Gepubliceerd op 26 december 2022 · Laatst bijgewerkt op 8 oktober 2026
Een vordering is het recht van een schuldeiser om van een schuldenaar een prestatie op te eisen: meestal een geldvordering, maar ook een vordering tot een geven of een doen. Zij ontstaat uit een overeenkomst, uit de wet of uit onrechtmatige daad, en zij vervalt als u te lang wacht: de meeste vorderingen verjaren binnen vijf jaar (artikel 3:307 en 3:308 BW), een vordering tot betaling van de koopprijs op een consument al na twee jaar (artikel 7:28 BW).
Inhoudsopgave
Hoe ontstaat een vordering?
De meeste vorderingen komen voort uit een overeenkomst. Levert u een dienst of een product en staat daar een betaling tegenover, dan hebt u een vorderingsrecht zodra u uw eigen verplichting bent nagekomen. Daarnaast kan een vordering rechtstreeks uit de wet ontstaan. Maakt u per ongeluk een overboeking naar een verkeerde rekening, dan hebt u onverschuldigd betaald en kunt u het bedrag terugvorderen op grond van artikel 6:203 BW. Lijdt u schade door het handelen of nalaten van een ander, dan kan een vordering uit onrechtmatige daad ontstaan (artikel 6:162 BW).
De partij die iets tegoed heeft, heet schuldeiser of, als het om geld gaat, crediteur. De partij die moet presteren is de schuldenaar of debiteur. Een vordering is juridisch een vermogensrecht: zij is in geld waardeerbaar, zij kan worden overgedragen aan een ander en zij kan worden verpand aan een financier. Dat verklaart waarom een openstaande debiteurenportefeuille een balanspost is en niet alleen een administratief probleem. Wat het begrip vordering in het bredere vermogensrecht betekent, leest u bij wat een vordering is; op deze pagina gaat het vooral om de incasso ervan.
Wanneer is een geldvordering opeisbaar en wanneer is de schuldenaar in verzuim?
Een geldvordering is opeisbaar zodra de betaaltermijn verstrijkt; in verzuim is de schuldenaar meestal pas na een schriftelijke ingebrekestelling (artikel 6:82 BW).
Deze twee begrippen worden voortdurend door elkaar gehaald, en dat kost geld. Opeisbaarheid gaat over het moment waarop u nakoming kunt vragen. Is er een betaaltermijn afgesproken, dan is de vordering opeisbaar zodra die termijn verstrijkt. Is er niets afgesproken, dan is de verbintenis op grond van artikel 6:38 BW terstond opeisbaar. Een aanmaning maakt een vordering dus niet opeisbaar; zij was dat al.
Verzuim is iets anders. Pas als de schuldenaar in verzuim is, kunt u wettelijke rente en incassokosten vorderen en de overeenkomst ontbinden. Verzuim treedt in de regel pas in na een ingebrekestelling: een schriftelijke aanmaning waarin u een redelijke termijn voor nakoming stelt (artikel 6:82 BW). In de gevallen van artikel 6:83 BW treedt verzuim van rechtswege in, bijvoorbeeld bij een fatale termijn of bij een verplichting tot schadevergoeding uit onrechtmatige daad. Hoe zo’n brief eruit moet zien en welke termijn redelijk is, staat in ons artikel over de ingebrekestelling.
Hoe verloopt de buitengerechtelijke incasso?
Voor een procedure ligt de weg van de minnelijke incasso open: herinnering, aanmaning, sommatie en zo nodig een betalingsregeling. Die route is goedkoop en houdt de relatie heel. Zij is bovendien vaak effectiever dan gedacht: veel debiteuren betalen alsnog zodra duidelijk wordt dat de schuldeiser doorpakt.
Wel is er een wezenlijk verschil tussen een incassobureau en een advocaat. Een incassobureau kan aanmanen en onderhandelen, maar kan betaling niet afdwingen: het kan geen dagvaarding uitbrengen en geen beslag laten leggen. Een advocaat kan dat wel, en kan bovendien het verweer van de debiteur inhoudelijk beoordelen. Betwist de debiteur de vordering serieus, dan is een incassobureau al snel uitgepraat en verliest u tijd die van uw verjaringstermijn afgaat.
