Gepubliceerd op 15 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 10 oktober 2026
Artikel 3:236 Burgerlijk Wetboek (BW) regelt het vuistpand: u vestigt een pandrecht op een roerende zaak of een recht aan toonder door die in de macht van de schuldeiser of van een afgesproken derde te brengen. De belangrijkste uitzondering staat in art. 3:237 BW: met een authentieke of geregistreerde onderhandse akte kunt u ook een bezitloos (stil) pandrecht vestigen, waarbij de zaak gewoon bij de pandgever blijft.
Een pandrecht maakt de schuldeiser nooit eigenaar. Het geeft hem alleen het recht om de zaak te laten verkopen en zich met voorrang uit de opbrengst te betalen als de schuldenaar niet betaalt. Hieronder leest u hoe u een pandrecht vestigt en wat de verschillen tussen de vormen zijn.
Inhoudsopgave
Wat is een pandrecht?
Een pandrecht is een zekerheidsrecht op een goed dat geen registergoed is, zoals een machine, voorraad, een vordering of aandelen aan toonder (art. 3:227 BW). Voor registergoederen, zoals een woning of een schip, gebruikt u een hypotheekrecht.
Bij een pandrecht zijn twee partijen betrokken: de pandgever, die het goed in pand geeft, en de pandhouder, de schuldeiser die de zekerheid krijgt. De pandgever is vaak de schuldenaar zelf, maar het kan ook een derde zijn die zekerheid stelt voor een ander.
Het pandrecht blijft rusten op het goed, ook als het goed wordt overgedragen. Een koper te goeder trouw kan het goed onder omstandigheden wel vrij van pandrecht verkrijgen (art. 3:86 BW).
Hoe vestigt u een vuistpand (art. 3:236 BW)?
U vestigt een vuistpand door de zaak of het toonderpapier in de macht van de pandhouder of van een afgesproken derde te brengen (art. 3:236 lid 1 BW). De pandgever verliest dus de feitelijke beschikking over het goed.
Voor een pandrecht op een recht aan order is daarnaast een endossement nodig: een verklaring op het papier zelf. Voor een vuistpand is geen akte vereist, maar een schriftelijke pandovereenkomst is voor het bewijs wel verstandig.
Brengt de pandhouder de zaak terug in de macht van de pandgever, dan gaat het vuistpand teniet (art. 3:258 BW). Een vuistpand werkt daarom vooral voor goederen die de pandgever niet dagelijks nodig heeft, zoals sieraden, effecten of opgeslagen voorraad.
Hoe vestigt u een bezitloos of stil pand (art. 3:237 BW)?
Voor een bezitloos pand op een roerende zaak of een recht aan toonder heeft u een authentieke akte (via de notaris) of een geregistreerde onderhandse akte nodig (art. 3:237 lid 1 BW). De zaak blijft bij de pandgever, zodat die haar kan blijven gebruiken.
Een onderhandse akte wordt geregistreerd bij de Belastingdienst. Dat geeft de akte een vaste datum, zodat vaststaat wanneer het pandrecht is ontstaan. Dat is belangrijk voor de rangorde tussen schuldeisers.
Schiet de pandgever tekort of heeft de pandhouder goede grond om te vrezen dat dat gebeurt, dan kan de pandhouder eisen dat de zaak alsnog in zijn macht wordt gebracht (art. 3:237 lid 3 BW). Het stille pand wordt dan een vuistpand.
Hoe verpandt u vorderingen?
Een vordering op naam, zoals de debiteurenportefeuille van een bedrijf, verpandt u openbaar of stil. Bij een openbaar pandrecht maakt u een akte op en deelt u de verpanding mee aan de debiteur (art. 3:236 lid 2 BW in samenhang met art. 3:94 BW).
Bij een stil pandrecht op vorderingen is een authentieke of geregistreerde onderhandse akte nodig, zonder mededeling aan de debiteur (art. 3:239 BW). Dat kan alleen voor vorderingen die al bestaan of die rechtstreeks voortvloeien uit een bestaande rechtsverhouding.
Banken laten daarom vaak periodiek nieuwe pandlijsten registreren. Zo vallen ook de vorderingen die na de eerste akte zijn ontstaan onder het pandrecht. Meer leest u in ons artikel over verpanding van vorderingen.
Wat mag de pandhouder als de schuldenaar niet betaalt?
Is de schuldenaar in verzuim, dan mag de pandhouder het verpande goed zonder tussenkomst van de rechter laten verkopen en zich uit de opbrengst betalen (art. 3:248 BW). Dat heet parate executie.
De verkoop gebeurt in beginsel in het openbaar volgens plaatselijke gewoonten (art. 3:250 BW). Een onderhandse verkoop is mogelijk met toestemming van de voorzieningenrechter of als pandhouder en pandgever dat na het ontstaan van het verzuim afspreken (art. 3:251 BW).
