Gepubliceerd op 20 juni 2025 · Laatst bijgewerkt op 7 oktober 2026
De hoogte van kinderalimentatie volgt uit twee dingen: wat het kind nodig heeft (de behoefte) en wat elke ouder kan bijdragen (de draagkracht), volgens artikel 1:397 BW. De tabellen van het Rapport alimentatienormen vertalen dat in bedragen, maar de rechter mag daarvan gemotiveerd afwijken, bijvoorbeeld bij zeer hoge inkomens of als er feitelijk geen omgang is.
Hieronder leest u hoe de berekening stap voor stap werkt, welke uitzonderingen de rechtspraak kent en hoe u een bedrag vastlegt zodat u het ook kunt innen.
Inhoudsopgave
Wat zegt de wet over kinderalimentatie?
Ouders moeten naar draagkracht voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Die plicht loopt door tot het kind 21 jaar wordt.
De onderhoudsplicht staat in artikel 1:404 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek:
Ouders zijn verplicht naar draagkracht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen.
De maatstaf voor de hoogte staat in artikel 1:397 BW:
Bij de bepaling van het volgens de wet door bloed- en aanverwanten verschuldigde bedrag voor levensonderhoud wordt enerzijds rekening gehouden met de behoeften van de tot onderhoud gerechtigde en anderzijds met de draagkracht van de tot uitkering verplichte persoon.
Zijn er meer onderhoudsplichtigen, dan telt ook ieders draagkracht en de verhouding tot het kind mee. Voor kinderen van 18 tot 21 jaar geldt een aparte grondslag in artikel 1:395a BW. Daarover leest u verderop meer.
Of de ouders getrouwd waren, maakt voor de onderhoudsplicht niet uit. Ook een vader die het kind heeft erkend en nooit met de moeder heeft samengewoond, moet naar draagkracht bijdragen.
Voor kinderen onder de 21 geldt geen behoeftigheidstoets. De ouder moet bijdragen, ook als het kind in theorie zelf over middelen zou kunnen beschikken. Dat is een belangrijk verschil met partneralimentatie, waar behoeftigheid wel een voorwaarde is.
Hoe berekent u de behoefte van het kind?
De behoefte volgt in beginsel uit het netto besteedbaar gezinsinkomen in de tijd dat de ouders nog samenwoonden, en uit het aantal kinderen. Het uitgangspunt is dat het kind door de scheiding zo weinig mogelijk in welstand achteruitgaat.
Met dat inkomen en het aantal kinderen bepaalt u het bedrag dat de ouders samen aan de kinderen besteedden. Daarvoor gebruikt u de tabel bij het Rapport alimentatienormen van de Expertgroep Alimentatienormen. Die tabel is gebaseerd op onderzoek naar wat gezinnen feitelijk aan hun kinderen uitgeven en wordt periodiek herzien.
De tabel is een richtlijn, geen wet. De rechter mag ervan afwijken als de omstandigheden daartoe aanleiding geven, en moet dat dan motiveren. Zijn er structurele extra kosten die niet in de tabel zitten, zoals kosten door een handicap of bijzonder onderwijs? Dan kan de behoefte hoger uitvallen.
Wat als het gezinsinkomen boven de tabel uitkomt?
Bij zeer hoge inkomens houdt de tabel op. Hoe verder het gezinsinkomen boven het hoogste tabelbedrag uitkomt, hoe meer maatwerk nodig is op basis van de werkelijke kosten. Denk aan een onderbouwd overzicht van wat er feitelijk aan het kind werd besteed. Zo adviseerde de advocaat-generaal bij de Hoge Raad in een conclusie van 8 december 2023 (ECLI:NL:PHR:2023:1120).
Wat als de ouders nooit hebben samengewoond?
Hebben de ouders nooit als gezin samengeleefd, dan is er geen gezamenlijk gezinsinkomen. De behoefte kan dan worden bepaald door afzonderlijk te kijken naar de welstand bij iedere ouder, zo concludeerde de advocaat-generaal op 26 mei 2023 (ECLI:NL:PHR:2023:542).
Hoe berekent u de draagkracht van een ouder?
