Actio pauliana: wanneer is een transactie aantastbaar?

Eén map apart gelegd naast een nette stapel op een bureau

Gepubliceerd op 9 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 30 oktober 2026

Met de actio pauliana kan een rechtshandeling worden vernietigd die schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden heeft benadeeld. Buiten faillissement roept de benadeelde schuldeiser haar in op grond van artikel 3:45 BW; in faillissement doet de curator dat op grond van artikel 42 van de Faillissementswet. Schenkingen, verkopen onder de waarde en verrekeningen lopen het grootste risico; het betalen van een opeisbare schuld valt in beginsel buiten de pauliana.

Welke regeling geldt in welke situatie?

Een schuldenaar mag over zijn vermogen beschikken, ook als hij schulden heeft. Die vrijheid houdt op waar hij zijn vermogen zo inricht dat zijn schuldeisers er niet meer bij kunnen. De pauliana herstelt dat: de benadelende handeling wordt vernietigd en het weggesluisde vermogen komt weer beschikbaar voor verhaal. Er zijn vier regelingen die elk een ander soort handeling raken.

RegelingWie roept haar inWelke handelingKern
Artikel 3:45 BWDe benadeelde schuldeiserOnverplichte rechtshandeling buiten faillissementVernietiging werkt alleen voor die schuldeiser en alleen voor zover nodig voor zijn verhaal
Artikel 42 FaillissementswetDe curator, voor alle schuldeisersOnverplichte rechtshandeling vóór de faillietverklaringInroepen kan bij buitengerechtelijke verklaring; opbrengst valt in de boedel
Artikel 47 FaillissementswetDe curatorBetaling van een opeisbare schuldAlleen bij wetenschap van de faillissementsaanvraag of bij overleg om één schuldeiser te bevoordelen
Artikel 54 FaillissementswetBeperking voor wie wil verrekenenOvergenomen vorderingen of schuldenGeen verrekening bij overname te kwader trouw of na de faillietverklaring

In faillissement treedt de curator op ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers. Wat terugkomt, wordt verdeeld volgens de gewone rangorde. De rol van de curator is daarmee wezenlijk anders dan die van een individuele schuldeiser.

Een curator onderzoekt de administratie op transacties die schuldeisers mogelijk hebben benadeeld.

Wanneer zijn schuldeisers benadeeld?

Benadeling betekent dat de verhaalspositie van de schuldeisers door de handeling is verslechterd. De maatstaf is een vergelijking: hoe zou hun positie zijn geweest zonder de handeling, vergeleken met de situatie zoals die nu is. Die vergelijking wordt in beginsel gemaakt naar het moment waarop over de pauliana wordt beslist.

Dat die toets ook voor de curator kan uitvallen, laat een vonnis van de Rechtbank Limburg van 5 maart 2025 zien. Een vennootschap had vóór haar faillissement een vordering van € 100.000 gecedeerd aan haar geldverstrekker. De rechtbank wees de vordering van de curator af: ook zonder de cessie zou de opbrengst niet aan de schuldeisers ten goede zijn gekomen, omdat de vordering dan verjaard zou zijn of aan de geldverstrekker zou zijn afgedragen (ECLI:NL:RBLIM:2025:8657).

Bij een gift is de benadeling meestal snel gegeven: er verdwijnt vermogen zonder tegenprestatie. Bij een koop ligt het genuanceerder. Is een reële prijs betaald en is die ook in het vermogen terechtgekomen, dan is er per saldo niets verdwenen. Is het geld meteen doorgesluisd of nooit betaald, dan is de koop feitelijk een gift in een ander jasje.

Een reeks handelingen wordt als geheel beoordeeld

Wordt een pand verkocht, de koopprijs verrekend met een oude rekening-courantschuld en de rest van de vordering kwijtgescholden, dan telt het totaaleffect. De Hoge Raad bevestigde op 20 juni 2025 dat een samenhangend geheel van rechtshandelingen als geheel wordt beoordeeld op benadeling en op onverplichtheid. De wetenschap van benadeling hoeft niet bij elke afzonderlijke handeling te bestaan: het is genoeg dat zij op enig moment bij een handeling uit het geheel aanwezig was (ECLI:NL:HR:2025:975). Wie onderdelen los presenteert om elk onderdeel verdedigbaar te laten lijken, moet er dus op rekenen dat de rechter daar niet in meegaat.

