Gepubliceerd op 15 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 30 oktober 2026
Bent u zonder huwelijkse voorwaarden getrouwd, dan wordt bij een scheiding de gemeenschap van goederen in gelijke delen verdeeld (art. 1:100 BW). Bij een huwelijk vanaf 1 januari 2018 is dat een beperkte gemeenschap, bij een eerder huwelijk een algehele gemeenschap. Heeft u huwelijkse voorwaarden, dan bepalen die wat u deelt; bij een verrekenbeding moet u vaak toch het overgespaarde inkomen verrekenen.
Hieronder leest u wat onder de gemeenschap valt, wat privé blijft, welke peildatum geldt en hoe rechters omgaan met een onderneming die buiten de gemeenschap valt. Over specifieke bezittingen leest u ook ons artikel over eigendommen bij scheiding.
Inhoudsopgave
Welk huwelijksgoederenregime bepaalt de verdeling?
Dat hangt af van uw trouwdatum en van eventuele huwelijkse voorwaarden. Voor geregistreerde partners gelden dezelfde regels als voor echtgenoten.
| Uw situatie | Regime | Wat wordt gedeeld |
|---|---|---|
| Getrouwd vóór 1 januari 2018, geen voorwaarden | Algehele gemeenschap | Bijna alles, ook bezit van vóór het huwelijk en erfenissen of schenkingen zonder uitsluitingsclausule |
| Getrouwd op of na 1 januari 2018, geen voorwaarden | Beperkte gemeenschap (art. 1:94 BW) | Wat tijdens het huwelijk is opgebouwd, plus wat u vóór het huwelijk al samen bezat |
| Huwelijkse voorwaarden | Volgens de notariële akte | Uitsluiting, met of zonder verrekenbeding, of een tussenvorm |
| Samenwonen zonder huwelijk of partnerschap | Geen gemeenschap | Alleen gezamenlijk eigendom en wat in een samenlevingscontract staat |
De tabel volgt de wettelijke regeling in Boek 1 BW, zoals die geldt per 29 oktober 2026. Meer over de verschillen leest u in ons artikel over samenwonen en trouwen en over de inhoud van huwelijkse voorwaarden.
Wat valt in de beperkte gemeenschap en wat blijft privé?
In de beperkte gemeenschap valt wat u tijdens het huwelijk opbouwt. Privé blijven het vermogen van vóór het huwelijk en erfenissen en schenkingen, ook als u die tijdens het huwelijk ontvangt (art. 1:94 BW).
- Gemeenschappelijk: inkomen en spaargeld uit de huwelijksperiode, zaken die u tijdens het huwelijk koopt en schulden die u tijdens het huwelijk aangaat.
- Gemeenschappelijk: goederen die u vóór het huwelijk al samen bezat, zoals een samen gekochte woning, en de schulden die daarbij horen.
- Privé: goederen en schulden die vóór het huwelijk aan één van u toebehoorden.
- Privé: erfenissen en schenkingen, tenzij de erflater of schenker heeft bepaald dat zij in de gemeenschap vallen.
Wie stelt dat iets privé is, moet dat kunnen aantonen. Lukt dat niet, dan geldt het goed als gemeenschappelijk (art. 1:94 BW). Bewaar daarom bankafschriften, aktes en testamenten waaruit de herkomst van privévermogen blijkt.
Wat als privégeld in de gemeenschap is gestoken?
Dan ontstaat in de regel een vergoedingsrecht. Is privégeld gebruikt om een gemeenschappelijk goed te betalen, zoals een aflossing op de hypotheek, dan krijgt u bij de verdeling een vergoeding. Bij een waardestijging of -daling van het goed kan die vergoeding meebewegen (art. 1:87 en 1:95 BW). Heeft u daarover iets anders afgesproken, dan geldt die afspraak.
Een voorbeeld ter illustratie: u erft 40.000 euro en zet dat op de gezamenlijke rekening, waarna het geld opgaat aan vakanties en dagelijkse uitgaven. Kunt u de erfenis en de besteding aantonen, dan bestaat in beginsel een vergoedingsrecht. Kunt u dat niet, dan wordt het bedrag behandeld als gemeenschappelijk.
Wat gebeurt er met een onderneming buiten de gemeenschap?