Bij een zakelijke debiteur die wel kan maar niet wil betalen, is een faillissementsaanvraag soms het effectiefste drukmiddel. Wanneer dat verantwoord is en wanneer het te zwaar geschut is, weegt ons artikel over de faillissementsaanvraag als incassomiddel af.
Hoeveel incassokosten mag u in rekening brengen?
U mag incassokosten rekenen volgens de wettelijke staffel, met een minimum van 40 euro en een maximum van 6.775 euro; bij een consument pas na een correcte veertiendagenbrief.
De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is geregeld in artikel 6:96 BW, uitgewerkt in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De staffel rekent met een aflopend tarief over de hoofdsom: 15 procent over de eerste 2.500 euro, 10 procent over de volgende 2.500 euro, 5 procent over de volgende 5.000 euro, 1 procent over de volgende 190.000 euro en 0,5 procent over het meerdere. Het minimum is 40 euro en het maximum 6.775 euro. Btw mag alleen worden doorberekend als de schuldeiser zelf de btw niet kan verrekenen. Voor termijnbetalingen kent het besluit een aparte regeling: 40 euro voor de eerste termijn binnen een periode van zes maanden en 20 euro voor elke volgende termijn in diezelfde periode.
Is de debiteur een consument, dan zijn incassokosten pas verschuldigd na een correcte veertiendagenbrief. Die brief moet de consument een termijn van veertien dagen gunnen, ingaand op de dag na ontvangst, en moet het bedrag aan incassokosten concreet noemen. Formuleringen als “binnen veertien dagen na dagtekening” zijn onjuist en maken de aanspraak op incassokosten ongegrond. Herstel is mogelijk door alsnog een nieuwe, juiste brief te sturen, maar dat kost weer twee weken. Dit is in de praktijk de meest voorkomende reden waarom een incassovordering bij de kantonrechter op dit punt strandt.
Hoeveel rente kunt u vorderen?
Vanaf het intreden van het verzuim loopt rente. Voor consumenten en voor niet-handelstransacties geldt de wettelijke rente van artikel 6:119 BW; die bedraagt sinds 1 januari 2026 vier procent per jaar. Tussen ondernemingen onderling geldt de wettelijke handelsrente van artikel 6:119a BW, die sinds 1 juli 2026 op 10,4 procent per jaar staat.
Het verschil is aanzienlijk: de handelsrente is ruim tweeenhalf keer zo hoog. Voor ondernemers is dat een reden om bij zakelijke facturen uitdrukkelijk de handelsrente aan te zeggen en die ook in de algemene voorwaarden te verankeren. Beide percentages worden periodiek bijgesteld, dus reken bij een oude vordering per periode met het toen geldende tarief in plaats van met een gemiddelde.
Wanneer verjaart uw vordering?
De meeste vorderingen verjaren na vijf jaar; bij consumentenkoop geldt twee jaar en de algemene termijn is twintig jaar.
Dit is de vraag die het vaakst te laat wordt gesteld. De hoofdregel van artikel 3:306 BW is een verjaringstermijn van twintig jaar, maar op de vorderingen die er in de praktijk toe doen staan kortere termijnen. Een vordering tot nakoming van een overeenkomst tot een geven of een doen verjaart na vijf jaar (artikel 3:307 BW). Hetzelfde geldt voor periodieke betalingen zoals huur, loon en rente (artikel 3:308 BW), voor een vordering uit onverschuldigde betaling (artikel 3:309 BW) en voor een vordering tot schadevergoeding, die vijf jaar na bekendheid met schade en aansprakelijke persoon verjaart met een absolute grens van twintig jaar (artikel 3:310 BW).
Let vooral op de korte termijn bij consumentenkoop: de vordering tot betaling van de koopprijs verjaart daar al na twee jaar (artikel 7:28 BW). Wie als ondernemer aan consumenten levert en een openstaande factuur laat liggen, is die dus aanzienlijk sneller kwijt dan de vijf jaar waar de meeste mensen van uitgaan. Aan de andere kant van het spectrum staat de tenuitvoerlegging van een rechterlijke uitspraak: die bevoegdheid verjaart pas na twintig jaar (artikel 3:324 BW). Een uitgebreidere behandeling van alle termijnen vindt u bij verjaring van vorderingen.
