Gepubliceerd op 19 augustus 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
Een vordering is uw recht om van een ander een prestatie te eisen, meestal de betaling van een geldbedrag, maar ook de levering van een zaak, het verrichten van werk of het stoppen met een handeling. Zo een recht moet een grondslag hebben, zoals een overeenkomst, de wet of een vonnis, en u kunt het pas afdwingen als de vordering opeisbaar is en nog niet is verjaard.
Voor de meeste vorderingen uit een overeenkomst geldt een verjaringstermijn van vijf jaar (artikel 3:307 BW), maar bij een koop door een consument verjaart de vordering tot betaling van de koopprijs al na twee jaar (artikel 7:28 BW). Hieronder leest u wanneer een vordering geldig en opeisbaar is, welke rente en kosten u per 2026 kunt rekenen, hoe u haar int en wat er gebeurt als uw schuldenaar failliet gaat.
Inhoudsopgave
Wat is een vordering?
Een vordering is het recht van de een, de schuldeiser, op een prestatie van de ander, de schuldenaar. Juristen spreken ook van een verbintenis: dezelfde rechtsverhouding, bekeken vanaf de kant van de schuldenaar. De regels staan vooral in Boek 3 en Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Leent u een bekende geld, dan heeft u een vordering tot terugbetaling. Levert u als ondernemer een product, dan heeft u een vordering op de koper tot betaling van de prijs. En heeft de koper betaald, dan heeft hij op zijn beurt een vordering op u tot levering. De schuldeiser wordt ook wel crediteur genoemd, de schuldenaar debiteur.
Elke vordering heeft vier onderdelen: een schuldeiser die de prestatie mag eisen, een schuldenaar die haar moet leveren, de prestatie zelf en de rechtsgrond waaruit de verplichting voortvloeit. Het begrip is dus veel breder dan een onbetaalde factuur. Belooft een schilder uw huis te verven, dan heeft u een vordering tot het uitvoeren van dat werk. Veroorzaakt uw buurman onrechtmatige overlast, dan kunt u vorderen dat hij daarmee stopt.
| Begrip | Wie of wat | Rol | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| Schuldeiser | De ontvanger | Heeft recht op de prestatie | Een verhuurder die wacht op de maandelijkse huur |
| Schuldenaar | De verrichter | Moet de prestatie leveren | Een huurder die de huur moet betalen |
| Prestatie | Wat verschuldigd is | De handeling die moet worden verricht | Het betalen van de maandhuur |
| Rechtsgrond | Het waarom | De basis van de verplichting | De ondertekende huurovereenkomst |
Een vordering is een vermogensrecht. U kunt haar dus ook overdragen, bijvoorbeeld aan een factoringmaatschappij, of verpanden aan uw bank. Dat gebeurt volgens artikel 3:94 BW met een akte, en de schuldenaar moet van de overdracht op de hoogte worden gebracht voordat hij bevrijdend aan de nieuwe schuldeiser moet betalen.
Welke soorten vorderingen zijn er?
Er zijn drie hoofdsoorten: een vordering om iets te geven, om iets te doen en om iets na te laten. Het soort vordering bepaalt welke stappen u kunt zetten om uw recht te halen.
Wat is een vordering om iets te geven?
Dat is de bekendste vorm: de schuldenaar moet u iets overdragen, meestal geld. Een geldvordering ontstaat bijvoorbeeld bij een onbetaalde factuur, achterstallige huur of een lening die niet wordt terugbetaald.
“Iets geven” kan ook de levering van een zaak zijn. Bestelt en betaalt u online een laptop, dan heeft u een vordering op de webshop tot levering van die laptop. Levert de verkoper niet, dan kunt u nakoming eisen of de overeenkomst ontbinden en uw geld terugvorderen (artikel 6:265 BW).
Wat is een vordering om iets te doen?
Hier bestaat de prestatie uit een handeling, zoals het verbouwen van een badkamer, het bouwen van een app of het maaien van een gazon. Stopt de opdrachtnemer halverwege, dan kunt u via de rechter nakoming eisen, eventueel met een dwangsom (artikel 611a Rv).
