Gepubliceerd op 9 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 28 september 2026
Tegen een vonnis van de kantonrechter of de rechtbank in een civiele zaak stelt u binnen drie maanden hoger beroep in bij het gerechtshof. Dat kan alleen met een advocaat. De belangrijkste uitzonderingen: bij een kort geding is de termijn vier weken, en bij een vordering van niet meer dan 1.750 euro staat hoger beroep niet open.
In hoger beroep beoordelen drie raadsheren van het gerechtshof de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht. Zij doen dat binnen de grenzen van de bezwaren die u tegen het vonnis aanvoert. Hieronder leest u wanneer hoger beroep openstaat, hoe de procedure verloopt, wat het kost en wat er na de uitspraak van het hof gebeurt.

Inhoudsopgave
Wat is hoger beroep in civiele zaken?
Hoger beroep is een rechtsmiddel waarmee u een uitspraak van de eerste rechter laat toetsen door het gerechtshof. Het hof kijkt opnieuw naar de feiten en naar het recht.
Civiele zaken zijn geschillen tussen burgers, bedrijven en organisaties onderling. Denk aan huurgeschillen, arbeidsconflicten, burenruzies, verzekeringskwesties en contractgeschillen. Heeft de kantonrechter of de rechtbank in zo’n zaak een vonnis of beschikking gegeven waarmee u het niet eens bent, dan kunt u naar het hof. Hoe de procedure in eerste aanleg verloopt, leest u in ons artikel over het verloop van een rechtszaak.
Het hoger beroep is geen volledige herkansing. Het hof beoordeelt de zaak alleen voor zover u daartegen bezwaren aanvoert. Die bezwaren heten grieven. Wat u niet aanvoert, blijft in beginsel staan zoals de eerste rechter het heeft beslist.
Hoe verschilt hoger beroep van verzet en cassatie?
Bij hoger beroep beoordeelt een hogere rechter de feiten en het recht opnieuw. Verzet is bedoeld voor een vonnis bij verstek, cassatie alleen voor rechtsvragen.
Verzet stelt u in als u in eerste aanleg niet bent verschenen en de rechter bij verstek heeft beslist. Verzet gaat naar dezelfde rechter en moet in de regel binnen vier weken worden ingesteld (artikel 143 Rv). Cassatie bij de Hoge Raad volgt na het hoger beroep. De Hoge Raad stelt geen feiten meer vast, maar toetst alleen of het hof het recht juist heeft toegepast en zijn beslissing voldoende heeft gemotiveerd. Meer over die laatste stap leest u in ons artikel over hoger beroep en cassatie.
Bij welk gerechtshof komt uw zaak terecht?
Dat hangt af van de rechtbank die in eerste aanleg uitspraak deed. Nederland heeft vier gerechtshoven.
Het gaat om de gerechtshoven Amsterdam, Den Haag, Arnhem-Leeuwarden en ‘s-Hertogenbosch. Elk hof behandelt het hoger beroep tegen uitspraken van de rechtbanken in zijn eigen ressort. Een vonnis van de rechtbank Oost-Brabant gaat dus naar het hof in ‘s-Hertogenbosch. Boven de hoven staat alleen nog de Hoge Raad, die uitsluitend in cassatie oordeelt.

Wanneer kunt u hoger beroep instellen?
Tegen de meeste eindvonnissen staat hoger beroep open, als de vordering meer dan 1.750 euro bedraagt of niet in geld is uitgedrukt. U moet daarnaast belang hebben bij het hoger beroep.
De appelgrens staat in artikel 332 Rv. Gaat het om een geldvordering van niet meer dan 1.750 euro, dan is hoger beroep uitgesloten. Bij een vordering die niet in geld is uitgedrukt, zoals nakoming van een contract of ontruiming, staat hoger beroep in beginsel wel open.
Tegen een tussenvonnis kunt u in beginsel pas in hoger beroep gaan samen met het eindvonnis (artikel 337 Rv). De rechter in eerste aanleg kan tussentijds hoger beroep wel toestaan. Verder moet u procesbelang hebben: de uitspraak moet voor u nadelig zijn. Wie in eerste aanleg volledig heeft gewonnen, heeft geen belang bij hoger beroep.
