Gepubliceerd op 12 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 september 2026
De AI-verordening, Verordening (EU) 2024/1689, is de Europese wet voor het ontwikkelen, aanbieden en gebruiken van kunstmatige intelligentie. Zij geldt rechtstreeks in Nederland, is sinds 2 augustus 2026 in beginsel volledig van toepassing en deelt AI-systemen in naar risico: verboden praktijken, hoog risico, systemen met een transparantieplicht en overige systemen. De belangrijkste uitzondering op die datum: de zware eisen voor hoogrisicosystemen zijn door de zogenoemde AI-omnibus uitgesteld tot 2 december 2027 en, voor AI in producten, tot 2 augustus 2028.
In dit artikel leggen wij uit welke rol u in de keten heeft, in welke risicoklasse uw systemen vallen, welke verplichtingen daarbij horen, wat de boetes zijn en wie in Nederland toezicht houdt. Wij sluiten af met concrete stappen die u nu kunt zetten.
Inhoudsopgave
Wat regelt de AI-verordening?
De verordening stelt eisen aan AI-systemen die in de Europese Unie op de markt komen of in gebruik worden genomen. Die eisen gelden voor iedere partij in de keten, elk met een eigen pakket.
De verordening is productregelgeving. Zij werkt dus vooral met eisen aan het systeem zelf, zoals bij machines of medische hulpmiddelen, en niet als een klassieke grondrechtenwet. De belangrijkste rollen zijn de aanbieder en de gebruiksverantwoordelijke. De aanbieder ontwikkelt het systeem of brengt het onder eigen naam op de markt. De gebruiksverantwoordelijke zet het systeem onder eigen verantwoordelijkheid in, bijvoorbeeld een werkgever die een selectietool gebruikt. Daarnaast kent de verordening importeurs, distributeurs en gemachtigden.
Volgens artikel 3 van de verordening is een AI-systeem een op machines gebaseerd systeem dat met een zekere mate van autonomie werkt. Het kan na de uitrol aanpassingsvermogen tonen. Het leidt uit de ontvangen input af hoe het output maakt, zoals voorspellingen, aanbevelingen of beslissingen die fysieke of virtuele omgevingen kunnen beïnvloeden. Klassieke software die alleen vaste, door mensen geschreven regels uitvoert, valt daar in beginsel buiten.
Geldt de verordening ook buiten de EU?
Ja. De verordening geldt ook voor partijen buiten de Unie wanneer de output van hun systeem in de Unie wordt gebruikt. Een Amerikaanse leverancier van een HR-tool die in Nederland wordt ingezet, valt er dus ook onder.
Wat valt er niet onder?
Uitgezonderd zijn onder meer systemen die alleen voor militaire of defensiedoeleinden worden gebruikt, zuiver wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling, en gebruik door natuurlijke personen voor louter persoonlijke, niet-beroepsmatige doelen. Vrije en opensource-software valt er onder voorwaarden buiten. Die uitzondering vervalt zodra het systeem hoog risico oplevert of onder de verboden praktijken valt.
Hoe werkt de risicogebaseerde aanpak?
De verordening kent vier niveaus: verboden, hoog risico, transparantierisico en overige systemen. Hoe hoger het risico, hoe zwaarder de verplichtingen.
Bovenaan staan de praktijken die als onaanvaardbaar gelden; die zijn verboden. Daaronder staan de hoogrisicosystemen. Die zijn toegestaan, maar aan zware eisen gebonden. Daarnaast bestaat een categorie systemen met een specifiek transparantierisico, zoals chatbots en systemen die tekst, beeld of geluid genereren. Voor alle overige systemen gelden geen bijzondere verplichtingen; daarvoor bestaan alleen de algemene regels en vrijwillige gedragscodes.
Wanneer is een systeem hoog risico?
Een systeem is hoog risico als het een veiligheidscomponent is van een product dat onder de harmonisatiewetgeving van bijlage I valt, of als het valt onder een van de toepassingen van bijlage III. De indeling volgt dus uit de verordening zelf en is geen kwestie van inschatting.