Deze vorderingen zijn vaak lastiger dan een geldvordering, omdat de kwaliteit van het werk ter discussie kan staan. Leg daarom vooraf zo concreet mogelijk vast wat er moet worden opgeleverd. Wat u kunt doen als de ander tekortschiet, leest u in ons artikel over remedies bij wanprestatie.
Wat is een vordering om iets na te laten?
Hier eist u dat de ander juist iets niet doet of ermee stopt. Denk aan het staken van onrechtmatige overlast (artikel 5:37 BW), of aan een oud-werknemer die zich aan een concurrentiebeding moet houden. Houdt de ander zich daar niet aan, dan kunt u vorderen dat hij stopt, en vaak ook de afgesproken boete of schadevergoeding. Bij spoed kan dat in een kort geding.
Wanneer is een vordering geldig?
Als er een rechtsgrond is: een reden waarom de ander volgens het recht verplicht is te presteren. De drie belangrijkste rechtsgronden zijn een overeenkomst, de wet en een rechterlijke uitspraak.
Een overeenkomst is de meest voorkomende basis. Dat kan een getekend contract zijn, een geaccepteerde offerte of een mondelinge afspraak. De vordering ontstaat op het moment dat de overeenkomst wordt gesloten, niet pas bij het versturen van de factuur. De factuur is vooral een administratief en fiscaal document en een bewijsstuk.
Soms ontstaat een vordering rechtstreeks uit de wet. Het bekendste voorbeeld is de plicht om schade te vergoeden na een onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). Ook onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde verrijking kunnen een vordering opleveren. Maakt u per ongeluk geld over naar een verkeerde bankrekening, dan heeft u volgens artikel 6:203 BW een vordering op de ontvanger tot terugbetaling van hetzelfde bedrag.
Een vonnis ten slotte geeft u een executoriale titel. Veroordeelt de rechter de tegenpartij tot betaling, dan kunt u die betaling met dat vonnis via een gerechtsdeurwaarder afdwingen (artikel 430 Rv). Zonder rechtsgrond heeft uw vordering geen juridische waarde; controleer dat dus altijd als eerste.
Wanneer is een vordering opeisbaar?
Zodra het moment is aangebroken waarop de schuldenaar moet presteren. Is een betaaltermijn afgesproken, dan is de vordering opeisbaar zodra die termijn is verstreken; is er niets afgesproken, dan is de vordering volgens artikel 6:38 BW in beginsel direct opeisbaar.
Een vordering kan dus geldig zijn en toch nog niet opeisbaar. Stuurt u een factuur met een betaaltermijn van 30 dagen, dan bestaat uw vordering al, maar kunt u pas na die 30 dagen betaling afdwingen.
Wanneer is de schuldenaar in verzuim?
Als hij niet op tijd presteert en een ingebrekestelling niet nodig is, of nadat hij een ingebrekestelling heeft ontvangen en de daarin gestelde termijn ongebruikt heeft laten verstrijken. Pas vanaf het verzuim kunt u in de regel schadevergoeding eisen of de overeenkomst ontbinden.
Is in de overeenkomst een fatale termijn afgesproken, dan raakt de schuldenaar volgens artikel 6:83 BW automatisch in verzuim zodra die termijn verstrijkt. Bij een geldschuld met een vaste betaaldatum is dat meestal zo. In andere gevallen stuurt u volgens artikel 6:82 BW eerst een ingebrekestelling: een schriftelijke aanmaning met een redelijke termijn om alsnog na te komen, bijvoorbeeld veertien dagen. Een voorbeeld vindt u in ons artikel over de ingebrekestelling.
De veertiendagenbrief aan een consument
Is uw schuldenaar een consument, dan mag u buitengerechtelijke incassokosten pas rekenen nadat u een aanmaning heeft gestuurd met een betaaltermijn van veertien dagen (artikel 6:96 lid 6 BW). In die brief vermeldt u ook welke incassokosten u rekent als betaling uitblijft.
