Gepubliceerd op 8 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 7 oktober 2026
Van wanbeleid is sprake als een onderneming wordt bestuurd in strijd met elementaire beginselen van verantwoord ondernemerschap. Stelt de Ondernemingskamer dat vast in een enquêteprocedure, dan kan zij ingrijpende maatregelen treffen, zoals het ontslag van bestuurders of het vernietigen van besluiten; persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders volgt daar niet automatisch uit, maar vraagt om een aparte procedure.
Het begrip beschermt aandeelhouders, werknemers en andere betrokkenen tegen onverantwoord bestuur. Hieronder leest u wat wanbeleid is, hoe de enquêteprocedure werkt, welke maatregelen mogelijk zijn en welke andere gevolgen wanbeleid kan hebben voor bestuurders en aandeelhouders.

Inhoudsopgave
Wat is wanbeleid?
Wanbeleid is handelen in strijd met elementaire beginselen van verantwoord ondernemerschap. De wet geeft geen definitie; de Ondernemingskamer en de Hoge Raad hebben het begrip in de rechtspraak ingevuld.
Niet elke beleidsfout is wanbeleid. Een beslissing die achteraf verkeerd uitpakt, valt er niet onder zolang zij op een verdedigbare manier tot stand kwam. Het moet gaan om gedrag dat ernstig tekortschiet. Wanbeleid hoeft ook niet structureel te zijn: één ernstige misstap kan al genoeg zijn. De Ondernemingskamer beoordeelt het steeds per geval, met oog voor de aard van de onderneming en de omstandigheden op het moment van handelen.
Wanbeleid is iets anders dan aansprakelijkheid. Een vaststelling van wanbeleid gaat over het beleid van de rechtspersoon en de gang van zaken. Of een individuele bestuurder persoonlijk moet betalen, beoordeelt een andere rechter in een aparte procedure, met een eigen, hogere drempel.

Welke beginselen van verantwoord ondernemerschap gelden?
De beginselen staan niet letterlijk in de wet, maar volgen uit de rechtspraak en uit de taken die Boek 2 BW aan bestuurders en commissarissen geeft. De kern is dat het bestuur handelt in het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming.
Daarbij horen zorgvuldige besluitvorming, openheid richting aandeelhouders en toezichthouders, en het vermijden van belangenverstrengeling. Artikel 2:8 BW verplicht de vennootschap en iedereen die bij haar organisatie betrokken is, zich tegenover elkaar te gedragen naar de eisen van redelijkheid en billijkheid. Wat verantwoord is, hangt af van de context. Wat bij een start-up met twee aandeelhouders kan, is bij een grote onderneming met een raad van commissarissen soms uit den boze.
Wat zijn voorbeelden van wanbeleid?
De rechtspraak laat een aantal terugkerende patronen zien. Het gaat vaak om belangenverstrengeling, gebrekkige informatie en het passeren van interne regels.
- een bestuurder die transacties sluit met een eigen vennootschap zonder dat te melden of zonder de vereiste besluitvorming;
- het geven van onjuiste of onvolledige informatie aan de raad van commissarissen of de algemene vergadering;
- het doen van risicovolle transacties of leningen aan aandeelhouders zonder deugdelijke afweging;
- het negeren van interne controles, adviezen van toezichthouders of statutaire goedkeuringsvereisten;
- een langdurige patstelling tussen aandeelhouders of bestuurders die de besluitvorming blokkeert en de onderneming schaadt.
Een ernstige verstoring van de verhoudingen is op zichzelf niet altijd wanbeleid. Wel kan zij een gegronde reden zijn voor onderzoek en voor onmiddellijke voorzieningen, zoals een tijdelijke bestuurder. Hoe zulke conflicten ontstaan en wat u kunt doen, leest u in ons artikel over een conflict tussen aandeelhouders en bestuur.
Welke regels gelden voor bestuurders en commissarissen?
Het bestuur is belast met het besturen van de vennootschap, de raad van commissarissen houdt daarop toezicht. Beide moeten zich richten naar het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming.

Voor de BV staan de taken van het bestuur in artikel 2:239 BW en die van de raad van commissarissen in artikel 2:250 BW; voor de NV in de artikelen 2:129 en 2:140 BW. Artikel 2:9 BW verplicht iedere bestuurder tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. De statuten bepalen daarnaast welke besluiten goedkeuring nodig hebben en hoe de besluitvorming verloopt.