Een onderneming die u vóór het huwelijk al had, blijft in de beperkte gemeenschap privé. Werkt u tijdens het huwelijk in die onderneming, dan heeft de gemeenschap volgens art. 1:95a BW recht op een redelijke vergoeding voor uw kennis, vaardigheden en arbeid. Dat geldt voor zover die inzet niet al op een andere manier, bijvoorbeeld als salaris, ten goede is gekomen aan de gemeenschap.
Hoe rechters de redelijke vergoeding beoordelen
De uitkomst hangt sterk af van de cijfers. Twee uitspraken laten de spreiding zien:
- De rechtbank Amsterdam (26 april 2023) oordeelde dat twee derde van de netto waardestijging van de onderneming van € 115.198 aan de gemeenschap toekwam, zoals de man zelf had gesteld. Hij moest de vrouw ruim € 38.000 betalen.
- De rechtbank Zeeland-West-Brabant (20 maart 2026) wees een vergoeding af. De man had zich gemiddeld € 10.000 per maand uitgekeerd; dat inkomen kwam al ten goede aan de gemeenschap, en de reserveringen in de maatschap vond de rechtbank niet ongebruikelijk.
De waardering van een bedrijf vraagt vaak om een deskundige. Zie ons artikel over de waarde van een bedrijf bij echtscheiding.
Welke peildatum geldt bij de verdeling?
De gemeenschap wordt ontbonden op het moment dat het echtscheidingsverzoek bij de rechtbank wordt ingediend (art. 1:99 BW). Wat u na die datum verwerft of aan schulden aangaat, valt niet meer in de gemeenschap. Nieuwe schulden blijven dus voor rekening van degene die ze aangaat.
Voor de waarde van de bezittingen geldt een ander moment. In de regel wordt gewaardeerd naar het tijdstip van de verdeling zelf, tenzij u samen een andere datum afspreekt. Bij beleggingen en een woning kan dat verschil groot zijn; leg de waarderingsdatum daarom vast.
Wat betekent een verrekenbeding in huwelijkse voorwaarden?
Een verrekenbeding verplicht u om inkomen dat aan het einde van een periode of van het huwelijk over is, met elkaar te delen. Het gaat dus om overgespaard inkomen, niet om het terugbetalen van uitgaven.
- Periodiek verrekenbeding: u moet bijvoorbeeld jaarlijks het overgespaarde inkomen verrekenen. Is dat niet gebeurd, dan blijft de verplichting bestaan. Het vermogen op de peildatum wordt dan vermoed uit verrekenbaar inkomen te zijn gevormd, tenzij uit de redelijkheid en billijkheid anders voortvloeit (art. 1:141 lid 3 BW).
- Finaal verrekenbeding: bij de scheiding wordt het vermogen verrekend alsof u in een gemeenschap van goederen was getrouwd, afhankelijk van wat de akte precies bepaalt.
- Peildatum: voor de omvang van het te verrekenen vermogen is dat ook het moment van indiening van het echtscheidingsverzoek, tenzij u schriftelijk iets anders heeft afgesproken (art. 1:142 BW).
Wie het verrekenbeding nooit heeft uitgevoerd, wordt bij een scheiding vaak verrast door een forse verrekenvordering. De partner die stelt dat vermogen niet uit inkomen komt, bijvoorbeeld uit een erfenis, moet dat onderbouwen.
Wat gebeurt er met de woning, het pensioen en de schulden?
Voor deze drie onderdelen gelden aparte regels. Neem ze afzonderlijk op in uw afspraken.
De woning
Een gemeenschappelijke woning kunt u verkopen en de overwaarde of restschuld delen, of één van u neemt de woning over en betaalt de ander uit. Wie de woning overneemt, moet de hypotheek in de regel op eigen naam kunnen krijgen; anders blijft de ander tegenover de bank hoofdelijk aansprakelijk. Lees ook over het recht op verblijf in de woning bij echtscheiding en huis verkopen bij scheiding. Bij een huurwoning zijn echtgenoten medehuurder (art. 7:266 BW) en kan de rechter bepalen wie de huur voortzet.
