Contractbreuk: welke middelen u heeft en in welke volgorde u ze inzet

Drie professionals zitten aan een vergadertafel en bespreken een contract in een kantooromgeving.

Komt de wederpartij een afspraak niet na, dan heeft u vier middelen: nakoming vorderen, uw eigen prestatie opschorten, de overeenkomst ontbinden en schadevergoeding eisen. Ze zijn deels te combineren, maar elk middel heeft eigen voorwaarden. Twee formaliteiten vooraf blokkeren in de praktijk de meeste zaken: het ontbreken van verzuim en een te late klacht.

In dit artikel leest u wat de wettelijke hoofdregels zijn rondom contractbreuk, welke uitzonderingen gelden en welke stappen u kunt nemen:

  • wanneer er sprake is van een tekortkoming en wanneer van verzuim;
  • wanneer een ingebrekestelling nodig is en wanneer niet;
  • wat u met opschorting bereikt en wanneer u kunt omzetten in vervangende schadevergoeding;
  • wanneer ontbinding mogelijk is en wat de gevolgen zijn;
  • welke schade voor vergoeding in aanmerking komt;
  • waarom de klachtplicht en de verjaring apart van elkaar werken.

De hoofdregel: tekortkoming, verzuim en blijvende onmogelijkheid

Er is sprake van een tekortkoming zodra de wederpartij niet, niet tijdig of niet behoorlijk presteert. Dat is de eerste stap, en die is snel gezet. Daaruit volgt nog geen recht op schadevergoeding of ontbinding. Wat er verder mogelijk is, hangt af van de vraag of nakoming nog mogelijk is en of de wederpartij in verzuim is.

Is nakoming blijvend onmogelijk geworden, dan is verzuim niet vereist en is de tekortkoming meteen definitief (artikel 6:74 BW).

Is nakoming nog wel mogelijk, dan is voor schadevergoeding wegens vertraging en voor ontbinding in beginsel verzuim vereist. Verzuim treedt in nadat de schuldenaar in gebreke is gesteld: u geeft hem schriftelijk een redelijke termijn om alsnog na te komen, en pas na het verstrijken daarvan is hij in verzuim (artikel 6:82 BW). Schadevergoeding wegens vertraging is bovendien alleen verschuldigd over de periode waarin hij daadwerkelijk in verzuim was (artikel 6:81 en 6:85 BW).

Wat een redelijke termijn is, hangt af van de prestatie. Voor het herstellen van een gebrek aan een machine is dat iets anders dan voor het leveren van een voorraadartikel. Enkele dagen is bij een eenvoudige prestatie vaak genoeg, bij complexe werkzaamheden niet.

Wanneer verzuim zonder ingebrekestelling intreedt

De wet noemt drie gevallen waarin het verzuim van rechtswege intreedt (artikel 6:83 BW):

  • wanneer een voor de voldoening bepaalde termijn verstrijkt, tenzij blijkt dat die termijn een andere strekking heeft. Zo’n fatale termijn moet dus als zodanig zijn bedoeld; een streefdatum in een offerte is dat niet zonder meer;
  • wanneer de verbintenis voortvloeit uit onrechtmatige daad of strekt tot schadevergoeding wegens een tekortkoming, en zij niet terstond wordt nagekomen;
  • wanneer u uit een mededeling van de schuldenaar moet afleiden dat hij tekort zal schieten.

Een fatale termijn hoeft geen kalenderdatum te bevatten, maar moet voldoende bepaald zijn. Is in geschil of partijen zo’n termijn zijn overeengekomen, dan mag de rechter een bewijsaanbod daarover niet zonder meer passeren (HR 24 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:315).

Daarnaast kunnen de redelijkheid en billijkheid meebrengen dat een beroep op het ontbreken van een ingebrekestelling niet opgaat. Dat is aan de orde wanneer de schuldenaar ondubbelzinnig duidelijk heeft gemaakt dat hij toch niet gaat herstellen, zodat een ingebrekestelling geen functie meer heeft (HR 11 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1581, Fraanje/Alukon).