Draagkracht berekent u over het netto besteedbaar inkomen, niet over het brutoloon. Van dat inkomen gaan eerst de vaste lasten af die de ouder zelf nodig heeft; van wat overblijft is een vast percentage beschikbaar voor de kinderen.
Netto besteedbaar inkomen is het inkomen uit alle bronnen na belastingen, met verrekening van heffingskortingen en toeslagen, waaronder het kindgebonden budget. Het Rapport alimentatienormen werkt met vaste bedragen in plaats van de werkelijke uitgaven. Een vast deel van het inkomen geldt als woonlast, en daarnaast geldt een vast bedrag voor de overige noodzakelijke kosten van bestaan. Deze bedragen en percentages veranderen regelmatig. Reken daarom altijd met de versie van het rapport die geldt op het moment van berekenen.
Het kindgebonden budget, inclusief de alleenstaande-ouderkop, gaat niet af van de behoefte van het kind. Het telt mee bij de draagkracht van de ouder die het ontvangt. Dat besliste de Hoge Raad op 9 oktober 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3011). Oudere berekeningen en verouderde rekentools gaan hier nog steeds de mist in.
Hoe worden de kosten tussen de ouders verdeeld?
Kunnen de ouders samen de behoefte dekken, dan worden de kosten verdeeld naar verhouding van ieders draagkracht. Daarna krijgt de ouder die betaalt in beginsel een zorgkorting voor de dagen dat het kind bij hem of haar is.
Die verdeling heet de draagkrachtvergelijking. Is de gezamenlijke draagkracht lager dan de behoefte, dan draagt ieder bij wat hij kan en blijft er een tekort.
De zorgkorting drukt uit dat de betalende ouder tijdens de zorgdagen zelf al kosten maakt. De hoogte hangt af van het aantal dagen zorg per week volgens de afgesproken of vastgestelde regeling. Is er feitelijk geen omgang, dan is er ook geen grond voor de korting. Het gerechtshof Den Haag paste op 12 maart 2025 geen zorgkorting toe omdat beide kinderen geen contact met de vader hadden (ECLI:NL:GHDHA:2025:745).
Het kan ook andersom. Een ouder bij wie het kind zijn hoofdverblijf heeft, kan moeten bijdragen in de zorgkosten van de andere ouder. Daarvoor is geen bijzondere omstandigheid nodig; de gewone maatstaven van behoefte en draagkracht gelden (Hoge Raad 23 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1924).
Blijft er na de zorgkorting een tekort, dan kan de korting geheel of gedeeltelijk vervallen. Het tekort komt dan niet zonder meer voor rekening van het kind. De rechtbank Den Haag rekende dat op 23 juni 2026 zo voor (ECLI:NL:RBDHA:2026:20671). De behoefte van het kind was geïndexeerd 597 euro per maand. Bij een zorgkortingspercentage van 15 kwam de zorgkorting op 90 euro per maand. De ouders hadden samen een tekort van 49 euro per maand. De helft daarvan ging af van de zorgkorting van de vader, zodat 65 euro per maand overbleef.
Welke uitzonderingen spelen vaak een rol?
De standaardberekening past niet altijd. De meest voorkomende uitzonderingen gaan over kinderen uit meer relaties, een wisselend inkomen, schulden, kinderen tussen 18 en 21 en de ingangsdatum.
Hoe wordt de draagkracht verdeeld bij kinderen uit meer relaties?
Heeft een ouder kinderen uit verschillende relaties en is de draagkracht niet genoeg voor alle verplichtingen? Dan wordt het beschikbare bedrag in beginsel gelijk over die kinderen verdeeld, tenzij bijzondere omstandigheden een andere verdeling rechtvaardigen. Een ongelijke verdeling zonder die omstandigheden en zonder duidelijke motivering houdt geen stand (Hoge Raad 27 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1480).
Ontbreken gegevens over de andere ouder of over de andere kinderen, dan mag de rechter die niet zomaar negeren. Hij moet de behoefte en draagkracht zoveel mogelijk schatten met de gegevens die er wel zijn. Kan de andere ouder in het eigen levensonderhoud voorzien, dan mag de rechter zonder nader onderzoek aannemen dat die ouder ten minste de helft van de behoefte van de kinderen uit die relatie betaalt. Zo besliste de Hoge Raad op 17 april 2026 (ECLI:NL:HR:2026:664).
