Gepubliceerd op 1 februari 2026 · Laatst bijgewerkt op 29 september 2026
Wat u kunt doen als de andere ouder zich niet aan de omgangsregeling houdt
Houdt de andere ouder zich niet aan een omgangsregeling die de rechter heeft vastgesteld? Dan kunt u de rechter vragen om de regeling af te dwingen, bijvoorbeeld met een dwangsom, of om de regeling aan te passen. Een dwangsom komt er alleen als u daar zelf om vraagt, en de rechter weegt altijd eerst wat het beste is voor uw kind.
Als ouders uit elkaar gaan, staat het welzijn van de kinderen voorop. In de praktijk gaat het toch vaak mis. Een omgangsregeling wordt niet nagekomen, kinderalimentatie blijft uit of de communicatie loopt steeds vast. Het Nederlandse recht biedt voor die situaties duidelijke middelen. Veel ouders weten alleen niet goed welke dat zijn en wanneer zij ze kunnen gebruiken.
In dit artikel leggen wij uit wat u kunt doen als een omgangsregeling niet werkt zoals bedoeld. Wij bespreken handhaving, de bescherming van het kind, de rol van deskundigen en de grenzen van het recht op omgang. Het gaat hier niet om het opstellen van een eerste regeling, maar om de vraag wat u kunt doen als het misgaat.
Inhoudsopgave
Is een omgangsregeling van de rechter bindend?
Ja. Een omgangsregeling die de rechter heeft vastgesteld, is een bindende beslissing en geen advies. Volgens artikel 1:377a BW heeft het kind recht op omgang met de ouder bij wie het niet woont. Die ouder heeft zowel het recht als de plicht tot omgang. Een ouder die de regeling niet nakomt, handelt dus in strijd met de beschikking en met dat recht van het kind.
Dat een ouder de regeling niet volgt, heeft niet altijd dezelfde oorzaak. Soms gebeurt het bewust, soms door ziekte, werk of andere omstandigheden. Voor uw volgende stap maakt dat verschil. De vraag is steeds: wat kunt u als andere ouder doen, en welke middelen geeft de wet u daarvoor?
⚖️ Juridische basis: het kind heeft recht op omgang met beide ouders. De ouder bij wie het kind niet woont, heeft een recht én een plicht tot omgang (artikel 1:377a lid 1 BW). Wie een vastgestelde regeling niet nakomt, kan daarop via de rechter worden aangesproken.
Hoe dwingt u een omgangsregeling af?
Het bekendste middel is de dwangsom. U vraagt de rechter om aan de omgangsregeling een dwangsom te verbinden: een geldbedrag dat de andere ouder verschuldigd wordt als hij of zij de regeling niet nakomt. De grondslag staat in artikel 611a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Bij gezamenlijk gezag kan de rechter daarnaast maatregelen treffen op grond van artikel 1:253a lid 5 BW.
Een dwangsom wordt niet vanzelf opgelegd. De Hoge Raad heeft in 2023 beslist dat de rechter bij een omgangsregeling alleen een dwangsom mag opleggen als een van de ouders daarom heeft gevraagd (ECLI:NL:HR:2023:1459). Dat geldt ook voor maatregelen op grond van artikel 1:253a lid 5 BW. U moet het verzoek dus zelf doen en onderbouwen dat de andere ouder de beschikking niet nakomt. De rechter beoordeelt daarna of een dwangsom in uw situatie passend is.
Een dwangsom is niet altijd de beste oplossing. De Hoge Raad heeft erop gewezen dat dwangmiddelen onder bijzondere omstandigheden zelf schadelijk kunnen zijn voor het kind (ECLI:NL:HR:2014:91). De rechter kijkt daarom ook naar het effect op uw kind. In zeer uitzonderlijke gevallen kan een rechter bepalen dat een beschikking met hulp van de sterke arm wordt uitgevoerd. Dat komt zelden voor, omdat inzet van de politie voor een kind heel ingrijpend is.
⚖️ Juridische basis: dwangsom op verzoek van een partij (artikel 611a Rv; ECLI:NL:HR:2023:1459). Bij gezamenlijk gezag: maatregelen bij geschillen (artikel 1:253a lid 5 BW). De rechter legt een dwangsom niet uit zichzelf op.