Bijlage III noemt onder meer biometrie, kritieke infrastructuur, onderwijs en beroepsopleiding, werkgelegenheid en personeelsbeheer, toegang tot essentiële particuliere en publieke diensten, rechtshandhaving, migratie- en grenstoezicht, en rechtsbedeling en democratische processen.
De classificatie bepaalt alles wat daarna komt. Een verkeerde indeling betekent dat uw hele nalevingsprogramma op een verkeerd fundament staat. Begin daarom met een overzicht van alle AI-systemen in uw organisatie, ook de systemen die via leveranciers in uw processen zitten. Leg per systeem vast in welke categorie het valt en waarom. Wat de hoogrisicocategorie concreet van u vraagt, werken wij uit in ons artikel over hoogrisico-AI-systemen onder de AI Act.
Welke AI-praktijken zijn verboden?
Artikel 5 verbiedt een beperkte, uitputtende lijst van toepassingen. Deze verboden gelden sinds 2 februari 2025.
Verboden zijn systemen die met subliminale of doelbewust manipulatieve technieken het gedrag van mensen wezenlijk verstoren. Hetzelfde geldt voor systemen die kwetsbaarheden door leeftijd, handicap of sociale of economische situatie uitbuiten. Ook sociale scoring is verboden: personen beoordelen of indelen op basis van sociaal gedrag of persoonskenmerken, met als gevolg een nadelige behandeling in een ander verband of een onevenredig nadeel.
Verder zijn verboden:
- systemen die alleen op basis van profilering of persoonlijkheidskenmerken voorspellen of iemand een strafbaar feit zal plegen;
- het ongericht verzamelen van gezichtsopnamen van internet of camerabeelden om gezichtsherkenningsdatabanken op te bouwen;
- emotieherkenning op de werkplek en in het onderwijs;
- biometrische categorisering om gevoelige kenmerken af te leiden, zoals ras, politieke opvattingen, religie of seksuele gerichtheid.
Daarnaast geldt een verbod op realtime biometrische identificatie op afstand in openbare ruimten voor rechtshandhaving. Daarop bestaat een klein aantal nauw omschreven uitzonderingen, waarvoor bovendien vooraf toestemming van een rechter of onafhankelijke bestuurlijke instantie nodig is.
De AI-omnibus voegt daar een nieuw verbod aan toe: AI-systemen die zonder toestemming seksueel expliciete of intieme beelden maken, of beelden van seksueel misbruik van kinderen, zoals zogenoemde ‘nudify’-apps.
Wat vraagt de verordening van hoogrisicosystemen?
Voor hoogrisicosystemen gelden eisen aan het systeem zelf en aan de organisatie eromheen. De aanbieder draagt het zwaarste pakket; de gebruiksverantwoordelijke heeft een eigen, lichter pakket.
Wat moet de aanbieder doen?
De aanbieder moet een risicobeheersysteem opzetten en onderhouden gedurende de hele levenscyclus van het systeem. Hij moet voldoen aan eisen voor datagovernance: de trainings-, validatie- en testdatasets moeten relevant, voldoende representatief en zo veel mogelijk foutloos zijn, met aandacht voor mogelijke vertekening. Daarnaast gelden eisen voor:
- technische documentatie;
- automatische registratie van gebeurtenissen (logging);
- transparantie richting de gebruiksverantwoordelijke;
- effectief menselijk toezicht;
- een passend niveau van nauwkeurigheid, robuustheid en cyberbeveiliging.
Daar komen procedurele stappen bij: een kwaliteitsmanagementsysteem, een conformiteitsbeoordeling, een EU-conformiteitsverklaring, CE-markering en registratie in de Europese databank, allemaal voordat het systeem op de markt komt. Daarna moet de aanbieder het systeem blijven volgen en ernstige incidenten melden bij de toezichthouder.
Wat moet de gebruiksverantwoordelijke doen?
De gebruiksverantwoordelijke moet het systeem gebruiken volgens de gebruiksaanwijzing. Hij legt het menselijk toezicht bij mensen die daarvoor bekwaam zijn, houdt de inputdata relevant en bewaart de logs. Werknemers moeten worden geïnformeerd wanneer een hoogrisicosysteem op hen wordt toegepast.