Ook een beschikking in een verzoekschriftprocedure, bijvoorbeeld over ontbinding van een arbeidsovereenkomst of over alimentatie, kan in hoger beroep worden getoetst. Daarvoor gelden eigen regels over de termijn en de indiening.

Welke termijn geldt voor hoger beroep?
De termijn is drie maanden na de dag van de uitspraak (artikel 339 Rv). In kort geding is dat vier weken.
De termijn loopt vanaf de dag van de uitspraak, ook als u het vonnis pas later ontvangt. Is het vonnis op 10 maart gewezen, dan is 10 juni in de regel de laatste dag. Binnen die termijn moet de appeldagvaarding door een deurwaarder aan de wederpartij zijn betekend. Het is dus niet genoeg om op de laatste dag een advocaat in te schakelen: de dagvaarding moet dan al zijn uitgebracht.
De termijn is fataal. Een verlenging bestaat niet. Bent u te laat, dan verklaart het hof u niet-ontvankelijk en wordt het vonnis onherroepelijk. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen accepteert de rechter een overschrijding, bijvoorbeeld als de fout aan het gerecht zelf is te wijten. Voor beschikkingen in verzoekschriftprocedures geldt in de regel ook drie maanden (artikel 358 Rv). Bij sommige beschikkingen, bijvoorbeeld in het arbeidsrecht of het faillissementsrecht, gelden afwijkende regels of kortere termijnen.
Let op: andere rechtsgebieden kennen andere termijnen. In het bestuursrecht is de termijn voor hoger beroep zes weken (artikel 6:7 Awb). In strafzaken is dat veertien dagen (artikel 408 Sv). De termijn van drie maanden geldt dus alleen in civiele zaken.
Hoe verloopt de procedure bij het gerechtshof?
De procedure begint met een appeldagvaarding. Daarna volgen de memorie van grieven, de memorie van antwoord en meestal een mondelinge behandeling.
Uw advocaat stelt de appeldagvaarding op en laat die door een deurwaarder aan de wederpartij betekenen. De dagvaarding vermeldt de partijen, het vonnis waartegen u opkomt en de datum waarop de zaak bij het hof op de rol komt. De inhoudelijke bezwaren hoeven er nog niet in te staan. Daarna brengt uw advocaat de zaak via het digitale systeem van het hof aan, en betaalt u griffierecht.
Vervolgens dient u de memorie van grieven in. Daarin staan al uw bezwaren tegen het vonnis, met de onderbouwing en het bewijs. U heet in hoger beroep de appellant. De wederpartij heet de geïntimeerde en reageert met een memorie van antwoord. Is zij het zelf ook met een deel van het vonnis oneens, dan kan zij in die memorie incidenteel hoger beroep instellen. U mag daarop dan nog reageren. Het hof bepaalt de termijnen voor deze stukken volgens het procesreglement van de gerechtshoven; uitstel is maar beperkt mogelijk.
Daarna volgt in de meeste zaken een mondelinge behandeling. Advocaten lichten daar de standpunten toe en het hof stelt vragen. Vaak onderzoekt het hof ook of een schikking mogelijk is. Tot slot wijst het hof arrest. Hoe lang dat alles duurt, verschilt per hof en per zaak. Reken op een procedure die langer duurt dan de eerste aanleg. Meer daarover leest u in ons artikel over de duur van een rechtszaak.
Waarom is de memorie van grieven zo belangrijk?
De memorie van grieven bepaalt wat het hof mag beoordelen. Nieuwe bezwaren kunt u na deze memorie in beginsel niet meer aanvoeren.
Dit heet de twee-conclusieregel. U moet al uw grieven, nieuwe feiten en nieuwe bewijsaanbiedingen in principe in de memorie van grieven opnemen. De geïntimeerde doet hetzelfde in de memorie van antwoord. Wat later komt, laat het hof alleen in uitzonderlijke gevallen toe, bijvoorbeeld als de wederpartij ondubbelzinnig instemt of als het gaat om feiten die zich pas later hebben voorgedaan.
