Gepubliceerd op 12 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 7 oktober 2026
Ook bij co-ouderschap kan kinderalimentatie verschuldigd zijn. Volgens artikel 1:404 BW dragen beide ouders naar draagkracht bij in de kosten van hun minderjarige kinderen; verdeelt u de zorg gelijk maar verschillen uw inkomens, dan betaalt de ouder met de meeste draagkracht een aanvulling, die door de zorgkorting lager uitvalt maar niet vanzelf verdwijnt.
Verdienen u en uw ex-partner ongeveer evenveel en verdeelt u de zorg gelijk, dan komt de berekening vaak op nul uit. Hieronder leest u hoe de rekensom werkt, wat de zorgkorting doet en wat u in het ouderschapsplan vastlegt.
Inhoudsopgave
Wat betekent co-ouderschap juridisch?
Co-ouderschap is geen wettelijke term. Het is de praktijk waarin de kinderen ongeveer even vaak bij beide ouders wonen en beide ouders een gelijkwaardig deel van de zorg dragen.
De wet kent wel het gezamenlijk gezag, dat na een scheiding in beginsel doorloopt, en de zorg- en opvoedingsregeling die u in het ouderschapsplan vastlegt. Gezamenlijk gezag betekent dat u samen beslist over school, medische behandeling, de verblijfplaats en een paspoort. Dat staat los van de verdeling van de dagen en blijft ook gelden als een van u veel minder zorgt. Meer daarover leest u in ons artikel over ouderlijk gezag in Nederland.
Voor de toeslagen heeft het begrip wel een eigen betekenis. Dienst Toeslagen merkt u als co-ouder aan als u met uw ex-partner hebt afgesproken de dagelijkse zorg en opvoeding op jaarbasis ongeveer gelijk te verdelen. Voldoet u daar niet aan, dan gelden de gewone regels voor de ouder bij wie het kind staat ingeschreven.
Waarom betaalt u ook bij co-ouderschap kinderalimentatie?
Omdat de wet niet naar dagen kijkt, maar naar draagkracht. Twee ouders die de zorg precies gelijk verdelen maar sterk uiteenlopende inkomens hebben, dragen daarom niet vanzelf een gelijk deel van de kosten.
De ouder met de grotere draagkracht betaalt het verschil bij, zodat het kind in beide huishoudens op een vergelijkbaar niveau kan leven. Verdienen beide ouders ongeveer evenveel, dan is de uitkomst vaak nul. Dat is geen uitzondering op de regel, maar de uitkomst ervan.
De rekensom volgt het rapport alimentatienormen van de expertgroep alimentatienormen van de Rechtspraak, in de praktijk nog vaak het Tremarapport genoemd. Het rapport kent drie stappen: eerst de behoefte van het kind, dan de draagkracht van beide ouders, en dan de verdeling van de behoefte met een correctie voor de zorgverdeling. Het rapport is geen wet en de rechter mag ervan afwijken, maar in de praktijk is het de maatstaf.
Hoe wordt de behoefte van het kind vastgesteld?
De behoefte is het bedrag dat het kind per maand kost. Die wordt afgeleid van het netto besteedbaar gezinsinkomen uit de tijd dat het gezin nog samenwoonde, met behulp van tabellen die zijn gebaseerd op onderzoek van het Nibud.
De tabellen houden rekening met het aantal kinderen en hun leeftijd, en worden elk jaar bijgewerkt. Uitgangspunt is dat het kind er financieel niet op achteruitgaat door de scheiding.
Bijzondere kosten die structureel zijn en niet in de tabel zitten, kunnen aan de behoefte worden toegevoegd. Denk aan speciaal onderwijs, zorgkosten door een chronische aandoening of opvang die nodig is omdat beide ouders werken. Incidentele uitgaven regelt u apart.
Het kindgebonden budget gaat niet van de behoefte af. Volgens het rapport alimentatienormen telt het mee in het gezinsinkomen waarop de behoefte is gebaseerd, en na de scheiding in de draagkracht van de ouder die het ontvangt. Daardoor is de vraag wie dat budget krijgt niet alleen een kwestie van toeslagen, maar ook van alimentatie. De rekenwijze in detail vindt u in ons artikel over kinderalimentatie berekenen.
Hoe wordt de draagkracht van beide ouders berekend?
De draagkracht is wat elke ouder na de scheiding kan missen. Vertrekpunt is het netto besteedbaar inkomen, waarvan een forfaitair bedrag voor de eigen vaste lasten afgaat.
Wat overblijft, is de draagkrachtruimte. Boven een bepaald inkomensniveau rekent het rapport alimentatienormen met 70 procent van die ruimte als beschikbaar voor kinderalimentatie. Bij lagere inkomens gelden lagere bedragen uit een tabel.