Welke wetenschap moeten partijen hebben gehad?

Artikel 42 Faillissementswet eist dat de schuldenaar bij de handeling wist of behoorde te weten dat benadeling van de schuldeisers het gevolg zou zijn. In het arrest van 20 juni 2025 omschreef de Hoge Raad dat zo: het faillissement en een tekort daarin moesten met redelijke waarschijnlijkheid voorzienbaar zijn. Het gaat dus niet om de bedoeling om te benadelen, maar om het voorzienbare gevolg.

Bij een handeling anders dan om niet moet ook de wederpartij die wetenschap hebben gehad. Een koper die te goeder trouw een marktconforme prijs betaalt aan een partij van wie hij de financiële situatie niet kende, heeft weinig te vrezen. Bij een gift geldt die eis niet, met de nuance dat de vernietiging niet werkt tegen een begiftigde die niets wist en ten tijde van de faillietverklaring niet meer was gebaat.

Wetenschap wordt afgeleid uit objectieve omstandigheden: openstaande belastingschulden, opgezegde kredieten, een aangevraagd faillissement, een lopende incassoprocedure of een accountant die de continuïteit ter discussie stelde. Binnen een familie of tussen verbonden vennootschappen wordt eerder aangenomen dat men op de hoogte was, vanwege de informatiepositie.

Wat verandert er in het jaar vóór het faillissement?

De Faillissementswet verlicht de bewijspositie van de curator voor het laatste jaar. Artikel 43 Fw bepaalt dat bij bepaalde onverplichte handelingen binnen een jaar vóór de faillietverklaring de wetenschap van benadeling aan beide kanten wordt vermoed. Daaronder vallen onder meer overeenkomsten waarbij de prestatie van de schuldenaar die van de wederpartij aanmerkelijk overtreft, en handelingen met naaste verwanten of gelieerde rechtspersonen. Artikel 45 Fw doet hetzelfde voor giften binnen dat jaar.

Het vermoeden is weerlegbaar; de bewijslast ligt dan bij wie de transactie verdedigt. Belangrijker is wat dat jaar niet is: geen periode waarbuiten transacties onaantastbaar worden. Ligt de handeling verder terug, dan moet de curator de wetenschap gewoon aantonen. Wie denkt dat hij door twee jaar te wachten veilig zit, vergist zich.

Waarom lopen schenkingen het grootste risico?

Bij een gift staat er niets tegenover: de benadeling is vrijwel altijd gegeven en de eis van wetenschap bij de ontvanger vervalt. Dat maakt de schenking aan een kind, partner of gelieerde stichting de eerste plek waar een curator kijkt.

De vorm doet er weinig toe. Het kwijtschelden van een vordering, het betalen van de schuld van een ander, het gratis in gebruik geven van bedrijfsmiddelen en het afzien van een contractuele aanspraak zijn economisch giften, ook zonder schenkingsakte. Het opsplitsen van een grote overdracht in een reeks kleine helpt niet: het samenstel wordt als geheel beoordeeld.

De fiscale kant van een vernietigde schenking, zoals de vraag of betaalde schenkbelasting terug kan worden gevraagd, valt buiten dit artikel. Laat dat beoordelen door een fiscalist; de civielrechtelijke vernietiging en de fiscale afwikkeling volgen niet vanzelf dezelfde lijn.

Een ondernemer bespreekt met zijn advocaat of een overdracht binnen de familie de pauliana kan doorstaan.

Wanneer is een verkoop aantastbaar?

Een verkoop tegen een reële prijs is in beginsel niet paulianeus, ook niet vlak voor een faillissement. Het vermogen verandert alleen van vorm. Het risico ontstaat zodra de prijs niet marktconform is, niet wordt betaald of terugvloeit naar de koper.

De rechter kijkt naar de waarde op het moment van de transactie, niet naar wat achteraf haalbaar bleek. Een taxatie door een onafhankelijke deskundige, opgemaakt vóór de verkoop, is daarom het beste verweer. Een verkoop met spoed aan een gelieerde partij zonder taxatie is het tegenovergestelde.

