De warmtetransitie zet de bouwsector in Nederland flink op z’n kop. Gemeenten hebben nu meer macht om wijken van het gas te halen.
Dit betekent dat ontwikkelaars en eigenaren aan nieuwe regels moeten voldoen. Je kunt er eigenlijk niet meer omheen.
Bouwprojecten die meedoen aan de warmtetransitie krijgen te maken met ingewikkelde wetgeving, vergunningen, aansprakelijkheid en technische eisen voor duurzame energie. De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie en de Warmtewet vormen het juridische kader.
Deze wetten bepalen wat wel en niet mag bij het bouwen en aansluiten op warmtenetten. Professionals in de bouw moeten precies weten welke vergunningen ze nodig hebben en waar ze eventueel op worden afgerekend.
Of het nu om geothermie of warmtepompen gaat, elk systeem heeft z’n eigen juridische haken en ogen. Procedures voor bezwaar en beroep zijn trouwens ook niet te onderschatten bij deze projecten.
Wetgeving rondom warmtetransitie en bouwprojecten
Nieuwe wetten geven gemeenten stevige handvatten om de warmtetransitie in bouwprojecten te sturen. De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie en bijbehorende regels zorgen voor een juridisch fundament voor duurzame warmte.
Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw)
De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) komt eraan per 1 januari 2026. Deze wet verandert de Omgevingswet en Gaswet zodat gemeenten meer te zeggen krijgen over de warmtetransitie.
De Tweede Kamer stemde op 23 april 2024 voor de Wgiw. De Eerste Kamer volgde op 10 december 2024.
Belangrijkste bevoegdheden voor gemeenten:
- Gebieden aanwijzen waar het gasnet verdwijnt
- Regels opleggen voor duurzame warmte in bouwprojecten
- Warmteprogramma’s verplicht stellen met juridische status
De wet ondersteunt vooral het collectieve spoor voor warmtevoorziening. Gemeenten krijgen zo grip op de wijkgerichte aanpak van de warmtetransitie.
Voor bouwprojecten betekent dit dat gemeenten echt eisen kunnen stellen aan warmtevoorziening. Ontwikkelaars moeten dus opletten bij gemeentelijke aanwijzingen voor gasvrije gebieden.
Omgevingsplan en warmteprogramma
Het omgevingsplan wordt het belangrijkste instrument voor regels over warmtetransitie in bouwprojecten. Gemeenten kunnen hierin specifieke eisen zetten voor duurzame warmtevoorziening.
Vanaf 2026 moeten gemeenten hun transitievisie warmte omzetten naar een verplicht warmteprogramma. Dit programma krijgt dan juridische kracht onder de Omgevingswet.
Verplichtingen warmteprogramma:
- Elke 5 jaar actualiseren
- Duidelijk maken welke gebieden gasvrij worden
- Tijdspad voor het stoppen met aardgas
Voor bouwers is het warmteprogramma echt essentieel. Het laat zien waar en wanneer gebieden overstappen op duurzame warmte.
Bouwprojecten in die gebieden moeten dan aansluiten op de geplande duurzame warmte-infrastructuur. Dat heeft direct invloed op ontwerp en technische installaties.
Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw)
Het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw) werkt de Wgiw verder uit. Dit besluit geeft concreet aan hoe gemeenten hun nieuwe bevoegdheden mogen gebruiken.
Voor bouwprojecten schept dit duidelijkheid over procedures en eisen.
Wat kun je verwachten in het Bgiw?
- Procedures voor het aanwijzen van gebieden
- Eisen aan warmteprogramma’s
- Overgangsregelingen voor lopende projecten
- Zekerheden voor eigenaren en ontwikkelaars
Bouwers doen er goed aan het Bgiw goed te bestuderen. Het besluit bepaalt hoe gemeenten regels maken voor duurzame warmte in nieuwbouw en renovatie.
De definitieve inhoud van het Bgiw is nog niet helemaal rond, maar die volgt voor 2026.
Vergunningverlening bij bouw- en warmteprojecten
Bouwprojecten met warmtevoorzieningen hebben specifieke vergunningen van gemeenten nodig. De omgevingsvergunning is de basis.
Gemeenten toetsen aan hun omgevingsplan en werken met nieuwe procedures onder de Omgevingswet.