Welk inkomen telt bij ondernemers en een wisselend inkomen?
Meestal rekent de rechter dan met een gemiddeld inkomen over een periode die past bij de aard van het inkomen en de beschikbare cijfers.
Bij een ouder in loondienst met een vast salaris is het netto besteedbaar inkomen goed vast te stellen. Bij ondernemers, zzp’ers en ouders met een sterk wisselend inkomen ligt dat anders. Vaak wordt dan gerekend met een gemiddelde over meer jaren, maar dat is geen vaste regel. Het tijdvak moet passen bij de aard van het inkomen en de beschikbare cijfers. De rechtbank Den Haag rekende bij een ondernemer bijvoorbeeld met het gemiddelde over drie jaar (ECLI:NL:RBDHA:2025:27788). Jaarrekeningen, aangiften en de winst die in de onderneming blijft, spelen allemaal mee. Over dit onderdeel verschillen ouders vaak van mening.
Tellen schulden mee bij de draagkracht?
Bij de draagkracht telt in beginsel elke schuld van de betalende ouder mee, ook een schuld waarop niet wordt afgelost. Dat is de hoofdregel, geen automatisme. De rechter kan een schuld minder gewicht geven, bijvoorbeeld als die vermijdbaar of verwijtbaar is, en moet dat dan motiveren. Daarbij weegt mee dat de wetgever hoge prioriteit geeft aan de plicht van ouders om in de kosten van hun kind te voorzien (Gerechtshof Amsterdam 21 april 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1117).
Een wettelijke schuldsanering (Wsnp) is iets anders dan gemeentelijke schuldhulpverlening. Bij schuldhulpverlening via de gemeente mag de rechter niet zomaar aannemen dat er geen draagkracht is (Hoge Raad 8 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:340). In een andere alimentatiezaak oordeelde de Hoge Raad dat de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet als last meetelt bij de draagkracht (Hoge Raad 8 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:330).
Telt een nieuwe partner mee?
Samenwonen met een nieuwe partner maakt die partner niet onderhoudsplichtig voor uw kind. Trouwt u of gaat u een geregistreerd partnerschap aan, dan kan dat wel.
Een stiefouder moet tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap bijdragen in de kosten van de minderjarige kinderen van de partner die tot het gezin behoren. Dat staat in artikel 1:395 BW. Volgens de Rijksoverheid moet het kind dan het grootste deel van de tijd bij u wonen. Eindigt het huwelijk of partnerschap, dan stopt deze onderhoudsplicht.
Wat verandert er als het kind 18 wordt?
De onderhoudsplicht loopt door tot 21 jaar, maar de bijdrage gaat vanaf 18 jaar rechtstreeks naar het kind. Eigen inkomsten en studiefinanciering van het kind tellen dan mee.
Tot 18 jaar gaat de bijdrage naar de ouder bij wie het kind woont. Vanaf 18 jaar geldt een voortgezette onderhoudsplicht op grond van artikel 1:395a BW:
Ouders zijn verplicht te voorzien in de kosten van levensonderhoud en studie van hun meerderjarige kinderen die de leeftijd van een en twintig jaren niet hebben bereikt.
Vanaf 18 jaar heeft het kind zelf recht op de bijdrage en gaat de betaling rechtstreeks naar het kind. Het kind kan dan ook zelf een verzoek bij de rechter indienen of in een procedure worden betrokken, in plaats van de ouder die eerder namens het kind optrad. De berekening verandert ook: vanaf die leeftijd kijkt de rechter naar de eigen behoefte van het kind, en tellen eigen inkomsten en studiefinanciering mee.
Vanaf welke datum geldt de kinderalimentatie?
De ingangsdatum is een apart onderdeel van de beslissing en moet uitdrukkelijk worden vastgesteld. Artikel 1:402 BW bepaalt:
De rechter, die het bedrag van een uitkering tot levensonderhoud bepaalt, wijzigt of intrekt, stelt tevens de dag vast, van welke dit bedrag verschuldigd is of ophoudt verschuldigd te zijn.