De behoefte wordt daarna over beide ouders verdeeld naar verhouding van hun draagkracht. Verdient de ene ouder aanzienlijk meer, dan draagt die ook een groter deel. Is de gezamenlijke draagkracht kleiner dan de behoefte, dan is er een tekort en wordt de behoefte niet volledig gedekt.
Wat de draagkracht verlaagt, is beperkt. Een hoge hypotheek of een dure auto verlaagt de draagkracht niet zomaar, omdat het rapport met vaste bedragen werkt in plaats van met werkelijke lasten. Andere onderhoudsverplichtingen tellen wel mee. Hebt u kinderen uit meerdere relaties, dan wordt de draagkracht over al die kinderen verdeeld. Hoe dat uitpakt, leest u in ons artikel over kinderalimentatie bij samengestelde gezinnen.
Hoe werkt de zorgkorting bij co-ouderschap?
De zorgkorting houdt rekening met de kosten die de betalende ouder zelf maakt als het kind bij hem of haar is. Bij een gelijke zorgverdeling geldt de hoogste korting van 35 procent.
Het rapport alimentatienormen koppelt de korting aan de gemiddelde zorgverdeling: 5 procent bij minder dan een dag per week, 15 procent bij gemiddeld een dag per week, 25 procent bij gemiddeld twee dagen en 35 procent bij gemiddeld drie dagen of meer per week.
De korting is een percentage van de behoefte van het kind en wordt afgetrokken van het aandeel dat de betalende ouder moet dragen. Daarom is de uitkomst bij co-ouderschap vaak laag of nihil: de betalende ouder verzorgt het kind al de helft van de tijd, en die zorg wordt in geld gewaardeerd.
Er is wel een uitzondering. Is er een tekort, dan wordt de zorgkorting niet volledig toegepast; een deel van het tekort komt ten laste van de korting van de betalende ouder. Daardoor kan de berekening bij lagere inkomens hoger uitvallen dan ouders op grond van de dagenverdeling verwachten.
Tot wanneer loopt de onderhoudsplicht?
Tot het kind 21 jaar wordt. Volgens artikel 1:395a BW moeten ouders tot die leeftijd bijdragen in de kosten van levensonderhoud en studie van hun meerderjarige kinderen.
Tot het achttiende jaar betaalt u aan de andere ouder. Vanaf achttien jaar wordt het kind zelf de schuldeiser en betaalt u in beginsel rechtstreeks aan het kind. Die overgang wordt vaak vergeten. Leg daarom in het ouderschapsplan vast wat er op de achttiende verjaardag gebeurt en aan wie er dan wordt betaald.
Bij co-ouderschap verandert ook de grondslag van de zorgkorting als een kind uit huis gaat om te studeren. Woont het kind niet meer afwisselend bij u beiden, dan verandert de rekensom. Een nieuwe afspraak, of zo nodig een verzoek aan de rechter, ligt dan voor de hand.
Hoe werken kinderbijslag, kindgebonden budget en toeslagen?
Deze regelingen staan los van de alimentatie, maar beïnvloeden haar wel. Vooral de keuze wie het kindgebonden budget ontvangt, werkt door in de berekening.
De kinderbijslag wordt uitbetaald door de Sociale Verzekeringsbank. Bij co-ouderschap kunt u de SVB vragen de kinderbijslag tussen u beiden te verdelen. Geef wijzigingen in uw gezinssituatie op tijd door.
Het kindgebonden budget gaat bij co-ouderschap naar één van beide ouders. U kiest dat samen, en die keuze heeft financiële gevolgen: het budget telt mee bij de draagkracht van de ouder die het ontvangt. Het gaat naar de ouder die bij de Sociale Verzekeringsbank als aanvrager van de kinderbijslag staat geregistreerd. Reken beide varianten door voordat u kiest.
Voor de huurtoeslag mogen beide co-ouders het kind meetellen. Voor de kinderopvangtoeslag kan ieder de eigen opvangkosten opgeven als ieder een eigen contract met de opvang heeft; samen geldt een maximum van 230 uur per maand per kind. Laat de fiscale gevolgen van uw afspraken zo nodig doorrekenen door een fiscalist.
Werkt een kinderrekening?
Ja, als u goed met elkaar overlegt, maar een kinderrekening vervangt de vastgelegde kinderalimentatie niet.
Een kinderrekening is een gezamenlijke rekening waarop beide ouders naar verhouding van hun draagkracht storten en waarvan de kosten van het kind worden betaald. Het werkt goed als u redelijk met elkaar overweg kunt en de uitgaven inzichtelijk houdt.
Er zit wel een juridisch risico aan. Een kinderrekening is een afspraak tussen ouders en vervangt de wettelijke onderhoudsplicht niet. Stopt de ene ouder met storten, dan kunt u niet zonder meer beslag laten leggen, tenzij het bedrag ook als kinderalimentatie in de beschikking is opgenomen. Leg daarom altijd vast welk bedrag ieder verschuldigd is en gebruik de kinderrekening als manier om dat uit te voeren.