Omgevingsvergunning en bouwactiviteit
Voor elk bouwproject met warmtevoorzieningen heb je een omgevingsvergunning nodig. Die vergunning geldt voor zowel de bouw als de installatie van warmtesystemen.
Als je een geothermische warmtepomp plaatst, moet je een omgevingsvergunning voor bouwen aanvragen. Zeker als er gegraven moet worden.
Vergunningseisen verschillen per gemeente. Sommige gemeenten zijn strenger dan anderen als het om warmteprojecten gaat.
Waar let de gemeente op bij de omgevingsvergunning?
- Bouwactiviteit en graafwerk
- Milieugevolgen van warmtesystemen
- Veiligheid en technische eisen
- Ruimtelijke inpassing
Voor warmtenetten zijn vaak meerdere vergunningen nodig. Dat maakt het voor projectontwikkelaars soms best een puzzel.
Toetsingsprocedures en rollen van gemeenten
Gemeenten nemen de centrale rol bij vergunningverlening voor bouwprojecten met warmtevoorzieningen. Ze toetsen aanvragen aan hun omgevingsplan en lokale regels.
Zo ziet de procedure eruit:
- Indienen aanvraag – Projectontwikkelaar dient de vergunningaanvraag in
- Toetsing aan omgevingsplan – Gemeente checkt of het project binnen het bestemmingsplan past
- Technische beoordeling – Controle op veiligheid en milieugevolgen
- Besluitvorming – Gemeente verleent of weigert de vergunning
Gemeenten werken vaak samen met omgevingsdiensten bij ingewikkelde warmteprojecten. Het Ministerie van EZK stelt toetsingscriteria op voor vergunningen.
De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie geeft gemeenten dus meer macht. Ze kunnen daardoor beter beslissingen nemen over warmteprojecten.
Veranderingen onder de Omgevingswet
De Omgevingswet heeft het vergunningenstelsel voor bouwprojecten flink veranderd. Het systeem is eenvoudiger, maar gemeenten moeten zich wel inwerken.
Belangrijkste veranderingen:
- Eén omgevingsvergunning voor alles
- Digitale aanvraagprocedures
- Kortere doorlooptijden
- Meer ruimte voor maatwerk
Gemeenten passen hun omgevingsplan aan de nieuwe wet aan. Dit plan vervangt het oude bestemmingsplan en bevat nu ook regels voor warmteprojecten.
De nieuwe wet integreert warmterecht in ruimtelijke procedures. Gemeenten beoordelen warmteprojecten dus samen met andere bouwactiviteiten.
Projectontwikkelaars profiteren van de vereenvoudigde procedures. Ze hoeven minder losse vergunningen aan te vragen.
Duurzame energiebronnen: Aardgas, geothermie en alternatieven
De warmtetransitie dwingt bouwprojecten om van aardgas over te stappen op duurzame energie. Geothermie en andere alternatieven brengen hun eigen juridische en planologische uitdagingen mee.
Afschaffen van aardgas in bouwprojecten
De overheid wil in 2050 alle gebouwen aardgasvrij maken. Nieuwe bouwprojecten krijgen daarom steeds vaker geen aardgasaansluiting meer.
Gemeenten staan voor de taak om vóór 2030 anderhalf miljoen woningen van het aardgas te halen. Dit raakt bouwvergunningen en heeft impact op projectontwikkeling.
Juridische verplichtingen:
- Vanaf 2026 moet elke gemeente een warmteprogramma hebben.
- Gemeenten passen hun omgevingsplan aan voor aardgasvrije wijken.
- Nieuwe wetten, zoals de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie, treden in werking.
Bouwers moeten zich aanpassen aan gemeentelijke plannen. Sommige wijken krijgen voorrang bij het aardgasvrij maken, en dat bepaalt de keuze voor verwarmingssystemen in nieuwbouw.
De financiële gevolgen zijn niet mals. Projectontwikkelaars moeten investeren in alternatieve infrastructuur, wat aangepaste calculaties en soms andere financieringsvormen vraagt.
Aardwarmte (geothermie) als duurzame energiebron
Geothermie haalt warmte uit de ondergrond. Het is een betrouwbare duurzame energiebron en steeds vaker te zien bij grootschalige bouwprojecten en warmtenetten.
