facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl

Afspraak

Law & More Logo

Misbruik van macht binnen verenigingen en stichtingen komt vaker voor dan veel mensen denken. Bestuurders kunnen hun positie gebruiken voor persoonlijk gewin, frauduleuze activiteiten of het nemen van slechte financiële beslissingen.

Dit schaadt niet alleen de organisatie zelf, maar ook de leden, donateurs en andere betrokkenen die op het bestuur vertrouwen.

Een formele vergadering met bestuursleden rond een tafel, waarbij één persoon onder toezicht staat en de anderen bezorgd kijken.

Bestuurders van verenigingen en stichtingen kunnen persoonlijk aansprakelijk worden gesteld wanneer zij hun taken niet goed uitvoeren, vooral sinds de invoering van de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) op 1 juli 2021. Deze wet stelt strengere eisen aan bestuurders en biedt meer bescherming tegen machtsmisbruik.

Een bestuurder die zich schuldig maakt aan fraude, zelfverrijking of grove nalatigheid loopt het risico privé te moeten betalen voor de schade.

Het herkennen van machtsmisbruik en het begrijpen van de wettelijke aansprakelijkheid is belangrijk voor iedereen die betrokken is bij een vereniging of stichting.

Dit artikel legt uit welke vormen van machtsmisbruik er zijn, wanneer bestuurders aansprakelijk zijn en hoe organisaties deze risico’s kunnen beperken.

Definitie en vormen van misbruik van macht binnen verenigingen en stichtingen

Een groep bestuurders zit rond een vergadertafel in een kantoor en bespreekt documenten, met een serieuze en geconcentreerde sfeer.

Misbruik van macht binnen verenigingen en stichtingen ontstaat wanneer bestuurders hun positie gebruiken op manieren die niet in het belang van de organisatie zijn.

Dit gedrag varieert van subtiele manipulatie tot openlijke intimidatie en heeft directe gevolgen voor de betrokken personen en de organisatie als geheel.

Wat is misbruik van macht?

Misbruik van macht vindt plaats wanneer een bestuurslid zijn of haar positie of autoriteit gebruikt om anderen te beïnvloeden, te controleren of te manipuleren, vaak ten koste van de vereniging of stichting.

Bij verenigingen en stichtingen gaat het specifiek om bestuurders die hun bevoegdheden gebruiken voor persoonlijke doelen in plaats van het organisatiebelang.

Er is sprake van onbehoorlijk bestuur wanneer bestuurders bewust handelen tegen de statuten, reglementen of algemeen aanvaarde normen.

Dit kan zich uiten in het negeren van de regels die voor iedereen gelden.

Veelvoorkomende kenmerken zijn:

  • Manipulatie: Het verdraaien van informatie tijdens bestuursvergaderingen of het weglaten van feiten bij besluitvorming
  • Intimidatie: Het gebruiken van dreiging of angst om andere bestuurders of leden te laten zwijgen
  • Nepotisme: Het bevorderen van familie of vrienden binnen de organisatie zonder goede reden
  • Exploitatie: Het misbruiken van de positie voor persoonlijk financieel voordeel

Voorbeelden uit de praktijk

Bij verenigingen gebeurt het dat bestuurders hun stem gebruiken om familieleden aan te stellen voor betaalde functies, zonder dat deze personen gekwalificeerd zijn.

Een voorzitter kan bijvoorbeeld weigeren om kritische punten op de agenda te zetten of discussie te blokkeren.

In stichtingen komt het voor dat een bestuurslid alleen beslissingen neemt over grote uitgaven zonder de rest van het bestuur te raadplegen.

Ook het achterhouden van financiële informatie voor andere bestuurders is een bekend probleem.

Andere voorbeelden zijn het voortrekken van bepaalde leden bij het verdelen van subsidies of het systematisch buitensluiten van kritische stemmen uit commissies.

Soms misbruiken bestuurders hun kennis van regels om procedures te manipuleren in hun voordeel.