Wat doet de rechter als de communicatie vastloopt?
De rechter moet dan actief zoeken naar maatregelen die de omgang weer op gang brengen. Handhaving begint dus niet altijd met een dwangsom. Soms werkt een ouder niet bewust tegen, maar is de communicatie tussen de ouders volledig vastgelopen. De rechter kan in zo’n situatie proberen de spanning te verlagen voordat het conflict verder escaleert.
De Hoge Raad heeft bepaald dat de rechter snel alle passende maatregelen moet nemen als de ouder met gezag geen goede reden heeft om niet mee te werken aan de omgang (ECLI:NL:HR:2014:91). Denk aan mediation, een onderzoek of een voorlopige regeling. Ook kan de rechter afspraken maken over hoe en via welk kanaal de ouders met elkaar communiceren, bijvoorbeeld via een ouderschapsapp die speciaal voor gescheiden ouders is gemaakt.
Het idee achter vaste afspraken over communicatie is eenvoudig. Als berichten gestructureerd verlopen en worden bewaard, is de kans op emotionele escalatie kleiner. En als er later onenigheid is over wat is afgesproken, is er een duidelijk overzicht voor u, de andere ouder en de rechter.
Kan kinderalimentatie worden aangepast als de situatie verandert?
Ja, dat kan als de omstandigheden sinds de vaststelling wezenlijk zijn veranderd. Omgangsproblemen en alimentatie gaan vaak samen, daarom bespreken wij dit hier kort. De vraag is dan: wat gebeurt er als de financiële situatie van een ouder na de scheiding sterk verandert?
De wet maakt het mogelijk om kinderalimentatie te wijzigen als de omstandigheden sindsdien zijn veranderd. Denk aan ontslag, een nieuwe baan met een ander inkomen of een andere verdeling van de zorg. Ook afspraken die ouders eerder samen hebben gemaakt, kunnen dan worden herzien. Het uitgangspunt blijft dat het kind recht heeft op een passende bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding.
Vindt u dat de alimentatie niet meer past bij de huidige situatie? Dan kunt u de rechtbank vragen om de bijdrage te wijzigen. De andere ouder kan daartegen verweer voeren. De rechter beoordeelt dan opnieuw de draagkracht van beide ouders en de behoefte van het kind. Let op: niet betaalde alimentatie is een ander probleem dan een omgangsregeling die niet wordt nagekomen. U mag het een niet inhouden om het ander af te dwingen.
⚖️ Juridische basis: kinderalimentatie kan bij gewijzigde omstandigheden door de rechter worden aangepast, ook als de bijdrage eerder in onderling overleg is vastgelegd.
Wanneer grijpt de kinderrechter in met ondertoezichtstelling of een bijzondere curator?
De kinderrechter grijpt in als het kind door het conflict ernstig wordt bedreigd in zijn ontwikkeling. Sommige situaties gaan verder dan gewone tegenwerking. Als een kind klem zit tussen twee ouders die voortdurend strijd voeren, vaak “hoog conflict” genoemd, kan de rechter zwaardere middelen inzetten om het kind te beschermen.
De belangrijkste maatregel is de ondertoezichtstelling. Een jeugdbeschermer van een gecertificeerde instelling begeleidt dan het gezin en bewaakt de situatie van het kind. De grondslag is artikel 1:255 BW: de ontwikkeling van het kind moet ernstig worden bedreigd. Een ondertoezichtstelling is geen straf voor een van de ouders, maar een beschermingsmaatregel voor het kind. Zij komt aan de orde als vrijwillige hulp niet genoeg helpt.
Een andere mogelijkheid is de benoeming van een bijzondere curator. Dat is een onafhankelijke persoon die het kind vertegenwoordigt als de belangen van het kind en die van de ouders tegenover elkaar staan. De curator staat los van beide ouders. Hij of zij heeft geen belang bij de uitkomst voor vader of moeder, maar alleen bij wat goed is voor het kind. De rechter kan een bijzondere curator uit zichzelf benoemen of op verzoek.
⚖️ Juridische basis: ondertoezichtstelling bij een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind (artikel 1:255 BW). Een bijzondere curator behartigt onafhankelijk de belangen van het kind in een procedure.
Kunt u vragen om een onafhankelijke deskundige?