De Hoge Raad gaf op 25 november 2016 in een prejudiciële beslissing de regels voor die brief. De termijn begint op de dag na ontvangst van de aanmaning, niet op de dag van verzending. Een formulering als “binnen veertien dagen na dagtekening” voldoet dus niet, en zo een fout kunt u niet herstellen met een korte extra termijn. De schuldeiser moet bovendien zo nodig bewijzen wanneer de schuldenaar de brief ontving (ECLI:NL:HR:2016:2704). Voldoet de brief niet, dan zijn geen incassokosten verschuldigd.
Kunt u een vordering verrekenen?
Ja, als u en uw schuldenaar over en weer iets van elkaar te vorderen hebben. Volgens artikel 6:127 BW kunt u dan uw vordering verrekenen met uw eigen schuld, zodat beide tot het laagste bedrag tenietgaan.
Daarvoor moet u bevoegd zijn om uw eigen schuld te betalen en uw vordering af te dwingen. De verrekening werkt pas als u die aan de ander meedeelt. Ook bij een faillissement van de wederpartij is verrekening onder voorwaarden mogelijk (artikel 53 Faillissementswet). Let wel op algemene voorwaarden: daarin wordt verrekening soms uitgesloten. Tegenover een consument geldt zo een uitsluiting volgens artikel 6:236 BW als onredelijk bezwarend en is zij vernietigbaar.
Wanneer verjaart een vordering?
De meeste vorderingen uit een overeenkomst verjaren vijf jaar nadat zij opeisbaar zijn geworden. Na de verjaring bestaat de vordering nog wel, maar kunt u haar niet meer via de rechter afdwingen. Juristen spreken dan van een natuurlijke verbintenis. De belangrijkste termijnen staan in Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en in Boek 7:
| Soort vordering | Verjaringstermijn | Wetsartikel |
|---|---|---|
| Nakoming van een overeenkomst tot geven of doen, zoals een onbetaalde factuur | 5 jaar na opeisbaarheid | Art. 3:307 BW |
| Rente, huur en andere periodieke betalingen | 5 jaar | Art. 3:308 BW |
| Schadevergoeding | 5 jaar na bekendheid met schade en aansprakelijke; uiterlijk 20 jaar | Art. 3:310 BW |
| Koopprijs bij een consumentenkoop | 2 jaar | Art. 7:28 BW |
| Overige vorderingen | 20 jaar | Art. 3:306 BW |
| Tenuitvoerlegging van een vonnis | 20 jaar | Art. 3:324 BW |
U kunt de verjaring stuiten, dat wil zeggen onderbreken. Volgens artikel 3:317 BW doet u dat met een schriftelijke aanmaning of mededeling waarin u ondubbelzinnig uw recht op nakoming voorbehoudt. Ook een erkenning door de schuldenaar of het instellen van een procedure stuit de verjaring. Daarna begint volgens artikel 3:319 BW een nieuwe termijn te lopen, van dezelfde duur als de oorspronkelijke maar niet langer dan vijf jaar. Bewaar een bewijs van verzending van uw stuitingsbrief.
Hoeveel rente en incassokosten kunt u vorderen?
Vanaf het verzuim loopt de wettelijke rente. Voor consumenten en voor niet-handelstransacties geldt de wettelijke rente van artikel 6:119 BW; tussen ondernemingen onderling de hogere wettelijke handelsrente van artikel 6:119a BW.
| Soort rente | Percentage per jaar | Geldig sinds |
|---|---|---|
| Wettelijke rente niet-handelstransacties (art. 6:119 BW) | 4 procent | 1 januari 2026 |
| Wettelijke handelsrente (art. 6:119a BW) | 10,4 procent | 1 juli 2026 |
Bron: Rijksoverheid, hoogte wettelijke rente. Beide percentages worden periodiek bijgesteld, dus reken bij een oude vordering per periode met het toen geldende tarief in plaats van met een gemiddelde. Voor ondernemers is het verschil een reden om bij zakelijke facturen uitdrukkelijk de handelsrente aan te zeggen.