Voor sommige gebruiksverantwoordelijken geldt daarnaast de plicht om vooraf de gevolgen voor de grondrechten te beoordelen. Volgens artikel 27 van de verordening gaat het om publiekrechtelijke organisaties, private partijen die openbare diensten verlenen, en partijen die AI inzetten voor de beoordeling van kredietwaardigheid of voor risicobeoordeling en prijsstelling bij levens- en ziektekostenverzekeringen.
Hoe toont u aan dat u voldoet?
U toont naleving aan met een conformiteitsbeoordeling, meestal op basis van geharmoniseerde normen. Wie een norm volgt waarvan de referentie in het Publicatieblad van de EU staat, wordt vermoed aan de bijbehorende eis te voldoen.
Dat is het bekende model uit de Europese productwetgeving. Het vermoeden van overeenstemming is weerlegbaar. Toch verlicht het de bewijslast flink. Bovendien geeft een norm ontwikkelaars houvast waar de verordening zelf alleen open normen geeft.
Voor de meeste hoogrisicosystemen mag de aanbieder de conformiteitsbeoordeling zelf uitvoeren, op basis van interne controle. Voor bepaalde biometrische toepassingen en voor systemen die als veiligheidscomponent onder bestaande productwetgeving vallen, kan tussenkomst van een aangemelde instantie nodig zijn. De uitkomst wordt vastgelegd in een EU-conformiteitsverklaring, gevolgd door CE-markering en registratie in de Europese databank.
Waarom is documentatie zo belangrijk?
Omdat u zonder documentatie niet kunt aantonen dat u voldoet. De technische documentatie, de risicobeoordeling, de gegevens over de gebruikte datasets en de logbestanden moeten gedurende een in de verordening bepaalde periode beschikbaar blijven voor de toezichthouder.
Hier gaat het vaak mis. Een systeem kan inhoudelijk in orde zijn, terwijl de onderbouwing nooit is vastgelegd en achteraf niet meer te reconstrueren is. Behandel documentatie daarom niet als sluitstuk, maar als vast onderdeel van het ontwikkelproces.
Hoe verhoudt de verordening zich tot sectorale regels?
De verordening sluit aan op bestaande productwetgeving en zet er geen tweede stelsel naast. Een AI-systeem in een medisch hulpmiddel, een voertuig of een liftinstallatie valt al onder die wetgeving.
De AI-eisen worden dan meegenomen in de bestaande conformiteitsprocedure, zodat er niet twee keer wordt getoetst. De AI-omnibus verduidelijkt die samenloop verder, onder meer met de Machineverordening. Voor aanbieders in deze sectoren is de vraag dus niet of zij een nieuw traject moeten starten, maar hoe zij de AI-eisen in hun bestaande kwaliteitssysteem inpassen.
Voor gebruiksverantwoordelijken geldt iets vergelijkbaars. Heeft u al een informatiebeveiligingsbeleid, een verwerkingsregister en een proces voor gegevensbeschermingseffectbeoordelingen? Dan staan de meeste bouwstenen er al. De AI-verordening voegt vooral de classificatie, het menselijk toezicht en de informatieplicht richting betrokkenen toe. Een apart AI-programma is zelden nodig; een uitbreiding van bestaande processen meestal wel.
Welke transparantieverplichtingen gelden er?
Artikel 50 bevat transparantieplichten die los staan van de risicoklasse. Zij gelden sinds 2 augustus 2026.
Biedt u een systeem aan dat rechtstreeks met mensen communiceert? Dan moet u ervoor zorgen dat die mensen weten dat zij met een AI-systeem te maken hebben, tenzij dat uit de omstandigheden duidelijk is. Biedt u een systeem aan dat synthetische inhoud maakt? Dan moet u die output machineleesbaar markeren als kunstmatig gemaakt of bewerkt.
Voor gebruiksverantwoordelijken geldt het omgekeerde. Zij moeten bekendmaken dat het om een deepfake gaat wanneer zij die verspreiden. Hetzelfde geldt wanneer zij door AI gemaakte of bewerkte tekst publiceren om het publiek te informeren over zaken van algemeen belang. Ook het gebruik van emotieherkenning of biometrische categorisering moet aan de betrokkenen worden meegedeeld. Voor de strafrechtelijke kant van gemanipuleerd beeldmateriaal verwijzen wij naar ons artikel over deepfakes en het strafrecht.
