Gepubliceerd op 6 september 2026 · Laatst bijgewerkt op 8 oktober 2026
Per 1 januari 2026 toetst de cao voor uitzendkrachten de beloning van uitzendkrachten niet meer per element, maar op gelijkwaardigheid van het totale arbeidsvoorwaardenpakket; per 31 december 2026 staat die norm ook in de wet. De belangrijkste uitzonderingen: pensioen valt erbuiten, en voor payrollwerknemers geldt een strengere norm van precies dezelfde arbeidsvoorwaarden.
De inlenersbeloning is de regel dat een uitzendkracht wordt beloond volgens de arbeidsvoorwaarden van de inlener, niet volgens die van het uitzendbureau. Zij volgt uit artikel 8 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) en werd jarenlang uitgewerkt in de cao voor uitzendkrachten als een lijst van tien beloningselementen. Per 1 januari 2026 vervangt de cao die opzet door gelijkwaardige beloning: geen vergelijking meer per element, maar een toets van het totale arbeidsvoorwaardenpakket. Per 31 december 2026 komt diezelfde norm ook in de wet zelf te staan, via de Wet meer zekerheid flexwerkers. Hieronder leest u wat er verandert, wie het risico draagt als de beloning niet klopt en wat u als inlener moet regelen.
Inhoudsopgave
Wat houdt de inlenersbeloning in?
Het uitgangspunt van artikel 8 Waadi is eenvoudig: wie via een uitzendbureau wordt ingeleend, heeft recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werknemers die bij de inlener in een gelijke of gelijkwaardige functie werken. De uitzendkracht blijft in dienst bij de uitzendonderneming, maar de beloning volgt de cao of arbeidsvoorwaardenregeling die bij u als inlener geldt. Heeft u geen cao, dan gelden de arbeidsvoorwaarden die u feitelijk op uw eigen personeel toepast.
Dit is geen gunst maar dwingend recht. Het doel is concurrentie op arbeidsvoorwaarden te voorkomen: u mag geen goedkoper personeel inhuren door de uitzendkracht buiten uw eigen beloningsstructuur te houden. De regel geldt vanaf de eerste werkdag, ongeacht de fase waarin de uitzendkracht zit.
Welke elementen telden mee?
De cao voor uitzendkrachten werkte de inlenersbeloning uit in tien elementen. Zij vormen nog altijd een praktisch ijkpunt bij de vraag of een beloning klopt:
- het geldende periodeloon in de schaal;
- atv- en adv-dagen;
- toeslagen voor overwerk, verschoven uren, onregelmatigheid, ploegendienst en fysiek belastend werk;
- initiële loonsverhogingen;
- alle kostenvergoedingen, waaronder de reiskostenvergoeding;
- periodieken;
- vergoeding van reisuren en reistijd;
- eenmalige uitkeringen;
- thuiswerkvergoedingen;
- vaste eindejaarsuitkeringen.
Buiten de lijst vielen onder meer pensioen en bonussen die niet als vaste uitkering zijn afgesproken. De uitzendkracht bouwt pensioen op via de eigen pensioenregeling van de uitzendbranche, niet via die van de inlener.
Wat verandert er per 2026?
De vergelijking per element maakt plaats voor een toets van het totale pakket, eerst in de cao en per 31 december 2026 ook in de wet. Werken met tien losse elementen bleek foutgevoelig, vooral bij inleners met een complexe cao of met arbeidsvoorwaarden die per functiegroep verschillen. Per 1 januari 2026 stapt de cao voor uitzendkrachten daarom over op gelijkwaardige beloning. De vergelijking verschuift van de afzonderlijke elementen naar het totaalpakket: de arbeidsvoorwaarden van de uitzendkracht hoeven niet meer een-op-een gelijk te zijn, mits het geheel ten minste gelijkwaardig is aan dat van de vaste collega in een vergelijkbare functie.
