Demonstreren: wat mag u en wat mag de politie?

Vreedzame demonstratie op een stadsplein met mensen die spandoeken vasthouden

Gepubliceerd op 30 mei 2026 · Laatst bijgewerkt op 7 oktober 2026

Op een demonstratie mag u uw mening uiten, ook als dat hinder veroorzaakt; de burgemeester mag alleen tijd, plaats en wijze regelen, nooit de inhoud van uw boodschap. De bescherming houdt op bij een eigen strafbare gedraging, zoals vernieling, geweld of gevaar voor anderen, maar ook dan moet het totale optreden van politie en justitie in verhouding staan tot wat u hebt gedaan.

Hieronder leest u wat de Grondwet, het EVRM en de Wet openbare manifestaties (WOM) regelen, wat de politie mag, en hoe de rechter in recente zaken over klimaatacties en coronademonstraties heeft geoordeeld.

Welk recht beschermt demonstranten?

Artikel 9 van de Grondwet erkent het recht tot vergadering en betoging, en artikel 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) beschermt de vrijheid van vreedzame vergadering. Beide rechten zijn niet absoluut, maar beperkingen zijn alleen toegestaan op wettelijke grondslag en binnen strikte grenzen.

De overheid mag de logistiek regelen: tijd, plaats en route. Zij mag een demonstratie nooit beperken vanwege de inhoud van wat er wordt uitgedragen. Ook artikel 10 EVRM, over de vrijheid van meningsuiting, speelt vaak mee, omdat een demonstratie een uiting van een mening is.

De WOM werkt dit uit. Volgens artikel 2 WOM mogen de bevoegde organen beperkingen alleen stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. Een gemeentelijke regel die buiten die wettelijke grondslag om een demonstratie beperkt, kan daarom niet op betogers worden toegepast. De Hoge Raad oordeelde op 24 maart 2026 zo over een bepaling in de Haagse Algemene plaatselijke verordening (APV) tegen hinderlijk ophouden, en ontsloeg de verdachte van alle rechtsvervolging:

“Deze bepaling kan daarom niet worden toegepast om het betogingsrecht als bedoeld in artikel 9 lid 1 Grondwet te beperken.”

Hoge Raad 24 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:483

Wat mag de burgemeester?

De burgemeester kan voorschriften en beperkingen stellen en in uiterste gevallen een demonstratie verbieden of laten beëindigen. Hij mag dat alleen op de gronden uit artikel 2 WOM, en de maatregel moet noodzakelijk en evenredig zijn.

Voor veel demonstraties op openbare plaatsen moet de organisator vooraf een kennisgeving doen bij de gemeente. De termijn en de vorm staan in de gemeentelijke verordening. De kennisgeving is geen vergunningsaanvraag: de burgemeester hoeft een demonstratie niet toe te staan, maar kan wel voorschriften stellen, zoals een andere route of een ander tijdstip. Een verbod is een uiterste middel. Een algemeen verbod zonder concrete feitelijke onderbouwing houdt bij de rechter meestal geen stand.

Tijdens de demonstratie kan de burgemeester op grond van artikel 7 WOM opdracht geven een demonstratie te beëindigen of uiteen te gaan, bijvoorbeeld als voorschriften worden overtreden of als er wanordelijkheden zijn. Het niet opvolgen van zo’n opdracht is strafbaar volgens artikel 11 WOM.

Illustratie van een stadhuis met demonstranten ervoor als verwijzing naar de bevoegdheden van de burgemeester

Welke eisen gelden voor een noodbevel?

Gebruikt de burgemeester in plaats van de WOM een noodbevel (artikel 175 Gemeentewet), dan gelden zwaardere eisen. Het noodbevel is bedoeld voor ernstige wanordelijkheden of rampen, en de burgemeester moet uitleggen waarom de gewone WOM-bevoegdheden niet volstonden.

Het Gerechtshof Amsterdam behandelde ongeveer zeventig strafzaken over de coronademonstratie op het Museumplein van 28 maart 2021. In een van die zaken sprak het hof op 26 november 2024 een deelnemer vrij van het niet opvolgen van een ambtelijk bevel (artikel 184 Sr). Het hof kon niet vaststellen dat het noodbevel rechtmatig was, omdat de motivering verwijzingen naar een WOM-voortraject vermengde met de criteria voor een noodbevel. Het hof formuleerde de maatstaf zo:

“De burgemeester dient het noodbevel te voorzien van een draagkrachtige motivering en er moet, indien ook maar enigszins mogelijk, een zorgvuldige voorbereiding aan vooraf zijn gegaan.”