Met deze plichten krijgt een gemiddelde onderneming meestal als eerste te maken. Een klantenservicechatbot, een tool die productteksten schrijft of een systeem dat sollicitatievideo’s analyseert, raakt er direct aan. Dat geldt ook als het systeem verder niet als hoog risico telt.
Wat geldt voor AI-modellen voor algemene doeleinden?
Voor AI-modellen voor algemene doeleinden, de grote modellen waarop veel verschillende toepassingen draaien, geldt een apart regime. Deze bepalingen gelden sinds 2 augustus 2025.
Aanbieders van zulke modellen moeten technische documentatie bijhouden en informatie geven aan partijen die het model in hun eigen systeem verwerken. Zij moeten een beleid voeren om het Europese auteursrecht na te leven. Ook moeten zij een voldoende gedetailleerde samenvatting publiceren van de inhoud die voor de training is gebruikt.
Voor modellen met een systeemrisico gelden zwaardere eisen: modelevaluatie, testen op vijandig gebruik, beperken van systeemrisico’s, melden van ernstige incidenten en passende cyberbeveiliging. Een model wordt vermoed een systeemrisico te hebben wanneer de rekenkracht die voor de training is gebruikt een drempel uit de verordening overschrijdt. Het AI-bureau van de Europese Commissie krijgt door de AI-omnibus bovendien meer bevoegdheden, ook voor toezicht op AI-systemen die op zulke modellen zijn gebouwd.
Wat betekent dit voor u als gebruiker van zo’n model?
U bent afhankelijk van de informatie die de modelaanbieder levert. Koopt u een model of een daarop gebouwde dienst in, leg dan contractueel vast welke documentatie wordt geleverd, wie welke verplichting draagt en wat er gebeurt als de toezichthouder vragen stelt. Meer daarover leest u in ons artikel over juridische risico’s bij het gebruik van AI-tools.
Vanaf wanneer geldt wat?
De verordening trad op 1 augustus 2024 in werking en is gefaseerd van toepassing geworden. Het hoogrisicoregime is door de AI-omnibus verschoven naar 2027 en 2028.
- 2 februari 2025: de verboden praktijken van artikel 5 en de bepaling over AI-geletterdheid in artikel 4.
- 2 augustus 2025: de regels voor AI-modellen voor algemene doeleinden, de governancestructuur en het sanctiestelsel.
- 2 augustus 2026: de verordening in beginsel volledig, waaronder de transparantieplichten van artikel 50.
- 2 december 2027: de verplichtingen voor hoogrisicotoepassingen uit bijlage III.
- 2 augustus 2028: de verplichtingen voor hoogrisicosystemen die als veiligheidscomponent onder de productwetgeving van bijlage I vallen.
De Europese Commissie stelde de AI-omnibus voor op 19 november 2025. Op 7 mei 2026 werd een politiek akkoord bereikt en op 27 juli 2026 trad de wijziging in werking. Het uitstel is volgens de Commissie bedoeld om de regels pas te laten gelden wanneer hulpmiddelen zoals normen beschikbaar zijn.
Betekent uitstel dat u kunt wachten?
Nee. De inhoudelijke eisen veranderen niet door het uitstel, alleen het moment waarop zij afdwingbaar worden.
Gebruik de tijd om de classificatie en de documentatie op orde te brengen. Voor systemen die al vóór de toepassingsdatum op de markt waren, gelden overgangsregels. Die vervallen zodra het systeem ingrijpend wordt gewijzigd. Een grote update kan een bestaand systeem dus alsnog volledig onder het regime brengen.
Welke boetes staan er op overtreding?