Een overdracht op papier waarbij bezit, gebruik en risico bij de verkoper blijven, of een koopsom die als lening blijft staan en nooit wordt afgelost, biedt geen bescherming. Wordt een onderneming in onderdelen doorgezet naar een nieuwe vennootschap, dan komt daar de beoordeling van de activa-passiva transactie bij, en al snel ook de vraag naar bestuurdersaansprakelijkheid.

Ook een ogenschijnlijk nette beëindiging kan worden aangetast. Een turboliquidatie is alleen mogelijk als er geen baten meer zijn; is er kort daarvoor vermogen weggesluisd, dan kan een faillissementsaanvraag volgen met een pauliana als sluitstuk.

Wanneer mag u nog verrekenen?

Verrekening is aantrekkelijk voor wie zowel schuldenaar als schuldeiser van een noodlijdende partij is: u int feitelijk volledig, terwijl andere schuldeisers een percentage krijgen. Artikel 53 Faillissementswet laat verrekening toe als zowel de schuld als de vordering is ontstaan vóór de faillietverklaring, of voortvloeit uit handelingen die vóór die datum met de gefailleerde zijn verricht.

Artikel 54 Faillissementswet zet daar twee grendels op. Wie een schuld of vordering van een derde heeft overgenomen en daarbij niet te goeder trouw was, mag niet verrekenen. En vorderingen of schulden die na de faillietverklaring zijn overgenomen, kunnen helemaal niet worden verrekend. Het opkopen van vorderingen op een wankelende partij om te kunnen verrekenen, strandt daarop.

Buiten faillissement is een verrekening die verder gaat dan de onderlinge verhouding rechtvaardigt, een klassieke pauliana-kandidaat. Denk aan het verrekenen van een volwaardige vordering met een oude, betwiste of feitelijk waardeloze tegenvordering. U heeft dan een administratie nodig die het bestaan en de omvang van beide posten aantoont.

Mag u een opeisbare schuld nog betalen?

Ja, in beginsel wel. Het betalen van een opeisbare schuld is een verplichte rechtshandeling en valt buiten artikel 42 Fw. Artikel 47 Fw maakt een betaling alleen vernietigbaar als de ontvanger wist dat het faillissement al was aangevraagd, of als de betaling het gevolg was van overleg tussen schuldenaar en schuldeiser om die schuldeiser boven anderen te bevoordelen. Die gronden zijn smal: een onderneming die haar leveranciers niet meer zou mogen betalen, valt meteen om.

Het beeld kantelt zodra er wordt gekozen. Betaalt een bestuurder in de laatste weken alleen de vennootschap van een familielid, de eigen rekening-courant of de leverancier die hem persoonlijk onder druk zet, dan komt het overleg-criterium in zicht, en daarnaast persoonlijke aansprakelijkheid van die bestuurder. Een consistente betalingslijn, zoals betalen wat nodig is om de bedrijfsvoering voort te zetten, is verdedigbaar. Een lijn die vooral gelieerde partijen bevoordeelt, is dat niet.

Hoe wordt de pauliana ingeroepen en wanneer verjaart zij?

In faillissement roept de curator de vernietiging in met een buitengerechtelijke verklaring aan de wederpartij. Betwist die de vernietiging, dan volgt een procedure waarin de curator benadeling en wetenschap moet onderbouwen. Buiten faillissement doet de schuldeiser hetzelfde, maar zijn vernietiging werkt alleen voor hem.

De rechtsvordering verjaart volgens artikel 3:52 BW. De termijn gaat pas lopen wanneer de bevoegdheid om de vernietigingsgrond in te roepen ter beschikking is gekomen van degene aan wie zij toekomt. Voor een curator is dat in de regel niet de datum van de transactie, maar het moment waarop hij de benadeling kon kennen. Wie een verdachte transactie ontdekt, moet dus handelen.

Daarnaast bestaan andere routes. Een schuldeiser kan conservatoir beslag leggen om verdere vermogensverschuiving te blokkeren; wanneer dat beslag weer kan worden opgeheven, is een afweging die vaak parallel loopt. Ook een vordering uit onrechtmatige daad tegen de bestuurder of de begunstigde is denkbaar.

Wat zijn de gevolgen van een geslaagd beroep?

