facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl

Afspraak

Law & More Logo

Op 1 januari 2025 gingen belangrijke wijzigingen in het Nederlandse bewijsrecht van kracht. Als je betrokken bent bij een civiele rechtszaak die na die datum is gestart, gelden er nieuwe regels voor hoe je bewijs kunt verkrijgen van de andere partij.

De oude artikel 843a Rv is vervangen door artikelen 194, 195 en 195a Rv, waardoor het makkelijker is geworden om inzage te krijgen in documenten die de wederpartij of zelfs derden onder zich hebben.

Een rechter en een advocaat in een Nederlandse rechtszaal waarbij de advocaat bewijsstukken presenteert aan de rechter.

De grootste verandering is dat je niet meer hoeft aan te tonen dat je een vorderingsrecht ‘voldoende aanmerkelijk’ kunt maken. Je hoeft nu alleen te laten zien dat je ‘voldoende belang’ hebt bij de documenten.

Dit maakt het proces eenvoudiger en toegankelijker voor iedereen die bewijs nodig heeft in een rechtszaak.

In dit artikel leggen we uit wat de nieuwe regels precies betekenen voor jouw situatie. Je leest over de procedurele stappen die je moet nemen, hoe de verjaringstermijn werkt, en welke strafrechtelijke risico’s er bestaan bij het vervalsen van bewijsstukken.

Ook krijg je praktische tips voor het omgaan met deze nieuwe regels.

Overzicht van Artikel 194 en 195 Rv

Een kantoor met een bureau met open juridische boeken, een laptop en een boekenplank met wetboeken op de achtergrond.

Artikel 194 Rv beschrijft wanneer iemand verplicht is om informatie of documenten te delen. Artikel 195 Rv regelt de procedure voor het verkrijgen van deze gegevens.

Deze artikelen vormen samen de basis van het nieuwe inzagerecht dat op 1 januari 2025 is ingegaan.

Definitie en toepassing van bewijslevering

Artikel 194 Rv vervangt het oude artikel 843a Rv en legt de exhibitieplicht vast. Deze plicht betekent dat u bepaalde gegevens moet tonen als iemand daarom vraagt.

De wet spreekt nu over “bepaalde gegevens” in plaats van “bescheiden”, wat een bredere reikwijdte heeft.

De exhibitieplicht geldt wanneer drie voorwaarden zijn vervuld. U moet een partij zijn bij een rechtsbetrekking.

U moet voldoende belang hebben bij de gevraagde informatie. De gegevens moeten betrekking hebben op die rechtsbetrekking.

Belangrijke criteria artikel 194 lid 1 Rv:

  • Partij bij een rechtsbetrekking
  • Voldoende belang bij de gegevens
  • Gegevens zijn relevant voor het geschil

Het tweede lid van artikel 194 Rv bevat uitzonderingen op deze plicht. U hoeft geen informatie te geven als dit in strijd is met een gewichtige reden of als de kosten onevenredig hoog zijn.

Reikwijdte van de artikelen

Artikel 195 Rv regelt hoe u het recht op inzage kunt afdwingen zonder tussenkomst van een rechter. U kunt nu eerst zelf een verzoek doen aan de andere partij voordat u naar de rechter stapt.

Dit maakt de procedure sneller en goedkoper. De wet hanteert dezelfde criteria die de rechter zou gebruiken.

Dit betekent dat u al vooraf beter kunt inschatten of uw verzoek kans van slagen heeft. De andere partij moet binnen een redelijke termijn reageren op uw verzoek.

Artikel 197 Rv biedt een oplossing als de andere partij niet meewerkt. U kunt dan een kort geding starten om het inzagerecht af te dwingen.

De rechter kan sancties opleggen als iemand zonder goede reden weigert informatie te delen. De artikelen gelden voor alle procedures die vanaf 1 januari 2025 zijn gestart.

Bij lopende zaken blijven de oude regels van toepassing totdat de procedure bij die instantie is afgerond.

Relevante wetswijzigingen

De Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht heeft de manier van bewijsvergaring fundamenteel veranderd. De grootste wijziging is dat u niet langer hoeft aan te tonen dat u een vorderingsrecht heeft.