Specifieke situaties:

  • Een penningmeester die facturen goedkeurt voor eigen bedrijven
  • Een secretaris die notulen aanpast om beslissingen anders weer te geven
  • Een bestuurslid dat donaties gebruikt voor persoonlijke doelen
  • Een voorzitter die tegenstanders uit de vereniging probeert te zetten

Gevolgen voor de organisatie

De gevolgen van machtsmisbruik binnen verenigingen en stichtingen zijn vaak groot.

Leden verliezen vertrouwen in het bestuur en haken af.

Dit leidt tot minder vrijwilligers en dalende inkomsten uit contributies of donaties.

De reputatie van de vereniging of stichting krijgt schade wanneer machtsmisbruik bekend wordt.

Externe partijen zoals subsidieverstrekkers of sponsors trekken zich terug.

Dit kan leiden tot financiële problemen die de continuïteit bedreigen.

Intern ontstaat een giftige sfeer waarin mensen zich onveilig voelen.

Bestuurders die wél integer willen handelen, vertrekken uit frustratie.

De organisatie verliest waardevolle kennis en ervaring.

Gebied Directe gevolgen
Leden Uitstroom, gebrek aan vertrouwen, verminderde betrokkenheid
Financiën Dalende inkomsten, subsidieverlies, mogelijke aansprakelijkheidsclaims
Bestuur Verloop van goede bestuurders, slechte besluitvorming, juridische procedures
Reputatie Negatieve publiciteit, verlies van partners, moeilijkheid nieuwe leden te vinden

Bij stichtingen kan machtsmisbruik leiden tot het verlies van de ANBI-status.

Dit heeft grote fiscale gevolgen voor donateurs.

Verenigingen kunnen te maken krijgen met rechtszaken van leden die zich benadeeld voelen.

Wettelijke kaders: Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR)

Een groep professionele mensen in een kantoor die serieus over documenten en een laptop overleggen.

De WBTR trad op 1 juli 2021 in werking en stelt duidelijke eisen aan bestuurders van verenigingen en stichtingen.

De wet regelt specifieke verplichtingen rond belangenverstrengeling en legt vast wanneer bestuurders aansprakelijk zijn voor schade.

Belangrijkste bepalingen van de WBTR

De WBTR richt zich op het voorkomen van wanbestuur en onverantwoordelijk financieel beheer bij verenigingen en stichtingen.

Bestuurders moeten bij het vervullen van hun taak het belang van de organisatie voorop stellen.

De wet regelt dat bestuurders zich ervan moeten vergewissen dat hun collega-bestuurders hun taken kunnen uitvoeren.

Ze moeten controleren dat het beleid van medebestuurders geen risico’s voor de organisatie oplevert.

Dit geldt voor alle verenigingen en stichtingen, van kleine sportverenigingen tot grote organisaties in zorg en onderwijs.

De WBTR introduceert ook aansprakelijkheid bij faillissement.

Bestuurders kunnen persoonlijk aansprakelijk worden gesteld wanneer zij hun taken onbehoorlijk hebben vervuld en dit heeft geleid tot het faillissement.

Regels rondom tegenstrijdig belang

Een bestuurder met een tegenstrijdig belang mag niet deelnemen aan beraadslaging en besluitvorming.

Van tegenstrijdig belang is sprake wanneer de persoonlijke belangen van de bestuurder niet parallel lopen met de belangen van de organisatie.

De WBTR stelt dat de bestuurder zelf moet melden wanneer hij een tegenstrijdig belang heeft.

De overige bestuurders nemen dan het besluit zonder deze bestuurder.

Als alle bestuurders een tegenstrijdig belang hebben, moet het toezichthoudend orgaan of de algemene vergadering het besluit nemen.

De statuten kunnen nadere regels bevatten over hoe om te gaan met situaties van tegenstrijdig belang.

Deze regels moeten voldoen aan de minimumeisen die de WBTR stelt.

Aanpassingen in statuten en governance

Verenigingen en stichtingen moeten hun statuten controleren op bepalingen die strijdig zijn met de WBTR.