Het pensioen
Ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd, wordt volgens de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding in beginsel voor de helft verdeeld, ongeacht hoe lang u getrouwd was. U kunt dat in huwelijkse voorwaarden of in het convenant anders regelen, bijvoorbeeld met conversie. Meld de scheiding binnen twee jaar bij het pensioenfonds; dat staat ook op de pagina van de Rijksoverheid over het verdelen van ouderdomspensioen na scheiding. Meld u te laat, dan moet u de uitbetaling zelf met uw ex-partner regelen. Meer leest u bij pensioen bij scheiding.
De verevening loopt zolang het pensioen wordt uitgekeerd, tot het overlijden van een van beide ex-partners. Bij conversie krijgt de ex-partner een eigen, zelfstandig pensioenrecht.
De schulden
Gemeenschapsschulden worden bij de verdeling in gelijke delen gedragen, ook als één van u de schuld is aangegaan. Tegenover schuldeisers kunt u na de verdeling volgens art. 1:102 BW nog aansprakelijk blijven. Een afspraak tussen u beiden bindt de bank of een andere schuldeiser niet zonder diens toestemming.
Hoe legt u de verdeling vast?
Dat doet u in een echtscheidingsconvenant. Daarin staat per bezitting en schuld wie wat krijgt, tegen welke waarde en wanneer de overdracht plaatsvindt. Het convenant is een overeenkomst tussen u beiden; de rechter hoeft het niet goed te keuren.
Een echtscheiding vraagt een verzoekschrift bij de rechtbank, dat een advocaat indient. De rechter kan het convenant op verzoek in de beschikking opnemen, waardoor de afspraken afdwingbaar worden. Na de beschikking moet de echtscheiding binnen zes maanden worden ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand; gebeurt dat niet, dan verliest de beschikking haar kracht (art. 1:163 BW). Voor de overdracht van een woning is daarna nog een notariële akte nodig.
Komt u er samen niet uit, dan kan een mediator helpen; zie ook ons artikel vechtscheiding of vriendschappelijk uit elkaar. Lukt ook dat niet, dan beslist de rechter over de verdeling (art. 3:185 BW).
Fiscale gevolgen: laat die apart doorrekenen
Een scheiding heeft gevolgen voor het fiscaal partnerschap, de hypotheekrenteaftrek, box 3 en toeslagen. Wijzigingen geeft u zelf door aan de Belastingdienst en Dienst Toeslagen. Wij geven geen fiscaal advies; laat de fiscale gevolgen van de verdeling door een fiscalist doorrekenen voordat u het convenant tekent.
Welke stukken verzamelt u voor de verdeling?
- De huwelijksakte, eventuele huwelijkse voorwaarden en de datum van indiening van het verzoek.
- Een lijst van bezittingen en schulden per peildatum, met bankafschriften en polissen.
- Bewijs voor privévermogen: testamenten, schenkingsaktes en afschriften waaruit blijkt waar het geld is gebleven.
- Een taxatie van de woning en, bij een onderneming, de jaarrekeningen over de huwelijksjaren.
- Een bericht van de bank of de hypotheek op één naam kan worden overgezet.
Wat kunnen wij doen bij de verdeling van vermogen?
Als scheidingsadvocaat kunnen wij:
- beoordelen welk huwelijksgoederenregime geldt en welke vermogensbestanddelen privé of gemeenschappelijk zijn;
- vergoedingsrechten, een redelijke vergoeding ex art. 1:95a BW en een verrekenvordering berekenen;
- het echtscheidingsconvenant opstellen, inclusief afspraken over woning, pensioen en schulden;
- het echtscheidingsverzoek indienen en zo nodig over de verdeling procederen.
Ook voor partneralimentatie en andere onderdelen van de scheiding kunt u bij ons terecht.
In het kort
- Zonder huwelijkse voorwaarden deelt u de gemeenschap bij helfte (art. 1:100 BW).
- Getrouwd vanaf 1 januari 2018: voorhuwelijks vermogen, erfenissen en schenkingen blijven privé.
- Een eigen onderneming blijft privé, maar de gemeenschap kan recht hebben op een redelijke vergoeding (art. 1:95a BW).
- Een niet uitgevoerd verrekenbeding leidt vaak tot verrekening van het hele vermogen op de peildatum (art. 1:141 lid 3 BW).