Een goede voorbereiding begint daarom met het vonnis zelf. Lees precies welke overwegingen de beslissing dragen. Richt elke grief op zo’n overweging en onderbouw waarom die onjuist is. Verzamel het bewijs dat u in eerste aanleg niet had of niet gebruikte. Wilt u weten hoe u zich op de zitting voorbereidt, lees dan ons artikel over de voorbereiding op een zitting.
Mag u in hoger beroep nieuw bewijs aanvoeren?
Ja. Het hoger beroep is ook bedoeld om fouten en omissies uit de eerste aanleg te herstellen. U hoeft niet uit te leggen waarom u het bewijs niet eerder gebruikte.
U kunt nieuwe stukken overleggen, getuigen laten horen en een deskundigenonderzoek vragen. Wel geldt de twee-conclusieregel: neem nieuw bewijs en bewijsaanbiedingen op in de memorie van grieven of de memorie van antwoord. Het hof beslist of een getuigenverhoor of deskundigenbericht nodig is. Een bewijsaanbod dat concreet en ter zake dienend is, mag het hof niet zomaar passeren. Stukken in een vreemde taal moeten in de regel met een vertaling worden ingediend.
Waarom heeft u een advocaat nodig?
Bij het gerechtshof is procesvertegenwoordiging door een advocaat verplicht. U kunt zelf geen hoger beroep instellen.
Dat geldt ook als de zaak in eerste aanleg bij de kantonrechter liep, waar u zelf mocht procederen. Uw advocaat voor hoger beroep in civiele zaken bewaakt de termijnen, stelt de processtukken op en voert het woord op de zitting. Hij bespreekt vooraf ook de kansen, de kosten en de risico’s, en of een schikking of mediation een beter alternatief is. Of iemand anders in eerste aanleg voor u kon optreden, leest u in ons artikel over vertegenwoordiging in procedures. Twijfelt u of hoger beroep zinvol is, lees dan ook wanneer procederen zinvol is.
Voor welke civiele zaken wordt vaak hoger beroep ingesteld?
In vrijwel elk rechtsgebied komen zaken bij het hof. De meest voorkomende zijn arbeidszaken, familiezaken en contract- en verzekeringsgeschillen.
In arbeidszaken gaat het bijvoorbeeld om een werknemer die vindt dat de kantonrechter een te lage billijke vergoeding heeft toegekend, of om een werkgever die het oneens is met een ontbinding of een oordeel over een concurrentiebeding. In familiezaken gaat het vaak om de hoogte en de duur van alimentatie of om de verdeling van het vermogen. Het hof kijkt dan opnieuw naar de inkomens en de draagkracht van beide partijen. Bij contract- en verzekeringsgeschillen draait het vaak om de uitleg van voorwaarden, bijvoorbeeld of een verzekeraar terecht een beroep doet op een uitsluiting.
Hoger beroep in kort geding
Tegen een vonnis in kort geding kunt u binnen vier weken in hoger beroep (artikel 339 lid 2 Rv). Het hof behandelt zulke zaken in de regel met voorrang.
Een kort geding gaat over spoedeisende zaken, zoals een verbod om te concurreren, een publicatieverbod of een betaling die niet kan wachten. De spoed moet ook in hoger beroep nog bestaan. De voorlopige beslissing van het hof bindt de rechter in een latere bodemprocedure niet.
Wat kost hoger beroep?
U betaalt griffierecht aan het hof en de kosten van uw advocaat. Verliest u, dan wordt u meestal ook veroordeeld in de proceskosten van de wederpartij.
Het griffierecht in hoger beroep is hoger dan bij de rechtbank en hangt af van de waarde van de vordering en van de vraag of u een natuurlijk persoon of een rechtspersoon bent. De actuele bedragen staan op de griffierechtpagina van de Rechtspraak. Betaalt u niet op tijd, dan kan het hof u niet-ontvankelijk verklaren.