Gerechtshof Amsterdam 26 november 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:3747

Het hof oordeelde in dezelfde zaak dat het niet opvolgen van een beëindigingsopdracht op grond van artikel 7 WOM alleen via artikel 11 WOM kan worden vervolgd, en niet via artikel 184 Sr. Een bevel op een andere grondslag, zoals een noodbevel, kan wel via artikel 184 Sr worden gehandhaafd. De juiste grondslag van een bevel maakt dus verschil voor de vraag of en hoe u kunt worden vervolgd.

Wat mag de politie tijdens een demonstratie?

De politie handhaaft de openbare orde en voert de besluiten van de burgemeester uit. Zij mag u verwijderen, uw identiteitsbewijs vorderen en u aanhouden als u wordt verdacht van een strafbaar feit.

De politie mag inzage in uw identiteitsbewijs vorderen als dat redelijkerwijs nodig is voor haar taak. Weigert u dat, dan is dat een strafbaar feit (artikel 447e Sr). Wie wordt betrapt op een strafbaar feit, bijvoorbeeld op het niet opvolgen van een beëindigingsopdracht, kan worden aangehouden. Bij groepen die een daartoe aangewezen voorschrift uit de APV niet naleven, kan de burgemeester soms bestuurlijke ophouding bevelen (artikel 154a Gemeentewet), als de gemeenteraad hem die bevoegdheid heeft gegeven. Een deelnemer kan dan ten hoogste twaalf uur worden vastgehouden.

Verwijdering van een vreedzame demonstrant is alleen toegestaan op basis van een bevoegdheid van de burgemeester of bij concrete wanordelijkheden, en moet evenredig zijn. Hinder, ongemak en een tijdelijke verstoring van het normale leven horen bij demonstreren en zijn op zichzelf geen reden om iemand de bescherming van het grondrecht te ontnemen.

Wanneer bent u als demonstrant strafbaar?

Het grondrecht beschermt uw deelname aan een betoging, niet elke gedraging daarbinnen. Gewone strafbepalingen blijven gelden, zoals vernieling (artikel 350 Sr), openlijke geweldpleging (artikel 141 Sr), gevaar of hinder op de weg (artikel 5 Wegenverkeerswet 1994) en het niet opvolgen van een ambtelijk bevel (artikel 184 Sr).

Beslissend is of u zelf een verwijtbare gedraging hebt gepleegd, los van de demonstratie als geheel. Schade aan eigendommen, geweld en een ernstige blokkade met gevaar voor derden doorbreken de bescherming. Gewone hinder doet dat niet. Een demonstratie met gewelddadige bedoelingen valt helemaal buiten de bescherming van artikel 11 EVRM.

Hoe toetst de rechter het optreden van politie en OM?

De rechter kijkt niet alleen of een strafbaar feit is bewezen, maar ook of het strafrechtelijk optreden als geheel evenredig was. Is dat niet zo, dan kan de rechter de strafbepaling buiten toepassing laten.

De rechter beoordeelt in samenhang de verwijdering, de aanhouding, de vrijheidsbeneming, de vervolging en de straf. Hadden minder ingrijpende maatregelen, zoals verwijderen, volstaan, dan kan verdergaand optreden onevenredig zijn. Achter die toets zit het verbod op een zogeheten chilling effect: strafrechtelijk optreden mag mensen niet ontmoedigen om hun grondrecht te gebruiken.

De Hoge Raad paste dit toe in twee arresten van 30 september 2025. Het ene ging over een vreedzame actie in de hal van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, waarna de groep niet wilde vertrekken (ECLI:NL:HR:2025:1313). Het andere ging over een actie van Extinction Rebellion op de publieke tribune van de Tweede Kamer (ECLI:NL:HR:2025:1436). De Hoge Raad oordeelde dat de rechter die het strafrechtelijk optreden als geheel onevenredig vindt, de strafbepaling buiten toepassing moet laten. In beide zaken had het hof het verweer dat het optreden onevenredig was niet goed beoordeeld. De Hoge Raad vernietigde de veroordelingen en verwees de zaken terug naar het hof, dat opnieuw moet beslissen.

Waar ligt de grens bij een blokkade van de A12?