Voordelen van geothermie:
- Constante energielevering, het hele jaar door.
- Lage operationele kosten na de installatie.
- Geschikt voor meerdere gebouwen tegelijk.
De vergunningsprocedure voor geothermie is behoorlijk ingewikkeld. Ontwikkelaars hebben een mijnbouwvergunning nodig en de bodem moet geschikt zijn voor warmte-extractie.
TNO helpt gemeenten en operators om geothermieprojecten veilig uit te voeren. Ze bieden open data en tools waarmee je locaties kunt beoordelen, wat het risico voor projectontwikkelaars verkleint.
Aansprakelijkheid is een groot punt van aandacht. Geothermie kan leiden tot bodemverzakking of trillingen, dus verzekeringen en risicobeheersing zijn hier onmisbaar.
Inpassing van alternatieve bronnen in het omgevingsplan
Het omgevingsplan moet ruimte maken voor duurzame energiebronnen. Gemeenten passen hun plannen aan zodat warmtepompen, warmtenetten en andere alternatieven mogelijk worden.
Planologische aanpassingen:
- Bestemmingswijzigingen voor nieuwe energievoorzieningen.
- Ruimte reserveren voor warmte-infrastructuur.
- Geluidsnormen voor warmtepompen vastleggen.
Aquathermie en warmteopslag krijgen steeds meer aandacht. Die technieken vragen om specifieke ruimtelijke oplossingen, dus het omgevingsplan moet daarop inspelen.
Bouwprojecten moeten passen binnen gemeentelijke warmteplannen. Ontwikkelaars doen er goed aan om vroeg contact te zoeken met gemeente en netbeheerders, want dat voorkomt gedoe met vergunningen.
De Omgevingswet en de nieuwe warmtewetgeving hebben invloed op de planvorming. Gemeenten krijgen meer instrumenten om de warmtetransitie te sturen, wat direct gevolgen heeft voor bouwplannen en de energiekeuzes die je maakt.
Juridische procedures en bezwaar in het kader van vergunningen
Bij omgevingsvergunningen voor warmtetransitieprojecten kunnen betrokkenen bezwaar maken tegen besluiten. De bezwaarprocedure duurt zes weken. Wordt het bezwaar afgewezen, dan kun je een beroepsprocedure starten bij de rechtbank.
Bezwaarprocedure en beroepsprocedure
Bezwaartermijn en voorwaarden
Je kunt binnen zes weken na publicatie bezwaar indienen tegen een omgevingsvergunning. Dat moet schriftelijk bij het juiste bestuursorgaan.
Zorg dat je bezwaar goed gemotiveerd is en duidelijk maakt waarom je het niet eens bent met het besluit.
Beroepsprocedure bij de rechtbank
Wordt je bezwaar afgewezen, dan kun je binnen zes weken na de uitspraak in beroep gaan.
De rechter kijkt of het besluit rechtmatig is genomen. Bij bouwprojecten voor warmtetransitie toetst de rechtbank onder andere op:
- Procedurele aspecten: is de vergunningprocedure netjes doorlopen?
- Inhoudelijke toetsing: voldoet het bouwplan aan de technische eisen?
- Omgevingsaspecten: denk aan geluidsoverlast of het aanzicht van het gebouw.
Rol van de Raad van State
Hoger beroep mogelijkheden
Ben je het niet eens met de uitspraak van de rechtbank, dan kun je in hoger beroep bij de Raad van State. Dat geldt voor beide partijen.
De Raad van State is de hoogste bestuursrechter van Nederland. Zij behandelen ingewikkelde rechtsvragen over omgevingsvergunningen voor warmteprojecten.
Specialisatie in omgevingsrecht
De Raad van State heeft veel ervaring met vergunningzaken. Die expertise is belangrijk bij technisch lastige warmtetransitieprojecten.
Het college kijkt of de lagere rechter het recht goed heeft toegepast. Ook procedurefouten kunnen ertoe leiden dat een uitspraak vernietigd wordt.
Definitieve rechtsbescherming
Uitspraken van de Raad van State zijn definitief. Je kunt daarna niet meer in beroep gaan.
