Kinderalimentatie bij co-ouderschap: zo werkt de berekening

Twee volwassenen zitten samen aan een tafel met documenten, terwijl een kind op de achtergrond speelt in een lichte woonkamer.

Gepubliceerd op 12 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026

Ook bij co-ouderschap kan kinderalimentatie verschuldigd zijn. Volgens artikel 1:404 BW dragen beide ouders naar draagkracht bij in de kosten van hun minderjarige kinderen. Verdeelt u de zorg gelijk maar verschillen uw inkomens, dan betaalt de ouder met de meeste draagkracht een aanvulling; de zorgkorting maakt die lager, maar laat haar niet vanzelf verdwijnen.

Verdienen u en uw ex-partner ongeveer evenveel en verdeelt u de zorg gelijk, dan komt de berekening vaak op nul uit. Hieronder leest u hoe de rekensom werkt, wat de zorgkorting doet, wat de Hoge Raad over het kindgebonden budget en over de zorgkosten van de andere ouder heeft beslist, en wat u in het ouderschapsplan vastlegt.

Twee ouders met hun kind na een scheiding met co-ouderschap

Wat betekent co-ouderschap juridisch?

Co-ouderschap is geen wettelijke term. Het is de praktijk waarin de kinderen ongeveer even vaak bij beide ouders wonen en beide ouders een gelijkwaardig deel van de zorg dragen.

De wet kent wel het gezamenlijk gezag, dat na een scheiding in beginsel doorloopt (artikel 1:251 BW), en de zorg- en opvoedingsregeling die u in het ouderschapsplan vastlegt. Gezamenlijk gezag betekent dat u samen beslist over school, medische behandeling, de verblijfplaats en een paspoort. Dat staat los van de verdeling van de dagen en blijft ook gelden als een van u veel minder zorgt. Meer daarover leest u in ons artikel over ouderlijk gezag in Nederland.

Voor de toeslagen heeft het begrip wel een eigen betekenis. Dienst Toeslagen merkt u als co-ouder aan als u met uw ex-partner hebt afgesproken de dagelijkse zorg en opvoeding op jaarbasis ongeveer gelijk te verdelen. Het kind moet dan minimaal 156 dagen per kalenderjaar bij elke ouder zijn. Voldoet u daar niet aan, dan gelden de gewone regels voor de ouder bij wie het kind staat ingeschreven.

Waarom betaalt u ook bij co-ouderschap kinderalimentatie?

Omdat de wet niet naar dagen kijkt, maar naar draagkracht. Twee ouders die de zorg precies gelijk verdelen maar sterk uiteenlopende inkomens hebben, dragen daarom niet vanzelf een gelijk deel van de kosten.

De ouder met de grotere draagkracht betaalt het verschil bij, zodat het kind in beide huishoudens op een vergelijkbaar niveau kan leven. Verdienen beide ouders ongeveer evenveel, dan is de uitkomst vaak nul. Dat is geen uitzondering op de regel, maar de uitkomst ervan.

Dat geldt ook in de richting die ouders soms verrast. Volgens de Hoge Raad (23 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1924) kan ook de ouder bij wie het kind zijn hoofdverblijf heeft, verplicht zijn bij te dragen in de zorgkosten van de andere ouder. Daarvoor zijn geen bijzondere omstandigheden nodig: de gewone maatstaven van behoefte en draagkracht (artikelen 1:397 en 1:404 BW) zijn beslissend. Het hof had dat miskend; de Hoge Raad vernietigde de beschikking.

De rekensom volgt het rapport alimentatienormen van de expertgroep alimentatienormen van de Rechtspraak, in de praktijk nog vaak het Tremarapport genoemd. Het rapport kent drie stappen: eerst de behoefte van het kind, dan de draagkracht van beide ouders, en dan de verdeling van de behoefte met een correctie voor de zorgverdeling. Het rapport is geen wet en de rechter mag ervan afwijken, maar in de praktijk is het de maatstaf.

Stap 1: de behoefte van het kind

De behoefte is het bedrag dat het kind per maand kost. Die wordt afgeleid van het netto besteedbaar gezinsinkomen uit de tijd dat het gezin nog samenwoonde, met behulp van tabellen die zijn gebaseerd op onderzoek van het Nibud.

De tabellen houden rekening met het aantal kinderen en hun leeftijd, en worden elk jaar bijgewerkt. Uitgangspunt is dat het kind er financieel niet op achteruitgaat door de scheiding.

Bijzondere kosten die structureel zijn en niet in de tabel zitten, kunnen aan de behoefte worden toegevoegd. Denk aan speciaal onderwijs, zorgkosten door een chronische aandoening of opvang die nodig is omdat beide ouders werken. Incidentele uitgaven regelt u apart.