De rechter heeft daarbij veel vrijheid. Meestal komen drie data in aanmerking: de datum van het verzoek, de datum van de beslissing, of de datum waarop de omstandigheden intraden die voor de bijdrage bepalend zijn. Met terugwerkende kracht is de rechter voorzichtig, vooral als de betalende ouder daardoor een verplichting over een verstreken periode krijgt. De datum waarop het verzoekschrift is ingediend, is niet ongebruikelijk, omdat de andere ouder vanaf dat moment met een betaling rekening kon houden (Gerechtshof Amsterdam 21 april 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1117). Wilt u een eerdere ingangsdatum, benoem en onderbouw dat dan in uw verzoek.
Wanneer kunt u een bestaande afspraak laten wijzigen?
Een bedrag kan worden gewijzigd als de omstandigheden zijn veranderd, als het van begin af aan op onjuiste gegevens berustte, of als een afspraak met grove miskenning van de wettelijke maatstaven is gemaakt. Een niet-wijzigingsbeding kan een verhoging van kinderalimentatie niet tegenhouden.
Artikel 1:401 BW bepaalt:
Een rechterlijke uitspraak of een overeenkomst betreffende levensonderhoud kan bij latere rechterlijke uitspraak worden gewijzigd of ingetrokken, wanneer zij nadien door wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen.
Naast een latere verandering van omstandigheden kent hetzelfde artikel twee andere gronden: een beslissing die van meet af aan op onjuiste of onvolledige gegevens berustte, en een overeenkomst die met grove miskenning van de wettelijke maatstaven is gesloten. Elke grond vraagt een eigen onderbouwing. Houd ze daarom goed uit elkaar. Neem de kosten van de kinderen in het ouderschapsplan op, zodat daar later geen discussie over ontstaat.
Een niet-wijzigingsbeding kan een verhoging wegens een grotere behoefte of draagkracht niet uitsluiten (Hoge Raad 1 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1689). Ouders kunnen dus niet vooraf afspreken dat de kinderalimentatie nooit meer omhoog gaat. Een verlaging kan zo’n beding wel tegenhouden, behalve in uitzonderlijke gevallen. Laat een echtscheidingsadvocaat de alimentatieberekening controleren voordat het bedrag in het verzoekschrift komt.
Is de jaarlijkse indexering een nieuwe berekening?
Nee. De indexering past het bedrag alleen aan de loonontwikkeling aan; behoefte en draagkracht worden niet opnieuw beoordeeld.
Een vastgesteld bedrag wordt elk jaar per 1 januari automatisch aangepast aan de loonontwikkeling, volgens artikel 1:402a BW. Hoe die indexering van alimentatie uitpakt, leest u in een apart artikel. Het is een rekenkundige aanpassing en geen nieuwe beoordeling van behoefte en draagkracht. Wilt u het bedrag zelf laten wijzigen omdat de omstandigheden zijn veranderd, dan loopt dat via een verzoek op grond van artikel 1:401 BW. Die twee sporen staan los van elkaar.
Hoe legt u kinderalimentatie vast zodat u kunt innen?
Om kinderalimentatie te kunnen innen, hebt u een executoriale titel nodig, zoals een beschikking van de rechter. Een mondelinge of onderhandse afspraak is geen titel.
Met een titel kan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) op uw verzoek de inning overnemen. Artikel 1:408 BW bepaalt daarover:
De executoriale titel wordt daartoe door de onderhoudsgerechtigde in handen gesteld van dit Bureau.
Een ouderschapsplan of onderhandse overeenkomst legt de afspraken wel vast, maar is op zichzelf geen executoriale titel. In een echtscheidingsprocedure kan de rechter die afspraken op grond van artikel 819 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in de beschikking opnemen. Dan krijgen ze die titel alsnog. Spreekt u kinderalimentatie alleen mondeling of per e-mail af, dan kunt u naleving niet afdwingen zonder eerst een procedure te voeren.