Die uitzondering is smaller dan zij lijkt. In een zaak waarin partijen geen vastomlijnd eindproduct en geen vast tijdschema hadden afgesproken, maakten klachten van de opdrachtgever niet duidelijk dat verdere nakoming niet meer zou worden aanvaard of dat wettelijke middelen zouden worden ingeroepen. Van verzuim was daarom geen sprake (HR 17 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1295).

Reken dus niet op de uitzondering. Wie een ingebrekestelling stuurt, houdt alle opties open. Wie dat nalaat, procedeert achteraf over de voorvraag in plaats van over de zaak.

Een ingebrekestelling is iets anders dan een stuitingsmededeling

Een klacht, een aansprakelijkstelling of een e-mail waarin u een procedure aankondigt, is niet vanzelf een ingebrekestelling. Zo’n bericht kan wel de verjaring stuiten, omdat daaruit blijkt dat u uw recht voorbehoudt, en tegelijk tekortschieten als ingebrekestelling omdat een concrete hersteltermijn en een omschrijving van de verlangde prestatie ontbreken.

De twee berichten hebben dus een eigen functie en zijn vaak allebei nodig: de stuitingsmededeling voorkomt verjaring, de ingebrekestelling doet verzuim intreden.

Nakoming vorderen

De hoofdregel is dat u recht heeft op wat is afgesproken. U kunt nakoming vorderen, zo nodig via de rechter en versterkt met een dwangsom (artikel 3:296 BW).

Nakoming is niet mogelijk wanneer zij blijvend onmogelijk is, en de rechter kan haar afwijzen wanneer zij in de gegeven omstandigheden niet van de wederpartij kan worden gevergd. Een geldelijke afwikkeling ligt dan meer in de rede.

Bij een spoedeisend belang is het kort geding de aangewezen route. Houd er rekening mee dat de rechter daar geen ruimte heeft voor uitvoerig feitenonderzoek.

Opschorten

Zolang de wederpartij niet presteert, mag u in beginsel uw eigen verplichting opschorten, mits die verplichtingen tegenover elkaar staan (artikel 6:52 en 6:262 BW). Bij een wederkerige overeenkomst is dat meestal het geval.

Opschorting is een drukmiddel dat weinig kost en snel werkt. Er zitten twee risico’s aan.

Het eerste is de omvang. De wet stelt een uitdrukkelijke evenredigheidseis: bij gedeeltelijke of niet behoorlijke nakoming is opschorting alleen toegelaten voor zover de tekortkoming dat rechtvaardigt. Een volledige betalingsstop bij een gebrek dat een klein deel van de opdracht raakt, doorstaat die toets doorgaans niet.

Het tweede is dat u het bij het verkeerde eind kunt hebben. Blijkt achteraf dat de wederpartij wel goed presteerde, dan bent u zelf tekortgeschoten door niet te betalen of niet te leveren. Meld daarom schriftelijk dat u opschort en waarom, zodat vaststaat dat het geen stilzitten was.

U kunt ook opschorten voordat de wederpartij tekortschiet, wanneer u gegronde vrees heeft dat zij niet zal nakomen. Denk aan ernstige financiële problemen aan haar kant of aan een ondubbelzinnige mededeling dat zij niet zal presteren (artikel 6:263 BW).

Omzetten in vervangende schadevergoeding

Levert opschorten of aandringen niets op, dan kunt u de verbintenis omzetten in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding. Is nakoming nog niet blijvend onmogelijk, dan is daarvoor vereist dat de schuldenaar in verzuim is én dat u hem schriftelijk meedeelt dat u schadevergoeding in plaats van nakoming vordert (artikel 6:87 BW).

Aan die omzettingsverklaring worden geen strenge eisen gesteld. Iedere mededeling waaruit voldoende duidelijk blijkt dat u schadevergoeding in plaats van nakoming verlangt, volstaat, en de verklaring kan ook besloten liggen in een dagvaarding of ander processtuk (HR 5 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1028).

Dit staat los van gevolgschade. Voor vergoeding van schade náást de hoofdprestatie is niet steeds een afzonderlijke omzettingsverklaring nodig.

Ontbinden

Iedere tekortkoming geeft recht op ontbinding, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding niet rechtvaardigt (artikel 6:265 BW). De hoofdregel is ruim en de uitzondering smal, maar die uitzondering wordt serieus getoetst.