Hoe stuit u de verjaring rechtsgeldig?
De verjaring kan worden gestuit, waarna een nieuwe termijn begint te lopen. Er zijn drie routes: het instellen van een eis of een andere daad van rechtsvervolging (artikel 3:316 BW), een schriftelijke aanmaning of mededeling (artikel 3:317 BW), en erkenning door de schuldenaar (artikel 3:318 BW).
Bij de tweede route gaat het bijna altijd mis. Artikel 3:317 BW eist een schriftelijke aanmaning of een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt. De Hoge Raad hanteert daarvoor als maatstaf dat de schuldenaar voldoende duidelijk moet worden gewaarschuwd dat hij er rekening mee moet houden dat hij ook na het verstrijken van de termijn de beschikking houdt over zijn gegevens en bewijsmateriaal. Een vriendelijke herinnering of een saldo-opgave voldoet daar vaak niet aan. Bewaar bovendien het verzendbewijs: als de schuldenaar zich op verjaring beroept, moet u de stuiting bewijzen. Volgens artikel 3:319 BW is de nieuwe termijn gelijk aan de oorspronkelijke, maar nooit langer dan vijf jaar; een vordering van twintig jaar wordt door stuiting dus geen tweede keer twintig jaar.
Hoe verloopt de gerechtelijke incasso?
Betaalt de debiteur niet, dan hebt u een executoriale titel nodig: een vonnis. Daarvoor start u een procedure met een dagvaarding, die door een deurwaarder wordt betekend. Geldvorderingen tot en met 25.000 euro behandelt de kantonrechter (artikel 93 Rv); daar is een advocaat niet verplicht, al is bijstand bij een betwiste vordering vrijwel altijd verstandig. Boven dat bedrag komt u bij de rechtbank terecht en is procesvertegenwoordiging door een advocaat wel verplicht.
Met het vonnis in handen kan de deurwaarder tot executie overgaan: beslag op bankrekeningen, op loon of op goederen van de schuldenaar. Vreest u dat de debiteur zijn vermogen intussen wegsluist, dan kunt u met verlof van de voorzieningenrechter al voor of tijdens de procedure conservatoir beslag leggen; de rechter bepaalt daarbij de termijn voor het instellen van de eis in de hoofdzaak op ten minste acht dagen (artikel 700 lid 3 Rv). Hoe dat werkt en wat het kost, leest u bij conservatoir beslag leggen. Blijkt achteraf dat de debiteur vermogen heeft weggegeven of verrekend om u te benadelen, dan kan de actio pauliana uitkomst bieden.
Wie mag er eigenlijk incasseren?
Wie voor een ander buitengerechtelijk incasseert, moet als incassodienstverlener zijn geregistreerd; advocaten, gerechtsdeurwaarders en curatoren zijn daarvan uitgezonderd.
Sinds 1 april 2024 geldt de Wet kwaliteit incassodienstverlening. Artikel 4 van die wet verbiedt het om zonder registratie buitengerechtelijke incassowerkzaamheden te verrichten of aan te bieden. Advocaten, gerechtsdeurwaarders en curatoren die binnen hun beroepsuitoefening handelen, vallen buiten dat verbod.
De wet stelt daarnaast eisen aan de vakbekwaamheid van personeel, aan het inzicht in de vordering, aan de bejegening van schuldenaren, aan de administratie, aan de klachtenregeling en aan aansluiting bij een geschillenregeling. Er is een openbaar register waarin geregistreerde incassodienstverleners staan, inclusief schorsingen en doorhalingen; het toezicht ligt bij de minister van Justitie en Veiligheid en wordt uitgevoerd door de Inspectie Justitie en Veiligheid. Voor u als schuldeiser is dat praktisch: controleer voordat u een incassopartij inschakelt of die in het register staat, want inschakeling van een niet-geregistreerde partij levert alleen maar extra risico op.
Waar let u als schuldeiser op?