Statutaire bepalingen die voor de invoering van de wet zijn gemaakt, blijven maximaal vijf jaar geldig als ze indruisen tegen de nieuwe regels.

Een notaris moet statutenwijzigingen opstellen en passeren.

Organisaties moeten onder andere controleren of hun stemregelingen voor bestuurders en commissarissen nog zijn toegestaan.

De WBTR verbiedt dat één bestuurder meer stemmen heeft dan alle andere bestuurders samen.

De boekhouding en financiële administratie moeten op orde zijn.

Dit helpt bestuurders om aan hun verplichtingen te voldoen en risico’s te voorkomen.

Transparant financieel beheer vormt een belangrijk onderdeel van goed bestuur en toezicht volgens de wet.

Aansprakelijkheid van bestuurders: interne en externe aspecten

Bestuurders van verenigingen en stichtingen kunnen op twee manieren aansprakelijk worden gesteld: intern door de rechtspersoon zelf, of extern door derden zoals schuldeisers.

Bij beide vormen geldt dat er sprake moet zijn van onbehoorlijke taakvervulling en een persoonlijk ernstig verwijt.

Interne bestuurdersaansprakelijkheid

Interne bestuurdersaansprakelijkheid ontstaat wanneer de vereniging of stichting zelf een bestuurder aansprakelijk stelt voor geleden schade. Dit gebeurt als een bestuurder zijn taken niet naar behoren heeft uitgevoerd en de rechtspersoon daardoor schade heeft geleden.

De rechtspersoon moet aantonen dat de bestuurder onbehoorlijk heeft gehandeld. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij financieel wanbeheer of het niet naleven van statuten.

Een bestuurder is pas persoonlijk aansprakelijk als hem een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Niet elke fout leidt dus tot aansprakelijkheid.

Bij verenigingen en stichtingen speelt een rol of het bestuur onbezoldigd is en wat het doel van de organisatie is. Deze factoren beïnvloeden de strenge eisen die aan het bestuur worden gesteld.

De rechter kijkt naar alle omstandigheden van het geval.

Externe bestuurdersaansprakelijkheid

Externe bestuurdersaansprakelijkheid houdt in dat derden een bestuurder aansprakelijk stellen. Dit kunnen schuldeisers, leden of andere belanghebbenden zijn die schade hebben geleden door het handelen van het bestuur.

Ook hier geldt de voorwaarde van onbehoorlijke taakvervulling met een persoonlijk ernstig verwijt. Schuldeisers moeten bewijzen dat de bestuurder bewust of met grove nalatigheid heeft gehandeld.

Een specifieke vorm is aansprakelijkheid tegenover de curator bij faillissement. De curator kan bestuurders hoofdelijk aansprakelijk stellen voor het tekort in de boedel.

Dit gebeurt als de bestuurder zijn taken kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement.

Voorbeelden van externe aansprakelijkheid:

  • Niet betalen van verschuldigde belastingen
  • Voortzetten van activiteiten terwijl faillissement dreigt
  • Misleiding van schuldeisers over de financiële situatie

Eigen verantwoordelijkheid binnen het bestuur

Elk bestuurslid draagt een eigen verantwoordelijkheid voor het bestuur van de rechtspersoon. Een bestuurder kan zich niet verschuilen achter besluiten van andere bestuursleden.

Bestuurders kunnen hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld. Dit betekent dat elke bestuurder voor het volledige bedrag kan worden aangesproken.

Verhaal tussen bestuurders onderling is daarna mogelijk. Een bestuurder kan aansprakelijkheid voorkomen door tijdig bezwaar te maken tegen onzorgvuldige beslissingen.

Het is belangrijk dat dit bezwaar wordt vastgelegd in notulen. Ook kan een bestuurder aftreden als de situatie niet verbetert.

De mate van betrokkenheid speelt een rol bij de beoordeling van persoonlijke aansprakelijkheid. Een bestuurder die actief heeft meegewerkt aan onbehoorlijk bestuur loopt meer risico dan een bestuurder die niet op de hoogte was van de problemen.