Daarnaast kunt u buitengerechtelijke incassokosten vorderen. Die zijn wettelijk genormeerd in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten: 15 procent over de eerste € 2.500 van de hoofdsom, met een minimum van € 40, en daarboven een aflopend percentage. Tegenover een consument is deze staffel dwingend. Tussen bedrijven mag u in de overeenkomst of de algemene voorwaarden een andere vergoeding afspreken. Hoe u die kosten berekent, leest u in ons artikel over incassokosten berekenen.
Hoe int u een vordering?
Begin met een herinnering en een aanmaning, stuur zo nodig een ingebrekestelling en schakel daarna een incassobureau, gerechtsdeurwaarder of advocaat in. Betaalt de schuldenaar dan nog niet, dan kunt u via de rechter een vonnis halen en dat laten uitvoeren.
Hoe ziet het minnelijke traject eruit?
- Een herinnering per e-mail of brief, met het factuurnummer, het bedrag, de oorspronkelijke vervaldatum en een kopie van de factuur.
- Een zakelijke aanmaning met een nieuwe, concrete termijn. Is de schuldenaar een consument, dan is dit de veertiendagenbrief van artikel 6:96 lid 6 BW.
- Een laatste aanmaning die ook als ingebrekestelling dient (artikel 6:82 BW), met de gevolgen van niet betalen: rente, incassokosten en verdere stappen. Verstuur die aangetekend of op een andere manier waarmee u de ontvangst kunt bewijzen.
Een onbetaalde factuur is lang niet altijd onwil. Vaak gaat het om een administratieve fout of een factuur die is blijven liggen. Bewaar gedurende het hele traject kopieën van brieven, e-mails en notities van telefoongesprekken.
Wie kunt u inschakelen?
Een incassobureau, een gerechtsdeurwaarder of een advocaat. Alleen een gerechtsdeurwaarder mag een dagvaarding uitbrengen en een vonnis ten uitvoer leggen, bijvoorbeeld door beslag te leggen.
Een incassobureau neemt het contact met de schuldenaar van u over. Het heeft echter niet meer wettelijke bevoegdheden dan u zelf: het kan geen beslag leggen en mag daar ook niet mee dreigen alsof het die bevoegdheid heeft. Sinds 1 april 2024 geldt bovendien de Wet kwaliteit incassodienstverlening: wie voor een ander buitengerechtelijk incasseert, moet in een openbaar register staan. Advocaten, gerechtsdeurwaarders en curatoren die binnen hun beroep handelen, zijn daarvan uitgezonderd. Controleer dus voordat u een incassopartij inschakelt of die geregistreerd is.
Hoe verloopt de procedure bij de rechter?
U laat de schuldenaar dagvaarden. Vorderingen tot € 25.000, en zaken over arbeid, huur en consumentenkoop, behandelt de kantonrechter (artikel 93 Rv); hogere vorderingen de rechtbank, waar u een advocaat nodig heeft. Beide partijen betalen griffierecht; de bedragen voor 2026 staan op rechtspraak.nl. Meer over procederen in civiele zaken leest u op onze pagina over civiel recht.
Verschijnt de schuldenaar niet, dan wijst de rechter de vordering bij verstek toe, tenzij die hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt (artikel 139 Rv). Dat is geen formaliteit. Op 27 februari 2026 wees de kantonrechter in Amsterdam een vordering van Zalando Payments op een consument bij verstek af. De algemene voorwaarden waren niet overgelegd en de kantonrechter kon niet toetsen of aan de informatieplichten was voldaan (ECLI:NL:RBAMS:2026:3015). Ook als de wederpartij niet reageert, moet uw dossier dus compleet zijn.
Reageert de schuldenaar wel, dan volgt een schriftelijke ronde en vaak een mondelinge behandeling. Krijgt u gelijk, dan veroordeelt de rechter de schuldenaar tot betaling van de hoofdsom, de rente en de proceskosten. Hoe zo een procedure verloopt, leest u in ons artikel over hoe een rechtszaak in Nederland verloopt.
