Enquête bij een 50/50-aandeelhoudersconflict: de zaak Circom

Verstoorde Shareholder Conflicts: What To Do Next | L & M

Gepubliceerd op 26 januari 2018 · Laatst bijgewerkt op 30 oktober 2026

De Ondernemingskamer beveelt een onderzoek naar een vennootschap als er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid (artikel 2:350 lid 1 BW). Een vastgelopen 50/50-verhouding tussen aandeelhouders kan zo’n reden zijn, maar de rechter treft daarnaast niet automatisch onmiddellijke voorzieningen: daarvoor moet er ook spoed zijn.

Dat blijkt uit een beschikking van de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam van 26 januari 2018 over Circom B.V. (ECLI:NL:GHAMS:2018:189). Hieronder leest u wat er speelde, hoe de Ondernemingskamer oordeelde en wat u daaruit kunt afleiden. De wettelijke regeling van het recht van enquête staat in de artikelen 2:344 tot en met 2:359 van het Burgerlijk Wetboek Boek 2.

Wat speelde er bij Circom B.V.?

Circom B.V. werd opgericht op 1 februari 2016. Twee holdings hielden elk 50% van de aandelen: Truedata B.V. en Future 43 B.V. Beide holdings waren zelfstandig bevoegd bestuurder van Circom. Achter elke holding stond één natuurlijke persoon als enig aandeelhouder en bestuurder.

Op een overleg op 20 juni 2016 zouden partijen hebben afgesproken dat het belang van Truedata zou dalen naar 10%. De notaris maakte conceptakten, maar die zijn nooit gepasseerd. Een dag later, op 21 juni 2016, liet de persoon achter Future 43 Truedata uitschrijven als bestuurder van Circom. Truedata betwistte dat zij ooit had willen aftreden.

In een plan van aanpak van 23 december 2016 stond een samengaan van Circom met een andere vennootschap. Volgens Future 43 kwam die samenwerking nooit verder dan het conceptstadium. Het plan noemde ook managementvergoedingen: € 5.000 per maand voor de ene en € 15.000 per maand voor de andere bestuurder. Volgens Truedata kreeg haar bestuurder maar twee maanden betaald.

Truedata vroeg in september en oktober 2016 en in april 2017 om inzage in de boekhouding, toegang tot de bankrekeningen en betaling van de achterstallige vergoeding. Op de aandeelhoudersvergadering van 27 juli 2017 werd de jaarrekening 2016 niet vastgesteld, omdat de aandeelhouders het niet eens werden.

Wat vroeg Truedata aan de Ondernemingskamer?

Truedata vroeg een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken bij Circom vanaf 1 februari 2016. Daarnaast vroeg zij onmiddellijke voorzieningen voor de duur van de procedure (artikel 2:349a lid 2 BW):

  • schorsing van Future 43 als bestuurder, of benoeming van een onafhankelijk bestuurder;
  • overdracht van de aandelen van Future 43 ten titel van beheer, of schorsing van het stemrecht;
  • een verbod voor Future 43 en haar bestuurder om namens Circom op te treden;
  • dwangsommen van € 20.000 per dag.

Future 43 voerde aan dat Truedata niet-ontvankelijk was, omdat het in werkelijkheid om een zuiver financieel geschil tussen twee zakenpartners ging.

Waarom zag de Ondernemingskamer gegronde redenen voor twijfel?

De Ondernemingskamer verwierp eerst het beroep op niet-ontvankelijkheid. Het geschil hing nauw samen met een contractuele vraag over de samenwerking, maar de bezwaren van Truedata waren ook vennootschapsrechtelijk van aard. Daarna noemde zij deze punten als grond voor twijfel aan een juist beleid:

  • de verhouding tussen de aandeelhouders en bestuurders was verstoord en de governance was niet op orde;
  • er waren geen duidelijke afspraken over de verdeling van de bestuurstaken;
  • besluiten van bestuur en aandeelhouders waren niet vastgelegd en er was geen openingsbalans;
  • de administratie was niet inzichtelijk;
  • de uitschrijving van Truedata als bestuurder riep vragen op;
  • Truedata had de gevraagde informatie niet gekregen;
  • de activiteiten liepen niet meer via Circom, door eenzijdig handelen van Future 43 en niet door een besluit van bestuur of aandeelhouders.