Juridische status van warmteprogramma’s
Beleidsmatige kaders
Warmteprogramma’s van gemeenten hebben geen directe juridische werking, maar ze vormen wel het beleidskader voor vergunningen.
Bestuursorganen moeten bij het verlenen van omgevingsvergunningen rekening houden met vastgesteld beleid. Dit geldt ook voor plannen rond de warmtetransitie.
Invloed op vergunningprocedures
Als een vergunningaanvraag afwijkt van het warmteprogramma, moet dat goed gemotiveerd worden. Die motiveringsplicht kan belangrijk zijn bij bezwaar en beroep.
Vergunningaanvragen die binnen het warmteprogramma vallen, maken meer kans op goedkeuring. Dat geeft ontwikkelaars wat meer zekerheid.
Participatie en inspraak
Bij het vaststellen van warmteprogramma’s geldt een inspraakprocedure. Iedereen kan zienswijzen indienen over de plannen.
Deze participatiemomenten zijn belangrijk voor draagvlak. Later bezwaar tegen individuele vergunningen wordt hierdoor vaak lastiger.
Aansprakelijkheid en kwaliteitsborging bij bouwprojecten
De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen heeft de aansprakelijkheid tussen opdrachtgevers en aannemers flink veranderd. Aannemers zijn nu meer verantwoordelijk voor gebreken, terwijl onafhankelijke partijen de kwaliteitsborging doen in plaats van de gemeente.
Aansprakelijkheidsverdeling bij bouwprojecten
Sinds 1 januari 2024 geldt artikel 7:758 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek voor nieuwe aannemingsovereenkomsten. Aannemers zijn aansprakelijk voor alle gebreken die bij oplevering niet ontdekt zijn.
Het maakt niet uit of de opdrachtgever een professional of particulier is. Ook is het niet van belang of gebreken zichtbaar waren of de opdrachtgever ze had kunnen zien.
Uitzondering op aansprakelijkheid
Alleen als het gebrek de aannemer niet te verwijten valt, kan hij zich verweren. Hij moet dat zelf bewijzen.
Voorbeelden zijn fouten in tekeningen die de opdrachtgever heeft geleverd, verkeerde berekeningen van de opdrachtgever, of problemen door externe factoren buiten de schuld van de aannemer.
Afwijkende afspraken
Particuliere opdrachtgevers mogen geen afspraken maken die hun positie verslechteren. Professionals kunnen wel nadelige afspraken maken, maar die moeten dan duidelijk in het contract staan.
Kwaliteitsborging onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)
De Wkb heeft het toezicht op bouwprojecten behoorlijk op z’n kop gezet. Gemeenten controleren niet meer de kwaliteit tijdens de bouw.
Onafhankelijke kwaliteitsborgers
Sinds 1 januari 2024 houden onafhankelijke kwaliteitsborgers toezicht. Zij checken of het bouwwerk voldoet aan de Omgevingswet en het Bouwbesluit.
Opdrachtgevers en aannemers zijn nu verantwoordelijk. Zij moeten zorgen dat het bouwwerk aan alle eisen voldoet voordat het in gebruik gaat.
Documentatie van gebreken
Het proces-verbaal van oplevering is nu superbelangrijk. Hierin leg je vast welke gebreken bij oplevering zijn ontdekt.
Gebreken die niet in het proces-verbaal staan, kunnen alsnog als ontdekt tellen. Filmopnamen of andere documentatie kunnen ook aantonen dat partijen gebreken kenden.
Risico’s voor opdrachtgevers en aannemers
Risico’s voor aannemers
Aannemers lopen meer risico dan voorheen. Ze zijn aansprakelijk voor alle niet-ontdekte gebreken, ook als die bij oplevering niet zichtbaar waren.
Verborgen gebreken die later opduiken, vallen onder hun verantwoordelijkheid. Dat geldt voor technische installaties én constructieve onderdelen.
Risico’s voor opdrachtgevers
Opdrachtgevers zijn beter beschermd tegen gebreken. Ze hoeven niet meer te bewijzen dat ze een gebrek redelijkerwijs niet konden ontdekken.
Na oplevering dragen opdrachtgevers wel het risico van het bouwwerk. Onderhoud en normale slijtage vallen buiten de aansprakelijkheid van de aannemer.
Overgangsrecht
Voor contracten die vóór 1 januari 2024 zijn gesloten, geldt het oude recht. Daarin zijn aannemers niet aansprakelijk voor gebreken die opdrachtgevers redelijkerwijs hadden moeten ontdekken.
Praktische aandachtspunten en toekomstige ontwikkelingen
De warmtetransitie brengt nieuwe wetgeving met zich mee. Gemeenten moeten warmteprogramma’s opstellen tegen 2026.
Deze veranderingen vragen om samenwerking tussen alle betrokken partijen. Ze roepen ook allerlei nieuwe juridische vragen op, vooral rond geschillen en aansprakelijkheid.
Implementatie van nieuwe regelgeving
De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (WGIW) dwingt gemeenten hun huidige visies om te zetten naar bindende warmteprogramma’s per 1 januari 2026. Deze programma’s krijgen een juridische status onder de Omgevingswet.
Gemeenten mogen straks gebieden aanwijzen die moeten overstappen op duurzame energiebronnen. Bouwprojecten in deze zones moeten dan aan specifieke warmte-eisen voldoen.
De nieuwe Wet collectieve warmte (WCW) plaatst warmtebedrijven onder gemeentelijke controle. Dat verandert de contractuele verhoudingen tussen projectontwikkelaars en warmteleveranciers behoorlijk.
Belangrijke wijzigingen voor bouwactiviteit:
- Vergunningaanvragen moeten passen binnen gemeentelijke warmteprogramma’s
- Nieuwe technische eisen voor warmte-installaties
- Aangepaste procedures voor omgevingsvergunningen
Bouwers moeten hun plannen aanpassen aan de warmtestrategie van de gemeente. Dit raakt vaak de timing en kosten van projecten.
Samenwerking tussen gemeenten, bedrijven en bewoners
Succesvolle warmteprogramma’s komen alleen van de grond met actieve participatie van alle betrokkenen. Gemeenten proberen deze samenwerking te stimuleren door standaardcontracten en duidelijke procedures aan te bieden.
Rollen per partij:
- Gemeenten: Warmteprogramma’s opstellen, vergunningen verlenen, overleg faciliteren
- Bedrijven: Bouwplannen aanpassen, investeren in duurzame technieken, werkzaamheden uitvoeren
- Bewoners: Meewerken aan aansluitingen, bouwactiviteiten accepteren, soms financieel bijdragen
Contracten moeten helder zijn over wie waarvoor verantwoordelijk is. Zo voorkom je gedoe tijdens de uitvoering.
Steeds vaker delen gemeenten datasets over woningbestanden en lokale warmtebronnen. Bedrijven kunnen daarmee betere offertes maken en risico’s inschatten.
De timing van verschillende bouwactiviteiten vraagt om afstemming tussen partijen. Warmtenet-aanleg en woningaanpassingen moeten wel een beetje in de pas lopen.
Mogelijke knelpunten en geschiloplossing
Veelvoorkomende geschilpunten:
- Vertraging in vergunningprocedures door onduidelijke warmte-eisen
- Kosten die uit de hand lopen door technische aanpassingen
- Aansprakelijkheid bij schade aan bestaande installaties
- Gedoe over tarieven en contractvoorwaarden
Bouwers lopen het risico op vertraging als gemeentelijke warmteprogramma’s niet op tijd af zijn. Dat zorgt voor onzekerheid over vergunningseisen.
Juridische instrumenten voor geschiloplossing:
- Mediation via brancheorganisaties
- Arbitrage bij contractuele geschillen
- Bezwaar- en beroepsprocedures tegen gemeentelijke besluiten
- Kort geding bij spoedeisende zaken
De nieuwe wetgeving geeft gemeenten veel meer macht. Bedrijven kunnen zich hiertegen verzetten via de gebruikelijke bestuursrechtelijke procedures.
Verzekeringskwesties worden lastiger door nieuwe technieken en onduidelijke aansprakelijkheidsverdeling. Bouwers moeten hun polissen echt goed tegen het licht houden met het oog op warmtetransitie-risico’s.
Contracten moeten duidelijk zijn over risicoverdeling en escalatieprocedures.
Veelgestelde Vragen
Bouwprofessionals worstelen regelmatig met complexe juridische vraagstukken rond de implementatie van warmtetransitie-eisen. De nieuwe wetgeving legt specifieke verplichtingen op voor vergunningen, aansprakelijkheid en duurzaamheid.
