Een huurverhoging is de jaarlijkse of tussentijdse aanpassing van de huurprijs. Voor woonruimte is de ruimte daarvoor wettelijk begrensd; voor bedrijfsruimte bepaalt in beginsel het contract wat mag.
Wettelijke basis
Voor gereguleerde woonruimte geldt artikel 7:248 BW: de huurprijs kan in beginsel eenmaal per twaalf maanden worden verhoogd, met een voorstel dat ten minste twee maanden voor de ingangsdatum moet zijn gedaan en dat aan vormvereisten voldoet. De maximale percentages worden jaarlijks vastgesteld bij ministeriele regeling. De huurder kan bezwaar maken bij de verhuurder en, als die vasthoudt, het geschil voorleggen aan de huurcommissie. Sinds de Wet betaalbare huur van 1 juli 2024 valt ook het middensegment tot en met 186 punten onder deze bescherming. In de vrije sector geldt de contractuele indexeringsclausule, begrensd door de Wet maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde huurovereenkomsten, die de verhoging koppelt aan inflatie of loonontwikkeling plus een opslag. Bij bedrijfsruimte geldt de contractuele indexering, meestal op basis van de consumentenprijsindex, naast de mogelijkheid van huurprijsherziening bij 290-ruimte.
Hoe het in de praktijk werkt
Een geldig voorstel vermeldt de huidige en de voorgestelde prijs, het percentage, de ingangsdatum en de wijze van bezwaar. Ontbreekt een van die elementen, dan is het voorstel niet rechtsgeldig en gaat de verhoging niet in. Bij een verhoging na woningverbetering gelden aparte regels, waaronder instemming van een meerderheid van de huurders bij een complexgewijze aanpak.
Waar het misgaat
Verhuurders sturen het voorstel te laat of zonder de vereiste vermeldingen. Een tweede fout is een indexering in de vrije sector die het wettelijke maximum overschrijdt. Ten derde laten huurders de bezwaartermijn bij de huurcommissie verlopen.
Verwante begrippen
De verhoging hangt samen met het woningwaarderingsstelsel, met de huurbescherming en met de servicekosten.
Klopt de verhoging niet? Onze specialisten vastgoedrecht toetsen het voorstel.