- Stuur een schriftelijke ingebrekestelling met een redelijke betaaltermijn (artikel 6:82 BW).
- Geef een consument in de veertiendagenbrief veertien dagen vanaf de dag na ontvangst en noem het bedrag aan incassokosten.
- Noteer de verjaringsdatum en stuit tijdig met een schriftelijke aanmaning waarvan u het verzendbewijs bewaart (artikel 3:317 BW).
- Controleer in het openbare register of een incassobureau geregistreerd is voordat u het inschakelt.
Waar let u als schuldenaar op?
- Controleer of de vordering al verjaard is en beroep u daar zo nodig uitdrukkelijk op.
- Controleer of de veertiendagenbrief de juiste termijn en het bedrag aan incassokosten noemt.
- Reken de incassokosten na aan de wettelijke staffel.
- Erken een vordering die u betwist niet onbedoeld: erkenning stuit de verjaring (artikel 3:318 BW).
Wat kunnen wij voor u doen bij een vordering?
Onze incasso-advocaten staan schuldeisers en schuldenaren bij, van de eerste brief tot de executie van het vonnis.
- Wij beoordelen of uw vordering opeisbaar is, of verzuim is ingetreden en of zij nog niet is verjaard.
- Wij stellen de ingebrekestelling, de veertiendagenbrief of de stuitingsbrief op volgens de artikelen 6:82, 6:96 en 3:317 BW.
- Wij berekenen de wettelijke rente of handelsrente en de incassokosten volgens de staffel.
- Wij vragen verlof voor conservatoir beslag en stellen de dagvaarding op.
- Wij voeren de procedure bij de kantonrechter of de rechtbank en laten het vonnis door de deurwaarder executeren.
- Wij voeren verweer namens schuldenaren tegen onterechte of te hoge vorderingen.
Samengevat
- Een vordering ontstaat uit een overeenkomst, de wet of een onrechtmatige daad en verjaart meestal na vijf jaar (artikel 3:307 en 3:308 BW).
- Verzuim treedt meestal pas in na een schriftelijke ingebrekestelling; pas dan kunt u rente en incassokosten vorderen.
- Incassokosten bij een consument zijn alleen verschuldigd na een correcte veertiendagenbrief en volgen de wettelijke staffel (minimaal 40 euro, maximaal 6.775 euro).
- De wettelijke rente bedraagt 4 procent per jaar; tussen ondernemingen onderling geldt de wettelijke handelsrente van 10,4 procent.
- U kunt de verjaring stuiten met een schriftelijke aanmaning (artikel 3:317 BW); de nieuwe termijn bedraagt dan maximaal vijf jaar.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een vordering en een schuld?
Het is dezelfde verbintenis van twee kanten bekeken. Voor de schuldeiser is het een vordering, voor de schuldenaar een schuld. Gaat het om geld, dan spreken we van een geldvordering en heten partijen crediteur en debiteur.
Mag ik incassokosten in rekening brengen bij een consument?
Alleen na een correcte veertiendagenbrief die de consument veertien dagen geeft, gerekend vanaf de dag na ontvangst, en die het bedrag aan incassokosten noemt. Zonder die brief bestaat er geen aanspraak; de hoogte volgt uit de wettelijke staffel met een minimum van 40 euro.
Hoe lang heb ik om een factuur te incasseren?
Voor de meeste facturen vijf jaar (artikel 3:307 BW), maar bij consumentenkoop slechts twee jaar (artikel 7:28 BW). Stuit u tijdig en aantoonbaar, dan begint een nieuwe termijn van maximaal vijf jaar.
Kan ik een vordering verkopen of verpanden?
Ja. Een vordering is een vermogensrecht en in beginsel overdraagbaar, tenzij de wet, de aard van het recht of een contractueel beding zich daartegen verzet. Cessie vereist een akte en mededeling aan de schuldenaar, of een geregistreerde akte zonder mededeling.
Waar vind ik de officiele bedragen en tarieven?
De incassostaffel staat in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, de actuele rentepercentages bij de rijksoverheid over de wettelijke rente en de registratieplicht in de Wet kwaliteit incassodienstverlening.
