Wanbeleid in een bedrijf: enquête, maatregelen en aansprakelijkheid

Achteruitgeschoven bestuursstoel bij een tafel met verspreide papieren

Gepubliceerd op 8 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026

Van wanbeleid is sprake als een onderneming wordt bestuurd in strijd met elementaire beginselen van verantwoord ondernemerschap. Stelt de Ondernemingskamer dat vast in een enquêteprocedure, dan kan zij ingrijpende maatregelen treffen, zoals ontslag van bestuurders of vernietiging van besluiten; persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders volgt daar niet automatisch uit, maar vraagt een aparte procedure.

Het begrip beschermt aandeelhouders, werknemers en andere betrokkenen tegen onverantwoord bestuur. Hieronder leest u wat wanbeleid is, hoe de enquête in twee fasen verloopt, welke maatregelen mogelijk zijn en welke andere gevolgen bestuurders en aandeelhouders kunnen treffen.

Een groep zakelijke professionals bespreekt documenten in een vergaderruimte.

Wanneer is een beleidsfout wanbeleid?

De wet geeft geen definitie; de Ondernemingskamer en de Hoge Raad hebben het begrip ingevuld. Niet elke beleidsfout is wanbeleid. Een beslissing die achteraf verkeerd uitpakt, valt er niet onder zolang zij op een verdedigbare manier tot stand kwam. Wel kan één ernstige misstap genoeg zijn; het hoeft niet structureel te zijn.

Wanbeleid is iets anders dan aansprakelijkheid. Een vaststelling van wanbeleid gaat over het beleid van de rechtspersoon. Of een individuele bestuurder persoonlijk moet betalen, beoordeelt een andere rechter in een aparte procedure, met een hogere drempel.

Een groep zakelijke professionals in een vergaderruimte bespreekt documenten en digitale schermen over bedrijf en juridische kwesties.

Het belang van de vennootschap als maatstaf

Het bestuur handelt in het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. In de Cancun-beschikking van 4 april 2014 (ECLI:NL:HR:2014:797) liet de Hoge Raad het oordeel van de Ondernemingskamer over wanbeleid in stand. Hij overwoog dat het vennootschapsbelang in de regel vooral wordt bepaald door het bevorderen van het duurzame succes van de onderneming. Bij een joint venture telt ook de continuïteit van evenwichtige verhoudingen tussen de aandeelhouders. Bestuurders hebben een eigen verantwoordelijkheid en hoeven instructies van aandeelhouders niet automatisch op te volgen.

Daarbij horen zorgvuldige besluitvorming, openheid tegenover aandeelhouders en toezichthouders en het vermijden van belangenverstrengeling. Artikel 2:8 BW verplicht iedereen die bij de organisatie van de vennootschap betrokken is, zich tegenover elkaar te gedragen naar redelijkheid en billijkheid. Wat verantwoord is, hangt af van de context: wat bij een start-up met twee aandeelhouders kan, is bij een grote onderneming met een raad van commissarissen soms ontoelaatbaar.

Terugkerende patronen in de rechtspraak

  • een bestuurder die transacties sluit met een eigen vennootschap zonder melding of zonder de vereiste besluitvorming;
  • onjuiste of onvolledige informatie aan de raad van commissarissen of de algemene vergadering;
  • risicovolle transacties of leningen aan aandeelhouders zonder deugdelijke afweging;
  • het negeren van interne controles, adviezen van toezichthouders of statutaire goedkeuringsvereisten;
  • een langdurige patstelling die de besluitvorming blokkeert en de onderneming schaadt.

Een ernstige verstoring van de verhoudingen is op zichzelf niet altijd wanbeleid, maar kan wel een reden zijn voor onderzoek en voor een tijdelijke bestuurder. Hoe zulke conflicten ontstaan, leest u in ons artikel over een conflict tussen aandeelhouders en bestuur.

Welke wettelijke taken hebben bestuur en commissarissen?

Een groep zakelijke professionals in een vergaderruimte bespreekt juridische documenten over bedrijfsbeheer.

Voor de BV staan de taken van het bestuur in artikel 2:239 BW en die van de raad van commissarissen in artikel 2:250 BW; voor de NV in de artikelen 2:129 en 2:140 BW. Artikel 2:9 BW verplicht iedere bestuurder tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. Volgens artikel 2:239 lid 6 BW neemt een bestuurder met een tegenstrijdig persoonlijk belang niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming daarover. De wetteksten vindt u in Boek 2 BW.

Voor welke rechtspersonen geldt het enquêterecht?

Volgens artikel 2:344 BW geldt het enquêterecht voor de BV en de NV, en voor de coöperatie, de onderlinge waarborgmaatschappij, de stichting en de vereniging die een onderneming in stand houden waarvoor een ondernemingsraad verplicht is. Bij een BV kunnen aandeelhouders vaak sneller ingrijpen via de algemene vergadering. Bij een stichting ontbreken aandeelhouders; daar is een enquête soms de enige route, of anders ontslag van een bestuurder door de rechtbank (artikel 2:298 BW).

De enquêteprocedure in twee fasen

Met het recht van enquête vraagt u de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam om onderzoek naar het beleid en de gang van zaken. De regeling staat in de artikelen 2:344 tot en met 2:359 BW. Meer over de procedure leest u in ons artikel over de enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer.

  1. Bezwaren melden. Aandeelhouders en werknemersverenigingen maken hun bezwaren eerst schriftelijk kenbaar aan bestuur en raad van commissarissen, en geven redelijke tijd om te reageren (artikel 2:349 BW). Wie dat overslaat, wordt niet-ontvankelijk verklaard.
  2. Enquêteverzoek. De Ondernemingskamer beveelt een onderzoek als er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid te twijfelen. Dat is een lagere drempel dan wanbeleid.
  3. Onmiddellijke voorzieningen. In elke stand van de procedure kan de Ondernemingskamer een bestuurder schorsen of een tijdelijke bestuurder of commissaris benoemen (artikel 2:349a BW).
  4. Onderzoek. Een of meer onderzoekers stellen een verslag op, dat ter griffie wordt neergelegd.
  5. Tweede fase. Binnen twee maanden na neerlegging kunnen de verzoekers vragen wanbeleid vast te stellen en voorzieningen te treffen.

Wie mag een enquêteverzoek indienen?

VerzoekerVoorwaardeGrondslag
Aandeelhouders BV/NV, geplaatst kapitaal tot € 22,5 miljoenSamen ten minste 10% van het geplaatste kapitaal, of nominaal ten minste € 225.000Art. 2:346 BW
Aandeelhouders grotere vennootschapLagere percentages volgens art. 2:346 BWArt. 2:346 BW
Iedereen aan wie de statuten het recht gevenStatuten kunnen een lagere drempel gevenArt. 2:346 BW
Vennootschap zelf, curatorGeen kapitaaldrempelArt. 2:345-2:347 BW
WerknemersverenigingenOnder voorwaardenArt. 2:347 BW
Advocaat-generaal bij het hof AmsterdamRedenen van openbaar belangArt. 2:345 BW

De ondernemingsraad kan zelf geen enquête vragen, maar kan in bepaalde gevallen wel naar de Ondernemingskamer met een beroep op grond van artikel 26 van de Wet op de ondernemingsraden. Wanneer dat speelt, leest u in ons artikel over de OR bij de Ondernemingskamer.

Waarom de voorzieningen vaak belangrijker zijn dan de einduitspraak

Onmiddellijke voorzieningen kunnen binnen enkele weken worden getroffen en doorbreken een patstelling direct. Gegronde redenen voor onderzoek zijn bijvoorbeeld belangenverstrengeling, leningen aan aandeelhouders zonder afweging, gebrekkige informatie, het passeren van minderheidsaandeelhouders, een ernstig verstoorde verhouding in het bestuur en gebrekkig financieel beleid. U moet die feiten concreet onderbouwen.

Het verzoek in de tweede fase: concreet zijn

Alleen verwijzen naar het onderzoeksverslag is niet genoeg. In de Laurus-beschikking van 8 april 2005 (ECLI:NL:HR:2005:AS5010) vernietigde de Hoge Raad een beschikking van de Ondernemingskamer, omdat het verzoek tot vaststelling van wanbeleid onvoldoende duidelijk was. Het verzoek moet aangeven op welke feiten en bevindingen uit het verslag het steunt, zodat de betrokkenen zich kunnen verweren.

Een onderzoek kost tijd en geld. De vennootschap draagt in beginsel de kosten. Blijkt wanbeleid, dan kan de Ondernemingskamer op verzoek van de vennootschap de verantwoordelijken in die kosten veroordelen.

Welke maatregelen kan de Ondernemingskamer treffen?

Stelt de Ondernemingskamer wanbeleid vast, dan kiest zij uit de voorzieningen van artikel 2:356 BW de maatregel die past bij de ernst en nodig is om de situatie te herstellen.

MaatregelWat houdt het in?
Schorsing of vernietiging van besluitenBesluiten van bestuur, commissarissen, algemene vergadering of een ander orgaan
Schorsing of ontslagVan een of meer bestuurders of commissarissen
Tijdelijke aanstellingNieuwe bestuurders of commissarissen voor een overgangsperiode
Afwijking van de statutenTijdelijk, van door de Ondernemingskamer aangegeven bepalingen
Overdracht ten titel van beheerAandelen gaan tijdelijk naar een beheerder
OntbindingDe rechtspersoon wordt ontbonden en het vermogen vereffend

De maatregelen zijn meestal tijdelijk; de Ondernemingskamer bepaalt de duur en kan verlengen. Voor ontslag is niet vereist dat de betrokkene zelf het wanbeleid pleegde; de vraag is wat nodig is om het te beëindigen. Ontbinding is de zwaarste maatregel en komt alleen in beeld als lichtere maatregelen geen oplossing bieden. Daarna volgt vereffening: schuldeisers worden betaald volgens de wettelijke rangorde, wat overblijft gaat naar de aandeelhouders.

Kunnen bestuurders persoonlijk aansprakelijk worden?

Ja, maar niet automatisch. Een vaststelling van wanbeleid is geen veroordeling tot schadevergoeding; daarvoor is een aparte procedure nodig waarin een persoonlijk ernstig verwijt moet worden aangetoond. Het onderzoeksverslag en de beschikking zijn daarin wel belangrijke bewijsstukken. Hoe die routes werken, leest u in ons overzicht over bestuurdersaansprakelijkheid.

RouteWie spreekt aanMaatstafGrondslag
Interne aansprakelijkheidDe vennootschapOnbehoorlijk bestuur met ernstig verwijtArt. 2:9 BW
Externe aansprakelijkheidSchuldeisers of derdenOnrechtmatige daad, persoonlijk ernstig verwijtArt. 6:162 BW
FaillissementDe curatorKennelijk onbehoorlijk bestuur, belangrijke oorzaak faillissementArt. 2:248 BW (BV), 2:138 BW (NV)
Belastingen en premiesBelastingdienst, pensioenfondsBetalingsonmacht niet of te laat gemeldArt. 36 Invorderingswet 1990

Collectieve verantwoordelijkheid en taakverdeling

Iedere bestuurder draagt verantwoordelijkheid voor de algemene gang van zaken. Een taakverdeling biedt beperkte bescherming. Volgens artikel 2:9 lid 2 BW ontkomt een bestuurder alleen aan aansprakelijkheid als hem geen ernstig verwijt treft en hij niet nalatig was in het nemen van maatregelen. Meer hierover leest u in ons artikel over interne bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:9 BW. Ook commissarissen kunnen aansprakelijk zijn als zij hun toezicht ernstig verwaarlozen.

Betalingsonmacht binnen twee weken melden

Kan een BV of NV haar loonheffingen of omzetbelasting niet betalen, dan meldt het bestuur dat binnen twee weken na de uiterste betaaldatum bij de Belastingdienst (artikel 36 Invorderingswet 1990). Wordt niet of te laat gemeld, dan wordt vermoed dat het niet-betalen aan de bestuurder te wijten is. Dat vermoeden is moeilijk te weerleggen. Voor premies aan een verplicht bedrijfstakpensioenfonds geldt een vergelijkbare regeling.

Kennelijk onbehoorlijk bestuur in faillissement

In faillissement onderzoekt de curator of het bestuur zijn taak behoorlijk vervulde. Was het bestuur kennelijk onbehoorlijk en is dat een belangrijke oorzaak van het faillissement, dan is iedere bestuurder hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort. Heeft het bestuur de administratieplicht (artikel 2:10 BW) of de publicatieplicht van de jaarrekening geschonden, dan staat de onbehoorlijke taakvervulling vast en wordt vermoed dat die een belangrijke oorzaak was. Meer leest u in ons artikel over faillissement en bestuurdersrisico’s.

Daarnaast kan de rechter op vordering van de curator of het OM een civielrechtelijk bestuursverbod van ten hoogste vijf jaar opleggen (artikel 106a Faillissementswet), bijvoorbeeld bij kennelijk onbehoorlijk bestuur of ernstige schending van de medewerkingsplicht tegenover de curator.

Gevolgen voor aandeelhouders en werknemers

Aandeelhouders zijn in beginsel niet aansprakelijk voor schulden van de vennootschap. Een aandeelhouder die feitelijk het beleid bepaalt alsof hij bestuurder is, wordt in faillissement wel gelijkgesteld met een bestuurder (artikel 2:248 lid 7 BW). Ook kan een aandeelhouder uit onrechtmatige daad aansprakelijk zijn, bijvoorbeeld als hij vermogen onttrekt terwijl hij weet dat schuldeisers daardoor worden benadeeld. Een volledige doorbraak van aansprakelijkheid neemt de rechter zeer zelden aan. Meer daarover leest u in ons artikel over onrechtmatig handelen door aandeelhouders.

Werknemers merken de gevolgen vooral bij een faillissement. De curator kan hun arbeidsovereenkomst opzeggen. Voor achterstallig loon en loon tijdens de opzegtermijn kan UWV via de loongarantieregeling bijspringen, binnen de grenzen van die regeling.

Wanbeleid voorkomen: drie afspraken

Een regeling voor tegenstrijdig belang

Leg vast hoe een tegenstrijdig belang wordt gemeld en wie dan besluit. Goedkeuringsprocedures voor grote transacties en onafhankelijk toezicht door commissarissen helpen zulke situaties op tijd te zien. Voor beursgenoteerde vennootschappen geeft de Corporate Governance Code nadere principes; voor andere ondernemingen is die een bruikbaar referentiekader.

Een administratie die toezicht mogelijk maakt

Artikel 2:10 BW verplicht het bestuur een administratie te voeren waaruit de rechten en verplichtingen van de vennootschap steeds kunnen worden gekend. Daarbij horen periodieke financiële rapportages, een besluitenregister met notulen en een overzicht van de belangrijkste risico’s. Zonder betrouwbare cijfers is goed toezicht vrijwel onmogelijk.

Afspraken tussen aandeelhouders

Statuten en een aandeelhoudersovereenkomst regelen wie waarover beslist: stemafspraken, een geschillenregeling, bescherming van minderheidsaandeelhouders, uittreden en een deadlockregeling die voorkomt dat een patstelling de onderneming lamlegt. Pas de afspraken aan als de onderneming groeit.

Een voorbeeld ter illustratie: een minderheidsaandeelhouder ontdekt dat de meerderheidsaandeelhouder-bestuurder opdrachten laat uitvoeren door een eigen vennootschap tegen hoge tarieven. Na schriftelijke bezwaren zonder resultaat volgt een enquêteverzoek, met een verzoek om een tijdelijke commissaris. Het onderzoeksverslag kan later de basis zijn voor een schikking of een aansprakelijkheidsprocedure. Een enquête is ingrijpend en kostbaar; beoordeel vooraf of een geschillenregeling of begeleid overleg meer oplevert.

Controlepunten per rol

Wat regelt u als aandeelhouder vóór een enquêteverzoek?

  • Meld uw bezwaren eerst schriftelijk aan bestuur en raad van commissarissen (artikel 2:349 BW).
  • Controleer of u de drempel van artikel 2:346 BW haalt, of dat de statuten een lagere drempel geven.
  • Bewaar notulen, jaarrekeningen en stukken over transacties met verbonden partijen.
  • Na neerlegging van het onderzoeksverslag heeft u twee maanden om vaststelling van wanbeleid te vragen.

Wat legt u als bestuurder vast om een enquête te doorstaan?

  • Meld een tegenstrijdig belang en neem niet deel aan de besluitvorming daarover (artikel 2:239 lid 6 BW).
  • Voer een administratie volgens artikel 2:10 BW en publiceer de jaarrekening op tijd.
  • Meld betalingsonmacht voor loonheffingen of omzetbelasting binnen twee weken.
  • Leg besluiten en de goedkeuringen die de statuten vereisen schriftelijk vast.

Hoe Law & More helpt bij wanbeleid en enquête

  • Wij beoordelen of de feiten gegronde redenen voor twijfel opleveren en of u de drempel van artikel 2:346 BW haalt.
  • Wij stellen de schriftelijke bezwaren op en dienen het enquêteverzoek in, zo nodig met onmiddellijke voorzieningen.
  • Wij voeren verweer voor bestuurders en vennootschappen tegen wie een verzoek is ingediend.
  • Wij beoordelen na het onderzoeksverslag of een procedure op grond van artikel 2:9 of 2:248 BW kansrijk is.

Wanbeleid in vijf punten

  • Wanbeleid is handelen in strijd met elementaire beginselen van verantwoord ondernemerschap; een verdedigbare maar verkeerde beslissing valt er niet onder.
  • Maatstaf is het belang van de vennootschap: vooral het duurzame succes van de onderneming (Cancun, 2014).
  • Zonder voorafgaande schriftelijke bezwaren is een enquêteverzoek niet-ontvankelijk (artikel 2:349 BW).
  • Een verzoek tot vaststelling van wanbeleid moet concreet aangeven op welke bevindingen het steunt (Laurus, 2005).
  • Persoonlijke aansprakelijkheid vraagt een aparte procedure met een persoonlijk ernstig verwijt.

Law & More staat aandeelhouders, bestuurders en ondernemingen bij in geschillen over bestuur en in procedures bij de Ondernemingskamer; lees meer over ons werk als ondernemingsrechtadvocaat.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.