Dat hangt af van het soort procedure. In een zaak over ondertoezichtstelling, beëindiging van het gezag of de voogdij benoemt de rechter op verzoek van een ouder een deskundige, als dat kan bijdragen aan de beslissing en het belang van het kind zich daar niet tegen verzet (artikel 810a lid 2 Rv). Die deskundige kan bijvoorbeeld een psycholoog zijn die de situatie van het kind of de opvoeding onderzoekt.
Uw positie is in die zaken sterk. De Hoge Raad oordeelde dat de rechter zo’n verzoek niet mag afwijzen alleen omdat hij zich al voldoende voorgelicht acht, of omdat het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van goede kwaliteit is (ECLI:NL:HR:2014:2632). Zijn er feiten en omstandigheden die een onderzoek rechtvaardigen, dan moet het verzoek in beginsel worden toegewezen.
Er is wel een grens. Het verzoek is bedoeld als tegenonderzoek tegenover een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming of de gecertificeerde instelling. Is zo’n rapport er nog niet, dan kan de rechter het verzoek afwijzen (ECLI:NL:HR:2020:961). In een gewone omgangszaak kan de rechter de Raad voor de Kinderbescherming om advies vragen. De rechter moet de adviezen zelf wegen en uitleggen waarom hij een advies wel of niet volgt.
Wanneer mag omgang worden ontzegd?
Alleen de rechter kan omgang ontzeggen, en alleen op de gronden die de wet limitatief opsomt (artikel 1:377a lid 3 BW; ECLI:NL:HR:2014:91). De ouder bij wie het kind woont, mag de omgang dus niet zelf stopzetten. Tot die gronden horen onder meer ernstig nadeel voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, en een situatie waarin omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind. Ook ongeschiktheid van de ouder en ernstige bezwaren van een ouder kind kunnen een rol spelen.
Ontzegging is een uiterste maatregel. De rechter kijkt eerst of een mildere oplossing mogelijk is, zoals begeleide omgang, een aangepaste regeling of een tijdelijke pauze. De beslissing moet ook zorgvuldig worden gemotiveerd. Een vaag gevoel van onrust of alleen het conflict tussen de ouders is niet genoeg om omgang te ontzeggen.
Bent u het niet eens met de beslissing, dan kunt u hoger beroep instellen bij het gerechtshof. Daarna is in sommige gevallen nog cassatie bij de Hoge Raad mogelijk. Een beslissing die onvoldoende is onderbouwd, kunt u in hoger beroep aanvechten. Voor hoger beroep geldt een korte, vaste termijn. Laat die daarom direct na de uitspraak controleren.
⚖️ Juridische basis: ontzegging van omgang alleen op de limitatieve gronden van artikel 1:377a lid 3 BW. De rechter kiest eerst voor een mildere maatregel als dat kan. Tegen de beslissing staan hoger beroep en daarna cassatie open.
Mag het kind zelf zijn mening geven?
Ja. De rechter geeft kinderen die oud genoeg zijn de gelegenheid om hun mening te geven in een procedure over omgang. Dat gebeurt meestal in een gesprek met de rechter of doordat het kind zijn mening op papier zet. Het recht van het kind om gehoord te worden krijgt in conflicten tussen ouders soms te weinig aandacht, terwijl de beslissing vooral over het kind gaat.
De rechter hoeft de wens van het kind niet te volgen. De mening van het kind moet wel serieus worden meegewogen. Wijkt de rechter ervan af, dan moet hij uitleggen waarom. Kan een kind goed uitleggen wat het ervaart en wat het wil, dan kan zijn mening zwaar wegen in de beslissing.
Soms benoemt de rechter een bijzondere curator om de stem van het kind in de procedure te versterken. In bepaalde gevallen kan een kind ook zelf de rechter vragen om naar de omgangsregeling te kijken. Of dat in uw situatie kan, hangt af van de leeftijd van uw kind en het soort procedure.
Wat kunt u als ouder concreet doen?
Begin met vastleggen wat er gebeurt en laat uw positie beoordelen voordat u een procedure start. De regels zijn helder, maar in een conflict voelen ze vaak ver weg. Dit zijn de praktische stappen die u als ouder kunt zetten:
Leg alles vast. Bewaar berichten en e-mails. Noteer elke keer dat de omgangsregeling niet wordt nagekomen: de datum, het tijdstip, wat er was afgesproken en wat er werkelijk gebeurde. Die aantekeningen vormen de basis van een latere procedure.