Artikel 99 kent drie boeteniveaus, met een maximum van 35 miljoen euro of 7% van de wereldwijde jaaromzet bij verboden praktijken. Voor het mkb en start-ups geldt steeds het laagste van beide bedragen.
| Overtreding | Maximale boete |
|---|---|
| Verboden praktijken (artikel 5) | € 35 miljoen of 7% van de totale wereldwijde jaaromzet over het vorige boekjaar, als dat hoger is |
| De meeste andere verplichtingen, waaronder die van aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van hoogrisicosystemen en de transparantieplichten | € 15 miljoen of 3% van de wereldwijde jaaromzet |
| Onjuiste, onvolledige of misleidende informatie aan een aangemelde instantie of toezichthouder | € 7,5 miljoen of 1% van de wereldwijde jaaromzet |
Bij het bepalen van de boete wegen onder meer mee: de aard en de duur van de inbreuk, of de overtreder de inbreuk zelf heeft gemeld, of hij eerder is beboet en in hoeverre hij heeft meegewerkt. Voor aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden geldt een apart boeteregime, dat de Europese Commissie toepast.
Wie houdt in Nederland toezicht?
Het toezicht wordt in Nederland verdeeld over meerdere toezichthouders, afhankelijk van de sector waarin het AI-systeem wordt gebruikt. Op Europees niveau houdt het AI-bureau van de Europese Commissie toezicht op AI-modellen voor algemene doeleinden.
Het AI-bureau wordt ondersteund door de AI-board, waarin de lidstaten zijn vertegenwoordigd. Elke lidstaat moet daarnaast een of meer nationale autoriteiten aanwijzen: een markttoezichtautoriteit en een aanmeldende autoriteit. Het kabinet regelt die taakverdeling in Nederlandse wetgeving.
De Autoriteit Persoonsgegevens is in Nederland al de coördinerende toezichthouder op algoritmes. Zij houdt hoe dan ook toezicht op de verwerking van persoonsgegevens door AI-systemen. Ga daarom per systeem na welke toezichthouder voor uw sector het aanspreekpunt is.
Hoe verhoudt de verordening zich tot de AVG en tot aansprakelijkheid?
De AI-verordening vervangt de AVG niet; beide gelden naast elkaar. Voor schade door AI gelden de gewone aansprakelijkheidsregels, aangevuld met de herziene productaansprakelijkheid.
Wat blijft de AVG van u vragen?
Verwerkt uw systeem persoonsgegevens, dan heeft u nog steeds een grondslag nodig. U moet de beginselen van doelbinding en dataminimalisatie naleven, en een gegevensbeschermingseffectbeoordeling kan verplicht zijn. Neemt het systeem geautomatiseerde besluiten met rechtsgevolgen, dan geldt bovendien artikel 22 AVG. Beide sporen moeten kloppen. Wij werken dat uit in ons artikel over de AVG en persoonsgegevens in algoritmes.
Wie is aansprakelijk voor schade door AI?
Het voorstel voor een aparte richtlijn over AI-aansprakelijkheid is ingetrokken. Wel is de productaansprakelijkheid herzien met Richtlijn (EU) 2024/2853. Die richtlijn merkt software en AI-systemen uitdrukkelijk aan als product en moet uiterlijk op 9 december 2026 in nationaal recht zijn omgezet. Tot die omzetting loopt verhaal via de bestaande regels, waarover meer in ons artikel over productaansprakelijkheid.
Wat betekent AI voor de arbeidsverhouding?
Zet u AI in bij werving, roosterplanning of beoordeling van medewerkers? Dan heeft u te maken met bijlage III van de verordening én met het instemmingsrecht van de ondernemingsraad bij regelingen over personeelsvolgsystemen. Wat dat betekent, beschrijven wij in ons artikel over AI en automatisering in het arbeidsrecht.
Wat kunt u nu concreet doen?
Begin met een register van alle AI-systemen en bepaal per systeem uw rol. Leg daarna de classificatie vast, regel menselijk toezicht en pas uw contracten aan.
- Maak een register. Neem alle AI-systemen op die uw organisatie ontwikkelt, inkoopt of gebruikt, ook AI-functies die als onderdeel van bestaande software zijn meegeleverd.
- Bepaal uw rol per systeem. Bent u aanbieder, gebruiksverantwoordelijke, importeur of distributeur? Die rol bepaalt uw verplichtingen. Let op: u kunt aanbieder worden als u een systeem onder eigen naam inzet of ingrijpend aanpast.