Wint u, dan kent het hof u meestal een vergoeding voor de proceskosten toe. Die wordt berekend met een vast tarief per proceshandeling en is bijna altijd lager dan wat u werkelijk aan uw advocaat betaalt. Heeft u een laag inkomen en weinig vermogen, dan kunt u in aanmerking komen voor gesubsidieerde rechtsbijstand via de Raad voor Rechtsbijstand. U betaalt dan een eigen bijdrage die afhangt van uw inkomen. Heeft u een rechtsbijstandverzekering, controleer dan of hoger beroep is gedekt en of de verzekeraar vooraf toestemming moet geven.
Wat gebeurt er na de uitspraak van het hof?
Het hof bekrachtigt het vonnis of vernietigt het geheel of gedeeltelijk en beslist dan zelf opnieuw. Daarna staat nog cassatie bij de Hoge Raad open.
Bij bekrachtiging blijft het vonnis in stand en heeft de appellant verloren. Bij vernietiging doet het hof opnieuw recht. Het kan bijvoorbeeld een schadevergoeding hoger of lager vaststellen, of een vordering alsnog toewijzen of afwijzen.
Tegen het arrest kunt u binnen drie maanden in cassatie bij de Hoge Raad (artikel 402 Rv). Daarvoor heeft u een advocaat nodig die bij de Hoge Raad mag procederen. De Hoge Raad stelt geen nieuwe feiten vast en toetst alleen of het recht juist is toegepast en of het arrest voldoende is gemotiveerd. Het is geen vereiste dat de zaak een rechtsvraag van algemeen belang bevat. Wel kan de Hoge Raad een cassatieberoep dat kennelijk geen kans van slagen heeft of waarbij onvoldoende belang bestaat, verkort afdoen (artikel 80a Wet op de rechterlijke organisatie).
Houd er rekening mee dat hoger beroep de tenuitvoerlegging niet altijd tegenhoudt. Is het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard, dan kan de winnende partij het al tijdens het hoger beroep laten uitvoeren. Een arrest van het hof moet u in beginsel direct naleven. Gebeurt dat niet, dan volgt executie door een gerechtsdeurwaarder, bijvoorbeeld door beslag op een bankrekening, loon of goederen.
Kunt u de uitvoering van het vonnis tijdens het hoger beroep stoppen?
Soms wel. U kunt het hof vragen de uitvoerbaarheid bij voorraad te schorsen (artikel 351 Rv), maar die lat ligt hoog.
Zo’n verzoek dient u in als incident, naast het hoger beroep zelf. Het hof weegt de belangen van beide partijen af. Het uitgangspunt is dat de eerste rechter die belangen al heeft gewogen. Het hof komt daar alleen op terug als de beslissing kennelijk op een misslag berust, of als zich na het vonnis nieuwe feiten hebben voorgedaan die een andere afweging rechtvaardigen. Het enkele feit dat u denkt het hoger beroep te winnen, is onvoldoende.
Een voorbeeld: een ondernemer die is veroordeeld tot betaling van een groot bedrag, vreest dat hij het geld na een gewonnen hoger beroep nooit terugziet. Dat restitutierisico kan een rol spelen in de belangenafweging. Vaak ligt dan een tussenoplossing voor de hand, zoals zekerheidstelling door de winnende partij voordat zij tot uitvoering overgaat.
Kunt u uw eis in hoger beroep nog wijzigen?
Ja, in beginsel in de memorie van grieven. Daarna alleen nog als de wederpartij instemt of de wijziging door nieuwe omstandigheden wordt gerechtvaardigd.
Ook de eiswijziging valt onder de twee-conclusieregel. De wederpartij kan bezwaar maken als de wijziging in strijd is met de goede procesorde, bijvoorbeeld omdat zij zich daartegen niet meer behoorlijk kan verweren. Het hof beslist daarover. Wilt u de vordering verhogen of een nieuwe grondslag aanvoeren, bespreek dat dan tijdig met uw advocaat.
