Gepubliceerd op 9 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 14 oktober 2026
Gaat u uit elkaar in een samengesteld gezin, dan eindigt de onderhoudsplicht van de stiefouder zodra het stiefkind niet meer tot zijn gezin behoort (artikel 1:395 BW); alimentatie voor stiefkinderen is er na de scheiding dus in de regel niet. De belangrijkste uitzondering: had de stiefouder samen met de ouder het gezag via de rechter gekregen, dan loopt zijn onderhoudsplicht na het einde van het gezag nog door, in beginsel even lang als het gezag duurde (artikel 1:253w BW).
Voor uw eigen kinderen verandert er juridisch weinig: gezag, kinderalimentatie en erfrecht blijven bestaan tussen ouder en kind. Stiefkinderen erven alleen van hun stiefouder als dat in een testament is geregeld.

Inhoudsopgave
Welke rechten en plichten heeft een stiefouder?
Een stiefouder heeft geen gezag en is geen juridische ouder. Is hij getrouwd of geregistreerd partner met de ouder, dan moet hij wel bijdragen in de kosten van minderjarige stiefkinderen die tot het gezin behoren (artikel 1:395 BW).

Die plicht duurt zolang het huwelijk of partnerschap bestaat en het kind deel uitmaakt van het gezin. Na een scheiding stopt hij dus meestal. Voor samenwonende partners geldt deze stiefouderplicht niet.
Gezamenlijk gezag van ouder en stiefouder
Een ouder met eenhoofdig gezag kan samen met een partner aan de rechtbank vragen om gezamenlijk gezag (artikel 1:253t BW). Heeft het kind nog een andere juridische ouder, dan moeten de verzoekers minstens een jaar samen voor het kind hebben gezorgd en moet de ouder minstens drie jaar alleen het gezag hebben gehad.
De partner met gezag is onderhoudsplichtig, ook na de 18e verjaardag tot het kind 21 is. Eindigt het gezag door een rechterlijke beslissing, dan blijft die plicht bestaan voor de duur die het gezag heeft geduurd, met 21 jaar als uiterste grens (artikel 1:253w BW).
Omgang met stiefkinderen na de scheiding
Een stiefouder kan de rechter vragen om een omgangsregeling als hij in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat (artikel 1:377a lid 1 BW). De rechter wijst dat af als omgang in strijd is met het belang van het kind.
Bestaande afspraken met de andere ouder van het kind, zoals een ouderschapsplan of omgangsregeling, blijven gewoon gelden. Een nieuwe scheiding verandert daar niets aan, tenzij de ouders iets anders afspreken of de rechter de regeling wijzigt.
Wat geldt voor gezag en kinderalimentatie van uw eigen kinderen?
Voor kinderen van u beiden houden u en uw ex in de regel gezamenlijk gezag (artikel 1:251 lid 2 BW). Bij een echtscheiding is een ouderschapsplan verplicht (artikel 815 lid 2 Rv), en ongehuwde ouders met gezamenlijk gezag moeten er ook een opstellen (artikel 1:247a BW).
Kinderalimentatie loopt tot het kind 21 jaar is (artikel 1:395a BW). De rechter berekent haar volgens de normen van de Expertgroep Alimentatienormen, op basis van de behoefte van het kind en de draagkracht van beide ouders.
Hoe tellen kinderen uit eerdere relaties mee?
Betaalt u al alimentatie voor kinderen uit een eerdere relatie, dan houdt de rechter daar rekening mee bij uw draagkracht. Kinderalimentatie gaat voor partneralimentatie (artikel 1:400 lid 2 BW).
Het inkomen van een nieuwe partner telt niet als zodanig mee. Het kan uw draagkracht wel beïnvloeden, omdat u de woonlasten met hem of haar deelt.
Hoe wordt het vermogen verdeeld?