Het kindgebonden budget hoort bij de draagkracht, niet bij de behoefte

Het kindgebonden budget gaat niet van de behoefte af. Dat besliste de Hoge Raad op 9 oktober 2015 in een prejudiciële beslissing (ECLI:NL:HR:2015:3011). Het budget, inclusief de alleenstaande-ouderkop, telt mee bij de draagkracht van de ouder die het ontvangt, omdat het die ouder inkomensondersteuning biedt. Daardoor is de vraag wie dat budget krijgt niet alleen een kwestie van toeslagen, maar ook van alimentatie. De rekenwijze in detail vindt u in ons artikel over kinderalimentatie berekenen.

Stap 2: de draagkracht van beide ouders

De draagkracht is wat elke ouder na de scheiding kan missen. Vertrekpunt is het netto besteedbaar inkomen, waarvan forfaitaire bedragen voor wonen en de eigen vaste lasten afgaan.

Wat overblijft, is de draagkrachtruimte. Boven een bepaald inkomensniveau rekent het rapport alimentatienormen met 70 procent van die ruimte als beschikbaar voor kinderalimentatie. Bij lagere inkomens gelden lagere bedragen uit een tabel.

De behoefte wordt daarna over beide ouders verdeeld naar verhouding van hun draagkracht. Verdient de ene ouder aanzienlijk meer, dan draagt die ook een groter deel. Is de gezamenlijke draagkracht kleiner dan de behoefte, dan is er een tekort en wordt de behoefte niet volledig gedekt.

Wat de draagkracht verlaagt, is beperkt. Een hoge hypotheek of een dure auto verlaagt de draagkracht niet zomaar, omdat het rapport met vaste bedragen werkt in plaats van met werkelijke lasten. Andere onderhoudsverplichtingen tellen wel mee. Hebt u kinderen uit meerdere relaties, dan wordt de draagkracht over al die kinderen verdeeld. Hoe dat uitpakt, leest u in ons artikel over kinderalimentatie bij samengestelde gezinnen.

Stap 3: de zorgkorting bij co-ouderschap

De zorgkorting houdt rekening met de kosten die de betalende ouder zelf maakt als het kind bij hem of haar is. Bij een gelijke zorgverdeling geldt de hoogste korting van 35 procent.

Gemiddelde zorg van de betalende ouderZorgkorting (percentage van de behoefte)
Minder dan één dag per week5%
Gemiddeld één dag per week15%
Gemiddeld twee dagen per week25%
Gemiddeld drie dagen of meer per week (co-ouderschap)35%
Bron: rapport alimentatienormen van de expertgroep alimentatienormen, stand oktober 2026.

De korting is een percentage van de behoefte van het kind en wordt afgetrokken van het aandeel dat de betalende ouder moet dragen. Daarom is de uitkomst bij co-ouderschap vaak laag of nihil: de betalende ouder verzorgt het kind al de helft van de tijd, en die zorg wordt in geld gewaardeerd.

Er is wel een uitzondering. Is er een tekort, dan wordt de zorgkorting niet volledig toegepast; een deel van het tekort komt ten laste van de korting van de betalende ouder. Daardoor kan de berekening bij lagere inkomens hoger uitvallen dan ouders op grond van de dagenverdeling verwachten.

Een voorbeeld ter illustratie: de behoefte van een kind is € 600 per maand en de betalende ouder moet op grond van zijn draagkracht 60 procent dragen, dus € 360. Bij co-ouderschap gaat daar 35 procent van de behoefte af, € 210. De bijdrage wordt dan € 150 per maand, mits er geen tekort is.

Tot wanneer loopt de onderhoudsplicht?

Tot het kind 21 jaar wordt. Volgens artikel 1:395a BW moeten ouders tot die leeftijd bijdragen in de kosten van levensonderhoud en studie van hun meerderjarige kinderen.

Tot het achttiende jaar betaalt u aan de andere ouder. Vanaf achttien jaar wordt het kind zelf de schuldeiser en betaalt u in beginsel rechtstreeks aan het kind. Die overgang wordt vaak vergeten. Leg daarom in het ouderschapsplan vast wat er op de achttiende verjaardag gebeurt en aan wie er dan wordt betaald.

Bij co-ouderschap verandert ook de grondslag van de zorgkorting als een kind uit huis gaat om te studeren. Woont het kind niet meer afwisselend bij u beiden, dan verandert de rekensom. Een nieuwe afspraak, of zo nodig een verzoek aan de rechter, ligt dan voor de hand.

Kinderbijslag, kindgebonden budget en toeslagen bij co-ouderschap

Deze regelingen staan los van de alimentatie, maar beïnvloeden haar wel. Vooral de keuze wie het kindgebonden budget ontvangt, werkt door in de berekening.