De pandhouder mag het goed niet zelf houden. Elk beding dat hem de bevoegdheid geeft zich het verpande goed toe te eigenen, is nietig (art. 3:235 BW). Wat na aflossing van de schuld en de kosten overblijft, gaat naar de pandgever.
Wat gebeurt er met een pandrecht bij faillissement?
Een pandhouder is in een faillissement separatist: hij kan zijn recht uitoefenen alsof er geen faillissement is (art. 57 Faillissementswet). Hij hoeft dus niet te wachten op de verdeling door de curator.
De rechter-commissaris kan wel een afkoelingsperiode van maximaal twee maal twee maanden afkondigen, waarin de pandhouder niet mag executeren (art. 63a Faillissementswet). Ook kan de curator de pandhouder een redelijke termijn stellen om tot verkoop over te gaan (art. 58 Faillissementswet).
Bij een bezitloos pand op zaken die op de bodem van de pandgever staan, zoals machines in de bedrijfshal, kan de Belastingdienst voorgaan voor bepaalde belastingschulden (art. 22 lid 3 Invorderingswet 1990). Bij een vuistpand speelt dit bodemrecht niet. Lees meer op onze pagina insolventierecht advocaat.
Waar let u als pandhouder op?
- Laat een onderhandse pandakte direct registreren, zodat het pandrecht een vaste datum krijgt (art. 3:237 BW).
- Omschrijf de verpande goederen zo precies dat later vast te stellen is welke goederen onder het pand vallen.
- Laat bij verpanding van vorderingen periodiek nieuwe pandlijsten registreren (art. 3:239 BW).
- Controleer of de pandgever bevoegd is om over de goederen te beschikken en of er al eerdere pandrechten rusten.
Waar let u als pandgever op?
- Controleer voor welke schulden het pand zekerheid biedt; een ruim omschreven pand dekt ook toekomstige schulden.
- Lees wanneer de pandhouder de zaken onder zich mag nemen (art. 3:237 lid 3 BW) en tot verkoop mag overgaan.
- Verkoop verpande zaken alleen binnen de normale bedrijfsuitoefening als de pandakte dat toestaat.
- Weet dat u bij verkoop recht heeft op wat overblijft na aflossing van de schuld (art. 3:253 BW).
Wat kunnen wij voor u doen bij het vestigen van een pandrecht?
Wij adviseren pandhouders en pandgevers bij het vestigen en uitwinnen van zekerheden; meer over onze aanpak leest u op de pagina civiel recht advocaat.
- Wij stellen een pandakte op voor een vuistpand, een stil pand of een openbaar pand op vorderingen.
- Wij beoordelen of een bestaand pandrecht geldig is gevestigd (art. 3:236, 3:237 en 3:239 BW).
- Wij begeleiden de parate executie en vragen zo nodig de voorzieningenrechter om een onderhandse verkoop (art. 3:251 BW).
- Wij beoordelen uw positie als pandhouder in een faillissement, ook tijdens een afkoelingsperiode.
- Wij verweren pandgevers tegen een executie die niet aan de wettelijke eisen voldoet.
De volledige wettekst vindt u in Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.
Samengevat
- Bij een vuistpand brengt u de zaak in de macht van de pandhouder of een derde (art. 3:236 BW).
- Bij een stil pand blijft de zaak bij de pandgever, maar is een authentieke of geregistreerde onderhandse akte nodig (art. 3:237 BW).
- Vorderingen verpandt u openbaar met mededeling aan de debiteur, of stil met een geregistreerde akte (art. 3:239 BW).
- De pandhouder wordt nooit eigenaar; een toe-eigeningsbeding is nietig (art. 3:235 BW).
- Bij verzuim mag de pandhouder het goed zonder rechter laten verkopen (art. 3:248 BW).
Veelgestelde vragen
Wordt de pandhouder eigenaar van de verpande zaak?
Nee. De pandgever blijft eigenaar; de pandhouder heeft alleen het recht de zaak te laten verkopen en zich met voorrang uit de opbrengst te betalen. Een afspraak dat de pandhouder de zaak mag houden, is nietig (art. 3:235 BW).
Wat is het verschil tussen een vuistpand en een stil pand?
Bij een vuistpand gaat de zaak naar de pandhouder of een derde. Bij een stil pand blijft de zaak bij de pandgever en legt u het pandrecht vast in een authentieke of geregistreerde onderhandse akte.
Waarom moet een onderhandse pandakte worden geregistreerd?
Door de registratie krijgt de akte een vaste datum. Zonder authentieke of geregistreerde akte ontstaat geen bezitloos pandrecht.
Kan ik een pandrecht vestigen op toekomstige voorraad?
U kunt bij voorbaat een pandrecht vestigen, maar bij een bezitloos pand ontstaat het pas als de pandgever de zaken verkrijgt. Daarom werken pandakten vaak met periodieke registratie of een ruime omschrijving van de goederen.