Gepubliceerd op 26 januari 2018 · Laatst bijgewerkt op 8 oktober 2026
Inhoudsopgave
Wanneer beveelt de rechter een onderzoek naar uw onderneming?
De Ondernemingskamer beveelt een onderzoek naar uw vennootschap als er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid (artikel 2:350 lid 1 BW), bijvoorbeeld wanneer aandeelhouders onderling volledig zijn vastgelopen. U moet dan wel eerst uw bezwaren schriftelijk aan het bestuur hebben gemeld en voldoende aandelen houden om het verzoek te mogen doen (artikelen 2:346 en 2:349 BW). Dit is een samenvatting van een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam (Ondernemingskamer) van 26 januari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:434, die dat illustreert.
A en B zijn beide bestuurder en aandeelhouder van Circom B.V. Na onderling geschil schrijft A medebestuurder B uit bij de Kamer van Koophandel. B vraagt A om informatie, maar krijgt die niet. B verzoekt de Ondernemingskamer daarom een onderzoek naar het beleid van Circom te bevelen. De Ondernemingskamer oordeelt dat er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid te twijfelen en wijst het verzoek toe.
Wat waren de feiten in deze zaak?
A en B richten samen Circom B.V. op. Beiden zijn bestuurder en houden ieder 50% van de aandelen. Zij besluiten Circom te laten samengaan met Nedportal B.V. Tijdens een managementoverleg spreken A en B af dat het belang van B in Circom daalt naar 10%. De hiervoor opgestelde conceptakten worden nooit gepasseerd bij de notaris. Toch schrijft A vervolgens B uit het handelsregister als bestuurder van Circom.
B vraagt A daarna onder meer om toegang tot de bankrekeningen en de boekhouding van Circom, en om betaling van een achterstallige managementfee. B wil zo haar statutaire rechten en plichten kunnen uitoefenen. De algemene vergadering van aandeelhouders keurt de jaarcijfers over 2016 uiteindelijk niet goed, omdat de aandeelhouders het onderling niet eens worden.
B verzoekt de Ondernemingskamer vervolgens op grond van het recht van enquête (artikel 2:345 e.v. BW) om een onderzoek te bevelen naar het beleid van Circom, om A te schorsen als bestuurder en om de aandelen van A tijdelijk aan een beheerder over te dragen.
Wat oordeelt de Ondernemingskamer?
De Ondernemingskamer beveelt een onderzoek naar het beleid van Circom vanaf de oprichting, maar wijst de gevraagde onmiddellijke voorzieningen af.
Volgens B is er sprake van een definitieve samensmelting van Circom en Nedportal, die ook financieel, juridisch en organisatorisch vorm heeft gekregen. A zou daarmee in strijd handelen door B uit te schrijven als bestuurder en geen inzage te geven in de administratie van Circom.
Besluitvorming in de algemene vergadering is niet mogelijk door de 50/50-verhouding tussen de aandeelhouders. Volgens B heeft A daardoor feitelijk alle macht binnen Circom naar zich toe getrokken. A voert als verweer aan dat partijen wel hebben geprobeerd samen te werken, maar dat dit nooit is gelukt.
Alleen A heeft geld in Circom gestoken. Daarom is besloten het belang van B terug te brengen naar 10%, en zou ook zijn gesproken over aftreden van B als bestuurder. De Ondernemingskamer oordeelt dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid van Circom: de relatie tussen de bestuurders/aandeelhouders is verstoord en zij hebben geen duidelijke afspraken gemaakt over hun bestuurstaken.
Ook is de administratie van Circom niet inzichtelijk, roept de uitschrijving van B als bestuurder vragen op en heeft B de gevraagde informatie nooit gekregen. Circom heeft bovendien haar activiteiten gestaakt door eenzijdig handelen van A. Volgens de Ondernemingskamer hebben beide partijen wel bijgedragen aan de onduidelijkheid: B drong bijvoorbeeld niet op tijd aan op een openingsbalans en financieel inzicht. De Ondernemingskamer beveelt daarom een onderzoek vanaf de oprichting van Circom, maar wijst het verzoek om onmiddellijke voorzieningen af.
Wat kunnen wij voor u doen bij een enquête na een aandeelhoudersconflict?
Wij begeleiden zowel de aandeelhouder die een onderzoek wil als de bestuurder of aandeelhouder die erbij betrokken raakt.
- Wij beoordelen of u bevoegd bent een enquêteverzoek te doen (artikel 2:346 BW) en stellen de schriftelijke bezwarenbrief aan het bestuur op (artikel 2:349 BW).
- Wij dienen het verzoekschrift in bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam.
- Wij vragen zo nodig onmiddellijke voorzieningen, zoals schorsing van een bestuurder of overdracht van aandelen ten titel van beheer (artikel 2:349a BW).
- Wij voeren verweer als u als bestuurder of aandeelhouder in een enquêteprocedure wordt betrokken.
- Wij bekijken met u of een geschillenregeling, zoals uitstoting of uittreding (artikelen 2:335 tot en met 2:343c BW), een beter alternatief is.
Samengevat
- De Ondernemingskamer kan op verzoek een onderzoek bevelen naar het beleid van een vennootschap (artikel 2:345 e.v. BW).
- Daarvoor moeten er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid, bijvoorbeeld een volledig vastgelopen relatie tussen aandeelhouders.
- In deze zaak (ECLI:NL:GHAMS:2018:434) telden onder meer de uitschrijving van een bestuurder, geweigerde informatie en niet-goedgekeurde jaarcijfers mee.
- De Ondernemingskamer kan naast een onderzoek ook onmiddellijke voorzieningen treffen, zoals schorsing van een bestuurder; in deze zaak wees zij dat verzoek af.
- Loopt de relatie met uw medeaandeelhouder vast, dan beperkt vroeg juridisch advies verdere schade aan de onderneming.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina ondernemingsrecht advocaat.