- Leg de classificatie vast. Noteer per systeem de risicoklasse en de onderbouwing.
- Regel menselijk toezicht. Wijs bekwame medewerkers aan waar de verordening dat vraagt.
- Pas uw inkoopcontracten aan. Maak afspraken over documentatie, medewerking bij incidenten en toezicht, wijzigingen die de classificatie raken, en aansprakelijkheid als de leverancier zijn verplichtingen niet nakomt.
- Train uw medewerkers. Zorg dat wie met AI werkt, weet wat het systeem doet en waar de grenzen liggen. De AI-omnibus heeft de bepaling over AI-geletterdheid in artikel 4 gewijzigd; opleiding blijft in elk geval nodig voor menselijk toezicht bij hoogrisicosystemen.
Waar vindt u de officiële teksten?
De volledige tekst van de verordening staat op EUR-Lex, net als de herziene richtlijn productaansprakelijkheid. Het Nederlandse toezicht op AI en algoritmes wordt toegelicht door de Autoriteit Persoonsgegevens.
Samengevat
- De AI-verordening geldt rechtstreeks in Nederland en is sinds 2 augustus 2026 in beginsel volledig van toepassing.
- Verboden praktijken gelden sinds 2 februari 2025; de hoogrisico-eisen zijn uitgesteld tot 2 december 2027 (bijlage III) en 2 augustus 2028 (bijlage I).
- Uw verplichtingen hangen af van de risicoklasse van het systeem en van uw rol: aanbieder of gebruiksverantwoordelijke.
- Boetes lopen op tot € 35 miljoen of 7% van de wereldwijde jaaromzet; voor het mkb geldt het laagste bedrag.
- De AVG blijft daarnaast volledig gelden.
Veelgestelde vragen
Geldt de AI-verordening ook voor kleine bedrijven?
Ja. De verordening kent geen algemene vrijstelling voor kleine bedrijven. Wel gelden lichtere administratieve eisen en lagere boetemaxima voor het mkb en start-ups. Door de AI-omnibus gelden een aantal vereenvoudigingen, zoals eenvoudiger technische documentatie, ook voor kleine midcaps. Verder zijn er regelluwe testomgevingen waarin u innovaties onder toezicht kunt beproeven.
Valt onze chatbot onder de verordening?
Waarschijnlijk niet als hoog risico, maar wel onder de transparantieplicht van artikel 50: de gebruiker moet weten dat hij met een AI-systeem communiceert. Gebruikt u de chatbot voor beslissingen over toegang tot diensten of over personeel, dan kan hoog risico wel in beeld komen.
Wij kopen AI in bij een leverancier. Zijn wij dan aansprakelijk?
U bent in beginsel gebruiksverantwoordelijke, met eigen verplichtingen. Brengt u het systeem onder eigen naam op de markt of wijzigt u het beoogde doel ingrijpend, dan kunt u zelf aanbieder worden en het volledige pakket dragen. Leg de rolverdeling daarom contractueel vast.
Moeten wij door AI gemaakte teksten labelen?
De aanbieder moet synthetische inhoud machineleesbaar markeren. Publiceert u door AI gemaakte tekst om het publiek te informeren over zaken van algemeen belang, of verspreidt u een deepfake, dan moet u dat zelf bekendmaken.
Wat gebeurt er bij een overtreding?
De toezichthouder kan handhaven met een last, een verbod op het in de handel brengen, terugroeping van het systeem en een bestuurlijke boete. De boetemaxima staan in artikel 99 en lopen op tot € 35 miljoen of 7% van de wereldwijde jaaromzet bij verboden praktijken.
Vervangt de verordening onze AVG-verplichtingen?
Nee. Beide regels gelden naast elkaar. De AI-verordening stelt eisen aan het systeem, de AVG aan de verwerking van persoonsgegevens daarin. Voldoen aan de een betekent niet dat u ook aan de ander voldoet.
Twijfelt u over uw positie? Leg uw situatie aan ons voor. Wij laten u binnen één werkdag weten wat uw opties zijn.