Met het vonnis kan de gerechtsdeurwaarder de betaling afdwingen, bijvoorbeeld met beslag op een bankrekening, loon of roerende zaken. Wat daarbij komt kijken, leest u in ons artikel over de executie van een vonnis. Is er spoed, bijvoorbeeld omdat de schuldenaar vermogen dreigt weg te maken, dan kunt u de voorzieningenrechter om verlof vragen voor conservatoir beslag (artikel 700 Rv).
Wat betekent vordering in een procedure?
In een rechtszaak is de vordering ook wat u van de rechter vraagt: de eis in de dagvaarding. In het strafrecht spreekt men van de vordering van de officier van justitie en van de vordering van de benadeelde partij.
In een civiele dagvaarding staat onderaan het zogenoemde petitum: de precieze beslissing die u van de rechter vraagt. De rechter mag niet meer toewijzen dan u vordert. Formuleer uw vordering daarom volledig, inclusief rente en buitengerechtelijke kosten. U kunt haar later in de procedure wel wijzigen of verminderen, zolang de wederpartij daardoor niet onredelijk wordt benadeeld (artikel 130 Rv).
Heeft u als slachtoffer schade door een strafbaar feit, dan kunt u zich in het strafproces voegen als benadeelde partij en daar uw schadevergoeding vorderen (artikel 51f Sv). De strafrechter beslist dan ook over uw vordering, zolang die eenvoudig genoeg is om in het strafproces te behandelen.
Hoe bewijst u uw vordering?
Wie een vordering instelt, moet in beginsel bewijzen waarop hij zich beroept. Dat volgt uit artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Zorg daarom voor een goed dossier: de overeenkomst of offerte, de algemene voorwaarden, opdrachtbevestigingen, facturen, leverbonnen, e-mails en aanmaningen. Bij een mondelinge afspraak zijn getuigen, appberichten of een bevestigende e-mail vaak het enige bewijs. Een schriftelijke erkenning van de schuld, bijvoorbeeld in een betalingsregeling, is sterk bewijs en stuit bovendien de verjaring (artikel 3:318 BW).
Wat doet u als u het niet eens bent met een vordering?
Negeer de brief niet, maar betwist de vordering schriftelijk en met argumenten. Wie niet reageert, loopt het risico dat de schuldeiser naar de rechter stapt en de vordering bij verstek wordt toegewezen. Wees concreet: is het werk niet goed uitgevoerd, is een product nooit geleverd of klopt het bedrag niet? Voeg bewijs toe, zoals foto’s, correspondentie of de overeenkomst. Controleer ook of de vordering al is verjaard en of de incassokosten niet hoger zijn dan de wettelijke staffel. Een tijdige, onderbouwde betwisting maakt duidelijk dat er een geschil is, en dat telt als de zaak later bij de rechter komt.
Wat gebeurt er met uw vordering bij een faillissement?
U kunt uw vordering dan niet meer bij de schuldenaar zelf innen, maar moet haar indienen bij de curator. Als gewone schuldeiser krijgt u pas iets uitgekeerd nadat de kosten van het faillissement en de schuldeisers met voorrang zijn betaald.
Na de faillietverklaring verliest de schuldenaar het beheer over zijn vermogen (artikel 23 Faillissementswet). De rechtbank benoemt een curator, die de bezittingen te gelde maakt en de opbrengst volgens de wettelijke rangorde verdeelt. Beslagen die al waren gelegd, vervallen (artikel 33 Faillissementswet). De taak van de curator lichten wij toe in ons artikel over faillissement en de rol van de curator.
Wie krijgt als eerste betaald?
Eerst de kosten van het faillissement, waaronder het salaris van de curator. Daarna de schuldeisers met voorrang, zoals de Belastingdienst, en pas daarna de gewone, concurrente schuldeisers. Schuldeisers met een pandrecht of hypotheekrecht, de zogenoemde separatisten, kunnen hun zekerheid in beginsel uitoefenen alsof er geen faillissement is (artikel 57 Faillissementswet). Een leverancier met een openstaande factuur is meestal concurrent schuldeiser. In de praktijk blijft er voor die groep vaak weinig of niets over.