U hoeft alleen “voldoende belang” te hebben in plaats van “rechtmatig belang”. Deze verandering maakt het makkelijker om informatie te krijgen.

De toets verschuift van “ja, mits” naar “ja, tenzij”. Dit betekent dat informatie in principe gedeeld moet worden, tenzij er een goede reden is om dit niet te doen.

Verschil oude en nieuwe regeling:

Oud (art. 843a Rv) Nieuw (art. 194-195 Rv)
Rechtmatig belang vereist Voldoende belang vereist
Vorderingsrecht aantonen Partij bij rechtsbetrekking
Bescheiden Bepaalde gegevens
Alleen via rechter Eerst zonder rechter

De wet combineert het inzagerecht met voorlopige bewijsverrichtingen. Dit zorgt voor meer mogelijkheden om bewijs te verzamelen voordat u een procedure start.

U kunt nu verschillende soorten bewijsverzoeken tegelijk doen via één procedure.

Nieuwe Regels voor Bewijslevering in Civiele Zaken

Een rechter en een advocaat in een moderne Nederlandse rechtszaal met juridische documenten.

De Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht brengt vanaf 1 januari 2025 belangrijke veranderingen in de manier waarop u bewijs moet aanleveren in civiele procedures. De wet maakt het eenvoudiger om aan informatie te komen en geeft de rechter meer mogelijkheden om actief mee te denken.

Procesrechtelijke veranderingen

U kunt nu in één verzoek meerdere bewijsverrichtingen aanvragen bij de rechter. Voorheen moest u voor elke bewijsmethode een apart verzoek indienen.

Dit betekent dat u bijvoorbeeld een getuigenverhoor, een deskundigenonderzoek en inzage in documenten tegelijk kunt vragen. Deze vereenvoudiging bespaart u tijd en procedurestappen.

De wet geldt alleen voor procedures die na 1 januari 2025 zijn gestart. Als uw zaak eerder begon, blijven de oude regels van kracht tot de procedure bij die instantie eindigt.

Bij een eventueel hoger beroep na 1 januari 2025 gelden dan wel de nieuwe regels.

Ook zijn er nieuwe mogelijkheden voor bewijsbeslag. U kunt een gerechtsdeurwaarder nu officieel vragen om beslag te leggen op bewijsmateriaal om het veilig te stellen.

Daarnaast kan een gerechtsdeurwaarder een proces-verbaal van constateringen opstellen waarbij zijn waarnemingen als dwingend bewijs gelden.

Wijzigingen in de bewijspositie

Het inzagerecht is aangepast en verduidelijkt. U heeft nu recht op inzage in moderne vormen van informatie zoals computerbestanden en digitale gegevens.

De wet stelt het inzagerecht gelijk aan andere bewijsmethoden zoals getuigenverhoor. U kunt ook inzage vragen in documenten die bij derden zijn, zelfs als die derden geen partij zijn in uw geschil.

De voorwaarden voor inzage zijn duidelijker geworden. U moet kunnen aantonen dat de informatie relevant is voor uw zaak.

De andere partij of derde kan inzage weigeren als daar goede redenen voor zijn, bijvoorbeeld vanwege privacybescherming of bedrijfsgeheimen.

De bewijslast zelf blijft ongewijzigd. Als u iets beweert in een procedure, moet u daar nog steeds bewijs voor leveren.

De nieuwe wet maakt het alleen makkelijker om aan dat bewijs te komen.

Praktische gevolgen voor partijen

De rechter krijgt een actievere rol bij het bespreken van feiten tijdens de zitting. Hij mag nu expliciet met u en de andere partij praten over de aangevoerde feiten.

Dit voorkomt dat bepaalde feiten per ongeluk onderbelicht blijven. De rechter kan ook controleren of hij de feiten goed begrijpt en of zijn interpretatie overeenkomt met wat u bedoelde.

Voor u als partij betekent dit dat u beter voorbereid moet zijn op vragen van de rechter. U moet uw feiten helder kunnen uitleggen en onderbouwen.

De rechter zal eerder om verduidelijking vragen als iets onduidelijk is. Let op dat u alle relevante informatie tijdig aanlevert.