Wanbeleid ontstaat vaak als bestuurders de statuten of de wet overtreden, belangrijke besluiten zonder goede voorbereiding nemen of een tegenstrijdig belang verzwijgen. Volgens artikel 2:239 lid 6 BW neemt een bestuurder met een persoonlijk belang dat strijdig is met dat van de vennootschap, niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming daarover.
Voor welke rechtspersonen geldt het?
Het enquêterecht geldt voor de BV en de NV, maar ook voor de coöperatie, de onderlinge waarborgmaatschappij, de stichting en de vereniging die een onderneming in stand houden die verplicht een ondernemingsraad moet hebben. Dat volgt uit artikel 2:344 BW.
Bij een BV kunnen aandeelhouders vaak sneller ingrijpen dan bij een stichting, omdat zij via de algemene vergadering bestuurders kunnen benoemen en ontslaan. Bij een stichting ontbreken aandeelhouders. Valt zij onder de enquêteregeling, dan is een enquête soms de enige route om een ontspoord bestuur te corrigeren. Anders loopt de weg via de rechtbank, die een stichtingsbestuurder in bepaalde gevallen kan ontslaan (artikel 2:298 BW).
Hoe werkt het recht van enquête?
Met het recht van enquête vraagt u de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam om onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon. Het verzoek slaagt alleen als er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid te twijfelen.
De regeling staat in de artikelen 2:344 tot en met 2:359 BW. Meer over de procedure leest u in ons artikel over de enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer.
Wie mag een enquêteverzoek indienen?
Bij een BV of NV met een geplaatst kapitaal van ten hoogste 22,5 miljoen euro kunnen aandeelhouders een verzoek indienen die alleen of samen ten minste 10 procent van het geplaatste kapitaal hebben, of aandelen met een nominale waarde van ten minste 225.000 euro. Bij grotere vennootschappen gelden lagere percentages.
Die drempels staan in artikel 2:346 BW. De statuten kunnen een lagere drempel geven. Daarnaast kunnen onder meer de vennootschap zelf, de curator in faillissement en werknemersverenigingen een verzoek doen. Ook de ondernemingsraad kan in bepaalde gevallen naar de Ondernemingskamer; wanneer dat speelt, leest u in ons artikel over de OR bij de Ondernemingskamer. De advocaat-generaal bij het gerechtshof Amsterdam kan een verzoek doen om redenen van openbaar belang.
Wat moet u vooraf doen?
Voordat aandeelhouders of werknemersverenigingen een verzoek indienen, moeten zij hun bezwaren tegen het beleid schriftelijk kenbaar maken aan het bestuur en de raad van commissarissen. Het bestuur moet redelijke tijd krijgen om die bezwaren te onderzoeken en maatregelen te nemen.
Dat volgt uit artikel 2:349 BW. Slaat u deze stap over, dan wordt u niet-ontvankelijk verklaard. Omschrijf de bezwaren concreet: de Ondernemingskamer toetst later of het verzoek over dezelfde onderwerpen gaat.
Wanneer zijn er gegronde redenen om aan een juist beleid te twijfelen?
De Ondernemingskamer beveelt een onderzoek als er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid of een juiste gang van zaken te twijfelen. Dat is een lagere drempel dan wanbeleid.
Voorbeelden zijn belangenverstrengeling bij bestuurders, leningen aan aandeelhouders zonder goede afweging, gebrekkige informatievoorziening, het passeren van minderheidsaandeelhouders, een ernstig verstoorde verhouding binnen het bestuur, en een gebrekkig financieel beleid. Het gaat steeds om feiten die u concreet moet onderbouwen.
Wanneer treft de Ondernemingskamer onmiddellijke voorzieningen?
In elke stand van de procedure kan de Ondernemingskamer op verzoek onmiddellijke voorzieningen treffen als de toestand van de rechtspersoon of het belang van het onderzoek dat vereist (artikel 2:349a BW). Denk aan de schorsing van een bestuurder of de benoeming van een tijdelijke bestuurder of commissaris.
