Het opschortingsrecht is de bevoegdheid van een schuldenaar om zijn eigen verplichting op te schorten zolang de wederpartij niet nakomt. Het is een drukmiddel: de prestatie blijft verschuldigd, maar hoeft voorlopig niet te worden verricht.
Inhoudsopgave
Wettelijke basis
Artikel 6:52 BW geeft het algemene opschortingsrecht bij een opeisbare tegenvordering, mits er voldoende samenhang bestaat tussen beide verplichtingen. Die samenhang wordt aangenomen bij verplichtingen uit dezelfde rechtsverhouding of uit zaken die partijen regelmatig met elkaar hebben gedaan. Artikel 6:262 BW bevat de exceptio non adimpleti contractus voor wederkerige overeenkomsten, en artikel 6:263 BW de onzekerheidsexceptie voor wie als eerste moet presteren maar goede grond heeft te vrezen dat de ander niet zal nakomen. Artikel 6:54 BW noemt de gevallen waarin opschorting niet is toegestaan, onder meer wanneer nakoming door de wederpartij blijvend onmogelijk is. Artikel 6:262 lid 2 BW eist evenredigheid: de tekortkoming moet de opschorting rechtvaardigen.
Hoe het in de praktijk werkt
Opschorting werkt het beste als zij duidelijk wordt aangekondigd, met vermelding van de reden en van wat de wederpartij moet doen om de opschorting te beëindigen. Vaak wordt zij ingezet bij een aannemer die gebreken niet herstelt of bij een leverancier die te laat levert. Zolang de opschorting terecht is, raakt de opschortende partij zelf niet in verzuim en verbeurt zij geen boetes of rente.
Waar het misgaat
Wie ten onrechte opschort, komt zelf in verzuim en riskeert ontbinding en schadevergoeding. De grootste risico’s zijn een tegenvordering die nog niet opeisbaar is, een gebrek aan samenhang en wanverhouding: de hele aanneemsom inhouden voor een klein gebrek houdt geen stand. Een tweede fout is stilzwijgend niet betalen zonder de reden te melden, waardoor de wederpartij aanmaant en incassokosten maakt.
Wat betekent opschorten?
Opschorten betekent dat u uw eigen prestatie tijdelijk niet levert, omdat de ander zijn verplichting niet nakomt. Uw verplichting blijft bestaan: zodra de ander alsnog nakomt, moet u ook presteren.
Opschorting is dus geen straf en geen beëindiging. Het is een tijdelijke weigering om te presteren, met de wet als basis (art. 6:52 en 6:262 BW).
Wat staat er in artikel 6:262 BW?
Artikel 6:262 lid 1 BW bepaalt dat u bij een wederkerige overeenkomst uw verplichting mag opschorten als de ander de zijne niet nakomt. Lid 2 voegt toe dat bij gedeeltelijke of gebrekkige nakoming opschorting alleen mag voor zover de tekortkoming dat rechtvaardigt.
Een voorbeeld: een aannemer stuurt een factuur van 10.000 euro, maar herstel van een gebrek kost 1.500 euro. Dan houdt u een bedrag in dat past bij het gebrek. De hele 10.000 euro inhouden is meestal niet gerechtvaardigd.
Welke regels gelden voor consumenten?
- Bij een consumentenkoop hoeft u maximaal de helft van de koopprijs vooruit te betalen (art. 7:26 lid 2 BW).
- Laat u als particulier een woning bouwen, dan mag u maximaal 5% van de aanneemsom bij de notaris in depot storten in plaats van aan de aannemer te betalen (art. 7:768 BW). Dat kan tot 3 maanden na oplevering.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen opschorten en verrekenen?
Bij verrekening gaan 2 schulden over en weer teniet tot het laagste bedrag (art. 6:127 BW). Bij opschorting blijft uw schuld bestaan en stelt u alleen de betaling uit.
Is retentierecht hetzelfde als opschorten?
Retentierecht is een bijzondere vorm van opschorting: u houdt een zaak van de ander onder u tot hij betaalt (art. 3:290 BW), bijvoorbeeld een garage die een gerepareerde auto vasthoudt.
Verwante begrippen
Opschorting hangt samen met verzuim, met wanprestatie en met de ontbinding van de overeenkomst als volgende stap.
Wilt u weten of u mag opschorten? Onze civiel recht advocaten toetsen samenhang en evenredigheid.