Zwijgrecht en cautie

Een verdachte in Nederland is niet verplicht vragen te beantwoorden. Vóór elk verhoor moet hem dat worden meegedeeld: de cautie. Zwijgen is geen bewijs van schuld en er mag als zodanig geen nadelige conclusie uit worden getrokken.

Wettelijke basis

Artikel 29 Sv bevat zowel het recht als de plicht tot cautie. Het recht is een uitwerking van het nemo-teneturbeginsel dat wordt beschermd door artikel 6 EVRM, zoals uitgewerkt door het Europees Hof in onder meer het arrest Saunders. Een verklaring die is verkregen zonder dat op het juiste moment de cautie is gegeven, is in beginsel onbruikbaar, en hetzelfde geldt wanneer het recht op consultatie van een advocaat is onthouden.

Hoe het in de praktijk werkt

Het inroepen van het zwijgrecht is een tactische beslissing die met het dossier meebeweegt. Vroeg in een onderzoek, wanneer de verdediging nog niet weet wat de politie heeft, is zwijgen doorgaans het veiligst; is het dossier compleet, dan kan een goed voorbereide verklaring juist het sterkste verweer zijn. Het recht beschermt verklaringen, niet materiaal dat onafhankelijk van de wil van de verdachte bestaat: bloed, adem en stukken die op grond van een wettelijke plicht moeten worden bewaard kunnen wel worden gevorderd.

Waar het misgaat

Half antwoorden is de klassieke valkuil. Iemand beantwoordt de onschuldige vragen en weigert de lastige, en levert daarmee een verklaring op die het openbaar ministerie steunt op de punten die zij wél raakt. Een tweede probleem is een verklaring die aantoonbaar onjuist blijkt: zwijgen heeft geen gevolg, maar een leugen die als leugen wordt ontmaskerd kan tegen de verdachte werken. Ten derde komt de cautie in toezichtsonderzoeken vaak laat, waar een medewerkingsplicht jegens een toezichthouder overgaat in een strafrechtelijk onderzoek.

Verwante begrippen

Verdachte, inverzekeringstelling en dagvaarding.

Staat een verhoor gepland? Onze strafrechtadvocaten bereiden het met u voor en zijn erbij aanwezig.