In de praktijk zijn deze voorzieningen vaak belangrijker dan de latere eindbeslissing. Zij kunnen binnen enkele weken worden getroffen en doorbreken een patstelling direct.
Hoe komt u van onderzoek tot vaststelling van wanbeleid?
De enquête verloopt in twee fasen. Eerst beveelt de Ondernemingskamer een onderzoek door een of meer onderzoekers; daarna kunt u vragen om wanbeleid vast te stellen en maatregelen te treffen.
Het onderzoeksverslag wordt ter griffie neergelegd. Binnen twee maanden daarna kunnen de verzoekers vragen om vast te stellen dat er sprake is van wanbeleid, en om voorzieningen te treffen. Het verzoek moet duidelijk maken op welke feiten uit het verslag het steunt. Alleen verwijzen naar het rapport is niet genoeg. Een onderzoek kost bovendien tijd en geld: de vennootschap draagt in beginsel de kosten. Blijkt wanbeleid, dan kan de Ondernemingskamer op verzoek van de vennootschap degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn in die kosten veroordelen.
Welke maatregelen kan de Ondernemingskamer treffen?
Stelt de Ondernemingskamer wanbeleid vast, dan kan zij de voorzieningen van artikel 2:356 BW treffen. Zij kiest de maatregel die past bij de ernst van het wanbeleid en die nodig is om de situatie te herstellen.
| Maatregel | Wat houdt het in? |
|---|---|
| Schorsing of vernietiging van besluiten | Besluiten van bestuur, commissarissen, algemene vergadering of een ander orgaan worden geschorst of vernietigd |
| Schorsing of ontslag | Een of meer bestuurders of commissarissen worden geschorst of ontslagen |
| Tijdelijke aanstelling | Nieuwe bestuurders of commissarissen voor een overgangsperiode |
| Afwijking van de statuten | Tijdelijke afwijking van door de Ondernemingskamer aangegeven statutaire bepalingen |
| Overdracht ten titel van beheer | Aandelen worden tijdelijk overgedragen aan een beheerder |
| Ontbinding | De rechtspersoon wordt ontbonden en het vermogen vereffend |
De maatregelen zijn meestal tijdelijk. De Ondernemingskamer bepaalt hoe lang een voorziening geldt en kan die zo nodig verlengen.
Wanneer ontslaat de Ondernemingskamer bestuurders of commissarissen?
Ontslag is een van de meest ingrijpende maatregelen. Daarvoor is niet vereist dat de betrokkene zelf persoonlijk het wanbeleid heeft gepleegd; de Ondernemingskamer kijkt naar wat nodig is om het wanbeleid te beëindigen.
De ontslagen bestuurder verliest direct zijn functie en bevoegdheden. De Ondernemingskamer kan meteen tijdelijke bestuurders of commissarissen benoemen, zodat de continuïteit gewaarborgd blijft. Voor de betrokkene kan het ontslag ook reputatieschade opleveren.
Wanneer volgt ontbinding van de rechtspersoon?
Ontbinding is de zwaarste maatregel. De Ondernemingskamer zet haar alleen in als het wanbeleid zeer ernstig is en lichtere maatregelen geen oplossing bieden.
Na ontbinding volgt vereffening van het vermogen. Schuldeisers worden betaald volgens de wettelijke regels, en wat overblijft gaat naar de aandeelhouders. De Ondernemingskamer weegt vooraf de belangen van alle betrokkenen, zoals werknemers en schuldeisers.
Kunnen bestuurders persoonlijk aansprakelijk worden?
Ja, maar niet automatisch. Een vaststelling van wanbeleid is geen veroordeling tot schadevergoeding; daarvoor is een aparte procedure nodig waarin een persoonlijk ernstig verwijt moet worden aangetoond.
Het onderzoeksverslag en de beschikking van de Ondernemingskamer zijn in zo’n procedure wel belangrijke bewijsstukken. Rechters nemen de bevindingen vaak als uitgangspunt, maar beoordelen zelf of de drempel voor aansprakelijkheid is gehaald. Hoe die routes werken, leest u in ons overzicht over bestuurdersaansprakelijkheid.
Wat is het verschil tussen interne en externe aansprakelijkheid?