Spreek ook af welke kosten van de rekening worden betaald. Gebruikelijk is dat eten, dagelijkse verzorging en wonen voor rekening komen van de ouder bij wie het kind op dat moment is, en dat schoolkosten, zorgverzekering, sport en kleding uit de gezamenlijke rekening komen.
Wat legt u vast in het ouderschapsplan?
Het ouderschapsplan is verplicht bij een scheiding met minderjarige kinderen en wordt bij het verzoekschrift gevoegd. Voor de financiële kant hoort daar ten minste de hoogte en ingangsdatum van de kinderalimentatie in.
Leg daarnaast vast hoe de indexering werkt, wie de kinderbijslag aanvraagt en wie het kindgebonden budget ontvangt, hoe bijzondere kosten worden verdeeld en wat er gebeurt als het kind achttien wordt. Meer over de verplichte inhoud leest u in ons artikel over het ouderschapsplan.
Voeg een afspraak toe om de bedragen regelmatig tegen het licht te houden. Kinderen worden duurder, inkomens veranderen en zorgregelingen schuiven op. Hoe u het plan later wijzigt, leest u in ons artikel over het ouderschapsplan jaren later aanpassen.
Wees ook concreet over de zorgverdeling zelf, want daar hangt de zorgkorting aan. Werkt u met wisselende roosters, leg dan vast hoe u de dagen over het jaar middelt; ons artikel over co-ouderschap met onregelmatige diensten gaat daarop in. Vakanties en feestdagen verdienen een eigen regeling, zoals wij toelichten in ons artikel over co-ouderschap en vakanties.
Wanneer kunt u de kinderalimentatie laten wijzigen?
Artikel 1:401 BW geeft twee gronden: een wijziging van omstandigheden, of een afspraak of beschikking die van meet af aan op onjuiste of onvolledige gegevens berustte. In beide gevallen kan de rechter de bijdrage aanpassen.
Een wijziging van omstandigheden is bijvoorbeeld een ander inkomen, een andere zorgverdeling, een nieuw kind of het verlies van werk. De wijziging moet ertoe leiden dat de bijdrage niet meer voldoet aan de wettelijke maatstaven.
Los daarvan wordt de alimentatie elk jaar per 1 januari van rechtswege geïndexeerd met een percentage dat de minister vaststelt (artikel 1:402a BW). Voor 2026 is dat 4,6 procent. Die indexering geldt ook als niemand erom vraagt. Niet toegepaste indexering kan later worden nagevorderd, binnen de verjaringstermijn van vijf jaar. Meer daarover leest u in ons artikel over de indexering van de alimentatie.
Begin bij een wijziging met overleg, eventueel via een mediator. Komt u er niet uit, dan dient uw advocaat een verzoekschrift in bij de rechtbank. Onderbouw dat met cijfers: jaaropgaven, loonstroken en de nieuwe zorgverdeling. Rechters zijn terughoudend met verlaging met terugwerkende kracht, omdat het geld doorgaans al aan het kind is besteed. Een conflict over geld loopt snel uit op een bredere strijd; lees ook ons artikel over vechtscheiding of vriendschappelijk uit elkaar.
Wat doet u als er niet wordt betaald?
Staat de kinderalimentatie in een rechterlijke beschikking, dan kunt u de deurwaarder inschakelen of de inning overdragen aan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO). Het LBIO int voor u en brengt de kosten in rekening bij de ouder die niet betaalt.
Staat het bedrag alleen in een convenant dat niet in een beschikking is opgenomen, dan hebt u geen executoriale titel en moet u eerst naar de rechter. Laat afspraken over kinderalimentatie daarom altijd in de beschikking opnemen, ook als u het op dat moment volledig eens bent. Welke route in de praktijk werkt, leest u in ons artikel over het niet betalen van alimentatie.
Omgang en alimentatie zijn juridisch losse kwesties. U mag de omgang niet opschorten omdat er niet wordt betaald, en uitblijvende omgang is geen reden om te stoppen met betalen. Wie dat toch doet, verzwakt zijn eigen positie in de procedure die daarop volgt.
Hoe maakt u werkbare afspraken?
Begin met cijfers in plaats van standpunten: het netto besteedbaar inkomen van beide ouders, de behoefte van de kinderen volgens de tabellen en de feitelijke zorgverdeling over een heel jaar. Laat op basis daarvan een berekening maken en bespreek de uitkomst, ook als die u tegenvalt.
Een afspraak die afwijkt van de norm is toegestaan, zolang u weet waarvan u afwijkt en waarom. Leg dat vast in het ouderschapsplan, zodat later duidelijk is wat uw uitgangspunten waren.