Dat is geen bevoegdheid tot onmiddellijke ontbinding. Zolang nakoming niet blijvend onmogelijk is, ontstaat de ontbindingsbevoegdheid pas wanneer de wederpartij in verzuim is. Alleen bij blijvende onmogelijkheid kan meteen worden ontbonden.

Bij de vraag of de tenzij-clausule opgaat, weegt de rechter alle omstandigheden mee: de aard van de overeenkomst, de ernst van de tekortkoming, de gevolgen van de ontbinding voor de wederpartij en de vraag of herstel nog mogelijk is (HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810).

Ontbinden kan buitengerechtelijk met een schriftelijke verklaring, of door een vordering bij de rechter. Beide wegen staan naast elkaar (artikel 6:267 BW).

De ontbinding werkt niet terug in de tijd. Zij bevrijdt partijen van de nog niet nagekomen verplichtingen en verplicht hen tot ongedaanmaking van wat al is gepresteerd (artikel 6:271 BW). Kan een prestatie niet ongedaan worden gemaakt, bijvoorbeeld bij verrichte werkzaamheden, dan komt een vergoeding van de waarde daarvoor in de plaats.

Ontbinding en schadevergoeding sluiten elkaar niet uit; naast de ongedaanmaking kunt u aanvullende schadevergoeding vorderen (artikel 6:277 BW). Nakoming en ontbinding zijn wel alternatieven voor dezelfde tekortkoming: u kunt ze niet allebei definitief vorderen. Procesrechtelijk mag u ze wel na elkaar stellen, bijvoorbeeld nakoming primair en ontbinding met schadevergoeding subsidiair.

Schadevergoeding

Iedere tekortkoming verplicht de schuldenaar de daardoor geleden schade te vergoeden, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend (artikel 6:74 BW). Bij overmacht is dat laatste het geval (artikel 6:75 BW).

Voor vergoeding komen in aanmerking het geleden verlies en de gederfde winst, voor zover de schade in zodanig verband staat met de tekortkoming dat zij redelijkerwijs kan worden toegerekend. Ook de redelijke kosten om de schade te beperken en om schade en aansprakelijkheid vast te stellen komen voor vergoeding in aanmerking, evenals de redelijke kosten van buitengerechtelijke incasso (artikel 6:96 BW).

Bij een geldvordering is wettelijke rente verschuldigd vanaf het moment van verzuim; in handelsrelaties geldt daarvoor een hoger percentage dan tussen particulieren.

Staat er een boetebeding in het contract, dan treedt de boete in beginsel in de plaats van de schadevergoeding waarop dat beding ziet. De rechter kan de boete matigen indien de billijkheid dat klaarblijkelijk eist, maar die drempel is hoog en matiging blijft een uitzondering (artikel 6:94 BW).

Een exoneratiebeding kan de aansprakelijkheid beperken of uitsluiten. Tussen ondernemingen kan aan zo’n beding betekenis toekomen, maar een beroep erop houdt niet altijd stand. De rechter weegt onder meer de inhoud van het beding, de aard van de schade, de verhouding tussen partijen en de ernst van het verwijt. Meer daarover staat in ons artikel over algemene voorwaarden.

De termijnen die u in de gaten moet houden

Twee soorten termijnen lopen naast elkaar en worden vaak door elkaar gehaald.

De klachtplicht is de eerste. Ontdekt u een gebrek in de prestatie, dan moet u daarover binnen bekwame tijd bij de wederpartij protesteren (artikel 6:89 BW). Doet u dat te laat, dan vervalt uw recht om zich op het gebrek te beroepen, ook wanneer de vordering nog lang niet verjaard is.

Bekwame tijd is geen vaste kalendertermijn. Wat redelijk is, hangt af van de aard van de prestatie, de deskundigheid van partijen, de wijze waarop het gebrek kon worden ontdekt en het nadeel dat de wederpartij door het late protest lijdt. Bij consumentenkoop geldt een eigen regeling, waarbij een melding binnen twee maanden na ontdekking in ieder geval tijdig is (artikel 7:23 BW).