Een vreedzame actie zonder schade of gevaar rechtvaardigt niet altijd verdergaand strafrechtelijk optreden. Wie een ambulance met zwaailicht ophoudt, gaat wel over de grens.

De Rechtbank Den Haag deed op 21 mei 2026 uitspraak in zaken over acties op de A12. Zij laten goed zien waar de grens ligt.

Een demonstrant die zich met een zogeheten lock-on aan een dranghek had vastgemaakt, pleegde formeel een overtreding van artikel 184 Sr. Bij deze vreedzame actie zonder schade vond de rechtbank verdergaand strafrechtelijk optreden niet gerechtvaardigd en ontsloeg zij de verdachte op dat punt van alle rechtsvervolging. Voor het bekladden van een tunnelwand bij een eerdere actie kreeg dezelfde verdachte wel een taakstraf (ECLI:NL:RBDHA:2026:12907). In een andere zaak blokkeerden actievoerders de A12 met voertuigen. Onder de gehinderde weggebruikers was een ambulance met zwaailicht en sirene. Dat ging volgens de rechtbank verder dan de hinder die bij een demonstratie aanvaardbaar is. De verdachte werd veroordeeld voor gevaar of hinder op de weg en voor het bekladden van tunnelwanden, met een taakstraf, geldboetes en een schadevergoeding aan de gemeente (ECLI:NL:RBDHA:2026:12915).

Bent u als organisator aansprakelijk voor deelnemers?

Niet op grond van uw rol als organisator alleen. Voor strafrechtelijke aansprakelijkheid moet u zelf een strafbaar feit plegen of zo nauw en bewust met anderen samenwerken dat uw bijdrage voldoende gewicht heeft voor medeplegen. De Hoge Raad herhaalde die maatstaf op 27 januari 2026 in een zaak over dreigbrieven aan bedrijven (ECLI:NL:HR:2026:115).

Aanwezig zijn, een demonstratie logistiek ondersteunen of haar publiekelijk verdedigen is daarvoor in beginsel onvoldoende. Wel moet de organisator zelf de kennisgevingsplicht naleven en de voorschriften van de burgemeester in acht nemen. Het niet naleven daarvan is een eigen overtreding van de WOM. Wie strafbaar handelen van deelnemers aantoonbaar aanstuurt, kan daarnaast als medepleger of uitlokker worden vervolgd.

Wat doet u als u het niet eens bent met een besluit of vervolging?

Tegen een besluit van de burgemeester maakt u bezwaar en vraagt u zo nodig een voorlopige voorziening. Tegen een strafbeschikking of dagvaarding verweert u zich in de strafprocedure.

Een verbod of voorschrift voor uw demonstratie is een besluit waartegen u binnen zes weken bezwaar kunt maken. Omdat de demonstratie meestal eerder plaatsvindt, is een verzoek om een voorlopige voorziening bij de voorzieningenrechter vaak het enige effectieve middel. Dien dat zo snel mogelijk in. Krijgt u na een demonstratie een strafbeschikking van het Openbaar Ministerie, dan kunt u binnen twee weken verzet doen, zodat de strafrechter de zaak beoordeelt. In de strafzaak kunt u aanvoeren dat het bevel geen geldige grondslag had, dat het niet tot u was gericht, of dat het optreden als geheel onevenredig was. Meer over verweer in strafzaken leest u op onze pagina over strafrecht; voor besluiten van de burgemeester kunt u terecht bij onze bestuursrechtadvocaten.

Wat kunnen wij voor u doen bij een demonstratie?

Wij staan demonstranten en organisatoren bij, zowel tegenover de burgemeester als in een strafzaak.

  • Wij beoordelen of een verbod of voorschrift van de burgemeester binnen de gronden van artikel 2 WOM blijft en evenredig is.
  • Wij maken binnen zes weken bezwaar en vragen zo nodig met spoed een voorlopige voorziening aan bij de voorzieningenrechter.
  • Wij doen binnen twee weken verzet tegen een strafbeschikking, zodat de strafrechter de zaak beoordeelt.
  • Wij controleren op welke grondslag een bevel is gegeven: artikel 7 WOM, een noodbevel (artikel 175 Gemeentewet) of artikel 184 Sr.
  • Wij voeren in de strafzaak het verweer dat het optreden van politie en Openbaar Ministerie als geheel onevenredig was.
  • Wij helpen organisatoren bij de kennisgeving aan de gemeente en bij het naleven van de voorschriften.