Rol van toezicht: commissarissen en raden bij verenigingen en stichtingen

Een raad van commissarissen houdt toezicht op het bestuur van verenigingen en stichtingen en bewaakt de gang van zaken binnen de organisatie. Sinds de invoering van de Wet Bestuur en Toezicht rechtspersonen (WBTR) op 1 juli 2021 hebben toezichthouders duidelijke verantwoordelijkheden en kunnen zij aansprakelijk worden gesteld bij tekortkomingen.

Functie van de raad van toezicht en raad van commissarissen

De raad van commissarissen (RvC) en raad van toezicht vervullen dezelfde juridische functie bij verenigingen en stichtingen. De wet gebruikt beide benamingen door elkaar.

Een raad van toezicht die toezicht houdt op het bestuur wordt automatisch gezien als een raad van commissarissen met alle bijbehorende bevoegdheden. De statuten van een vereniging of stichting kunnen bepalen dat er een raad van commissarissen komt.

Dit staat vermeld in artikel 2:47 BW voor verenigingen en artikel 2:292a BW voor stichtingen. De raad bestaat uit één of meer natuurlijke personen.

Een rechtspersoon kan geen commissaris zijn.

De taken van de raad zijn:

  • Toezicht houden op het beleid van het bestuur
  • Controleren van de algemene gang van zaken
  • Het bestuur bijstaan met advies

Commissarissen moeten zich richten op het belang van de vereniging of stichting en eventuele verbonden organisaties. Ze kijken mee of het bestuur de juiste beslissingen neemt en de doelen van de organisatie worden behaald.

Verantwoordelijkheden en risico’s van toezichthouders

Commissarissen dragen een aanzienlijke verantwoordelijkheid voor hun toezichthoudende rol. De WBTR maakt hen aansprakelijk wanneer zij hun taken onbehoorlijk vervullen.

Dit geldt ook bij een eventueel faillissement van de vereniging of stichting. Toezichthouders moeten actief toezicht uitoefenen op het bestuur.

Passief gedrag of het negeren van signalen over wanbeleid kan leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid. Ze moeten ingrijpen wanneer het bestuur verkeerde beslissingen neemt of financieel onverantwoord handelt.

De wet verwacht dat commissarissen kritisch en onafhankelijk opereren. Ze mogen niet klakkeloos akkoord gaan met voorstellen van het bestuur.

Bij twijfel over het beleid hebben zij de plicht om vragen te stellen en waar nodig in te grijpen. Het risico op aansprakelijkheid neemt toe wanneer toezichthouders waarschuwingssignalen negeren.

Verenigingen en stichtingen die al werkten met een raad van toezicht vallen sinds juli 2021 automatisch onder de regels voor commissarissen. De naam van het orgaan maakt niet uit voor de juridische status.

Samenwerking met bestuur

De raad van commissarissen werkt nauw samen met het bestuur maar houdt een onafhankelijke positie. Deze balans tussen samenwerking en afstand is belangrijk voor effectief toezicht.

Commissarissen adviseren het bestuur over belangrijke beslissingen zoals investeringen of grote contracten. Bij verenigingen kunnen commissarissen ook betrokken zijn bij het aanstellen en ontslaan van bestuurders.

Ze beoordelen het functioneren van bestuurders en voeren indien nodig gesprekken over prestaties. Deze rol als werkgever vraagt om duidelijke afspraken over taken en verantwoordelijkheden.

Goede communicatie tussen bestuur en toezicht voorkomt misverstanden en problemen. Regelmatige overleggen helpen commissarissen om op de hoogte te blijven van ontwikkelingen.

Het bestuur moet de raad tijdig informeren over risico’s en belangrijke gebeurtenissen. Commissarissen mogen niet te veel op de stoel van het bestuur gaan zitten.

Ze controleren en adviseren maar nemen geen dagelijkse beslissingen over. Deze scheiding tussen bestuur en toezicht beschermt zowel de organisatie als de betrokken personen tegen aansprakelijkheidsrisico’s.

