De vraag of een elektriciteits- of gasnet kwalificeert als gesloten systeem is in de praktijk van groot belang. De kwalificatie bepaalt of de eigenaar erkenning bij de ACM kan aanvragen, of hij juist verplicht is een netbeheerder aan te wijzen, en welke verplichtingen op hem rusten jegens de aangeslotenen.
Sinds 1 januari 2026 is deze materie geregeld in de Energiewet, die de term “gesloten distributiesysteem” en de bijbehorende ontheffing heeft vervangen door erkenning als gesloten systeem, gevolgd door aanwijzing van een beheerder. In dit artikel lopen wij de wettelijke criteria van artikel 3.7 Energiewet stuk voor stuk langs. Voor het bredere kader verwijzen wij naar ons overzichtsartikel over private netten en gesloten distributiesystemen.
Eerst: is er wel sprake van een systeem?
Voordat aan de criteria van artikel 3.7 Energiewet wordt toegekomen, moet vaststaan dat er überhaupt sprake is van een distributiesysteem. Een distributiesysteem voor elektriciteit is een stelsel van leidingen en daarmee verbonden hulpmiddelen voor transport van elektriciteit beneden 110 kV. Een distributiesysteem voor gas betreft lokaal of regionaal gastransport, met uitzondering van een gasproductienet.
Daarnaast kent de Energiewet de installatie en de directe lijn als afzonderlijke categorieën. Een installatie bevindt zich achter het overdrachtspunt en wordt door één aangeslotene gebruikt of beheerd; zij vormt geen net. Een directe lijn is een afzonderlijk omschreven verbinding tussen een productie-installatie en een of meer eindafnemers, waarvoor een meldplicht bij de ACM geldt. De afbakening tussen deze drie categorieën is feitelijk van aard en verdient in de praktijk zorgvuldige aandacht.
De cumulatieve voorwaarden van artikel 3.7 Energiewet
Is eenmaal vastgesteld dat sprake is van een distributiesysteem, dan toetst de ACM op aanvraag of aan de voorwaarden van artikel 3.7, eerste lid, Energiewet is voldaan. Deze voorwaarden gelden cumulatief: aan alle onderdelen moet zijn voldaan wil erkenning als gesloten systeem mogelijk zijn. Hieronder bespreken wij de belangrijkste voorwaarden.
Geen bestaande beheerder en geen infrastructuurgroep
Voor het systeem mag nog geen beheerder zijn aangewezen en het systeem mag geen onderdeel uitmaken van een infrastructuurgroep. Deze voorwaarde ligt voor de hand, maar verdient aandacht bij herstructurering van bestaande netten of bij overname van een terrein waarop reeds een beheerder actief is.
Een geografisch afgebakende locatie met technische, organisatorische of functionele bindingen
Het systeem moet liggen binnen een geografisch afgebakende industriële of commerciële locatie, of een locatie met gedeelde diensten, zoals een chemiepark, een haven- of industrieterrein, een bedrijfsverzamelcomplex of een glastuinbouwgebied. Daarnaast eist de wet dat het systeem binnen die locatie technische, organisatorische of functionele bindingen heeft. Een louter geografische afbakening is dus niet voldoende; er moet ook een inhoudelijke samenhang bestaan tussen het systeem en de locatie waarop het is gevestigd.
Minder dan duizend aangeslotenen
Op het systeem mogen minder dan duizend afnemers zijn aangesloten. Duizend aangeslotenen valt dus niet meer binnen de wettelijke grens; negenhonderdnegenennegentig is het hoogste aantal dat op basis van deze voorwaarde mogelijk is. Voor de meeste industriële locaties vormt dit geen knelpunt, maar bij grote bedrijvenparken en multi-tenant complexen verdient de telling aandacht, bijvoorbeeld bij kleinere huurders achter een gezamenlijke aansluiting.
De precieze telmethodiek in dergelijke gevallen is niet nader in de wet uitgewerkt; wij adviseren bij twijfel dit vooraf met de ACM af te stemmen.
Geen huishoudelijke eindafnemers
Een gesloten systeem mag in beginsel geen huishoudelijke eindafnemers beleveren. De ratio is de bescherming van consumenten: huishoudens horen thuis op het openbare net, met de bijbehorende waarborgen. De wet staat een beperkte uitzondering toe voor incidenteel gebruik door een klein aantal huishoudelijke eindafnemers die werkzaam zijn bij, of een vergelijkbare betrekking hebben met, de eigenaar van het systeem, zoals bewoners van een bedrijfswoning op het terrein. Deze uitzondering sluit aan bij de Europese regelgeving.