De Ondernemingskamer merkte ook op dat beide partijen bijdroegen aan de onduidelijkheid. De bestuurder achter Truedata had niet aangedrongen op een openingsbalans en vroeg te laat om financieel inzicht. Dat stond aan het bevel tot een onderzoek niet in de weg.

Waarom wees de Ondernemingskamer de onmiddellijke voorzieningen af?

Onmiddellijke voorzieningen zijn bedoeld voor situaties waarin de toestand van de vennootschap of het belang van het onderzoek dat vraagt. Hier ontbrak die urgentie. Circom had al meer dan een jaar geen activiteiten meer. De Ondernemingskamer zag geen andere reden waarom schorsing of beheersoverdracht dringend nodig was. Op de zitting bleek bovendien dat er bij Circom en bij Truedata weinig of geen geld was om de voorzieningen te betalen.

Wat besliste de Ondernemingskamer over het onderzoek en de kosten?

De Ondernemingskamer beval een onderzoek over de periode vanaf de oprichting op 1 februari 2016. In een latere beschikking van 8 februari 2018 wees zij de onderzoeker aan (ECLI:NL:GHAMS:2018:434). Over de kosten besliste zij het volgende:

Kostenpost (beschikking 26 januari 2018)Beslissing
Bedrag dat de onderzoeker maximaal mocht besteden€ 15.000, exclusief btw
Wie betaalt het onderzoekCircom, zoals de wet voorschrijft; geen verschuiving naar Future 43 of haar bestuurder
Proceskosten Truedata tot dan toe€ 3.398, te betalen door Circom

De bedragen gelden voor deze zaak en zijn geen vaste tarieven. Bij een andere vennootschap stelt de Ondernemingskamer zelf vast hoeveel het onderzoek mag kosten.

Wat leert deze zaak over een enquête bij een 50/50-impasse?

  • Een patstelling tussen twee gelijke aandeelhouders is op zich geen wanbeleid. Wel kunnen ontbrekende afspraken, een ondoorzichtige administratie en geweigerde informatie samen gegronde redenen voor twijfel opleveren.
  • Een eigen aandeel in de problemen, zoals te laat om informatie vragen, sluit een onderzoek niet uit.
  • Voor onmiddellijke voorzieningen moet u aantonen dat ingrijpen nu nodig is. Een vennootschap die stilligt, maakt die spoed minder aannemelijk.
  • Het onderzoek komt in beginsel voor rekening van de vennootschap. Bij een lege vennootschap is dat een praktisch punt om vooraf te bespreken.

Welke stappen gaan vooraf aan een enquêteverzoek?

Niet iedere aandeelhouder mag een enquête vragen. Artikel 2:346 BW stelt een minimumbelang; bij een niet-beursgenoteerde bv is dat in de regel 10% van het geplaatste kapitaal, tenzij de statuten een lagere drempel noemen. De verzoeker moet zijn bezwaren eerst schriftelijk aan het bestuur en de raad van commissarissen melden en hen redelijke tijd geven om te reageren (artikel 2:349 lid 1 BW). Het verzoek gaat daarna naar de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam. Als alternatief bestaat de geschillenregeling, waarmee een aandeelhouder kan worden uitgestoten of zelf kan uittreden (artikelen 2:335 tot en met 2:343c BW).

Wat kunnen wij doen bij een vastgelopen aandeelhoudersrelatie?

  • Wij beoordelen of u bevoegd bent een enquêteverzoek te doen (artikel 2:346 BW) en stellen de bezwarenbrief aan het bestuur op (artikel 2:349 BW).
  • Wij stellen het verzoekschrift aan de Ondernemingskamer op en onderbouwen zo nodig waarom onmiddellijke voorzieningen dringend zijn.
  • Wij voeren verweer als u als bestuurder of aandeelhouder bij een enquêteprocedure betrokken raakt.
  • Wij bekijken met u of een geschillenregeling of een onderhandelde uitkoop beter past.

Meer over procedures tussen aandeelhouders leest u op onze pagina over de advocaat bij aandeelhoudersgeschillen.

Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina ondernemingsrecht advocaat.

Een vraag over uw eigen situatie?

Mail ons in een paar zinnen waar uw vraag over gaat. Wij laten u weten of wij u kunnen helpen en wat de volgende stap is. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Een vraag over uw eigen situatie?

Mail ons in een paar zinnen waar uw vraag over gaat. Wij laten u weten of wij u kunnen helpen en wat de volgende stap is. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.