RegelingRegel bij co-ouderschap
Kinderbijslag (SVB)U spreekt samen een verdeling af; zonder afspraak krijgt ieder de helft
Kindgebonden budgetGaat naar de ouder die de kinderbijslag op zijn of haar naam heeft; u kunt samen anders kiezen
HuurtoeslagBeide ouders mogen het kind als medebewoner meetellen, ongeacht het inschrijfadres
KinderopvangtoeslagIeder voor de eigen opvanguren, samen maximaal 230 uur per kind per maand
Stand oktober 2026. Bronnen: Sociale Verzekeringsbank en Dienst Toeslagen.

De keuze voor het kindgebonden budget heeft financiële gevolgen in twee richtingen: een lager inkomen geeft een hoger budget, en het budget telt mee bij de draagkracht van de ouder die het ontvangt. Reken beide varianten door voordat u kiest. Laat de fiscale gevolgen van uw afspraken zo nodig doorrekenen door een fiscalist.

Ouders maken aan tafel financiele afspraken over kinderalimentatie en het ouderschapsplan

Werkt een kinderrekening?

Ja, als u goed met elkaar overlegt, maar een kinderrekening vervangt de vastgelegde kinderalimentatie niet.

Een kinderrekening is een gezamenlijke rekening waarop beide ouders naar verhouding van hun draagkracht storten en waarvan de kosten van het kind worden betaald. Het werkt goed als u redelijk met elkaar overweg kunt en de uitgaven inzichtelijk houdt.

Er zit wel een juridisch risico aan. Een kinderrekening is een afspraak tussen ouders en vervangt de wettelijke onderhoudsplicht niet. Stopt de ene ouder met storten, dan kunt u niet zonder meer beslag laten leggen, tenzij het bedrag ook als kinderalimentatie in de beschikking is opgenomen. Leg daarom altijd vast welk bedrag ieder verschuldigd is en gebruik de kinderrekening als manier om dat uit te voeren.

Spreek ook af welke kosten van de rekening worden betaald. Gebruikelijk is dat eten, dagelijkse verzorging en wonen voor rekening komen van de ouder bij wie het kind op dat moment is, en dat schoolkosten, zorgverzekering, sport en kleding uit de gezamenlijke rekening komen.

Wat legt u vast in het ouderschapsplan?

Het ouderschapsplan is verplicht bij een scheiding met minderjarige kinderen en wordt bij het verzoekschrift gevoegd (artikel 815 Rv). Voor de financiële kant hoort daar ten minste de hoogte en ingangsdatum van de kinderalimentatie in.

Leg daarnaast vast hoe de indexering werkt, wie de kinderbijslag aanvraagt en wie het kindgebonden budget ontvangt, hoe bijzondere kosten worden verdeeld en wat er gebeurt als het kind achttien wordt. Meer over de verplichte inhoud leest u in ons artikel over het ouderschapsplan.

Voeg een afspraak toe om de bedragen regelmatig tegen het licht te houden. Kinderen worden duurder, inkomens veranderen en zorgregelingen schuiven op. Hoe u het plan later wijzigt, leest u in ons artikel over het ouderschapsplan jaren later aanpassen.

Wees ook concreet over de zorgverdeling zelf, want daar hangen de zorgkorting en de 156-dagengrens van Dienst Toeslagen aan. Werkt u met wisselende roosters, leg dan vast hoe u de dagen over het jaar middelt; ons artikel over co-ouderschap met onregelmatige diensten gaat daarop in. Vakanties en feestdagen verdienen een eigen regeling, zoals wij toelichten in ons artikel over co-ouderschap en vakanties.

Wanneer kunt u de kinderalimentatie laten wijzigen?

Artikel 1:401 BW geeft twee gronden: een wijziging van omstandigheden, of een afspraak of beschikking die van meet af aan op onjuiste of onvolledige gegevens berustte. In beide gevallen kan de rechter de bijdrage aanpassen.

Een wijziging van omstandigheden is bijvoorbeeld een ander inkomen, een andere zorgverdeling, een nieuw kind of het verlies van werk. De wijziging moet ertoe leiden dat de bijdrage niet meer voldoet aan de wettelijke maatstaven.

Los daarvan wordt de alimentatie elk jaar per 1 januari van rechtswege geïndexeerd met een percentage dat de minister vaststelt (artikel 1:402a BW). Die indexering geldt ook als niemand erom vraagt. Niet toegepaste indexering kan later worden nagevorderd, binnen de verjaringstermijn van vijf jaar (artikel 3:308 BW). Het percentage van dit jaar en een rekenvoorbeeld vindt u in ons artikel over de indexering van de alimentatie.