Dat hangt af van uw relatievorm en de datum van uw huwelijk. Bent u na 1 januari 2018 getrouwd zonder huwelijkse voorwaarden, dan geldt een beperkte gemeenschap van goederen (artikel 1:94 BW).
In een beperkte gemeenschap blijft wat u vóór het huwelijk had, en wat u tijdens het huwelijk erfde of geschonken kreeg, van u alleen. Bent u vóór 2018 getrouwd, dan geldt meestal de algehele gemeenschap en wordt alles in beginsel bij helfte gedeeld (artikel 1:100 BW). Meer leest u bij uw vermogen bij een scheiding.
Woont u ongehuwd samen, dan bestaat er geen gemeenschap. Wat op uw naam staat blijft van u, tenzij een samenlevingscontract iets anders regelt. Een woning op beider naam is gemeenschappelijk eigendom; de verdeling volgt uit de eigendomsverhouding en eventuele afspraken over financiering.
Hoe zit het met partneralimentatie en pensioen?
Partneralimentatie duurt sinds 2020 maximaal vijf jaar (artikel 1:157 BW). Uitzonderingen gelden onder meer zolang het jongste kind jonger is dan 12 jaar en bij een huwelijk van meer dan 15 jaar als de ontvanger binnen tien jaar de AOW-leeftijd bereikt.
Het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd, wordt volgens de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding in beginsel bij helfte gedeeld. Meld de scheiding binnen twee jaar bij de pensioenuitvoerder, anders moet u de uitbetaling zelf met uw ex regelen. Meer leest u bij pensioenverdeling bij echtscheiding.
Een ex-echtgenoot houdt recht op het bijzonder nabestaandenpensioen dat tot de scheiding is opgebouwd (artikel 57 Pensioenwet). Een nieuwe partner krijgt daardoor bij overlijden mogelijk minder. Of stiefkinderen recht hebben op wezenpensioen, hangt af van het pensioenreglement.
Wat betekent een samengesteld gezin voor het erfrecht?
Stiefkinderen zijn geen wettelijke erfgenamen. Zonder testament erven uw echtgenoot en uw eigen kinderen samen (artikel 4:10 BW), terwijl een stiefkind niets krijgt.

Volgens de wettelijke verdeling krijgt de langstlevende echtgenoot alle goederen, en krijgen de kinderen een geldvordering ter grootte van hun erfdeel (artikel 4:13 BW). Die vordering wordt in beginsel pas opeisbaar als de langstlevende overlijdt of failliet gaat. Voor kinderen uit een eerdere relatie betekent dit dat zij moeten wachten tot de stiefouder overlijdt.
Hertrouwt de langstlevende, dan kunnen de kinderen van de overledene een wilsrecht inroepen en goederen opeisen tot de waarde van hun vordering (artikel 4:19 BW). Een kind dat is onterfd, houdt recht op zijn legitieme portie: de helft van zijn wettelijk erfdeel, als geldvordering (artikelen 4:63 en 4:64 BW).
Welk testament past bij een samengesteld gezin?
Met een testament bij de notaris kunt u stiefkinderen als erfgenaam benoemen of een legaat geven. Om te voorkomen dat uw vermogen via uw partner bij zijn of haar kinderen of een nieuwe partner terechtkomt, zijn twee vormen gebruikelijk.
- Tweetrapstestament: uw partner erft, en wat bij zijn of haar overlijden over is gaat naar uw eigen kinderen (artikel 4:141 BW).
- Vruchtgebruiktestament: uw kinderen erven de goederen, uw partner krijgt het vruchtgebruik en mag bijvoorbeeld in de woning blijven wonen.
Na een scheiding is uw ex-echtgenoot geen wettelijk erfgenaam meer, maar een oud testament waarin u hem of haar benoemde kan nog gelden. Laat uw testament daarom na elke scheiding herzien. Voor de erfbelasting worden stiefkinderen in beginsel gelijkgesteld met eigen kinderen, maar die gelijkstelling vervalt als het huwelijk met hun ouder door scheiding is geëindigd; vraag voor de fiscale gevolgen een fiscalist of notaris.