Slaagt de vernietiging, dan wordt de handeling geacht niet te hebben bestaan. Het overgedragen goed moet terug naar de boedel of het vermogen van de schuldenaar; is teruggave niet meer mogelijk, dan treedt een vergoeding van de waarde in de plaats. De wederpartij die zelf iets presteerde, kan dat in beginsel terugvorderen, maar staat daarvoor in faillissement doorgaans achteraan.

Voor de bestuurder heeft een geslaagde pauliana zelden alleen dit gevolg. Dezelfde feiten dragen vaak ook een verwijt van onbehoorlijke taakvervulling of selectieve betaling. Als een faillissement dreigt, is de speelruimte kleiner dan veel ondernemers aannemen. Voor schuldeisers geldt het spiegelbeeld: de opbrengst komt de gezamenlijke schuldeisers ten goede, en wat u overhoudt bij een failliete onderneming hangt af van uw rang.

Documenten en taxatierapporten waarmee een ondernemer aantoont dat een verkoop marktconform was.

Hoe bouwt u uw positie op, als schuldeiser of als koper?

De twee kanten van een pauliana vragen om verschillende stappen. De wettekst van de faillissementspauliana staat in artikel 42 van de Faillissementswet, die van de pauliana buiten faillissement in Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

U bent schuldeiser en ziet vermogen verdwijnen

  • Controleer in het Handelsregister, het Kadaster en de gedeponeerde jaarrekeningen of er kort geleden vermogen is overgedragen.
  • Roep de vernietiging buiten faillissement zelf in (artikel 3:45 BW) en houd de verjaring van artikel 3:52 BW in het oog.
  • Overweeg conservatoir beslag voordat het vermogen verder wordt versplinterd.
  • Is de schuldenaar failliet, meld de transactie dan bij de curator.

U koopt van, of verkoopt aan, een partij in moeilijkheden

  • Laat vóór de transactie een onafhankelijke taxatie opmaken.
  • Betaal de koopprijs daadwerkelijk en laat hem niet als lening openstaan.
  • Bewaar bankafschriften, notulen en correspondentie uit de periode zelf.
  • Wees extra voorzichtig binnen een jaar vóór een mogelijk faillissement en bij transacties binnen de familie of het concern (artikelen 43 en 45 Fw).

Wat wij doen bij een beroep op de actio pauliana

  • Beoordelen of een transactie de schuldeisers benadeelt en of de wetenschap aantoonbaar is (artikel 3:45 BW en artikel 42 Fw).
  • De buitengerechtelijke vernietigingsverklaring opstellen, of een verklaring van een curator beoordelen.
  • Toetsen of de bewijsvermoedens van artikel 43 en 45 Fw gelden en hoe die zijn te weerleggen.
  • Conservatoir beslag leggen en beoordelen of een betaling of verrekening onder artikel 47 of 54 Fw valt.

De actio pauliana in vijf punten

  • Buiten faillissement roept de benadeelde schuldeiser de pauliana in (artikel 3:45 BW), in faillissement de curator (artikel 42 Fw).
  • Alleen onverplichte handelingen zijn aantastbaar; betaling van een opeisbare schuld valt onder het smalle artikel 47 Fw.
  • Samenhangende handelingen worden als geheel beoordeeld (Hoge Raad 20 juni 2025).
  • Binnen een jaar vóór de faillietverklaring wordt wetenschap bij bepaalde handelingen en giften vermoed (artikelen 43 en 45 Fw).
  • Een verkoop tegen een reële, daadwerkelijk betaalde prijs is in beginsel niet paulianeus.

Veelgestelde vragen

Is een notariële akte bescherming tegen de pauliana?

Nee. Een notariële akte levert dwingend bewijs op van wat de notaris heeft waargenomen en van de datum, maar zegt niets over de vraag of de transactie schuldeisers benadeelde. De akte helpt wel tegen de stelling dat de transactie achteraf of met terugwerkende kracht is opgezet.

Moet ik als begiftigde alles teruggeven, ook als ik nergens van wist?

Niet altijd. Volgens artikel 42 Faillissementswet werkt de vernietiging niet tegen de begiftigde die niet wist en niet behoorde te weten van de benadeling, voor zover hij ten tijde van de faillietverklaring niet meer was gebaat. Is het geschonkene nog aanwezig of heeft u er een schuld mee afgelost, dan draagt u tot dat bedrag af.

Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina ondernemingsrecht advocaat.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.