Bij interne aansprakelijkheid spreekt de vennootschap haar eigen bestuurder aan op grond van artikel 2:9 BW, wegens onbehoorlijk bestuur waarvan hem een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Bij externe aansprakelijkheid spreken schuldeisers of andere derden de bestuurder aan, meestal op grond van onrechtmatige daad of in faillissement.
Iedere bestuurder draagt verantwoordelijkheid voor de algemene gang van zaken. Een taakverdeling biedt daarom beperkte bescherming. Een bestuurder ontkomt alleen aan aansprakelijkheid als hem geen ernstig verwijt treft en hij niet nalatig was in het nemen van maatregelen. Meer hierover leest u in ons artikel over interne bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:9 BW. Ook commissarissen kunnen aansprakelijk zijn als zij hun toezichthoudende taak ernstig verwaarlozen.
Wanneer is een bestuurder aansprakelijk voor belastingen en premies?
Kan een BV of NV haar loonheffingen of omzetbelasting niet betalen, dan moet het bestuur dat binnen twee weken na de uiterste betaaldatum melden bij de Belastingdienst. Wordt niet of te laat gemeld, dan wordt vermoed dat het niet-betalen aan de bestuurder te wijten is.
Die meldingsplicht voor betalingsonmacht staat in artikel 36 van de Invorderingswet 1990. Voor pensioenpremies bij een verplicht bedrijfstakpensioenfonds geldt een vergelijkbare regeling. Het vermoeden is moeilijk te weerleggen. Een tijdige melding is daarom een eenvoudige maar belangrijke stap.
Wanneer is een bestuurder aansprakelijk in faillissement?
In faillissement onderzoekt de curator altijd of het bestuur zijn taak behoorlijk heeft vervuld. Is het bestuur kennelijk onbehoorlijk geweest en is dat een belangrijke oorzaak van het faillissement, dan is iedere bestuurder hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort in de boedel.
Dat volgt voor de BV uit artikel 2:248 BW en voor de NV uit artikel 2:138 BW. Heeft het bestuur de administratieplicht of de plicht tot publicatie van de jaarrekening geschonden, dan staat de onbehoorlijke taakvervulling vast en wordt vermoed dat die een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Wie een bedrijf in zwaar weer bestuurt, leest meer in ons artikel over faillissement en bestuurdersrisico’s.
Daarnaast kan de rechter op vordering van de curator of het OM een civielrechtelijk bestuursverbod opleggen van ten hoogste vijf jaar (artikel 106a Faillissementswet). Dat kan bijvoorbeeld als de bestuurder kennelijk onbehoorlijk heeft bestuurd of zijn medewerkingsplicht tegenover de curator ernstig heeft geschonden.
Welke gevolgen heeft wanbeleid voor aandeelhouders en werknemers?
Aandeelhouders zijn in beginsel niet aansprakelijk voor schulden van de vennootschap; hun risico is beperkt tot hun inleg. Er zijn wel uitzonderingen.
Een aandeelhouder die feitelijk het beleid bepaalt alsof hij bestuurder is, wordt in faillissement voor de aansprakelijkheid gelijkgesteld met een bestuurder (artikel 2:248 lid 7 BW). Dat speelt vooral bij kleine BV’s waar de grens tussen aandeelhouder en bestuurder vervaagt. Ook kan een aandeelhouder uit onrechtmatige daad aansprakelijk zijn, bijvoorbeeld als hij vermogen aan de vennootschap onttrekt terwijl hij weet dat schuldeisers daardoor worden benadeeld. Een volledige doorbraak van aansprakelijkheid, waarbij vennootschap en aandeelhouder als één worden behandeld, neemt de rechter slechts zeer zelden aan. Meer daarover leest u in ons artikel over onrechtmatig handelen door aandeelhouders.
Werknemers merken de gevolgen vooral bij een faillissement. Hun arbeidsovereenkomst kan dan door de curator worden opgezegd. Voor achterstallig loon en loon tijdens de opzegtermijn kan het UWV via de loongarantieregeling bijspringen, binnen de grenzen van die regeling.
Hoe voorkomt u wanbeleid?
Met goede afspraken in statuten en aandeelhoudersovereenkomst, een betrouwbare administratie en zorgvuldig vastgelegde besluitvorming. Dat verkleint de kans op een enquête en versterkt uw positie als het toch misgaat.