Adoptie door de stiefouder
Na adoptie is het stiefkind juridisch een eigen kind, met erfrecht en onderhoudsplicht. De stiefouder moet dan onder meer minstens drie jaar met de ouder hebben samengewoond en minstens een jaar samen met die ouder voor het kind hebben gezorgd (artikel 1:227 BW).
Adoptie verbreekt de familierechtelijke band met de andere juridische ouder. De rechter wijst het verzoek daarom niet toe als die ouder bezwaar maakt en het belang van het kind daar niet tegen opweegt (artikel 1:228 BW).
Waar let u als ouder op?
- Zijn de bestaande ouderschapsplannen en omgangsregelingen met uw ex nog uitvoerbaar na de verhuizing?
- Is de kinderalimentatie nog juist berekend nu uw woonlasten veranderen?
- Heeft u uw testament aangepast, zodat uw kinderen niet hoeven te wachten op de dood van een ex-stiefouder?
- Heeft u de scheiding binnen twee jaar gemeld bij de pensioenuitvoerders?
Waar let u als stiefouder op?
- Had u gezamenlijk gezag? Dan loopt uw onderhoudsplicht mogelijk door (artikel 1:253w BW).
- Wilt u het contact houden? Leg omgang vast in afspraken, of vraag die aan de rechter (artikel 1:377a BW).
- Staan stiefkinderen nog in uw testament of als begunstigde van een levensverzekering, en is dat nog uw wens?
- Betaalt u nog mee aan kosten van stiefkinderen? Spreek af wanneer dat stopt.
Wat kunnen wij voor u doen bij scheiden in een samengesteld gezin?
- Uw positie als ouder of stiefouder beoordelen, inclusief gezag, omgang en onderhoudsplicht.
- Het ouderschapsplan en het echtscheidingsconvenant opstellen, als onderdeel van onze begeleiding bij echtscheiding.
- Kinder- en partneralimentatie berekenen en de termijnen voor pensioenmelding bewaken.
- Onderhandelen met uw ex of diens advocaat over vermogen en woning.
- Procederen over gezag, omgang of alimentatie binnen onze dienstverlening familierecht.
Samengevat
- De onderhoudsplicht van een stiefouder eindigt als het stiefkind niet meer tot het gezin behoort (artikel 1:395 BW).
- Uitzondering: bij gezamenlijk gezag van ouder en stiefouder loopt de plicht door (artikel 1:253w BW).
- Gezag, kinderalimentatie en erfrecht tussen ouder en eigen kind blijven ongewijzigd.
- Stiefkinderen erven alleen via een testament of na adoptie.
- Meld de scheiding binnen twee jaar bij de pensioenuitvoerder en herzie uw testament.
Veelgestelde vragen
Moet ik na de scheiding alimentatie betalen voor mijn stiefkind?
In de regel niet: de stiefouderplicht van artikel 1:395 BW eindigt als het kind niet meer tot uw gezin behoort. Alleen als u gezamenlijk gezag had, kan de plicht doorlopen.
Kan ik als stiefouder omgang met mijn stiefkind krijgen?
Ja, als u in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat, kunt u omgang vragen (artikel 1:377a BW). De rechter weegt het belang van het kind.
Blijft het gezag van de ouder ongewijzigd?
Ja. Het ouderlijk gezag over een stiefkind ligt bij de juridische ouder of ouders en verandert niet door de scheiding van de stiefouder, tenzij er gezamenlijk gezag met de stiefouder was.
Erft mijn ex nog van mij na de scheiding?
Niet volgens de wet, want na de echtscheiding bent u geen echtgenoten meer. Een testament waarin u uw ex heeft benoemd, kan nog wel gelden; laat het herzien.
Lees ook: eenhoofdig gezag na scheiding en kinderalimentatie bij co-ouderschap.