Communiceer via een vast kanaal. Een ouderschapsapp of één vast e-mailadres houdt de communicatie zakelijk en overzichtelijk. De rechter kan daarover ook afspraken vastleggen. Bewaar alle berichten.
Laat u adviseren voordat u handelt. Twijfelt u of de andere ouder de regeling echt overtreedt? Laat een familierechtadvocaat, bijvoorbeeld van Law & More, uw situatie eerst beoordelen. Een overhaaste stap, zoals zelf alimentatie inhouden of het kind niet meegeven, kan tegen u werken.
Houd het belang van uw kind voorop. De rechter beoordeelt alles vanuit het belang van het kind. Een ouder die laat zien dat het hem om het kind gaat, en niet alleen om eigen frustratie, is in een procedure overtuigender.
Wacht niet te lang. Uitstel maakt conflicten groter en schadelijker voor kinderen. Wordt de omgangsregeling structureel niet nagekomen, zet dan tijdig een volgende stap.
Veelgestelde vragen
Kan ik een dwangsom laten opleggen als de andere ouder de omgangsregeling niet nakomt?
Ja, maar alleen als u daar zelf om vraagt. De rechter legt bij een omgangsregeling geen dwangsom op uit zichzelf (ECLI:NL:HR:2023:1459). U dient een verzoek in en onderbouwt dat de andere ouder de beschikking niet nakomt. De rechter beoordeelt of een dwangsom passend is en weegt daarbij het belang van het kind (artikel 611a Rv).
Kan de rechter bepalen hoe wij met elkaar communiceren?
Ja, de rechter kan afspraken over de manier van communiceren opnemen, bijvoorbeeld via een ouderschapsapp. Dat komt vooral voor als de communicatie tussen de ouders ernstig is verstoord en het belang van het kind dat vraagt. De rechter moet bij een vastgelopen omgang actief zoeken naar passende maatregelen (ECLI:NL:HR:2014:91).
Wat als de kinderalimentatie niet meer klopt omdat mijn situatie is veranderd?
Dan kunt u de rechtbank vragen de alimentatie te wijzigen. Bij een wezenlijke verandering van omstandigheden, zoals ontslag, een ander inkomen of een andere zorgverdeling, kan de bijdrage worden aangepast. De rechter kijkt opnieuw naar de draagkracht van beide ouders en de behoefte van het kind.
Wanneer wordt een ondertoezichtstelling uitgesproken?
Als de ontwikkeling van het kind ernstig wordt bedreigd en vrijwillige hulp niet genoeg is (artikel 1:255 BW). Het is geen straf voor een ouder, maar een beschermingsmaatregel voor het kind. De kinderrechter beslist of een ondertoezichtstelling nodig is.
Kan ik een onafhankelijk deskundigenonderzoek laten uitvoeren?
In een zaak over ondertoezichtstelling of beëindiging van het gezag kunt u de rechter vragen een deskundige te benoemen (artikel 810a lid 2 Rv). De rechter mag dat niet afwijzen alleen omdat hij zich voldoende voorgelicht acht (ECLI:NL:HR:2014:2632). Het verzoek is wel bedoeld als tegenonderzoek tegenover een bestaand rapport van de Raad of de gecertificeerde instelling (ECLI:NL:HR:2020:961).
Mag de andere ouder de omgang zelf stopzetten?
Nee. Alleen de rechter kan omgang ontzeggen, en alleen op de limitatieve gronden van artikel 1:377a lid 3 BW, zoals ernstig nadeel voor de ontwikkeling van het kind. De rechter kiest eerst voor een mildere oplossing als dat kan en moet de beslissing goed motiveren. Tegen de beslissing staat hoger beroep open.
Mag mijn kind zijn mening geven over de omgangsregeling?
Ja. Kinderen die oud genoeg zijn, krijgen van de rechter de gelegenheid hun mening te geven. De rechter moet die mening serieus meewegen, maar hoeft haar niet te volgen. Wijkt de rechter af, dan legt hij uit waarom.
Wat is een bijzondere curator?