Hoe voorkomt u belangenverstrengeling?
Belangenverstrengeling ontstaat als een bestuurder zijn persoonlijke belang laat voorgaan. Leg daarom vast hoe een tegenstrijdig belang wordt gemeld en wie in dat geval besluit.
Een bestuurder met een tegenstrijdig belang neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming. Goedkeuringsprocedures voor grote transacties en onafhankelijk toezicht door commissarissen helpen om zulke situaties op tijd te zien. Voor beursgenoteerde vennootschappen geeft de Corporate Governance Code nadere principes. Voor andere ondernemingen kan die code een nuttig referentiekader zijn.
Waarom zijn administratie en transparantie zo belangrijk?
Een gebrekkige administratie is een van de belangrijkste oorzaken van wanbeleid. Zonder betrouwbare cijfers is goed toezicht vrijwel onmogelijk.
Artikel 2:10 BW verplicht het bestuur een administratie te voeren waaruit de rechten en verplichtingen van de vennootschap steeds kunnen worden gekend. In de praktijk horen daarbij periodieke financiële rapportages, een besluitenregister met de notulen van bestuursvergaderingen en een overzicht van de belangrijkste risico’s. Informeer commissarissen en aandeelhouders tijdig en volledig over belangrijke ontwikkelingen. Dat bouwt vertrouwen op en verkleint het risico op een enquête.
Welke afspraken maakt u tussen aandeelhouders?
Onduidelijke afspraken leiden vaak tot conflicten tussen bestuurders en aandeelhouders. Goede statuten en een aandeelhoudersovereenkomst regelen wie waarover beslist.
Een aandeelhoudersovereenkomst bevat meestal stemafspraken bij belangrijke besluiten, een regeling voor geschillen, bescherming van minderheidsaandeelhouders en afspraken over het uittreden van een aandeelhouder. Een deadlockregeling voorkomt dat een patstelling de onderneming lamlegt. Pas de afspraken aan als de onderneming groeit: wat werkt voor een start-up, past niet altijd bij een groter bedrijf.
Hoe verloopt een enquête in de praktijk?
De meeste enquêtes ontstaan uit een conflict tussen aandeelhouders van een BV met twee of drie aandeelhouders die ook bestuurder zijn. Vaak vraagt een van hen direct om onmiddellijke voorzieningen, zoals een tijdelijke bestuurder met een doorslaggevende stem.
Een typisch voorbeeld: een minderheidsaandeelhouder ontdekt dat de meerderheidsaandeelhouder-bestuurder opdrachten laat uitvoeren door een eigen vennootschap tegen hoge tarieven. Na schriftelijke bezwaren zonder resultaat volgt een enquêteverzoek. De Ondernemingskamer benoemt een onderzoeker en een tijdelijke commissaris. Het onderzoeksverslag vormt later de basis voor een schikking of een aansprakelijkheidsprocedure. Een enquête is een ingrijpend en kostbaar middel. Laat daarom vooraf beoordelen of een minder zware route, zoals een geschillenregeling of een gesprek onder begeleiding, meer oplevert.
Waar let u als aandeelhouder op?
- Meld uw bezwaren tegen het beleid eerst schriftelijk aan het bestuur en de raad van commissarissen (artikel 2:349 BW).
- Controleer of u de drempel van artikel 2:346 BW haalt, of dat de statuten een lagere drempel geven.
- Bewaar notulen, jaarrekeningen en stukken over transacties met verbonden partijen.
- Na de neerlegging van het onderzoeksverslag heeft u twee maanden om vaststelling van wanbeleid te vragen.
Waar let u als bestuurder op?
- Meld een tegenstrijdig belang en neem niet deel aan de besluitvorming daarover (artikel 2:239 lid 6 BW).
- Voer een administratie volgens artikel 2:10 BW en publiceer de jaarrekening op tijd.
- Meld betalingsonmacht voor loonheffingen of omzetbelasting binnen twee weken bij de Belastingdienst.
- Leg besluiten en de goedkeuringen die de statuten vereisen schriftelijk vast.
Wat kunnen wij voor u doen bij wanbeleid?
Wij staan zowel aandeelhouders als bestuurders en vennootschappen bij, vanaf de eerste bezwaren tot de procedure bij de Ondernemingskamer.