Per 31 december 2026 wordt die norm ook wettelijk verankerd. De Wet meer zekerheid flexwerkers wijzigt artikel 8 Waadi zo dat de uitzendkracht recht krijgt op gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden, waarbij bij cao alleen mag worden afgeweken als het totale pakket aan essentiële arbeidsvoorwaarden gelijkwaardig blijft. Dezelfde wet verkort ook het fasensysteem en scherpt de ketenregeling aan, maar dat deel treedt op zijn vroegst per 1 januari 2028 in werking; wij werken dat uit in ons artikel over het arbeidscontract voor bepaalde tijd.
De praktische winst van deze verschuiving is ruimte voor maatwerk. Het risico zit in de keerzijde: waar vroeger een checklist volstond, moet u nu onderbouwen dát het pakket gelijkwaardig is. Leg die onderbouwing schriftelijk vast, per functie: dat is het bewijsmateriaal in een latere discussie.
Voor wie geldt de regel?
De norm geldt voor uitzendkrachten die onder de cao voor uitzendkrachten van de ABU of de NBBU vallen, en op grond van de Waadi voor iedere terbeschikkingstelling van arbeidskrachten. Voor payrollwerknemers gaat de wet verder: zij hebben op grond van het Burgerlijk Wetboek recht op precies dezelfde arbeidsvoorwaarden als uw eigen personeel, inclusief een adequate pensioenregeling. Bij detachering hangt het af van de toepasselijke cao.
Uitzonderingen zijn er nauwelijks. Er geldt geen drempelperiode en geen minimumomvang; ook de uitzendkracht die één dag werkt, valt eronder. Bij werknemers met een arbeidsbeperking die onder de banenafspraak of de Participatiewet vallen, kan de beloning wel afwijken.
Wie draagt het risico als de beloning niet klopt?
Formeel is de uitzendonderneming de werkgever en dus degene die het juiste loon moet betalen. Praktisch kan zij dat alleen als u haar de juiste gegevens verstrekt: de toepasselijke cao, de functie-indeling, de schaal en trede, de toeslagen en de kostenvergoedingen. Die informatie legt u doorgaans vast in een inlenersverklaring, waarin u bevestigt welke arbeidsvoorwaarden bij u gelden.
Blijkt achteraf dat de uitzendkracht te weinig heeft ontvangen, dan kan hij zijn vordering instellen bij de kantonrechter tegen zijn werkgever, de uitzendonderneming. Nabetaling gebeurt met terugwerkende kracht; een loonvordering verjaart pas na vijf jaar, en over een groep uitzendkrachten loopt dat snel op. De uitzendonderneming verhaalt die schade vervolgens op u wanneer de onjuiste beloning is terug te voeren op verkeerde of onvolledige informatie van uw kant. Leg die verhouding daarom expliciet vast in de inleenovereenkomst: een informatieplicht met een actualiseringsverplichting bij cao-wijzigingen, en een vrijwaring voor nabetalingen die uit een foutieve opgave voortvloeien.
Let op het onderscheid met de inleners- en ketenaansprakelijkheid. Die gaat niet over de hoogte van de beloning, maar over de vraag wie opdraait voor niet-afgedragen loonheffingen of niet-uitbetaald loon verderop in de keten; daarover leest u meer in ons artikel over inleners- en ketenaansprakelijkheid bij detachering.
Wie houdt toezicht op de naleving?
De Nederlandse Arbeidsinspectie houdt toezicht op de naleving van de Waadi en kan onderzoek doen naar de gelijke behandeling van ingeleende arbeidskrachten. Daarnaast kunnen vakbonden en de cao-partijen naleving afdwingen, en controleert de branche zelf via de keurmerken van SNA en SNCU. Voor u als inlener komt daar per 1 januari 2027 het toelatingsstelsel bij dat de Wtta invoert: u mag dan alleen nog samenwerken met toegelaten uitleners, op straffe van een bestuurlijke boete.
Waar let u als inlener op?