De verjaring is de tweede en staat los van de klachtplicht. Een vordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst verjaart door verloop van vijf jaar na de dag waarop zij opeisbaar werd (artikel 3:307 BW). Voor schadevergoeding geldt vijf jaar nadat u bekend bent geworden met de schade en de aansprakelijke persoon, met twintig jaar als absolute grens (artikel 3:310 BW). Voor ontbinding en de daaruit voortvloeiende ongedaanmaking geldt eveneens vijf jaar, gerekend vanaf bekendheid met de tekortkoming respectievelijk vanaf de ontbinding (artikel 3:311 BW).

Stuiten gaat bij ontbinding anders

Hier zit een valkuil die zelfs in procedures wordt gemist. Voor een vordering tot nakoming volstaat een schriftelijke aanmaning of een mededeling waarin u zich ondubbelzinnig uw recht voorbehoudt (artikel 3:317 lid 1 BW). Daarna begint een nieuwe termijn te lopen.

Voor een vordering tot ontbinding is dat niet genoeg. Die valt onder het tweede lid: vereist is een schriftelijke aanmaning die binnen zes maanden wordt gevolgd door een daad van rechtsvervolging, zoals het uitbrengen van een dagvaarding. De Hoge Raad heeft dat uitdrukkelijk bevestigd: de verjaring van een rechtsvordering tot ontbinding kan niet worden gestuit door alleen een schriftelijke mededeling met een ondubbelzinnig voorbehoud (HR 14 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1685).

Uitwijken naar buitengerechtelijke ontbinding helpt dan niet meer. Op het moment waarop de rechtsvordering tot ontbinding verjaart, vervalt ook de bevoegdheid om buiten rechte te ontbinden (artikel 6:268 BW).

Samenhangende vorderingen wegens dezelfde tekortkoming, zoals rente, verjaren behoudens stuiting niet later dan de hoofdvordering (artikel 3:312 BW).

Stappenplan

  1. Leg vast wat precies is afgesproken: de overeenkomst, de offerte, de opdrachtbevestiging, de correspondentie en de toepasselijke algemene voorwaarden.
  2. Bepaal waar de prestatie tekortschiet en onderbouw dat met stukken: foto’s, metingen, een rapport, een verklaring.
  3. Klaag binnen bekwame tijd schriftelijk over het gebrek, ook als u nog niet weet wat u wilt vorderen. Dit is de stap die het vaakst wordt overgeslagen.
  4. Ga na of er een fatale termijn is afgesproken of dat een van de andere gevallen van verzuim van rechtswege zich voordoet.
  5. Is dat niet zo, stuur dan een ingebrekestelling met een concrete, redelijke termijn en een duidelijke omschrijving van wat er moet gebeuren.
  6. Overweegt u op te schorten, meld dat schriftelijk, met de reden en met de omvang van de opschorting.
  7. Verstrijkt de termijn zonder resultaat, kies dan tussen nakoming, ontbinding en omzetting in vervangende schadevergoeding. Ontbindt u, doe dat bij schriftelijke verklaring en benoem daarin de tekortkoming. Kiest u voor omzetting, stuur dan een schriftelijke omzettingsverklaring.
  8. Breng de schade in kaart en beperk die waar het redelijkerwijs kan; die beperkingskosten komen zelf ook voor vergoeding in aanmerking.
  9. Loopt de zaak langer, stuit dan tijdig de verjaring. Wilt u de ontbinding openhouden, dan is een enkele brief niet genoeg en moet binnen zes maanden een daad van rechtsvervolging volgen.

Veelgemaakte fouten in de praktijk

Meteen ontbinden zonder ingebrekestelling, terwijl er geen fatale termijn was afgesproken en nakoming nog mogelijk is.

Wachten met klagen tot duidelijk is wat de schade bedraagt, waardoor de klachtplicht in het geding komt.

Een ingebrekestelling sturen zonder termijn, of met een termijn die voor deze prestatie te kort is.

Denken dat een aansprakelijkstelling of een reeks klachten hetzelfde doet als een ingebrekestelling.

De hele factuur onbetaald laten bij een gebrek dat een klein deel van het werk raakt.

Mondeling opschorten, zodat achteraf onduidelijk is of er is opgeschort of simpelweg niet betaald.