Aansprakelijkheid bij faillissement en financiële administratie

Bestuurders van failliete verenigingen en stichtingen kunnen persoonlijk aansprakelijk worden gehouden wanneer zij hun taken niet goed hebben uitgevoerd. De financiële administratie speelt hierbij een belangrijke rol.

Kenmerken van aansprakelijkheid bij faillissement

Een bestuurder is hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort in het faillissement wanneer hij zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld. Dit moet ook een belangrijke oorzaak zijn van het faillissement.

De curator moet aantonen dat er sprake is van onbehoorlijk bestuur. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit:

  • Geen toezicht houden op de financiën
  • Verplichtingen aangaan terwijl betaling onmogelijk is
  • Schuldeisers bewust benadelen
  • Fraude of andere ernstige fouten

Sinds 1 juli 2021 geldt deze regel ook voor bestuurders van informele verenigingen en niet-commerciële stichtingen. Voorheen waren alleen bestuurders van commerciële rechtspersonen aansprakelijk.

De bestuurder die wordt aangesproken moet bewijzen dat het faillissement niet aan hem ligt. Dit betekent dat hij moet laten zien dat hij zijn werk wel goed heeft gedaan.

Belang van jaarrekening en boekhouding

De boekhouding vormt een cruciaal onderdeel van het bestuurswerk. Wanneer een bestuurder iemand aanstelt om de financiën te doen en deze persoon maakt fouten, blijft de bestuurder verantwoordelijk.

Bij sommige organisaties gelden strengere regels. Woningcorporaties, onderwijsinstellingen en zorginstellingen moeten verplicht een jaarrekening opstellen.

Als deze organisaties failliet gaan en de boekhouding is niet op orde, dan geldt automatisch dat het bestuur onbehoorlijk heeft gehandeld. Voor niet-commerciële stichtingen en informele verenigingen ligt de lat iets lager.

Bij deze organisaties leidt een slechte boekhouding niet automatisch tot aansprakelijkheid. De curator moet dan zelf bewijzen dat het bestuur nalatig is geweest.

Bestuurders moeten hun beslissingen goed documenteren. Dit helpt later om aan te tonen dat zij zorgvuldig hebben gehandeld.

Vennootschapsbelasting en fiscale verplichtingen

Commerciële verenigingen en stichtingen zijn vennootschapsbelasting plichtig. Voor deze organisaties gelden de strengste regels bij faillissement.

De fiscale status van een organisatie bepaalt welke aansprakelijkheidsregels van toepassing zijn. Organisaties die vennootschapsbelasting betalen krijgen te maken met bewijsvermoedens die het voor curatoren makkelijker maken om bestuurders aansprakelijk te stellen.

Niet-commerciële organisaties vallen niet onder de vennootschapsbelasting. Voor hun bestuurders geldt dat de curator meer moet bewijzen voordat aansprakelijkheid kan worden vastgesteld.

Dit onderscheid is belangrijk omdat het het risico voor bestuurders beïnvloedt.

Voorkomen en beperken van aansprakelijkheidsrisico’s

Bestuurders kunnen hun aansprakelijkheidsrisico’s beperken door gerichte verzekeringen af te sluiten en preventieve maatregelen te nemen. Professioneel juridisch advies helpt om risico’s vroegtijdig te signaleren en aan te pakken.

Bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering

Een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering dekt schade die ontstaat door fouten in het besturen van een vereniging of stichting. Deze verzekering wordt belangrijker sinds de invoering van de WBTR op 1 juli 2021.

Bestuurders kunnen nu hoofdelijk aansprakelijk worden bij een faillissement als er sprake is van onbehoorlijk bestuur. De verzekering beschermt bestuurders tegen persoonlijke financiële claims.

Dit geldt voor zowel bestuursleden als toezichthouders van de organisatie.