U kunt uw positie vooraf versterken. Een eigendomsvoorbehoud in uw leveringsvoorwaarden zorgt ervoor dat geleverde maar onbetaalde zaken uw eigendom blijven (artikel 3:92 BW). Heeft u zelf ook een schuld aan de failliet, dan kunt u die onder voorwaarden verrekenen met uw vordering. En houd de financiële situatie van uw vaste afnemers in de gaten, zodat u tijdig zekerheid kunt vragen.
Welke stappen zet u bij een faillissement?
- Zoek de curator op. Zijn naam wordt gepubliceerd in het Centraal Insolventieregister op rechtspraak.nl. Vanaf de faillietverklaring is de curator uw aanspreekpunt, niet meer de schuldenaar.
- Dien uw vordering in ter verificatie. Vermeld het exacte bedrag, inclusief rente en kosten tot de datum van het faillissement, en voeg de overeenkomst, facturen en aanmaningen bij. Beroep u daarbij uitdrukkelijk op een eigendomsvoorbehoud, pandrecht of verrekening als dat van toepassing is.
- Wacht op de verificatie. Is er genoeg geld voor een uitkering aan concurrente schuldeisers, dan stelt de curator een lijst van erkende en betwiste vorderingen op, die in een verificatievergadering wordt vastgesteld. Zijn er geen baten voor u, dan wordt het faillissement vaak opgeheven zonder verificatie (artikel 16 Faillissementswet).
- Houd rekening met een lange doorlooptijd. Het faillissementsverslag van de curator, dat periodiek verschijnt (artikel 73a Faillissementswet), geeft inzicht in de stand van zaken.
Wat controleert u als schuldeiser voordat u gaat innen?
- Is de betaaltermijn uit de overeenkomst of de factuur verstreken, zodat de vordering opeisbaar is?
- Is de schuldenaar een consument? Stuur dan eerst een veertiendagenbrief die voldoet aan de eisen van de Hoge Raad uit 2016.
- Loopt de verjaring bijna af? Stuit die tijdig met een schriftelijke aanmaning (artikel 3:317 BW).
- Heeft u de overeenkomst, de algemene voorwaarden, facturen en het bewijs van verzending van uw aanmaningen compleet?
- Staat de schuldenaar niet al in het Centraal Insolventieregister?
Hoe helpt een advocaat bij het innen of betwisten van een vordering?
- Beoordelen of de vordering een rechtsgrond heeft, opeisbaar is en nog niet is verjaard.
- De ingebrekestelling of de veertiendagenbrief opstellen en zo nodig de verjaring stuiten met een brief volgens artikel 3:317 BW.
- De dagvaarding opstellen met een volledige eis en de procedure voeren bij de kantonrechter of de rechtbank.
- Bij spoed verlof vragen voor conservatoir beslag, en bij een faillissement de vordering met de juiste stukken indienen bij de curator.
- Voor schuldenaars de vordering, de rente en de incassokosten toetsen en het verweer voeren.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina civiel recht advocaat.
Vorderingen in vijf punten
- Een vordering is uw recht om van een ander een prestatie te eisen; zij heeft een grondslag nodig, zoals een overeenkomst, de wet of een vonnis.
- Een vordering is opeisbaar zodra de betaaltermijn is verstreken; voor schadevergoeding of ontbinding moet de schuldenaar ook in verzuim zijn, vaak na een ingebrekestelling.
- De meeste vorderingen uit overeenkomst verjaren na vijf jaar, de koopprijs bij een consumentenkoop al na twee jaar; een schriftelijke aanmaning stuit de verjaring.
- Per 1 juli 2026 is de wettelijke handelsrente 10,4 procent; de gewone wettelijke rente is sinds 1 januari 2026 4 procent.
- Ook bij verstek toetst de rechter uw vordering, zoals de kantonrechter in Amsterdam in februari 2026 liet zien; een compleet dossier is daarom onmisbaar.