De verjaring van een ontbindingsvordering stuiten met alleen een brief, en pas na jaren dagvaarden.

De algemene voorwaarden van de wederpartij niet lezen, terwijl daarin een vervaltermijn, een exoneratie of een beperking van de klachttermijn kan staan.

Veelgestelde vragen

Moet ik altijd eerst een ingebrekestelling sturen?

In beginsel wel, tenzij een fatale termijn is verstreken, de wederpartij heeft laten weten niet na te zullen komen, of nakoming blijvend onmogelijk is. Een klacht of een algemene aansprakelijkstelling is op zichzelf meestal niet genoeg om verzuim te laten intreden. De redelijkheid en billijkheid kunnen onder bijzondere omstandigheden uitkomst bieden, maar daar moet u niet op rekenen.

Kan ik de overeenkomst ontbinden bij een klein gebrek?

Iedere tekortkoming geeft in beginsel recht op ontbinding, tenzij die door haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding niet rechtvaardigt. Is nakoming nog mogelijk, dan is bovendien vereist dat de wederpartij in verzuim is; alleen bij blijvende onmogelijkheid kunt u meteen ontbinden.

Mag ik de betaling stopzetten tot het probleem is opgelost?

Opschorten mag, mits uw verplichting tegenover die van de wederpartij staat en de opschorting in verhouding staat tot de tekortkoming. Meld schriftelijk dat en waarom u opschort. Zet u meer stop dan gerechtvaardigd is, dan schiet u zelf tekort. Bij gegronde vrees kunt u onder omstandigheden al opschorten voordat de wederpartij tekortschiet.

Kan ik na ontbinding nog schadevergoeding vorderen?

Ja. Naast de ongedaanmaking kunt u aanvullende schadevergoeding vorderen. Nakoming en ontbinding zijn wel alternatieven: u kunt ze procesrechtelijk na elkaar stellen, maar niet allebei definitief toegewezen krijgen.

Hoe lang heb ik de tijd om te procederen?

Voor nakoming geldt in beginsel vijf jaar vanaf opeisbaarheid, voor schadevergoeding vijf jaar vanaf bekendheid met schade en aansprakelijke met twintig jaar als grens, en voor ontbinding eveneens vijf jaar. Let op dat u de ontbindingsvordering niet met alleen een brief kunt stuiten. En let daarnaast op de klachtplicht, die veel korter is en losstaat van de verjaring.

Onze dienstverlening

Wij beoordelen of er sprake is van een tekortkoming, stellen de ingebrekestelling, de omzettingsverklaring en de ontbindingsverklaring op en berekenen de schade. Ook voeren wij verweer wanneer u zelf wordt aangesproken, bijvoorbeeld met een beroep op de klachtplicht, op overmacht of op een exoneratiebeding. Onze advocaten in Eindhoven en Amsterdam kijken daarbij ook naar de algemene voorwaarden en de contractdocumentatie als geheel. Neem gerust contact met ons op.

Deze informatie geeft algemene voorlichting over geldend recht en is geen advies over een individuele situatie. Welk middel in uw geval het meest geschikt is, hangt af van de overeenkomst, van de aard van de tekortkoming en van de vraag of er tijdig is geklaagd en in gebreke gesteld. De tekst is inhoudelijk gecontroleerd op 17 augustus 2026 aan de hand van Boek 3, Boek 6 en Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de hierna genoemde rechtspraak.

Geraadpleegde bronnen

Wetgeving: artikel 3:296, 3:307, 3:310, 3:311, 3:312, 3:316 en 3:317 BW; artikel 6:52, 6:74, 6:75, 6:81 tot en met 6:83, 6:85, 6:87, 6:89, 6:94, 6:96, 6:262, 6:263, 6:265, 6:267, 6:268, 6:271 en 6:277 BW; artikel 7:23 BW.

Rechtspraak:

  • HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810
  • HR 11 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1581 (Fraanje/Alukon)
  • HR 24 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:315
  • HR 5 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1028
  • HR 14 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1685
  • HR 17 juli 2026, ECLI:NL:HR:2026:1295

Juridische hulp nodig?

Neem contact op met Law & More voor deskundig advies over uw juridische zaken. Ons meertalige team staat klaar om u te helpen.