U kunt het hoger beroep ook weer intrekken. Dat heet afstand van instantie. Het vonnis van de eerste rechter blijft dan in stand. Bent u al ver in de procedure, dan wordt u in de regel veroordeeld in de proceskosten die de wederpartij in hoger beroep heeft gemaakt.
Samengevat
- Hoger beroep stelt u binnen drie maanden na de uitspraak in; in kort geding binnen vier weken.
- Bij een geldvordering van niet meer dan 1.750 euro staat hoger beroep niet open.
- Bij het gerechtshof is een advocaat verplicht, ook als de zaak eerst bij de kantonrechter liep.
- Al uw bezwaren en nieuw bewijs horen in de memorie van grieven; later kan in beginsel niet meer.
- Een vonnis dat uitvoerbaar bij voorraad is, kan tijdens het hoger beroep al worden uitgevoerd.
Veelgestelde vragen
Hieronder vindt u korte antwoorden op vragen die wij in de praktijk vaak krijgen over hoger beroep in civiele zaken.
Welke termijn geldt voor hoger beroep in civiele zaken?
U heeft drie maanden, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak. In kort geding is dat vier weken.
Verlenging is niet mogelijk. Binnen de termijn moet de appeldagvaarding aan de wederpartij zijn betekend. Bent u te laat, dan verklaart het hof u niet-ontvankelijk. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen accepteert het hof een overschrijding.
Op welke gronden kunt u hoger beroep instellen?
U kunt elk bezwaar tegen het vonnis aanvoeren: een onjuiste toepassing van het recht, een verkeerde vaststelling van de feiten, een onjuiste waardering van het bewijs of een gebrekkige motivering.
Ook procedurele fouten tellen mee, bijvoorbeeld als u niet op een belangrijk stuk heeft kunnen reageren. Het hof beoordeelt alleen de bezwaren die u in de memorie van grieven aanvoert.
Welke stappen doorloopt u bij hoger beroep?
Uw advocaat laat binnen de termijn een appeldagvaarding door een deurwaarder aan de wederpartij betekenen en brengt de zaak bij het hof aan. U betaalt griffierecht.
Daarna volgen de memorie van grieven en de memorie van antwoord. In de meeste zaken plant het hof vervolgens een mondelinge behandeling, waarna het arrest volgt. Een advocaat is in hoger beroep verplicht.
Hoe verschillen de kosten van hoger beroep van die in eerste aanleg?
Het griffierecht bij het hof is hoger dan bij de rechtbank. Ook de advocaatkosten liggen meestal hoger, omdat de stukken uitgebreider zijn en een advocaat altijd verplicht is.
Verliest u, dan wordt u in de regel veroordeeld in de proceskosten van de wederpartij. Soms komen daar kosten voor getuigen of een deskundige bij.
Mag u in hoger beroep nieuw bewijs aandragen?
Ja. U mag nieuwe stukken overleggen, getuigen laten horen en om een deskundigenonderzoek vragen. U hoeft niet uit te leggen waarom u dat niet eerder deed.
Neem nieuw bewijs en bewijsaanbiedingen wel op in de memorie van grieven of de memorie van antwoord. Later laat het hof ze alleen in uitzonderlijke gevallen toe. Het hof beslist of getuigen worden gehoord of een deskundige wordt benoemd.
Wat gebeurt er als u niet op tijd hoger beroep instelt?
Dan wordt het vonnis onherroepelijk. U kunt het niet meer in hoger beroep aanvechten.
De winnende partij kan het vonnis dan laten uitvoeren, zo nodig met behulp van een deurwaarder. Een verlate appeldagvaarding leidt tot niet-ontvankelijkheid.
Law & More voert civiele procedures in eerste aanleg en in hoger beroep, van contractgeschillen tot arbeids- en huurzaken. Meer over onze aanpak leest u op de pagina civiel recht. De wettelijke regels staan in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Twijfelt u over uw positie? Leg uw situatie aan ons voor. Wij laten u binnen één werkdag weten wat uw opties zijn.