Het LBIO komt in actie bij een betalingsachterstand en probeert eerst te bemiddelen. Voor u als ontvanger is de inning kosteloos. Lukt bemiddeling niet, dan brengt het LBIO kosten in rekening bij de ouder die moet betalen.
Wat als een ouder of het kind in het buitenland woont?
Woont een ouder of het kind in een andere EU-lidstaat, of moet een beslissing daar worden uitgevoerd, dan kan de Europese Alimentatieverordening (Verordening (EG) nr. 4/2009) van belang zijn. Die regelt welke rechter bevoegd is, welk recht geldt, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen en de samenwerking tussen lidstaten. Zonder grensoverschrijdend element blijft de gewone Nederlandse berekening van behoefte en draagkracht bepalend. De kinderalimentatie bij de scheiding loopt meestal mee als nevenvoorziening.
Kinderalimentatie berekenen in zes stappen
Begin met het verzamelen van de gegevens, want zonder volledige gegevens is geen houdbare berekening te maken. Daarna volgen behoefte, draagkracht, verdeling, vastlegging en controle.
Stap 1: verzamel de gegevens. Over het kind gaat het om de geboortedatum, de datum van samenwonen, uit elkaar gaan of echtscheiding, het netto besteedbaar gezinsinkomen in die periode en het aantal kinderen in het gezin. Over de ouders gaat het om de actuele inkomens van beiden, de toeslagen waaronder het kindgebonden budget, inkomen uit onderneming, vermogen, verhuur of bijbaan, en de schulden met aflossingen en ontstaansgrond. Tel ook mee of er onderhoudsplichten voor andere kinderen zijn. Over de uitvoering gaat het om de feitelijke zorgregeling inclusief vakanties, structurele extra kosten zoals zorg, onderwijs of opvang, de bestaande afspraak met de indexering, de gewenste ingangsdatum en de vraag of er al een executoriale titel is.
Stap 2: stel de behoefte van het kind vast met het gezinsinkomen en het aantal kinderen. Beoordeel of er structurele extra kosten zijn die niet in de tabel zitten.
Stap 3: bereken per ouder het netto besteedbaar inkomen en daarna de draagkracht, met de bedragen en percentages uit de geldende versie van het Rapport alimentatienormen.
Stap 4: vergelijk de draagkracht van beide ouders en verdeel de behoefte naar verhouding. Pas daarna de zorgkorting toe op basis van de feitelijke zorgregeling. Houd rekening met een lagere korting als de ouders samen te weinig draagkracht hebben.
Stap 5: leg de uitkomst vast in een ouderschapsplan, convenant of beschikking. Voor inning is een executoriale titel nodig.
Stap 6: laat de berekening controleren voordat u zich eraan bindt. Een bedrag dat één keer te laag of te hoog is vastgesteld, werkt jaren door. Achteraf kunt u het alleen met een wijzigingsprocedure corrigeren.
Welke fouten komen in de praktijk vaak voor?
De meeste fouten ontstaan door te rekenen met het brutoloon of met verouderde normen. Ook de zorgkorting en schulden gaan vaak mis.
Rekenen met het brutoloon. De hele systematiek gaat uit van het netto besteedbaar inkomen. Wie met bruto begint, komt stelselmatig verkeerd uit.
Het kindgebonden budget van de behoefte aftrekken. Dat gebeurde vóór de uitspraak van de Hoge Raad in 2015 en zit nog in oudere rekentools. Het budget hoort bij de draagkracht.
De zorgkorting toepassen zonder dat er zorg is. De korting hoort bij een regeling die ook echt wordt uitgevoerd, niet bij een regeling die alleen op papier staat.
Alleen naar het salaris kijken. Inkomen uit een tweede baan, verhuur, een onderneming of vermogen telt in beginsel ook mee.
Schulden zonder motivering volledig meenemen of juist volledig negeren. De hoofdregel is dat schulden meetellen, ook zonder aflossing. Een afwijking daarvan vraagt om een onderbouwing.
De jaarlijkse indexering niet doorvoeren. Die loopt automatisch, ook als niemand eraan denkt. Na een paar jaar ontstaat zo een achterstand die later alsnog kan worden opgeëist.