Geïntegreerde processen of distributie aan de eigenaar
Ten slotte moet aan één van twee inhoudelijke voorwaarden zijn voldaan. Ofwel het bedrijfs- of productieproces van de aangeslotenen is om specifieke technische of veiligheidsredenen geïntegreerd met het systeem, zoals bij een chemiecluster waar installaties van verschillende bedrijven proces- en energietechnisch verweven zijn. Ofwel het systeem distribueert primair elektriciteit of gas aan de eigenaar of beheerder van het systeem, of aan daarmee verwante ondernemingen.
Algemene economische verwevenheid tussen de aangeslotenen volstaat op basis van de wettekst niet; de ACM verlangt een concrete onderbouwing van de technische integratie of van de primaire distributie aan de eigenaar.
Veiligheid, betrouwbaarheid en spanningsniveau
Daarnaast moeten veiligheid en betrouwbaarheid van het systeem voldoende zijn gewaarborgd en geldt voor elektriciteit een maximaal spanningsniveau van 220 kV. Voor een nog aan te leggen systeem kan erkenning al worden aangevraagd zodra de benodigde vergunningen, ontheffingen en toestemmingen zijn verkregen.
Beslistermijn van de ACM
Op grond van artikel 3.54, eerste lid, Energieregeling beslist de ACM op een aanvraag om erkenning binnen zes maanden. Deze termijn kan eenmalig worden verlengd met ten hoogste zes maanden. Aanvragers doen er goed aan met deze doorlooptijd rekening te houden bij de planning van een transactie of project waarvoor erkenning als gesloten systeem noodzakelijk is.
Van erkenning naar aanwijzing van een beheerder
Erkenning van het systeem door de ACM op grond van artikel 3.7 Energiewet is niet hetzelfde als de aanwijzing van een beheerder. Nadat het systeem is erkend, wijst de ACM op aanvraag een door de eigenaar voorgedragen beheerder aan op grond van artikel 3.6 Energiewet.
Voor bestaande systemen met een oude ontheffing voorziet artikel 7.32 Energiewet in overgangsrecht: de eigenaar van een dergelijk systeem wordt gedurende de resterende looptijd van de ontheffing geacht over een erkenning en een aanwijzing te beschikken.
Gevolgen van erkenning
Erkenning als gesloten systeem brengt een eigen pakket verplichtingen met zich mee, die losstaan van de erkenningscriteria zelf. De aansluit- en transportplicht van de beheerder is specifieker geregeld dan een algemene plicht. Op grond van artikel 3.105, eerste lid, Energiewet doet de beheerder op verzoek een aanbod tot aanleg of wijziging van een aansluiting, en op verzoek een aanbod voor het in gebruik geven, beheren en onderhouden van de aansluiting en voor transport. Hij kan weigeren wanneer redelijkerwijs onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar is, mits die weigering deugdelijk wordt onderbouwd.
Ook de tarieven van de beheerder zijn wettelijk genormeerd: op grond van artikel 3.114, eerste lid, Energiewet moeten tarieven berusten op een vooraf bekendgemaakte berekeningsmethode en kostenreflectief, transparant en niet-discriminerend zijn. De ACM kan naar aanleiding van een klacht aanpassing van de methode of het tarief verlangen.
Daarnaast staat een gesloten systeem niet zonder meer buiten het congestiemanagement. Op grond van artikel 3.104, eerste lid, Energiewet worden specifieke verplichtingen uit hoofdstuk 9 overeenkomstig toegepast op de beheerder van een gesloten systeem.
De Netcode elektriciteit verlangt bij een tekort aan transportcapaciteit onderzoek naar onder meer technische maatregelen, fysieke congestie en congestiemanagement, en de beheerder moet bij marktprocessen en elektronisch berichtenverkeer aanvullende bepalingen uit de Netcode elektriciteit en de Informatiecode elektriciteit en gas toepassen.
Of en in hoeverre de beheerder daarbij zelf als netbeheerder onder iedere afzonderlijke bepaling van hoofdstuk 9 valt, hangt af van de concrete verplichting en verdient per geval beoordeling.
Intrekking van de erkenning
Een erkenning als gesloten systeem is niet onbeperkt houdbaar. Op grond van artikel 3.2 Energiebesluit kan de ACM de erkenning intrekken, onder meer wanneer niet langer aan de voorwaarden van artikel 3.7 Energiewet wordt voldaan, wanneer het systeem feitelijk niet door de aangewezen beheerder wordt beheerd, bij bepaalde schendingen van de beheerderverplichtingen, of wanneer de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens bevatte.
Intrekking is dus een reëel rechtsgevolg en niet louter een theoretische mogelijkheid.
Het Europese kader
De nationale criteria sluiten in hoofdzaak aan bij artikel 38 van Richtlijn (EU) 2019/944 voor elektriciteit en artikel 28 van Richtlijn (EU) 2009/73 voor gas. Beide bepalingen noemen een geografisch afgebakende industriële of commerciële locatie of locatie met gedeelde diensten, de uitsluiting van huishoudelijke afnemers behoudens incidenteel gebruik door een klein aantal verbonden huishoudens, integratie om specifieke technische of veiligheidsredenen of primaire distributie aan de eigenaar, beheerder of verwante bedrijven, de mogelijkheid van ontheffing van voorafgaande tariefgoedkeuring, en herziening van tarieven of berekeningsmethoden op verzoek van een gebruiker.
De richtlijnen zelf noemen geen aantal aangeslotenen; de grens van minder dan duizend is een nationale voorwaarde uit artikel 3.7 Energiewet.
Voor gas verlangt artikel 32 van Richtlijn (EU) 2009/73 daarnaast toegang van derden op basis van gepubliceerde en objectief toegepaste tarieven, en voor elektriciteit bevatten de artikelen 32 en 59 van Richtlijn (EU) 2019/944 de context van distributiebeheer, tarieven en toegang.
De kwalificatie verdient periodieke aandacht
Een net dat vandaag aan de criteria voldoet, kan die status in de praktijk verliezen. Groei van het aantal aangeslotenen, functiewijziging van het terrein, verkoop van bedrijfsonderdelen of het vertrek van de hoofdgebruiker kunnen ertoe leiden dat niet langer aan artikel 3.7 Energiewet wordt voldaan, met mogelijke intrekking van de erkenning tot gevolg.
Dit is geen door de rechtspraak vastgestelde regel, maar volgt uit de aard van de cumulatieve voorwaarden: iedere relevante wijziging moet opnieuw aan artikel 3.7 worden getoetst.
Wij adviseren daarom periodiek te controleren of nog aan alle voorwaarden wordt voldaan; dit hoort tot het normale beheer van een privaat net.
Conclusie
De kwalificatie als gesloten systeem vergt een feitelijke en juridische analyse van het net, het terrein en de aangeslotenen, getoetst aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 3.7 Energiewet. Een zorgvuldige voorbereiding voorkomt dat een erkenningsaanvraag strandt of dat een exploitant ongemerkt zonder geldige titel een net beheert.
Twijfelt u of uw net kwalificeert als gesloten systeem, of wilt u uw bestaande erkenning of ontheffing tegen het licht houden? Onze advocaten energierecht denken graag met u mee.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een gesloten systeem en het openbare net?
Een gesloten systeem is een privaat net op een afgebakende industriële of commerciële locatie, waarop in beginsel geen huishoudens zijn aangesloten en waarvoor de eigenaar zelf een beheerder voordraagt. Het openbare net wordt beheerd door een reguliere netbeheerder en staat in beginsel open voor iedere afnemer, inclusief huishoudens.
Hoeveel aangeslotenen mag een gesloten systeem maximaal hebben?
Minder dan duizend. Duizend aangeslotenen valt niet meer binnen de wettelijke grens; negenhonderdnegenennegentig is het maximum. De precieze telmethodiek bij bijvoorbeeld huurders achter een gezamenlijke aansluiting is niet wettelijk uitgewerkt; stem dit bij twijfel vooraf met de ACM af.
Mag een gesloten systeem huishoudens beleveren?
In beginsel niet. Er geldt een beperkte uitzondering voor incidenteel gebruik door een klein aantal huishoudelijke eindafnemers die werkzaam zijn bij, of een vergelijkbare betrekking hebben met, de eigenaar van het systeem, zoals bewoners van een bedrijfswoning op het terrein.
Hoe lang duurt de erkenningsprocedure bij de ACM?
De ACM beslist in beginsel binnen zes maanden op een aanvraag om erkenning. Deze termijn kan eenmalig worden verlengd met ten hoogste zes maanden. Houd hier rekening mee bij de planning van een transactie of project.
Wat gebeurt er met een bestaande ontheffing onder de oude regelgeving?
Voor bestaande systemen met een oude ontheffing voorziet artikel 7.32 Energiewet in overgangsrecht: de eigenaar wordt gedurende de resterende looptijd van de ontheffing geacht over een erkenning en een aanwijzing te beschikken. Een nieuwe aanvraag is in die periode dus niet nodig.
Kan een eenmaal verkregen erkenning weer worden ingetrokken?
Ja. Op grond van artikel 3.2 Energiebesluit kan de ACM de erkenning intrekken, onder meer wanneer niet langer aan artikel 3.7 Energiewet wordt voldaan, wanneer het systeem feitelijk niet door de aangewezen beheerder wordt beheerd, bij bepaalde schendingen van de beheerderverplichtingen, of wanneer de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens bevatte.
Is een gesloten systeem vrijgesteld van congestiemanagement?
Nee, niet zonder meer. Op grond van artikel 3.104 Energiewet worden specifieke verplichtingen uit hoofdstuk 9 overeenkomstig toegepast op de beheerder van een gesloten systeem. Of en in hoeverre een concrete verplichting van toepassing is, verdient per geval beoordeling.