Een vormverzuim is een fout of nalatigheid bij de naleving van een strafvorderlijk voorschrift in het voorbereidend onderzoek: de doorzoeking zonder de vereiste machtiging, het verhoor waarin het zwijgrecht niet is meegedeeld, het uitlezen van een telefoon dat verder ging dan de bevoegdheid toestond. Artikel 359a Sv geeft de rechter drie mogelijke rechtsgevolgen — strafvermindering, bewijsuitsluiting en niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie — maar hij mag ook volstaan met de enkele vaststelling dat er een verzuim is geweest. Dat laatste gebeurt in de praktijk het vaakst. Een fout van de politie leidt dus zelden vanzelf tot vrijspraak.
Wat is een vormverzuim precies?
De wet spreekt van vormverzuimen bij het voorbereidend onderzoek. Daarmee wordt het onderzoek bedoeld dat aan de behandeling ter terechtzitting voorafgaat: de opsporing, de aanhouding, het verhoor, de inbeslagname. Gaat daarbij iets mis wat niet meer kan worden goedgemaakt, dan is sprake van een onherstelbaar vormverzuim. Kan het gebrek nog worden hersteld — een getuige die alsnog correct wordt gehoord, een proces-verbaal dat alsnog wordt opgemaakt — dan is dat de aangewezen weg en komt aan een rechtsgevolg niet toe.
Het begrip wordt buiten het strafrecht in een heel andere betekenis gebruikt. Wie in een bestuursrechtelijke procedure een bezwaarschrift indient zonder handtekening of zonder gronden, begaat ook een vormverzuim, maar daar krijgt hij eenvoudigweg een termijn om het te herstellen. Die twee betekenissen worden vaak door elkaar gehaald. Dit artikel gaat over de strafrechtelijke variant.
Welke rechtsgevolgen kan de rechter verbinden aan een vormverzuim?
Het eerste lid van artikel 359a Sv noemt drie mogelijkheden. Het tweede lid bepaalt waaraan de rechter moet toetsen bij de keuze daartussen: het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt. Dat nadeel moet de verdachte zelf treffen. Een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van iemand anders levert hem in beginsel geen beroep op.
In het overzichtsarrest van 1 december 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1889) heeft de Hoge Raad dit beoordelingskader opnieuw uiteengezet en op onderdelen bijgesteld.
Strafvermindering
Dit is het meest toegepaste gevolg. Voorwaarde is dat de verdachte daadwerkelijk nadeel heeft ondervonden, dat dit nadeel door het verzuim is veroorzaakt en dat het zich voor compensatie langs deze weg leent. Een ingrijpende inbreuk op de lichamelijke integriteit of op de persoonlijke levenssfeer is bij uitstek iets wat via de straf kan worden verdisconteerd.
Bewijsuitsluiting
Uitsluiting van onrechtmatig verkregen materiaal is aan de orde in twee situaties. Raakt het verzuim het recht op een eerlijk proces van artikel 6 EVRM rechtstreeks, dan is uitsluiting vrijwel onontkoombaar. Is dat niet het geval, dan komt uitsluiting in beeld wanneer het verzuim zo ernstig is dat met strafvermindering niet kan worden volstaan en uitsluiting nodig is als waarborg tegen herhaling van onrechtmatig optreden. De Hoge Raad heeft daarmee de drie afzonderlijke categorieën uit zijn arrest van 2013 vervangen door één maatstaf.
Niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
Het zwaarste gevolg is uitzonderlijk. Het is voorbehouden aan gevallen waarin een onherstelbare inbreuk op het recht op een eerlijk proces is gemaakt en de procedure als geheel niet fair is geweest.
Structurele vormverzuimen wegen zwaarder
Bijzondere aandacht verdient het verzuim dat geen incident is. Blijkt uit objectieve gegevens dat een bepaald verzuim zozeer bij herhaling voorkomt dat het structurele karakter ervan vaststaat, en hebben de verantwoordelijke autoriteiten zich onvoldoende ingespannen om die overtredingen te voorkomen, dan kan bewijsuitsluiting noodzakelijk zijn juist om die praktijk te doorbreken. De gedachte daarachter is de beoogde normerende werking: het rechtsgevolg moet herhaling voorkomen, niet alleen de individuele verdachte compenseren.
Wat moet de verdediging doen?
Hier gaan verweren in de praktijk het vaakst mis. Een vormverzuim heeft geen automatisch gevolg; het moet op de terechtzitting duidelijk en gemotiveerd aan de orde worden gesteld. De verdediging moet de feiten en omstandigheden aannemelijk maken waaruit het verzuim blijkt, en vervolgens aan de hand van de drie factoren van het tweede lid onderbouwen welk rechtsgevolg passend is. Wie alleen constateert dat er iets fout is gegaan, zonder uit te leggen welk voorschrift is geschonden, hoe ernstig dat is en welk concreet nadeel de verdachte daardoor heeft geleden, krijgt van de rechter geen enkele consequentie — hoe terecht het bezwaar op zichzelf ook is.
Daar komt bij dat de rechter bij een gemotiveerd verweer zijn beslissing moet motiveren. Ook dat is een reden om het verweer scherp te formuleren: het dwingt een gemotiveerd oordeel af dat in hoger beroep of cassatie toetsbaar is.
Buiten het voorbereidend onderzoek
Artikel 359a Sv ziet strikt genomen alleen op verzuimen in het voorbereidend onderzoek in de zaak van de verdachte zelf. Fouten daarbuiten — in een ander onderzoek, of na de dagvaarding — vallen formeel buiten de regeling. De Hoge Raad heeft in 2020 wel uitdrukkelijk ruimte gelaten om ook daaraan rechtsgevolgen te verbinden, wanneer het verzuim van bepalende invloed is geweest op het verloop van het opsporingsonderzoek. Die opening is in de praktijk van belang bij onderzoek dat in een andere zaak of in het buitenland is verricht.
Wat betekent dit voor uw zaak?
Of een fout in het onderzoek u iets oplevert, hangt af van het voorschrift dat is geschonden, de ernst daarvan en het nadeel dat u er zelf van hebt ondervonden. Dat vraagt om een nauwkeurige reconstructie van het dossier: wanneer is welke bevoegdheid gebruikt, op welke grondslag, en wat had er moeten gebeuren. Onze strafrechtadvocaten beoordelen die vraag graag voor u. Meer over de context leest u in onze artikelen over bewijs verzamelen in strafzaken en over onrechtmatig verkregen bewijs, en over strafvermindering bij overschrijding van de redelijke termijn.