Begin bij een wijziging met overleg, eventueel via een mediator. Komt u er niet uit, dan dient uw advocaat een verzoekschrift in bij de rechtbank. Onderbouw dat met cijfers: jaaropgaven, loonstroken en de nieuwe zorgverdeling. Rechters zijn terughoudend met verlaging met terugwerkende kracht, omdat het geld doorgaans al aan het kind is besteed. Een conflict over geld loopt snel uit op een bredere strijd; lees ook ons artikel over vechtscheiding of vriendschappelijk uit elkaar.

Wat doet u als er niet wordt betaald?

Staat de kinderalimentatie in een rechterlijke beschikking, dan kunt u de deurwaarder inschakelen of de inning overdragen aan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO). Het LBIO int voor u en brengt de kosten in rekening bij de ouder die niet betaalt.

Staat het bedrag alleen in een convenant dat niet in een beschikking is opgenomen, dan hebt u geen executoriale titel en moet u eerst naar de rechter. Laat afspraken over kinderalimentatie daarom altijd in de beschikking opnemen, ook als u het op dat moment volledig eens bent. Welke route in de praktijk werkt, leest u in ons artikel over het niet betalen van alimentatie.

Omgang en alimentatie zijn juridisch losse kwesties. U mag de omgang niet opschorten omdat er niet wordt betaald, en uitblijvende omgang is geen reden om te stoppen met betalen. Wie dat toch doet, verzwakt zijn eigen positie in de procedure die daarop volgt.

Hoe maakt u werkbare afspraken?

Begin met cijfers in plaats van standpunten: het netto besteedbaar inkomen van beide ouders, de behoefte van de kinderen volgens de tabellen en de feitelijke zorgverdeling over een heel jaar. Laat op basis daarvan een berekening maken en bespreek de uitkomst, ook als die u tegenvalt.

Een afspraak die afwijkt van de norm is toegestaan, zolang u weet waarvan u afwijkt en waarom. Leg dat vast in het ouderschapsplan, zodat later bij een wijzigingsverzoek op grond van artikel 1:401 BW duidelijk is wat uw uitgangspunten waren. De onderhoudsplicht van ouders staat in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

Onze rol bij kinderalimentatie en co-ouderschap

  • Wij berekenen de kinderalimentatie volgens het rapport alimentatienormen, inclusief de zorgkorting en het effect van het kindgebonden budget.
  • Wij leggen de financiële afspraken vast in het ouderschapsplan en het convenant, met de indexering (artikel 1:402a BW) en de regeling vanaf het achttiende jaar.
  • Wij zorgen dat de afspraken in de beschikking van de rechter worden opgenomen, zodat u bij niet-betalen een executoriale titel heeft.
  • Wij dienen een wijzigingsverzoek in op grond van artikel 1:401 BW als inkomen of zorgverdeling verandert, of voeren verweer tegen zo’n verzoek.
  • Wij schakelen bij achterstanden het LBIO of een deurwaarder in en rekenen gemiste indexering na.

Kinderalimentatie bij co-ouderschap in vijf punten

  • Bepalend is de draagkracht van beide ouders, niet het aantal dagen (artikel 1:404 BW); ook de ouder bij wie het kind zijn hoofdverblijf heeft, kan moeten bijdragen (HR 23 december 2022).
  • Bij een gelijke zorgverdeling geldt een zorgkorting van 35 procent; bij een tekort wordt die niet volledig toegepast.
  • Het kindgebonden budget telt mee bij de draagkracht van de ontvangende ouder, niet bij de behoefte (HR 9 oktober 2015).
  • De onderhoudsplicht loopt tot 21 jaar; vanaf achttien jaar betaalt u in beginsel aan het kind zelf.
  • Laat de afspraken in de beschikking opnemen, zodat u bij niet-betalen het LBIO of een deurwaarder kunt inschakelen.

Veelgestelde vragen

Wat als wij niet aan de 156 dagen van Dienst Toeslagen komen?

Dan bent u voor de toeslagen geen co-ouder en gelden de gewone regels voor de ouder bij wie het kind staat ingeschreven. Voor de kinderalimentatie telt de 156-dagengrens niet: daar bepaalt de feitelijke zorgverdeling welk zorgkortingspercentage geldt.

Kan de ouder bij wie het kind woont moeten betalen aan de andere ouder?

Ja. Heeft de ouder met het hoofdverblijf veel meer draagkracht, dan kan die worden veroordeeld bij te dragen in de zorgkosten van de andere ouder. De Hoge Raad oordeelde op 23 december 2022 dat daarvoor geen bijzondere omstandigheden nodig zijn.

Law & More rekent uw situatie door, stelt het ouderschapsplan en het convenant op en procedeert als een gesprek niet meer volstaat. Meer over onze aanpak leest u bij onze specialist personen- en familierecht.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.