechter ook een geldboete van de vijfde categorie opleggen, in 2026 maximaal 110.000 euro.

Bij een opzettelijk onjuiste belastingaangifte is de maximumstraf 6 jaar of een geldboete van de vijfde categorie. Is het ontdoken belastingbedrag hoger, dan kan de boete oplopen tot dat bedrag. De rechter kijkt bij de strafmaat onder meer naar de hoogte van het nadeel, de duur en de rol van de verdachte. Daarnaast kan het OM het verkregen voordeel terugvorderen via een ontnemingsprocedure (artikel 36e Sr).

Wie onderzoekt fraude?

Fraudezaken worden vaak onderzocht door bijzondere opsporingsdiensten. De FIOD is de opsporingsdienst van de Belastingdienst en richt zich op fiscale en financiële fraude. Bij uitkeringsfraude doen gemeenten of de Nederlandse Arbeidsinspectie onderzoek.

Het OM beslist of iemand wordt vervolgd. Grote fraudezaken behandelt vaak het Functioneel Parket. Niet elke zaak komt bij de strafrechter: bij lagere bedragen leggen de Belastingdienst of de uitkeringsinstantie soms een bestuurlijke boete op. Een fraudeverdenking gaat ook vaak samen met een verdenking van witwassen.

Wat doet u als u wordt verdacht van fraude?

Een fraudeonderzoek begint vaak met een uitnodiging voor een verhoor of met een doorzoeking. U hebt dan dezelfde rechten als iedere verdachte.

  • U hebt het recht om te zwijgen en hoeft niet mee te werken aan uw eigen veroordeling.
  • U hebt recht op een advocaat vóór en tijdens het politieverhoor.
  • U kunt via uw advocaat vragen om inzage in de processtukken.
  • Bij een fiscaal onderzoek kunnen tegelijk een bestuurlijke en een strafrechtelijke procedure lopen; laat u adviseren over de samenhang.

Veelgestelde vragen

Is fraude altijd een misdrijf?

De feiten die onder fraude vallen, zoals oplichting en valsheid in geschrift, zijn misdrijven. Bij kleinere fiscale of sociale overtredingen volgt soms alleen een bestuurlijke boete.

Kan een bedrijf ook worden vervolgd voor fraude?

Ja. Ook rechtspersonen kunnen strafbare feiten plegen (artikel 51 Sr). Daarnaast kunnen bestuurders worden vervolgd die tot het feit opdracht gaven of er feitelijk leiding aan gaven.

Verwante begrippen

Meer over onze aanpak leest u op de pagina van onze strafrechtadvocaat. Wilt u weten wat dit voor uw situatie betekent? Plan een gratis kennismakingsgesprek.