De vereenvoudigde procedures maken het weliswaar makkelijker om bewijs te verzamelen, maar u moet hier wel actief mee aan de slag. Wacht niet tot het laatste moment om bewijsverzoeken in te dienen.

Strafrechtelijke Aspecten bij Schriftvervalsing

Schriftvervalsing in rechtszaken valt onder artikel 225 en 227 van het Wetboek van Strafrecht en kan leiden tot gevangenisstraf tot zes jaar of een geldboete van de vijfde categorie. De wet stelt strikte eisen aan het bewijs en kent specifieke verjaringstermijnen.

Vaststelling van schriftvervalsing

Valsheid in geschrifte vereist dat u of een andere partij een document opzettelijk vervalst heeft dat bedoeld is om een bepaald feit te bewijzen. De rechter moet drie elementen vaststellen voordat er sprake is van schriftvervalsing.

Het geschrift moet in strijd zijn met de werkelijkheid. U moet opzettelijk hebben gehandeld met de intentie om anderen te misleiden.

Het document moet ook daadwerkelijk bestemd zijn om als bewijs te dienen.

Bewijs kan bestaan uit:

  • Technisch onderzoek van handtekeningen
  • Analyse van documentdateringen
  • Verklaringen van getuigen
  • Digitale metadata van elektronische documenten

De rechtbank beoordeelt of het document daadwerkelijk vals is en of u de intentie had om het als echt te gebruiken. Bij digitale documenten geldt dezelfde wetgeving als bij fysieke documenten.

Strafmaat en verjaringstermijn

De straf voor schriftvervalsing varieert van een geldboete tot maximaal zes jaar gevangenisstraf. In de praktijk krijgt u meestal een geldboete, tenzij er sprake is van ernstige gevallen met grote financiële schade.

De verjaringstermijn voor schriftvervalsing bedraagt twaalf jaar voor misdrijven. Dit betekent dat vervolging mogelijk blijft tot twaalf jaar na het plegen van het delict.

Bij economische delicten kan de termijn langer zijn. Rechters houden rekening met verzwarende omstandigheden zoals misbruik van vertrouwen, de hoogte van het financiële voordeel en eerdere veroordelingen.

Een voorwaardelijke straf is mogelijk bij eerste overtredingen zonder ernstige schade.

Rol van de notaris en ambtenaar

Notarissen en ambtenaren hebben een bijzondere wettelijke plicht om documenten te controleren op echtheid. Zij kunnen strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld als zij bewust valse documenten authentiek verklaren.

Een notaris moet de identiteit van ondertekenaars verifiëren en controleren of zij bevoegd zijn om te handelen. Bij twijfel over de echtheid van documenten moet de notaris weigeren om mee te werken.

Ambtenaren die officiële documenten uitgeven hebben vergelijkbare verantwoordelijkheden.

Verplichtingen van notarissen:

  • Identiteitscontrole van alle partijen
  • Verificatie van bevoegdheden en volmachten
  • Archivering van originele documenten
  • Melding bij vermoeden van fraude

Als u gebruik maakt van valse documenten bij een notaris, riskeert u naast de straf voor schriftvervalsing ook een veroordeling voor het misleiden van een ambtenaar in functie.

Uitleg van de Verjaringstermijn bij Bewijslevering

De verjaringstermijn bepaalt hoe lang u bewijs mag leveren in een rechtszaak. Deze termijn verschilt op basis van het type overtreding en is vastgelegd in specifieke wetsartikelen.

Toepassing van Art. 21 V.T.Sv.

Artikel 21 van de Voorlopige Titel van het Wetboek van Strafvordering regelt de verjaringstermijnen voor strafbare feiten. U moet weten dat deze termijn begint te lopen vanaf de dag na het plegen van het strafbare feit.

Voor het leveren van bewijs moet u rekening houden met deze verjaringstermijnen. Als de verjaringstermijn is verstreken, kan het openbaar ministerie geen vervolging meer instellen.

Dit betekent dat uw bewijs geen juridische waarde meer heeft in een strafzaak. De termijn wordt geschorst tijdens bepaalde juridische procedures.

Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer een dagvaarding is uitgebracht of wanneer er een gerechtelijk vooronderzoek loopt. U moet deze schorsingen meenemen in uw berekening van de totale verjaringstermijn.

Verschil tussen misdaad en wanbedrijf

Misdrijven hebben een langere verjaringstermijn dan wanbedrijven. Voor misdrijven geldt meestal een termijn van 12 jaar, terwijl wanbedrijven na 6 jaar verjaren.

De classificatie bepaalt hoeveel tijd u heeft om bewijs te verzamelen en te leveren. Zware misdrijven zoals moord kennen geen verjaring.

U kunt hiervoor altijd bewijs blijven leveren, ongeacht hoeveel tijd er is verstreken. Voor overtredingen geldt de kortste termijn van 2 jaar.

Dit beïnvloedt direct hoeveel tijd u heeft om uw zaak voor te bereiden. U moet daarom snel handelen bij het verzamelen van bewijsmateriaal voor overtredingen.

Gevolgen voor lopende en oude zaken

Voor procedures die vóór 1 januari 2025 zijn gestart, blijven de oude regels van toepassing. U moet controleren welke regelgeving op uw specifieke zaak van toepassing is op basis van de startdatum.

Bij lopende zaken blijft het oude recht gelden totdat de instantie de zaak heeft afgerond. Dit betekent dat u bij een zaak die in 2024 bij de rechtbank is gestart, de oude bewijsregels moet volgen, zelfs als het hoger beroep in 2025 plaatsvindt.

Voor oude zaken die al zijn afgerond, verandert er niets. De verjaringstermijn die gold ten tijde van het plegen van het feit blijft bepalend voor de geldigheid van het bewijs.

U kunt geen nieuwe termijnen toepassen op feiten uit het verleden.

Procedurele Stappen bij Bewijslevering

Bij bewijslevering volg je vaste stappen die bepalen wanneer en hoe je bewijs indient. De rechter speelt een actievere rol sinds 1 januari 2025 en kan de bewijslevering meer sturen dan voorheen.

Aandragen van bewijsmiddelen

Je moet bewijs aanleveren op het moment dat de rechter dat vraagt of toelaat. In de dagvaarding of conclusie van antwoord kun je al bewijsstukken overleggen.

De rechter bepaalt in een vroeg stadium wie bewijs moet leveren om vertraging te voorkomen. Je kunt verschillende soorten bewijs gebruiken.

Denk aan schriftelijke stukken zoals contracten, e-mails of facturen. Ook audiobestanden, video-opnames en getuigenverklaringen zijn toegestaan.

De wet stelt dat je tijdig moet zijn. Als je te laat bent met het aanleveren van bewijs, kan de rechter dit weigeren.

Je moet ook duidelijk aangeven welke feiten je met elk bewijsstuk wilt onderbouwen.

Rol van de rechter

De rechter heeft sinds 1 januari 2025 formeel meer mogelijkheden om de bewijslevering te sturen. Hij kan eerder in de procedure beslissen wie welk bewijs moet leveren.

Dit voorkomt dat het proces onnodig lang duurt. Tegen een beslissing over de bewijslevering staat meestal geen tussentijds hoger beroep open.

De rechter moet dit expliciet toestaan als je in beroep wilt gaan. Dit houdt het proces eenvoudiger en sneller.

De rechter kan ook zelf om specifieke stukken vragen. Hij heeft meer regie over welke informatie nodig is om de zaak te beoordelen.

Je moet samenwerken en transparant zijn over welk bewijs je hebt.

Bezwaar en verweer tegen bewijs

Je kunt bezwaar maken tegen bewijs dat de andere partij indient. Dit doe je door aan te geven waarom het bewijs niet relevant of onbetrouwbaar is.

Je moet dit tijdig doen, meestal in je volgende processtuk. Als je twijfelt aan de echtheid van een document, kun je dit betwisten.

De andere partij moet dan aantonen dat het document echt is. Ook kun je aangeven dat bewijs op onrechtmatige wijze is verkregen.

De rechter beoordeelt jouw bezwaren en besluit of hij het bewijs toelaat. Hij weegt de argumenten van beide partijen af.