Belangrijke dekkingen:

  • Juridische kosten bij aansprakelijkheidsclaims
  • Schade door onzorgvuldig handelen
  • Proceskosten en rechtsbijstand

Niet alle situaties vallen onder de dekking. Opzettelijk wangedrag of bewuste misleiding worden meestal uitgesloten van vergoeding.

Preventieve maatregelen binnen het bestuur

Het bestuur kan aansprakelijkheidsrisico’s verkleinen door duidelijke procedures vast te leggen. Goede afspraken over taken en verantwoordelijkheden voorkomen misverstanden en fouten.

Regelmatige controle van de financiën is belangrijk. Het bestuur moet kascontroles uitvoeren en financiële verslagen maken.

Dit voorkomt problemen zoals ongeoorloofde uitgaven of onduidelijke geldstromen.

Concrete stappen:

  • Controleer de statuten en pas ze zo nodig aan
  • Leg alle bestuursbesluiten schriftelijk vast
  • Maak heldere regels voor uitgaven en bevoegdheden
  • Organiseer jaarlijkse evaluaties van het bestuur

Het bespreken van mogelijke risico’s tijdens bestuursvergaderingen helpt om problemen vroegtijdig te zien. Bestuursleden moeten het belang van de vereniging of stichting altijd voorop stellen.

Rol van de notaris en juridisch advies

Een notaris kan het bestuur helpen bij het opstellen en controleren van statuten. Juridisch advies zorgt ervoor dat de organisatie voldoet aan wettelijke vereisten.

De notaris controleert of besluitvorming correct verloopt volgens de statuten. Dit voorkomt juridische problemen die tot aansprakelijkheid kunnen leiden.

Juridische adviseurs kunnen ook helpen bij het opstellen van contracten en algemene voorwaarden. Hierin kunnen aansprakelijkheidsbeperkingen worden opgenomen die de organisatie en het bestuur beschermen.

Bestuurders kunnen bij een notaris of advocaat terecht voor advies over specifieke situaties. Dit is vooral nuttig bij grote financiële beslissingen of organisatorische veranderingen.

Veelgestelde vragen

Bestuurders van verenigingen en stichtingen hebben sinds 1 juli 2021 te maken met strengere aansprakelijkheidsregels. Deze regels beschermen organisaties en hun leden tegen wanbestuur en machtsmisbruik.

Wat zijn de criteria voor het vaststellen van misbruik van macht door bestuurders in verenigingen en stichtingen?

Misbruik van macht treedt op wanneer een bestuurder handelt in strijd met het belang van de vereniging of stichting. De wet stelt dat elk bestuurslid altijd het belang van de organisatie moet dienen.

Dit betekent dat een bestuurder geen persoonlijk voordeel mag nastreven ten koste van de vereniging of stichting. Concrete voorbeelden van machtsmisbruik zijn zelfverrijking, het nemen van beslissingen zonder toestemming van het bestuur, en het achterhouden van belangrijke informatie.

Ook het niet naleven van de statuten of het negeren van besluiten van de algemene ledenvergadering kan als machtsmisbruik worden aangemerkt. De rechter kijkt naar het daadwerkelijke gedrag van de bestuurder.

Hij beoordeelt of de bestuurder zijn taken naar behoren heeft uitgevoerd. Bij twijfel moet worden aangetoond dat de bestuurder bewust of onzorgvuldig heeft gehandeld.

Hoe kan een bestuurder aansprakelijk gesteld worden voor misbruik van macht binnen een vereniging of stichting?

Een bestuurder is persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk wanneer hij zijn taak niet naar behoren uitvoert. Dit betekent dat niet alleen de bestuurder die de fout maakte aansprakelijk is, maar ook de andere bestuurders.

De Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR) heeft deze aansprakelijkheid per 1 juli 2021 verscherpt. De vereniging of stichting zelf kan een bestuurder aansprakelijk stellen voor geleden schade.

Ook individuele leden kunnen in bepaalde gevallen een bestuurder aanspreken. Bij faillissement kan de curator de bestuurder aansprakelijk stellen voor het tekort als het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld.