Samengevat

  • Artikel 9 Grondwet en artikel 11 EVRM beschermen demonstreren; de overheid mag tijd, plaats en wijze regelen, maar niet de inhoud.
  • Beperkingen zijn alleen toegestaan op de gronden van de WOM; een APV-bepaling daarbuiten kan niet tegen betogers worden gebruikt.
  • Een eigen strafbare gedraging, zoals vernieling, geweld of gevaarlijke hinder, doorbreekt de bescherming.
  • Ook dan moet het totale strafrechtelijk optreden evenredig zijn; zo niet, dan kan de rechter de strafbepaling buiten toepassing laten.
  • Een noodbevel vraagt een draagkrachtige motivering; een WOM-opdracht wordt vervolgd via artikel 11 WOM en niet via artikel 184 Sr.

Veelgestelde vragen

Mag de politie u zomaar weghalen bij een demonstratie?

Niet zomaar. Verwijdering moet berusten op een bevoegdheid, zoals een opdracht van de burgemeester op grond van de WOM, of op concrete wanordelijkheden. De maatregel moet evenredig zijn en passen bij de belangen uit artikel 2 WOM: gezondheid, verkeer of het voorkomen van wanordelijkheden.

Kunt u worden vervolgd als u een bevel niet opvolgt?

Dat kan, als het bevel een geldige wettelijke grondslag heeft, duidelijk was en tot u was gericht. Een beëindigingsopdracht op grond van de WOM wordt vervolgd via artikel 11 WOM; een bevel op een andere grondslag via artikel 184 Sr. De rechter toetst bovendien of het optreden als geheel evenredig was. Bij een vreedzame actie zonder schade kan een vervolging daarop stranden.

Is een wegblokkade altijd strafbaar?

Niet in alle gevallen. De rechter kijkt of de blokkade verder gaat dan de hinder die bij een demonstratie hoort, en of er schade of gevaar voor anderen is ontstaan. Een blokkade met voertuigen waarbij een ambulance werd gehinderd, is strafbaar geacht. Bij een vreedzame actie zonder schade en zonder gevaar kan verdergaand strafrechtelijk optreden onevenredig zijn.

Mag een burgemeester een demonstratie verbieden?

Ja, maar alleen op de gronden uit de WOM: gezondheid, verkeer, het voorkomen van wanordelijkheden, of als een verplichte kennisgeving niet of niet op tijd is gedaan. Een verbod is een uiterste middel. De rechter toetst het op motivering en evenredigheid. Een verbod vanwege de inhoud van de boodschap is nooit toegestaan.

Bent u als organisator verantwoordelijk voor wat deelnemers doen?

Niet alleen omdat u de organisator bent. Strafrechtelijke aansprakelijkheid vereist dat u zelf een strafbaar feit pleegt, of dat u zo nauw en bewust met anderen samenwerkt dat uw bijdrage voldoende gewicht heeft voor medeplegen. Wel bent u verantwoordelijk voor de naleving van de kennisgevingsplicht en van de voorschriften die de burgemeester aan de demonstratie verbindt.

Wat is een chilling effect en waarom is het juridisch relevant?

Een chilling effect ontstaat als strafrechtelijk optreden of de dreiging daarvan mensen ontmoedigt om hun grondrecht te gebruiken. Rechters wegen dit mee: een te zware strafrechtelijke reactie kan in strijd zijn met artikel 11 EVRM, ook als het feit formeel bewezen is. De rechter kan de strafbepaling dan buiten toepassing laten.

Kunt u bezwaar maken tegen een besluit van de burgemeester over uw demonstratie?

Ja. Tegen een besluit op grond van de WOM, zoals een verbod of een voorschrift, maakt u binnen zes weken bezwaar bij de burgemeester. Omdat een demonstratie meestal eerder plaatsvindt dan de beslissing op bezwaar, is een verzoek om een voorlopige voorziening bij de voorzieningenrechter in de praktijk het belangrijkste middel. Of een procedure na afloop nog zin heeft, bijvoorbeeld om schade te verhalen, beoordeelt de rechter per geval.

Law & More staat demonstranten en organisatoren bij in strafzaken en in procedures tegen besluiten van de burgemeester. Twijfelt u over uw positie? Leg uw situatie aan ons voor. Wij laten u binnen één werkdag weten wat uw opties zijn.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.