Let op: je moet concrete redenen geven voor je bezwaar, anders neemt de rechter het vaak niet serieus.

Toekomstverwachtingen en Praktische Tips

De nieuwe bewijsregels vragen om aanpassingen in werkwijzen en voorbereiding op verdere ontwikkelingen.

Aandachtspunten voor juridische praktijk

U moet uw procesaanpak aanpassen aan de actievere rol van de rechter. Dit betekent dat u beter voorbereid naar zittingen komt en alle relevante feiten direct beschikbaar heeft.

De rechter kan nu vragen stellen over feiten die u mogelijk heeft aangevoerd. Leg vanaf het begin van een procedure vast welk bewijsmateriaal u nodig heeft.

U kunt nu verschillende bewijsverrichtingen in één verzoek combineren, wat tijd en kosten bespaart. Dit vereist wel dat u al vroeg een duidelijk beeld heeft van uw bewijs strategie.

Let op de mogelijkheid om bewijsmateriaal veilig te stellen via beslaglegging door een gerechtsdeurwaarder. Dit voorkomt dat bewijs verdwijnt voordat u het kunt gebruiken.

Ook kunt u een proces-verbaal van constateringen laten opmaken om een bepaalde situatie objectief vast te leggen. Houd rekening met de nieuwe uitzonderingsgronden bij informatieverstrekking.

De koppeling met de Wet Open Overheid speelt vooral wanneer u informatie van overheidsinstanties nodig heeft.

Verwachte ontwikkelingen in wetgeving

De jurisprudentie zal de komende jaren de nieuwe artikelen 194 en 195 Rv verder invullen. Rechters bepalen in concrete zaken hoe breed of beperkt zij de exhibitieplicht uitleggen.

U moet deze ontwikkelingen nauwlettend volgen om uw verzoeken effectief in te dienen. De wetgever heeft al aangegeven dat de regels mogelijk verder worden aangepast als blijkt dat bepaalde onderdelen niet praktisch werken.

De invloed van Europese regelgeving kan leiden tot nieuwe vereisten rond digitaal bewijsmateriaal. Dit speelt vooral bij internationale procedures waar u bewijsstukken uit andere landen moet verkrijgen.

De combinatie met databeschermingsregels maakt dit complex. U kunt verwachten dat er meer nadruk komt op digitale bewijsverrichtingen en elektronische uitwisseling van stukken.

De rechter krijgt meer mogelijkheden om digitaal bewijs te beoordelen en te vergelijken.

Frequently Asked Questions

De nieuwe bewijsregels per 1 januari 2025 roepen veel vragen op over digitaal bewijs, plichten van partijen, en bewijslastverdeling. De wijzigingen brengen ook veranderingen met zich mee voor het veiligstellen van bewijs en het oproepen van getuigen.

Wat houden de wijzigingen in de artikelen 194 en 195 Rv in voor het leveren van digitaal bewijs?

De artikelen 194 en 195 Rv regelen nu de exhibitieplicht, waarbij artikel 194 lid 1 de criteria vastlegt en het tweede lid de uitzonderingen daarop. Voor digitaal bewijs betekent dit dat u nu onder de term ‘bepaalde gegevens’ valt in plaats van ‘bescheiden’.

Dit maakt het ruimer dan alleen fysieke documenten. U kunt vanaf 1 januari 2025 digitale gegevens eenvoudiger opvragen via de vernieuwde inzageregeling.

De voorwaarde dat u eerst moet aantonen dat u een vorderingsrecht heeft, is vervallen. In plaats daarvan moet u alleen ‘voldoende belang’ bij de rechtsbetrekking aantonen.

De rechter beoordeelt nu volgens het principe ‘ja, tenzij’ in plaats van ‘ja, mits’. Dit maakt het makkelijker om digitaal bewijs boven tafel te krijgen.

De nieuwe regeling combineert het inzagerecht met voorlopige bewijsverrichtingen.

Hoe beïnvloeden de veranderingen in de regelgeving rond bewijslevering de verplichtingen van partijen tijdens een rechtszaak?

Uw verplichtingen als partij zijn duidelijker geworden door de nieuwe exhibitieplicht in artikel 194 Rv. U moet nu bepaalde gegevens overleggen als de andere partij daarom vraagt en aan de criteria wordt voldaan.