Wat zijn de juridische implicaties van de warmtetransitie voor bouwvergunningen?
Bouwvergunningen moeten nu voldoen aan strengere eisen voor energieprestatie en duurzame warmtevoorziening. Gemeenten toetsen projecten aan de lokale Transitievisie Warmte en het omgevingsplan.
De Omgevingswet geeft gemeenten meer ruimte om specifieke eisen te stellen aan warmtevoorziening. Projectontwikkelaars moeten aantonen hoe hun plannen bijdragen aan de lokale warmtetransitie.
Nieuwe projecten in aangewezen wijken moeten vaak aansluiten op collectieve warmtesystemen. Vroege afstemming met warmtebedrijven en netwerkbeheerders is dan echt nodig.
Hoe worden aannemers en ontwikkelaars aansprakelijk gesteld voor niet-naleving van de warmtetransitie-eisen?
Aannemers zijn contractueel aansprakelijk als ze afgesproken warmteprestaties niet halen. Opdrachtgevers kunnen dan schadevergoeding eisen voor extra kosten of vertraging.
Bij overtreding van bouwvoorschriften en energienormen geldt wettelijke aansprakelijkheid. Gemeenten mogen handhaven met boetes of zelfs stillegging.
Adviseurs en installateurs dragen professionele aansprakelijkheid bij gebrekkige advisering. Verzekeringspolissen dekken lang niet altijd alle risico’s van nieuwe technologieën.
Wat zijn de vereisten voor duurzaam bouwen in het licht van de warmtetransitie?
Nieuwbouwprojecten moeten voldoen aan scherpere energielabels en BENG-normen. Die eisen gaan over energiebehoefte, primair energieverbruik en hernieuwbare energie.
Bij grote verbouwingen krijgen bestaande gebouwen te maken met renovatieplichten. Eigenaren moeten dan energetische verbeteringen doorvoeren volgens vastgestelde roadmaps.
Het materiaalgebruik moet bijdragen aan circulaire bouwpraktijken. Gemeenten kunnen eisen stellen aan duurzame materialen en afvalreductie.
Welke procedures moeten gevolgd worden om te voldoen aan de warmtetransitie in bouwprojecten?
Ontwikkelaars moeten vroeg in gesprek met de gemeente over warmteplannen. Ze moeten laten zien hoe hun projecten passen binnen de lokale warmtestrategie.
Vergunningaanvragen vragen om gedetailleerde warmteplannen en energieberekeningen. Gecertificeerde adviseurs moeten deze opstellen.
Afstemming met netwerkbeheerders is nodig voor netcapaciteit en aansluitingen. Dat proces kost tijd, dus begin er op tijd mee.
Hoe zijn de energieprestatiecoëfficiënten (EPC) veranderd door de wetgeving rond warmtetransitie?
BENG-normen hebben de EPC-methodiek vervangen voor nieuwbouw. Die normen zijn strenger en richten zich op werkelijk energieverbruik.
Bestaande gebouwen vallen voorlopig nog onder de EPC-regels, al zijn de grenswaarden aangescherpt voor verschillende gebouwtypen.
Hernieuwbare energie telt nu zwaarder mee in de berekeningen. Warmtepompen en zonnepanelen verbeteren de energiescore aanzienlijk.
Welke invloed heeft de warmtetransitie op de waarde en verkoopbaarheid van vastgoedprojecten?
Duurzame projecten brengen vaak hogere verkoopprijzen op. Ze wisselen ook sneller van eigenaar.
Kopers waarderen energiezuinige woningen, vooral door de lagere woonlasten. Dat voelt toch logisch?
Niet-conforme gebouwen verliezen juist aan waarde. Ze raken bovendien lastiger verkocht.
Financiers vragen steeds vaker om een duurzaamheidscertificaat. Je komt er zonder zo’n certificaat eigenlijk niet meer tussen.
Toekomstige regelgeving kan bestaande projecten minder aantrekkelijk maken. Investeerders houden daar alvast rekening mee.
Strengere normen en mogelijke renovatieplichten spelen zeker mee in hun afwegingen. Wie wil er nu onverwacht moeten verbouwen?