- Wij beoordelen of de feiten gegronde redenen opleveren om aan een juist beleid te twijfelen, en of u de drempel van artikel 2:346 BW haalt.
- Wij stellen de schriftelijke bezwaren aan bestuur en raad van commissarissen op (artikel 2:349 BW).
- Wij dienen het enquêteverzoek in bij de Ondernemingskamer, zo nodig met een verzoek om onmiddellijke voorzieningen (artikel 2:349a BW).
- Wij voeren het verweer voor bestuurders en vennootschappen tegen wie een enquêteverzoek is ingediend.
- Wij beoordelen na het onderzoeksverslag of een aansprakelijkheidsprocedure op grond van artikel 2:9 of 2:248 BW kansrijk is.
Samengevat
- Wanbeleid is handelen in strijd met elementaire beginselen van verantwoord ondernemerschap; niet elke beleidsfout valt daaronder.
- Via het recht van enquête kan de Ondernemingskamer onderzoek bevelen als er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid te twijfelen; vooraf moeten de bezwaren schriftelijk aan bestuur en commissarissen zijn gemeld.
- Na vaststelling van wanbeleid kan de Ondernemingskamer onder meer besluiten vernietigen, bestuurders ontslaan, tijdelijke bestuurders benoemen of de rechtspersoon ontbinden (artikel 2:356 BW).
- Persoonlijke aansprakelijkheid volgt niet automatisch, maar vraagt een aparte procedure met een persoonlijk ernstig verwijt.
- Goede afspraken, een betrouwbare administratie en vastgelegde besluitvorming zijn de beste bescherming.
Veelgestelde vragen
Wat is de definitie van wanbeleid binnen een onderneming?
Wanbeleid is handelen in strijd met elementaire beginselen van verantwoord ondernemerschap. Het gaat om ernstig onzorgvuldig of laakbaar gedrag, zoals belangenverstrengeling of het negeren van statutaire regels. Eén ernstige misstap kan al genoeg zijn.
Wat kunt u doen tegen wanbeleid?
Maak uw bezwaren eerst schriftelijk kenbaar aan het bestuur en de raad van commissarissen. Heeft u voldoende aandelen, dan kunt u daarna een enquêteverzoek indienen bij de Ondernemingskamer, zo nodig met een verzoek om onmiddellijke voorzieningen. Als aandeelhouder kunt u ook via de algemene vergadering bestuurders ontslaan.
Hoe stelt de rechter wanbeleid vast?
De Ondernemingskamer stelt wanbeleid vast na een onderzoek door onafhankelijke onderzoekers. Zij beoordeelt het onderzoeksverslag en de standpunten van partijen, en kijkt daarbij naar de aard van de onderneming en de omstandigheden op het moment van handelen.
Welke maatregelen volgen op wanbeleid?
De Ondernemingskamer kan besluiten schorsen of vernietigen, bestuurders of commissarissen schorsen of ontslaan, tijdelijk nieuwe bestuurders of commissarissen benoemen, tijdelijk afwijken van de statuten, aandelen tijdelijk ten titel van beheer laten overdragen en in uitzonderlijke gevallen de rechtspersoon ontbinden.
Welke drempel geldt voor aandeelhouders?
Bij een vennootschap met een geplaatst kapitaal van ten hoogste 22,5 miljoen euro moeten aandeelhouders alleen of samen ten minste 10 procent van het geplaatste kapitaal hebben, of aandelen met een nominale waarde van ten minste 225.000 euro. De statuten kunnen een lagere drempel geven. Kleinere aandeelhouders kunnen zich soms aansluiten bij een verzoek van anderen.
Leidt wanbeleid tot aansprakelijkheid van bestuurders?
Niet automatisch. De vaststelling van wanbeleid kan wel een belangrijke rol spelen in een aparte aansprakelijkheidsprocedure; het onderzoeksverslag is dan een belangrijk bewijsstuk. Iedere bestuurder draagt verantwoordelijkheid voor de algemene gang van zaken, zodat een taakverdeling slechts beperkt bescherming biedt.
Law & More staat aandeelhouders, bestuurders en ondernemingen bij in geschillen over bestuur en in procedures bij de Ondernemingskamer; lees meer over ons werk als ondernemingsrechtadvocaat.