De uitkomst van een online rekentool als eindbedrag zien. Zo’n tool rekent met aannames die u zelf invult, en soms met verouderde normen. Het is een indicatie, geen vaststelling.
Afspraken maken zonder executoriale titel. Een mondelinge afspraak of een bedrag dat u onderling hebt bepaald, is niet afdwingbaar.
Wat kunnen wij voor u doen bij kinderalimentatie?
Onze familierechtadvocaten rekenen de kinderalimentatie na en zorgen dat de uitkomst ook juridisch standhoudt. Concreet doen wij het volgende:
- Wij stellen de behoefte van uw kind vast met het netto besteedbaar gezinsinkomen en de tabel uit het Rapport alimentatienormen.
- Wij berekenen de draagkracht van beide ouders, inclusief kindgebonden budget en schulden, en toetsen de zorgkorting aan de zorgregeling die echt wordt uitgevoerd.
- Wij beoordelen bij ondernemers en wisselende inkomens de jaarcijfers en aangiften en kiezen een passende periode om het inkomen vast te stellen.
- Wij stellen het verzoekschrift of verweerschrift op en onderbouwen de gewenste ingangsdatum (artikel 1:402 BW).
- Wij beoordelen of een bestaande regeling kan worden gewijzigd op een van de gronden van artikel 1:401 BW.
- Wij zorgen dat afspraken in een beschikking komen, zodat het LBIO bij een achterstand kan innen (artikel 1:408 BW).
Samengevat
- Kinderalimentatie volgt uit de behoefte van het kind en de draagkracht van elke ouder (artikel 1:397 BW).
- De behoefte hangt af van het netto gezinsinkomen tijdens het samenleven en het aantal kinderen; de draagkracht van het netto besteedbaar inkomen van elke ouder.
- De zorgkorting geldt alleen bij een zorgregeling die ook echt wordt uitgevoerd.
- Een niet-wijzigingsbeding kan een verhoging van kinderalimentatie niet tegenhouden.
- Zonder executoriale titel, zoals een beschikking, kunt u de bijdrage niet laten innen.
Veelgestelde vragen
Kunt u kinderalimentatie zelf berekenen?
U kunt zelf een indicatie maken, en dat is nuttig als voorbereiding. Een juiste berekening vraagt om de actuele versie van het Rapport alimentatienormen, een correcte vaststelling van het netto besteedbaar inkomen en keuzes bij bijzondere posten. Wordt de uitkomst vastgelegd of aan de rechter voorgelegd, laat de berekening dan controleren.
Verandert het bedrag als uw ex-partner meer gaat verdienen?
Niet vanzelf. Een vastgesteld bedrag blijft gelden totdat het in overleg wordt aangepast of door de rechter wordt gewijzigd. Bij een relevante verandering van omstandigheden kunt u wijziging vragen op grond van artikel 1:401 BW. Alleen de jaarlijkse indexering gaat automatisch.
Moet u blijven betalen als u uw kind niet ziet?
In beginsel wel. De onderhoudsplicht en de omgang zijn twee aparte verplichtingen; als de omgang niet doorgaat, blijft de betalingsplicht bestaan. Wel kan het ontbreken van feitelijke zorg gevolgen hebben voor de zorgkorting, en dat werkt in het nadeel van de betalende ouder.
Kan een niet-wijzigingsbeding een toekomstige verhoging tegenhouden?
Nee. Een niet-wijzigingsbeding kan een verhoging van de kinderalimentatie wegens een grotere behoefte of draagkracht niet uitsluiten. Het beding kan wel gevolgen hebben voor een verlaging en voor andere onderdelen van de afspraak.
Wat hebt u nodig om kinderalimentatie te laten innen?
U hebt een executoriale titel nodig, zoals een beschikking van de rechter of een convenant dat in een beschikking is opgenomen. Een onderhandse of mondelinge afspraak is dat niet. Met een titel kunt u het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen inschakelen.
Law & More berekent kinderalimentatie met de actuele normen, beoordeelt of een bestaande uitkomst standhoudt en legt afspraken zo vast dat u er later op kunt terugvallen. Onze familierechtadvocaten werken vanuit Eindhoven en Amsterdam.