Gepubliceerd op 30 mei 2026 · Laatst bijgewerkt op 31 oktober 2026
Op een demonstratie mag u uw mening uiten, ook als dat hinder veroorzaakt. De burgemeester mag alleen tijd, plaats en wijze regelen, nooit de inhoud van uw boodschap (artikel 5 lid 3 Wet openbare manifestaties). De bescherming houdt op bij een eigen strafbare gedraging, zoals vernieling, geweld of gevaar voor anderen. Ook dan moet het totale optreden van politie en justitie in verhouding staan tot wat u hebt gedaan.
Hieronder leest u wat de Grondwet, het EVRM en de Wet openbare manifestaties (WOM) regelen, wat de politie mag, en hoe de rechter in 2024, 2025 en 2026 heeft geoordeeld over klimaatacties en coronademonstraties.
Inhoudsopgave
Welk recht beschermt demonstranten?
Artikel 9 van de Grondwet erkent het recht tot vergadering en betoging. Artikel 11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) beschermt de vrijheid van vreedzame vergadering. Beide rechten zijn niet absoluut, maar een beperking heeft altijd een wettelijke grondslag nodig.
De overheid mag de logistiek regelen: tijd, plaats en route. Zij mag een demonstratie nooit beperken vanwege de inhoud. Zelfs bij de kennisgeving mag de gemeente geen gegevens vragen over wat u wilt uitdragen (artikel 4 lid 3 WOM). Ook artikel 10 EVRM, over de vrijheid van meningsuiting, speelt vaak mee.
Volgens artikel 2 WOM mogen bevoegdheden alleen worden gebruikt ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden. Een gemeentelijke regel die buiten die grondslag een demonstratie beperkt, kan daarom niet op betogers worden toegepast. De Hoge Raad oordeelde op 24 maart 2026 zo over artikel 2:50 van de Haagse Algemene plaatselijke verordening (APV) over hinderlijk ophouden. Het ging om een klimaatdemonstratie in 2022 die eindigde in de bezetting van een belastingkantoor. De Hoge Raad ontsloeg de verdachte van alle rechtsvervolging:
“Deze bepaling kan daarom niet worden toegepast om het betogingsrecht als bedoeld in artikel 9 lid 1 Grondwet te beperken.”
Hoge Raad 24 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:483
Wat mag de burgemeester voor en tijdens de demonstratie?
Na een kennisgeving kan de burgemeester voorschriften en beperkingen stellen of een verbod geven (artikel 5 lid 1 WOM). Een verbod mag alleen in drie gevallen: de kennisgeving is niet op tijd gedaan, de vereiste gegevens zijn niet op tijd verstrekt, of een belang uit artikel 2 WOM vraagt erom (artikel 5 lid 2 WOM).
Welke demonstraties een kennisgeving nodig hebben, en hoe lang vooraf, bepaalt de gemeenteraad in een verordening (artikel 4 WOM). Kijk dus in de verordening van uw gemeente. De kennisgeving is geen vergunningsaanvraag. De burgemeester hoeft de demonstratie niet toe te staan, maar kan wel een andere route of een ander tijdstip voorschrijven. Een verbod is een uiterste middel. Een verbod zonder concrete feitelijke onderbouwing houdt bij de rechter meestal geen stand.
Tijdens de demonstratie kan de burgemeester aanwijzingen geven (artikel 6 WOM). Hij kan ook opdracht geven de demonstratie direct te beëindigen en uiteen te gaan (artikel 7 WOM). Dat mag als er geen kennisgeving is gedaan, als een verbod is gegeven, als een voorschrift of aanwijzing wordt overtreden, of als een belang uit artikel 2 WOM dat vraagt. Wie zo’n opdracht niet opvolgt, pleegt een overtreding van artikel 11 WOM.
Welke eisen gelden voor een noodbevel?
Gebruikt de burgemeester in plaats van de WOM een noodbevel (artikel 175 Gemeentewet), dan gelden zwaardere eisen. Het noodbevel is bedoeld voor ernstige wanordelijkheden of rampen. De burgemeester moet uitleggen waarom de gewone WOM-bevoegdheden niet volstonden.
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde de zaken van zeventig deelnemers aan de coronademonstratie op het Museumplein van 28 maart 2021. Het hof sprak op 26 november 2024 vrij van het niet opvolgen van een ambtelijk bevel (artikel 184 Sr). Het kon niet vaststellen dat het noodbevel van de locoburgemeester rechtmatig was. Uit het dossier bleek niet van een voortraject op grond van de WOM. Het hof formuleerde de maatstaf zo:
“De burgemeester dient het noodbevel te voorzien van een draagkrachtige motivering en er moet, indien ook maar enigszins mogelijk, een zorgvuldige voorbereiding aan vooraf zijn gegaan.”
Gerechtshof Amsterdam 26 november 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:3747
Het hof oordeelde in dezelfde zaak dat het niet opvolgen van een opdracht van de burgemeester onder artikel 11 WOM valt, en niet onder artikel 184 Sr. Een bevel op een andere wettelijke grondslag, zoals een noodbevel, kan wel via artikel 184 Sr worden gehandhaafd. De grondslag van het bevel bepaalt dus waarvoor u kunt worden vervolgd.
Welk bevel leidt tot welke vervolging?
| Grondslag van het bevel | Strafbepaling bij niet opvolgen | Wat de rechter toetst |
|---|---|---|
| Opdracht tot beëindigen (artikel 7 WOM) of aanwijzing (artikel 6 WOM) | Artikel 11 WOM: overtreding, hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie | Of een van de gronden uit artikel 7 WOM zich voordeed |
| Noodbevel (artikel 175 Gemeentewet) | Artikel 184 Sr | Draagkrachtige motivering en zorgvuldige voorbereiding (GHAMS 2024:3747) |
| APV-bepaling buiten de WOM om | Niet toepasbaar om een betoging te beperken | Grondslag in de WOM ontbreekt (HR 2026:483) |
Wat mag de politie tijdens een demonstratie?
De politie handhaaft de openbare orde en voert de besluiten van de burgemeester uit. Zij mag u verwijderen, uw identiteitsbewijs vorderen en u aanhouden als u wordt verdacht van een strafbaar feit.
De politie mag inzage in uw identiteitsbewijs vorderen als dat redelijkerwijs nodig is voor haar taak. Weigert u dat, dan is dat strafbaar (artikel 447e Sr). Wie wordt betrapt op een strafbaar feit, bijvoorbeeld het niet opvolgen van een beëindigingsopdracht, kan worden aangehouden. Overtreedt een groep een daartoe aangewezen APV-voorschrift, dan kan de burgemeester soms bestuurlijke ophouding bevelen (artikel 154a Gemeentewet). Dat kan alleen als de gemeenteraad hem die bevoegdheid heeft gegeven. Een deelnemer kan dan ten hoogste twaalf uur worden vastgehouden.
Verwijdering van een vreedzame demonstrant mag alleen op basis van een bevoegdheid van de burgemeester of bij concrete wanordelijkheden, en moet evenredig zijn. Hinder, ongemak en een tijdelijke verstoring van het normale leven horen bij demonstreren. Zij zijn op zichzelf geen reden om iemand de bescherming van artikel 11 EVRM te ontnemen.
Wanneer bent u als demonstrant strafbaar?
Het grondrecht beschermt uw deelname aan een betoging, niet elke gedraging daarbinnen. Gewone strafbepalingen blijven gelden, zoals vernieling (artikel 350 Sr), openlijke geweldpleging (artikel 141 Sr), lokaalvredebreuk (artikel 139 Sr), gevaar of hinder op de weg (artikel 5 Wegenverkeerswet 1994) en het niet opvolgen van een ambtelijk bevel (artikel 184 Sr).
Beslissend is of u zelf een verwijtbare gedraging hebt gepleegd, los van de demonstratie als geheel. Schade aan eigendommen, geweld en een blokkade met gevaar voor derden doorbreken de bescherming. Gewone hinder doet dat niet. Een bijeenkomst met gewelddadige bedoelingen valt helemaal buiten artikel 11 EVRM.
Hoe toetst de rechter of het optreden evenredig was?
De rechter kijkt niet alleen of een strafbaar feit is bewezen, maar ook of het strafrechtelijk optreden als geheel evenredig was. Is dat niet zo, dan laat de rechter de strafbepaling buiten toepassing en volgt ontslag van alle rechtsvervolging.
De rechter beoordeelt in samenhang de verwijdering, de aanhouding, de vrijheidsbeneming, de vervolging en de straf. Hadden minder ingrijpende maatregelen volstaan, zoals aanhouding met een korte vrijheidsbeneming, dan is verdergaand optreden alleen gerechtvaardigd door bijkomende omstandigheden. Achter die toets zit het verbod op een zogeheten chilling effect: strafrechtelijk optreden mag mensen niet ontmoedigen hun grondrecht te gebruiken.
De Hoge Raad paste dit toe in twee arresten van 30 september 2025. In de eerste zaak demonstreerde een groep op 20 oktober 2020 in de hal van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en weigerde na 17.00 uur te vertrekken (ECLI:NL:HR:2025:1313). De tweede zaak ging over die actie en over een actie van Extinction Rebellion op de publieke tribune van de Tweede Kamer, vervolgd als storen van een openbare vergadering (artikel 144 Sr) (ECLI:NL:HR:2025:1436). In beide zaken had het hof het evenredigheidsverweer onvoldoende gemotiveerd. De Hoge Raad vernietigde de uitspraken en wees de zaken terug naar het Gerechtshof Den Haag.
Waar ligt de grens bij acties op de A12?
Een vreedzame actie zonder schade rechtvaardigt niet altijd verdergaand strafrechtelijk optreden. Wie het verkeer in gevaar brengt of eigendommen beschadigt, gaat wel over de grens. Twee vonnissen van de Rechtbank Den Haag van 21 mei 2026 laten dat zien.
Een demonstrant had zich op 14 september 2024 met een lock-on aan een dranghek vastgemaakt en zo de ontruiming vertraagd. De rechtbank vond overtreding van artikel 184 Sr bewezen, maar ontsloeg de verdachte van alle rechtsvervolging. Er was geen schade, dus verdergaand optreden dan aanhouding en korte vrijheidsbeneming was niet geboden. Voor het beschadigen van een tunnelwand met krijtverf op 14 februari 2023 kreeg dezelfde verdachte wel een taakstraf van 10 uur (ECLI:NL:RBDHA:2026:12907).
In de andere zaak was de verdachte betrokken bij blokkades van de A12 op 11 januari en 5 april 2025. Onder de gehinderde weggebruikers was een ambulance met optische en geluidssignalen. De rechtbank zag een gevaarzettende situatie en veroordeelde voor artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 tot twee geldboetes van € 500. Voor twee keer beschadigen van de tunnelwand met spuitverf volgde een taakstraf van 25 uur. De vorderingen van de gemeente Den Haag, samen € 14.728,73 plus wettelijke rente, werden hoofdelijk toegewezen (ECLI:NL:RBDHA:2026:12915).
Bent u als organisator aansprakelijk voor deelnemers?
Niet op grond van uw rol als organisator alleen. Voor strafrechtelijke aansprakelijkheid moet u zelf een strafbaar feit plegen, of zo nauw en bewust met anderen samenwerken dat uw bijdrage voldoende gewicht heeft voor medeplegen. De Hoge Raad herhaalde die maatstaf op 27 januari 2026 in een zaak over dreigbrieven aan bedrijven die windparken faciliteerden. Daar had de verdachte de brieven laten drukken, de doelwitten besproken en adressen aangeleverd (ECLI:NL:HR:2026:115).
Aanwezig zijn, een demonstratie logistiek ondersteunen of haar publiekelijk verdedigen is daarvoor in beginsel onvoldoende. Wel moet de organisator zelf de kennisgevingsplicht en de voorschriften van de burgemeester naleven. Een betoging houden zonder vereiste kennisgeving of ondanks een verbod is een eigen overtreding (artikel 11 lid 1 sub a WOM).
Hoe komt u op tegen een verbod, voorschrift of strafbeschikking?
Tegen een besluit van de burgemeester maakt u bezwaar en vraagt u zo nodig een voorlopige voorziening. Tegen een strafbeschikking of dagvaarding verweert u zich in de strafprocedure.
Een verbod of voorschrift is een besluit waartegen u binnen zes weken bezwaar kunt maken (artikel 6:7 Algemene wet bestuursrecht). Omdat de demonstratie meestal eerder plaatsvindt, is een voorlopige voorziening bij de voorzieningenrechter vaak het enige effectieve middel. Krijgt u na een demonstratie een strafbeschikking van het Openbaar Ministerie, dan kunt u binnen twee weken verzet doen. In de strafzaak kunt u aanvoeren dat het bevel geen geldige grondslag had, dat het niet tot u was gericht, of dat het optreden als geheel onevenredig was. Meer over verweer leest u op onze pagina over strafrecht; voor besluiten van de burgemeester kunt u terecht bij onze bestuursrechtadvocaten.
Hoe wij demonstranten en organisatoren bijstaan
- Wij toetsen of een verbod of voorschrift binnen de gronden van artikel 2 en 5 WOM blijft en evenredig is.
- Wij maken bezwaar en vragen zo nodig met spoed een voorlopige voorziening aan.
- Wij doen verzet tegen een strafbeschikking, zodat de strafrechter de zaak beoordeelt.
- Wij stellen vast op welke grondslag een bevel is gegeven: artikel 7 WOM, een noodbevel of een andere regeling.
- Wij voeren in de strafzaak het verweer dat het optreden als geheel onevenredig was.
Demonstratierecht in vijf punten
- Een verbod mag alleen bij een te late of ontbrekende kennisgeving of op grond van gezondheid, verkeer of wanordelijkheden (artikel 5 lid 2 WOM).
- Een APV-bepaling zonder grondslag in de WOM kan niet tegen betogers worden gebruikt (HR 24 maart 2026).
- Wie een WOM-opdracht negeert, wordt vervolgd via artikel 11 WOM; een noodbevel via artikel 184 Sr.
- Is het optreden als geheel onevenredig, dan moet de rechter de strafbepaling buiten toepassing laten (HR 30 september 2025).
- Schade of gevaar voor verkeer, zoals een gehinderde ambulance, leidt wel tot straf (Rb. Den Haag 21 mei 2026).