Waar leest u de regels zelf na?
De onderhoudsplicht van ouders staat in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. De rekenmethode publiceert de Rechtspraak in het rapport alimentatienormen. Wat co-ouderschap voor de toeslagen betekent, legt Dienst Toeslagen uit.
Wat kunnen wij voor u doen bij kinderalimentatie en co-ouderschap?
Bij co-ouderschap hangt de bijdrage af van inkomens, zorgverdeling en toeslagen. Wij helpen u daarbij op de volgende punten:
- Wij berekenen de kinderalimentatie volgens het rapport alimentatienormen, inclusief de zorgkorting en het effect van het kindgebonden budget.
- Wij leggen de financiële afspraken vast in het ouderschapsplan en het convenant, met de indexering (artikel 1:402a BW) en de regeling vanaf het achttiende jaar.
- Wij zorgen dat de afspraken in de beschikking van de rechter worden opgenomen, zodat u bij niet-betalen een executoriale titel heeft.
- Wij dienen een wijzigingsverzoek in op grond van artikel 1:401 BW als inkomen of zorgverdeling verandert, of voeren verweer tegen zo’n verzoek.
- Wij schakelen bij achterstanden het LBIO of een deurwaarder in en rekenen gemiste indexering na binnen de verjaringstermijn van vijf jaar.
Samengevat
- Ook bij co-ouderschap kan kinderalimentatie verschuldigd zijn; bepalend is de draagkracht van beide ouders (artikel 1:404 BW).
- Bij een gelijke zorgverdeling geldt een zorgkorting van 35 procent; bij een tekort wordt die niet volledig toegepast.
- De onderhoudsplicht loopt tot 21 jaar; vanaf achttien jaar betaalt u in beginsel aan het kind zelf.
- De keuze wie het kindgebonden budget ontvangt, werkt door in de berekening.
- Laat de afspraken in de beschikking opnemen, zodat u bij niet-betalen het LBIO of een deurwaarder kunt inschakelen.
Veelgestelde vragen
Betaalt u kinderalimentatie als u de zorg precies gelijk verdeelt?
Dat hangt niet af van de dagen, maar van de draagkracht. Volgens artikel 1:404 BW dragen beide ouders naar draagkracht bij. Verschillen de inkomens sterk, dan betaalt de ouder met de grotere draagkracht een aanvulling, ook bij een gelijke zorgverdeling.
Zijn de inkomens vergelijkbaar, dan komt de berekening vaak op nul uit.
Hoeveel zorgkorting geldt er bij co-ouderschap?
Het rapport alimentatienormen koppelt de korting aan de gemiddelde zorgverdeling: 5 procent bij minder dan een dag per week, 15 procent bij een dag, 25 procent bij twee dagen en 35 procent bij drie dagen of meer per week.
Bij een gelijke verdeling geldt dus 35 procent.
Waarom valt de alimentatie hoger uit dan de zorgkorting doet vermoeden?
Waarschijnlijk is er een tekort: de gezamenlijke draagkracht is onvoldoende om de behoefte van het kind te dekken.
In dat geval wordt de zorgkorting niet volledig toegepast en komt een deel van het tekort ten laste van de korting van de betalende ouder.
Wie krijgt bij co-ouderschap het kindgebonden budget?
Een van beide ouders. U kiest samen wie dat is.
De keuze werkt door in de berekening: het kindgebonden budget telt mee bij de draagkracht van de ontvangende ouder.
Tot welke leeftijd betaalt u kinderalimentatie?
Tot het kind 21 jaar wordt (artikel 1:395a BW). Tot achttien jaar betaalt u aan de andere ouder; daarna betaalt u in beginsel rechtstreeks aan het kind.
Leg in het ouderschapsplan vast wat er op de achttiende verjaardag gebeurt.
Wordt de kinderalimentatie automatisch verhoogd?
Ja. Volgens artikel 1:402a BW wordt de bijdrage elk jaar per 1 januari van rechtswege geïndexeerd met een percentage dat de minister vaststelt.
Dat gebeurt ook als niemand erom vraagt. Niet toegepaste indexering kan later worden nagevorderd, binnen de verjaringstermijn.
Mag u de omgang stopzetten als er niet wordt betaald?
Nee. Omgang en alimentatie zijn juridisch losstaande kwesties. U mag de omgang niet opschorten omdat er niet wordt betaald, en omgekeerd is uitblijvende omgang geen reden om niet te betalen.
Staat het bedrag in een rechterlijke beschikking, dan kunt u een deurwaarder inschakelen of de inning overdragen aan het LBIO.
Law & More rekent uw situatie door, stelt het ouderschapsplan en het convenant op en procedeert als een gesprek niet meer volstaat. Meer over onze aanpak leest u bij onze specialist personen- en familierecht.