Een bijzondere curator is een onafhankelijke persoon die het kind vertegenwoordigt in een procedure waarin de belangen van het kind en die van de ouders tegenover elkaar staan. De curator handelt alleen in het belang van het kind. De rechter kan hem uit zichzelf of op verzoek benoemen.
Wat kan ik doen als de rechter zijn beslissing onvoldoende motiveert?
U kunt hoger beroep instellen bij het gerechtshof en het motiveringsgebrek daar als bezwaar aanvoeren. Motiveert ook het hof onvoldoende, dan kan in bepaalde gevallen cassatie bij de Hoge Raad worden ingesteld. De termijn voor hoger beroep is kort, dus laat die direct na de uitspraak controleren.
Wat als een ouder zonder toestemming met de kinderen verhuist of naar het buitenland vertrekt?
Bij gezamenlijk gezag beslissen ouders samen over een verhuizing die de omgang raakt. Zijn zij het oneens, dan kan de rechter vervangende toestemming geven of weigeren (ECLI:NL:HR:2016:2709). Op grond van artikel 1:253a BW kan de rechter een ouder zelfs opdragen terug te verhuizen (ECLI:NL:HR:2021:1513). Bij een ongeoorloofd vertrek naar het buitenland kan de achterblijvende ouder een verzoek tot teruggeleiding doen op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag. De rechter beslist steeds met het belang van het kind voorop.
Samengevat
Bindend en afdwingbaar. Een omgangsregeling van de rechter is bindend. Wordt zij niet nagekomen, dan kunt u de rechter om een dwangsom vragen (artikel 611a Rv). De rechter legt die alleen op als u daar zelf om vraagt (ECLI:NL:HR:2023:1459).
Eerst milde maatregelen. De rechter moet actief zoeken naar passende maatregelen om de omgang op gang te brengen, zoals mediation, onderzoek of een voorlopige regeling (ECLI:NL:HR:2014:91). Omgang ontzeggen kan alleen op de limitatieve gronden van artikel 1:377a lid 3 BW.
Het kind centraal. Bij een ernstige bedreiging van de ontwikkeling kan de kinderrechter een ondertoezichtstelling uitspreken (artikel 1:255 BW). Het kind krijgt de gelegenheid zijn mening te geven. Leg in de tussentijd alles zorgvuldig vast en wacht niet te lang met een volgende stap.
Juridische bronnen
Artikel 1:377a lid 1 BW — recht en plicht tot omgang
Artikel 1:377a lid 3 BW — limitatieve gronden voor ontzegging van omgang
Artikel 1:253a BW — geschillen bij gezamenlijk gezag
Artikel 1:253a lid 5 BW — maatregelen van de rechter bij geschillen over gezag en omgang
Artikel 1:247 lid 3 BW — plicht om de band met de andere ouder te bevorderen
Artikel 1:255 BW — ondertoezichtstelling
Artikel 611a Rv — dwangsom
Artikel 810a lid 2 Rv — deskundige op verzoek van een ouder in zaken over ondertoezichtstelling en gezag
Artikel 8 EVRM — recht op respect voor het familieleven
Haags Kinderontvoeringsverdrag en Uitvoeringswet internationale kinderontvoering
EU-verordening Brussel II-ter
ECLI:NL:HR:2014:91 — rechter moet passende maatregelen nemen als een ouder zonder goede reden niet meewerkt aan omgang
ECLI:NL:HR:2023:1459 — geen dwangsom bij een omgangsregeling zonder verzoek van een partij
ECLI:NL:HR:2014:2632 — verzoek om deskundige (artikel 810a lid 2 Rv); maatstaf voor afwijzing
ECLI:NL:HR:2020:961 — verzoek om deskundige als tegenonderzoek tegenover een bestaand rapport
ECLI:NL:HR:2016:2709 — vervangende toestemming voor verhuizing met een kind naar het buitenland
ECLI:NL:HR:2021:1513 — bevel tot terugverhuizing; artikel 1:253a BW en artikel 1:247 lid 3 BW
Hoge Raad, 17 januari 2014, 5 september 2014, 29 mei 2020, 25 november 2016, 15 oktober 2021 en 13 oktober 2023 (data van de genoemde uitspraken)
Twijfelt u over uw positie? Leg uw situatie aan ons voor. Wij laten u binnen één werkdag weten wat uw opties zijn.