De uitzonderingen op deze plicht staan limitatief opgesomd in artikel 194 lid 2 Rv. U kunt niet meer tijdens een lopende procedure een separaat verzoek indienen voor voorlopige bewijsverrichtingen.

Dit moet u nu aan de behandelend rechter in de lopende procedure vragen. Het doel is dat u zoveel mogelijk voorafgaand aan de procedure informatie en bewijs verzamelt.

De rechter heeft nu een actievere rol gekregen. Hij mag vragen stellen, inlichtingen inwinnen en suggesties doen, zelfs als dat leidt tot wijziging van de grondslag van uw eis of verweer.

U krijgt altijd het laatste woord voordat de rechter beslist.

Op welke manier wordt de bewijslastverdeling beïnvloed door de nieuwe wijzigingen in het Nederlandse procesrecht?

De bewijslastverdeling zelf blijft hetzelfde werken, maar de manier waarop de rechter bewijs waardeert is veranderd. De rechter heeft nu vrije bewijswaardering bij partijgetuigenverklaringen.

De oude regel dat een partijgetuige geen bewijs in haar voordeel kan leveren is vervallen. U kunt zich niet meer beroepen op de regel dat de rechter verklaringen buiten beschouwing moet laten als niet alle partijen aanwezig waren.

De rechter beslist nu zelf hoe hij de uitkomst van bewijsverrichtingen waardeert, ook als u of de andere partij afwezig was. Dit geeft de rechter meer ruimte om tot een oordeel te komen.

Welke stappen moeten nu ondernomen worden voor het veiligstellen van bewijs volgens de geüpdatete regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering?

Voor het veiligstellen van bewijs bestaat er nu één uniforme regeling voor voorlopige bewijsverrichtingen. De aparte regelingen voor voorlopig getuigenverhoor, voorlopig deskundigenbericht, en voorlopige plaatsopneming zijn samengevoegd.

Dezelfde criteria voor toe- of afwijzing gelden nu voor alle vormen van voorlopige bewijsverrichtingen. U moet uw verzoek indienen voordat u de procedure start.

Het inzagerecht behoudt deels zijn eigen karakter, maar kan worden gecombineerd met andere voorlopige bewijsverrichtingen. Dit maakt het veiligstellen van bewijs vooraf effectiever dan onder de oude regeling.

Hoe is de procedure voor het oproepen van getuigen veranderd door de recente aanpassingen in het bewijsrecht?

Het verschoningsrecht voor getuigen is uitgebreid. Niet alleen uw echtgenoot of geregistreerd partner kan zich verschonen, maar ook uw (ex-)levensgezel.

Dit sluit aan bij de maatschappelijke ontwikkeling dat minder mensen trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaan. De waardering van getuigenverklaringen is veranderd.

Partijgetuigen kunnen nu wel degelijk bewijs in uw voordeel leveren, waar dit voorheen alleen als aanvulling op onvolledig bewijs mocht dienen. De rechter bepaalt zelf hoe zwaar hij deze verklaringen laat meewegen.

U moet getuigen oproepen binnen de lopende procedure bij de behandelend rechter. Een apart voorlopig getuigenverhoor tijdens de procedure is niet meer mogelijk.

Wel kunt u voorafgaand aan de procedure een voorlopige bewijsverrichting aanvragen waarbij getuigen worden gehoord.

Kunnen partijen nog steeds in alle gevallen voorlopig bewijsbeslag leggen na de recente aanpassingen in de Nederlandse wet

Privacy Settings
We use cookies to enhance your experience while using our website. If you are using our Services via a browser you can restrict, block or remove cookies through your web browser settings. We also use content and scripts from third parties that may use tracking technologies. You can selectively provide your consent below to allow such third party embeds. For complete information about the cookies we use, data we collect and how we process them, please check our Privacy Policy
Youtube
Consent to display content from - Youtube
Vimeo
Consent to display content from - Vimeo
Google Maps
Consent to display content from - Google
Spotify
Consent to display content from - Spotify
Sound Cloud
Consent to display content from - Sound

facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl