Een advocaat jeugdstrafrecht begeleidt een minderjarige verdachte en diens ouders door het strafproces, van het eerste politieverhoor tot een eventuele zitting bij de kinderrechter. Voor jongeren gelden andere procedureregels dan voor volwassenen, onder meer over het verhoor, de betrokkenheid van ouders en de rol van de Raad voor de Kinderbescherming. Rechtsbijstand is verstandig zodra er sprake is van een verdenking, ook wanneer het gaat om een eerste uitnodiging voor verhoor of een Halt-voorstel.
Wanneer geldt het jeugdstrafrecht
Het jeugdstrafrecht is geregeld in titel VIIIA van het Eerste Boek van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 77a en volgende. Artikel 77a Wetboek van Strafrecht bepaalt dat voor iemand die op het moment van het strafbare feit twaalf jaar was maar nog geen achttien jaar, een aantal bepalingen uit het commune strafrecht niet geldt en dat daarvoor in de plaats de bijzondere regels van de artikelen 77d tot en met 77gg Wetboek van Strafrecht komen. Onder de twaalf jaar is strafrechtelijke vervolging niet mogelijk: artikel 486 Wetboek van Strafvordering bepaalt dat niemand kan worden vervolgd wegens een feit dat is begaan voordat hij de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt. Voor verdachten onder de twaalf jaar gelden wel enkele beperkte opsporingsbevoegdheden, geregeld in artikel 487 Wetboek van Strafvordering, zoals ophouden voor onderzoek van ten hoogste zes uur en het informeren van een gecertificeerde instelling als bedoeld in de Jeugdwet.
Adolescentenstrafrecht
De rechter kan bij zestien- en zeventienjarigen in bepaalde gevallen toch het volwassenenstrafrecht toepassen. Artikel 77b Wetboek van Strafrecht geeft de rechter die mogelijkheid als hij daartoe grond vindt in de ernst van het begane feit, de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het feit is begaan; levenslange gevangenisstraf is in dat geval uitgesloten. Omgekeerd kan de rechter bij jongvolwassenen van achttien tot en met tweeentwintig jaar juist het jeugdstrafrecht toepassen, op grond van artikel 77c Wetboek van Strafrecht, eveneens afhankelijk van de persoonlijkheid van de verdachte en de omstandigheden van het feit. Welke route in een concrete zaak van toepassing is, beoordeelt de rechter per geval.
Het verloop van een jeugdstrafzaak
Politieverhoor en aanhouding
Wordt een minderjarige verdachte aangehouden, dan stelt de officier van justitie of de hulpofficier van justitie die de ophouding voor onderzoek beveelt, het bestuur van de raad voor rechtsbijstand daarvan in kennis, zodat een raadsman wordt aangewezen, tenzij de verdachte al zelf een advocaat heeft gekozen die tijdig beschikbaar is (artikel 489 Wetboek van Strafvordering). Voor het overige gelden voor minderjarige verdachten dezelfde bepalingen van het Wetboek van Strafvordering als voor volwassenen, voor zover de afdeling over jeugdige verdachten geen afwijkende regeling bevat (artikel 488 Wetboek van Strafvordering).
Halt
Voor lichtere strafbare feiten kan de daartoe aangewezen opsporingsambtenaar, na toestemming van de officier van justitie, de verdachte voorstellen deel te nemen aan een Halt-project. Dit is geregeld in artikel 77e Wetboek van Strafrecht. Deelname voorkomt dat het opgemaakte proces-verbaal naar de officier van justitie wordt gestuurd. Deelname is niet verplicht: de opsporingsambtenaar deelt de verdachte mee dat hij niet gehouden is aan het project deel te nemen en licht hem in over de mogelijke gevolgen van niet-deelname, zowel mondeling als schriftelijk.
Officiersmodel en kinderrechter
Wordt de zaak niet via Halt afgedaan en ziet de officier van justitie niet aanstonds onvoorwaardelijk van vervolging af, dan wint hij bij de Raad voor de Kinderbescherming inlichtingen in over de persoonlijkheid en de levensomstandigheden van de verdachte (artikel 494 Wetboek van Strafvordering). Vervolging vindt in eerste aanleg plaats bij de kinderrechter (artikel 495, eerste lid, Wetboek van Strafvordering). In een aantal gevallen behandelt de meervoudige kamer de zaak in plaats van de kinderrechter alleen, bijvoorbeeld wanneer naar het aanvankelijk oordeel van de officier van justitie plaatsing in een inrichting voor jeugdigen of een zwaardere hoofdstraf dan zes maanden vrijheidsstraf in beeld is, wanneer de zaak ingewikkeld is, of wanneer de zaak niet te splitsen is van die van een meerderjarige medeverdachte; de kinderrechter neemt dan wel deel aan het onderzoek ter terechtzitting (artikel 495, tweede en derde lid, Wetboek van Strafvordering). De minderjarige verdachte is verplicht in persoon op de zitting te verschijnen (artikel 495a Wetboek van Strafvordering). De zitting vindt in beginsel achter gesloten deuren plaats; het slachtoffer of de nabestaanden krijgen in beginsel wel toegang, tenzij de voorzitter om bijzondere redenen anders beslist (artikel 495b Wetboek van Strafvordering).
De rol van de Raad voor de Kinderbescherming
De Raad voor de Kinderbescherming heeft een wettelijke taak in jeugdstrafzaken. Op grond van artikel 494 Wetboek van Strafvordering wint de officier van justitie bij de raad inlichtingen in over de persoonlijkheid en de levensomstandigheden van de verdachte, tenzij hij meteen en onvoorwaardelijk van vervolging afziet. Bevindt de verdachte zich in voorlopige hechtenis, of is hij op grond van artikel 196 Wetboek van Strafvordering in een instelling opgenomen, dan wordt de raad daarvan onverwijld op de hoogte gesteld en rapporteert de raad zo spoedig mogelijk. De raad kan de officier van justitie ook uit eigen beweging adviseren, en de rechter-commissaris kan eveneens bij de raad inlichtingen inwinnen. In de praktijk spreekt de raad met de jongere en met de ouders of voogd, en rapporteert over de persoonlijke situatie, waaronder school, gezin en eventuele hulpverlening.
Wat een advocaat doet per fase
- Bij een uitnodiging voor verhoor of een aanhouding: uitleg van de positie van de jongere in het verhoor, overleg over het consultatierecht en afstemming met de ouders of voogd.
- Bij een Halt-voorstel: bespreken van het voorstel en de gevolgen van wel of niet deelnemen, zodat de jongere en de ouders een geinformeerde keuze kunnen maken.
- Tijdens het onderzoek: bestuderen van het dossier zodra dat beschikbaar is en contact met de officier van justitie over het vervolg van de zaak.
- Rondom het onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming: toelichten van het traject en de gesprekken die de raad voert met de jongere en de ouders.
- Bij de zitting: voorbereiding van de behandeling bij de kinderrechter of de meervoudige kamer en bijstand tijdens de zitting zelf.
- Na de zitting: toelichting op de uitspraak en op eventuele rechtsmiddelen.
Wat ouders zelf kunnen doen
- Laat de jongere weten dat hij niet verplicht is meteen een verklaring af te leggen en dat overleg met een advocaat daaraan vooraf kan gaan.
- Bewaar oproepen, brieven en een eventueel proces-verbaal, en deel deze met de advocaat.
- Werk mee aan het contact met de Raad voor de Kinderbescherming en wees, waar mogelijk, aanwezig bij gesprekken.
- Houd relevante betrokkenen, zoals school of hulpverlening, op de hoogte voor zover dat voor de zaak van belang is.
- Neem bij twijfel over een voorstel, zoals deelname aan Halt, eerst contact op met een advocaat voordat een keuze wordt gemaakt.
Law & More in Eindhoven, met een bezoeklocatie in Amsterdam, is bereikbaar voor vragen over een jeugdstrafzaak, zowel voor ouders als voor de jongere zelf. Voor een gesprek over de zaak is telefonisch contact mogelijk via 040 – 369 06 80, of per e-mail via info@lawandmore.nl.