Breng eerst in kaart welke arbeidsvoorwaardenregeling bij u geldt en hoe uw functies zijn ingedeeld; zonder heldere functie-indeling is elke vergelijking arbitrair. Leg vervolgens per ingeleende kracht vast welke schaal, trede, toeslagen en vergoedingen van toepassing zijn, en actualiseer dat bij elke cao-wijziging of loonsverhoging. Controleer periodiek een steekproef van de facturen en loonstroken van het uitzendbureau tegen die opgave. En herzie uw inleenovereenkomst nu de norm verschuift naar het totaalpakket: de oude verwijzing naar de tien elementen dekt de nieuwe toets niet meer.
Hoe bepaalt u de juiste functieschaal en trede?
De meeste geschillen over de beloning van uitzendkrachten gaan niet over de vraag of de regel geldt, maar over de inschaling. De uitzendkracht wordt ingedeeld in de functiegroep die hoort bij het werk dat hij feitelijk bij u verricht, niet bij de functienaam op de opdrachtbevestiging. Wijkt het werk in de praktijk af van de omschrijving, dan is die praktijk leidend. Relevante werkervaring telt mee voor de trede binnen de schaal; een uitzendkracht die hetzelfde werk al jaren doet, start dus niet automatisch onderaan. Ontbreekt bij u een uitgewerkt functiehuis, dan sluit u aan bij de arbeidsvoorwaarden die feitelijk voor vergelijkbare vaste collega’s gelden.
Leg de inschaling schriftelijk vast: de functiegroep, de trede, de peildatum en de toeslagen die bij die functie horen, zoals de ploegendienst- of onregelmatigheidstoeslag. Vergeet de periodieke verhoging niet: die loopt door zolang de uitzendkracht bij u werkt, en een gemiste periodiek werkt door in alle latere loonbetalingen.
Wat valt er niet onder?
Niet elke arbeidsvoorwaarde van de inlener gaat mee. Pensioen valt erbuiten: de uitzendkracht bouwt op in de pensioenregeling van de uitzendbranche. Resultaatafhankelijke bonussen die geen vaste uitkering zijn, winstdeling en aandelenregelingen tellen evenmin mee, net zomin als verlofregelingen boven het cao-minimum die aan eigen dienstjaren bij u zijn gekoppeld. Werktijden, roosters en arbeidsomstandigheden vallen buiten de beloning, maar volgen in de praktijk vanzelf uw eigen organisatie.
Met de overstap naar een toets op het totaalpakket wordt die grens minder scherp. Waar een element wegvalt, moet daar iets tegenover staan; anders is het pakket niet gelijkwaardig. Een schriftelijke onderbouwing per functie is daarom geen formaliteit, maar het bewijs waarop u later terugvalt.
Welke fouten komen in de praktijk het vaakst voor?
Vergeten loonsverhogingen, reiskostenvergoedingen, eindejaarsuitkeringen en toeslagen. De eerste is de vergeten initiële loonsverhoging. Verhoogt uw eigen cao de lonen per een bepaalde datum, dan geldt die verhoging ook voor de ingeleende kracht, en met terugwerkende kracht wanneer de cao dat zo bepaalt. De tweede is de reiskostenvergoeding: die hoort bij de kostenvergoedingen en wordt bij een wisselende inzet regelmatig over het hoofd gezien. De derde is de vaste eindejaarsuitkering, die ook toekomt aan een uitzendkracht die maar een deel van het jaar heeft gewerkt, naar rato van de gewerkte uren. De vierde is de toeslagenstructuur bij ploegendienst en overwerk, die per cao sterk verschilt en zelden een-op-een aansluit op de standaardinstellingen van een salarisadministratie.
Elk van deze vier fouten leidt zelden tot een groot bedrag per persoon, maar wel tot een structurele fout over een hele groep en een lange periode. Dat maakt de optelsom bij een correctie achteraf fors.
Waar let u als uitzendkracht op?
- Vraag bij de start in welke functiegroep, schaal en trede u bent ingedeeld.
- Vergelijk uw loonstrook met wat vaste collega’s in dezelfde functie krijgen, inclusief toeslagen en reiskosten.
- Controleer of loonsverhogingen en periodieken uit de cao van de inlener ook bij u zijn doorgevoerd.
- Vorder te weinig betaald loon tijdig; een loonvordering verjaart na vijf jaar.
Wat kunnen wij voor u doen bij inlenersbeloning?
Bij vragen over de beloning van ingeleend personeel staan onze advocaten arbeidsrecht inleners, uitzendondernemingen en uitzendkrachten bij. Wij doen onder meer het volgende:
- Wij toetsen de beloning van uitzendkrachten aan artikel 8 Waadi en de cao voor uitzendkrachten.
- Wij stellen de inleenovereenkomst op of passen haar aan, met een informatieplicht en een vrijwaring voor nabetalingen.
- Wij beoordelen de inschaling in functiegroep en trede en de onderbouwing van de gelijkwaardigheid per functie.
- Wij voeren de procedure bij de kantonrechter over een nabetalingsvordering, als eiser of als verweerder.
- Wij controleren of uw uitleners vanaf 1 januari 2027 de vereiste toelating onder de Wtta hebben.
Samengevat
- De inlenersbeloning volgt uit artikel 8 Waadi: een uitzendkracht krijgt dezelfde arbeidsvoorwaarden als een vergelijkbare vaste medewerker bij de inlener.
- Per 1 januari 2026 vervangt de cao voor uitzendkrachten de tien losse elementen door een toets op het totale, gelijkwaardige arbeidsvoorwaardenpakket.
- Per 31 december 2026 komt diezelfde norm ook in de Waadi zelf te staan; de aanscherping van fasensysteem en ketenregeling volgt op zijn vroegst per 1 januari 2028.
- De uitzendonderneming betaalt het loon, maar kan een fout vaak verhalen op de inlener bij verkeerde of onvolledige informatie.
- Een loonvordering verjaart pas na vijf jaar: leg de inschaling en de gebruikte arbeidsvoorwaarden daarom schriftelijk en actueel vast.
Veelgestelde vragen
Is de inlenersbeloning afgeschaft?
De term verdwijnt uit de cao voor uitzendkrachten en is per 1 januari 2026 vervangen door gelijkwaardige beloning. Het onderliggende recht blijft: de uitzendkracht wordt beloond naar de maatstaven van de inlener, alleen wordt nu het totale pakket vergeleken in plaats van tien losse elementen.
Telt pensioen mee?
Niet in de klassieke inlenersbeloning; de uitzendkracht bouwt pensioen op in de regeling van de uitzendbranche. Bij payroll ligt dat anders: daar geldt de verplichting van een adequate pensioenregeling.
Wat als u als inlener geen cao heeft?
Dan gelden de arbeidsvoorwaarden die u feitelijk toepast op uw eigen personeel in vergelijkbare functies. Het ontbreken van een cao is dus geen reden om de regel niet toe te passen.
Kan een uitzendkracht met terugwerkende kracht nabetaling vorderen?
Ja. Een loonvordering verjaart na vijf jaar, dus een fout in de indeling of de toeslagen kan over een lange periode worden gecorrigeerd, vermeerderd met wettelijke rente en mogelijk de wettelijke verhoging wegens te late betaling.
Wie moet aantonen dat de beloning gelijkwaardig is?
De uitzendonderneming is als werkgever aanspreekbaar, maar is voor de onderbouwing afhankelijk van uw gegevens als inlener. In de praktijk verliest de partij zonder deugdelijke vastlegging het geschil.
Hebben uitzendkrachten recht op doorbetaalde feestdagen?
Krijgen uw vaste collega’s feestdagen doorbetaald, dan geldt dat ook voor de uitzendkracht die op zo’n dag zou hebben gewerkt. Uw eigen regeling is bepalend, niet die van het uitzendbureau.
Geldt dit ook voor payroll en detachering?
Voor payrollwerknemers geldt een strengere norm: zij krijgen precies dezelfde arbeidsvoorwaarden als uw eigen personeel, inclusief een adequate pensioenregeling. Bij detachering hangt het af van de cao die op de detacheringsonderneming van toepassing is.