Om een bestuurder aansprakelijk te stellen moet worden aangetoond dat er sprake is van een ernstige verwijt. Er moet een duidelijk verband zijn tussen het handelen van de bestuurder en de ontstane schade.

Bewijs zoals notulen, financiële overzichten en communicatie spelen hierbij een belangrijke rol.

Welke stappen kunnen leden van een vereniging ondernemen bij vermoedens van machtsmisbruik door een bestuurder?

Leden kunnen eerst intern hun zorgen kenbaar maken bij andere bestuurders of een toezichthoudend orgaan. Veel verenigingen en stichtingen hebben procedures voor klachten of meldingen van ongewenst gedrag.

Deze interne weg biedt vaak de snelste oplossing. Als intern overleg niet helpt, kunnen leden een verzoek indienen bij de algemene ledenvergadering.

Zij kunnen voorstellen om een bestuurder te schorsen of te ontslaan. De statuten bepalen welke procedure hiervoor geldt en welke meerderheid nodig is.

In ernstige gevallen kunnen leden naar de rechter stappen. De rechter kan een onderzoek gelasten of een bestuurder ontslaan.

Ook kunnen leden aangifte doen bij de politie als er sprake is van strafbare feiten zoals verduistering of fraude.

Welke juridische consequenties kan een bestuurder ondervinden als gevolg van machtsmisbruik?

Een bestuurder die misbruik maakt van zijn macht kan persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de schade. Dit betekent dat zijn privévermogen kan worden aangesproken.

De aansprakelijkheid geldt hoofdelijk, dus elke bestuurder kan voor het volledige bedrag worden aangesproken. Bij faillissement gelden extra strenge regels.

Als de administratieverplichtingen niet zijn nagekomen, is het aannemelijk dat het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld. De curator kan dan het volledige tekort verhalen op de bestuurders.

Naast civiele aansprakelijkheid kan er ook sprake zijn van strafrechtelijke vervolging. Strafbare feiten zoals verduistering, fraude of valsheid in geschrifte kunnen leiden tot boetes of gevangenisstraf.

Ook kan een bestuurder worden uitgesloten van toekomstig bestuurswerk bij andere organisaties.

Op welke manier kunnen verenigingen en stichtingen preventieve maatregelen nemen tegen machtsmisbruik door bestuurders?

Heldere statuten vormen de basis voor goed bestuur. Deze moeten regels bevatten over bevoegdheden, besluitvorming en controle.

Sinds 1 juli 2021 moeten statuten voldoen aan de eisen van de WBTR, met een overgangstermijn van vijf jaar.

Een bestuur moet duidelijke afspraken maken over taken en verantwoordelijkheden. Alle bestuursleden moeten weten wat hun rol is.

Meervoudig stemrecht binnen het bestuur is beperkt, zodat geen enkele bestuurder alle zeggenschap heeft.

Transparantie en controle zijn essentieel. Financiële administratie moet op orde zijn en regelmatig worden gecontroleerd.

Het instellen van een intern toezichtorgaan of kascommissie helpt om financieel wangedrag te voorkomen.

Ook moeten bestuurders worden geschoold over hun verantwoordelijkheden en aansprakelijkheid.

Bij tegenstrijdige belangen moet een bestuurder zich terugtrekken uit de besluitvorming. Deze regel voorkomt dat persoonlijke belangen de organisatie schaden.

Het vastleggen van besluiten in notulen zorgt voor een duidelijk overzicht van genomen beslissingen.

Privacy Settings
We use cookies to enhance your experience while using our website. If you are using our Services via a browser you can restrict, block or remove cookies through your web browser settings. We also use content and scripts from third parties that may use tracking technologies. You can selectively provide your consent below to allow such third party embeds. For complete information about the cookies we use, data we collect and how we process them, please check our Privacy Policy
Youtube
Consent to display content from - Youtube
Vimeo
Consent to display content from - Vimeo
Google Maps
Consent to display content from - Google
Spotify
Consent to display content from - Spotify
Sound Cloud
Consent to display content from - Sound

facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl