Tarieven van een gesloten distributiesysteem zijn aan strenge wettelijke regels gebonden. De beheerder van een gesloten distributiesysteem (GDS, in de Energiewet: gesloten systeem) valt niet onder hetzelfde voorafgaande tariefregime als een reguliere transmissie- of distributiesysteembeheerder: de Autoriteit Consument en Markt (ACM) stelt zijn tarieven niet vooraf vast. Dat betekent echter niet dat de beheerder vrij is in wat hij zijn aangeslotenen in rekening brengt. Sinds de inwerkingtreding van de Energiewet op 1 januari 2026 bevat artikel 3.114 van die wet de tariefnorm voor gesloten systemen: de beheerder moet vooraf een berekeningsmethode opstellen en bekendmaken, en die methode moet leiden tot tarieven die de kosten van zijn wettelijke taken en verplichtingen reflecteren en die transparant en niet-discriminerend zijn. Iedere aangeslotene kan bovendien op grond van artikel 5.4 Energiewet een klacht indienen bij de ACM; stelt de ACM vast dat de berekeningsmethode of het tarief niet aan de wettelijke vereisten voldoet, dan gelast zij aanpassing en is haar besluit bindend. In dit artikel bespreken wij hoe de tariefnorm werkt, welke kosten in de berekeningsmethode thuishoren, waarom de contractuele grondslag minstens zo belangrijk is als de wettelijke norm, en hoe de klachtprocedure bij de ACM verloopt. Het bredere kader van het regime voor gesloten systemen schetsten wij in ons overzichtsartikel over private netten en gesloten distributiesystemen.
Van Elektriciteitswet 1998 naar Energiewet: erkenning in plaats van ontheffing
Tot 1 januari 2026 was het regime voor gesloten distributiesystemen neergelegd in artikel 15 van de Elektriciteitswet 1998, dat werkte met een ontheffing van de verplichting om een netbeheerder aan te wijzen. De Energiewet, die de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet vervangt, hanteert een ander vertrekpunt: het gesloten systeem moet als zodanig worden erkend. De voorwaarden voor die erkenning staan in artikel 3.7 Energiewet. De Europese achtergrond is ongewijzigd: artikel 38 van Richtlijn (EU) 2019/944 beschouwt gesloten distributiesystemen als distributiesystemen, maar staat toe dat zij onder voorwaarden worden vrijgesteld van voorafgaande goedkeuring van tarieven of berekeningsmethoden. Die vrijstelling neemt de eisen van transparantie en non-discriminatie uitdrukkelijk niet weg. Beheerders met een ontheffing onder het oude recht doen er verstandig aan hun positie onder het overgangsrecht en de erkenningsvoorwaarden van de Energiewet te laten toetsen.
Tarieven van een gesloten distributiesysteem: de norm van artikel 3.114 Energiewet
De kern van het tariefregime staat in artikel 3.114, eerste lid, Energiewet:
Een beheerder van een gesloten systeem brengt [ā¦] een tarief in rekening dat is vastgesteld met inachtneming van een vooraf door hem opgestelde en bekendgemaakte berekeningsmethode, die leidt tot tarieven die de kosten [ā¦] reflecteren en transparant en niet-discriminerend zijn.
Deze norm bevat drie elementen die in de praktijk elk hun eigen eisen stellen. Ten eerste de vooraf opgestelde en bekendgemaakte berekeningsmethode: de beheerder kan tarieven niet achteraf of ad hoc vaststellen, maar moet de systematiek vooraf kenbaar maken aan de aangeslotenen. Ten tweede de kostenreflectiviteit: de tarieven moeten de kosten weerspiegelen die verband houden met de wettelijke taken en verplichtingen van de beheerder. Ten derde transparantie en non-discriminatie: de methode moet navolgbaar zijn en vergelijkbare aangeslotenen moeten gelijk worden behandeld, tenzij een objectief verschil een afwijkende behandeling rechtvaardigt. Wie deze drie elementen op orde heeft, heeft binnen die grenzen ruimte voor een systematiek die past bij de aard van het systeem en het terrein; wie ze verwaarloost, riskeert een bindende correctie door de ACM.
Welke kosten horen in de berekeningsmethode?
De wet schrijft geen kostencatalogus voor, maar uit het vereiste van kostenreflectiviteit volgt een bruikbare indeling. In de berekeningsmethode kunnen in beginsel worden opgenomen: de kosten van aansluiting en wijziging van aansluitingen, de kosten van beheer, onderhoud, bediening en meting van het systeem, de kosten die de beheerder zelf aan de publieke netbeheerder betaalt voor het overdrachtspunt naar het openbare net, en een toerekenbaar deel van de algemene overhead. Daartegenover staan kosten die niet aan de distributiefunctie kunnen worden toegerekend, zoals kosten van andere bedrijfsactiviteiten van de beheerder of kosten die al langs andere weg worden vergoed, bijvoorbeeld via een huurprijs of servicekosten voor het terrein. Die horen niet in de tarieven thuis.
De beheerder moet de gekozen berekeningsmethode en de daarin opgenomen kostencomponenten controleerbaar en navolgbaar kunnen onderbouwen. Voor bepaalde categorieƫn systeembeheerders schrijft artikel 3.42 Energiebesluit een afzonderlijke boekhouding voor; los daarvan geldt dat een beheerder die zijn kostenberekening niet kan verantwoorden, bij een klacht direct op achterstand staat: wat niet kan worden onderbouwd, kan niet worden doorberekend. De Energiewet faciliteert die onderbouwing overigens ook: artikel 4.10 Energiewet bepaalt uitdrukkelijk dat de beheerder van een gesloten systeem gegevens uit het register mag gebruiken voor onder meer het bepalen van tarieven en het uitvoeren van aansluit- en transportovereenkomsten.
De contractuele grondslag: zonder duidelijk beding geen betalingsverplichting
De wettelijke tariefnorm is ƩƩn ding; de contractuele grondslag van de betalingsverplichting is een tweede, en de rechtspraak laat zien dat juist daar veel misgaat. Het gerechtshof ās-Hertogenbosch oordeelde dat een leveringsovereenkomst geen grondslag bood voor een periodieke aansluitbijdrage, omdat de betalingsverplichting niet duidelijk uit de contractstukken bleek (ECLI:NL:GHSHE:2024:2263). De Hoge Raad heeft dat oordeel bevestigd (ECLI:NL:HR:2026:94). Die zaak betrof warmtelevering, maar de les geldt onverkort voor tarieven binnen een gesloten systeem: een professionele beheerder moet afzonderlijk en begrijpelijk vastleggen waarvoor een bedrag wordt geheven, hoe het wordt berekend en of het ziet op aansluiting, instandhouding, transport, meting of een andere dienst. Een onduidelijk tariefbeding komt voor rekening van de beheerder.
Is de tariefclausule opgenomen in algemene voorwaarden, dan komt daar het risico van vernietiging bij. Een beding dat onredelijk bezwarend is, is vernietigbaar op grond van artikel 6:233 BW, en bij twijfel over de betekenis prevaleert de voor de wederpartij gunstigste uitleg (artikel 6:238 BW). Een clausule waarin de beheerder zich slechts in algemene zin het recht voorbehoudt de tarieven te wijzigen, zonder duidelijkheid over het waarom, wanneer, hoe vaak en volgens welke maatstaf, loopt dat risico concreet. Wij adviseren beheerders daarom de tariefsystematiek expliciet vast te leggen in de aansluit- en transportovereenkomsten: welke kostencategorieën worden doorberekend, volgens welke verdeelsleutel, hoe investeringen in verzwaring of vervanging worden verwerkt, wanneer en volgens welke maatstaf wordt geïndexeerd of herzien, en welke verantwoordingsinformatie de aangeslotene periodiek ontvangt.
Voor aangeslotenen geldt het spiegelbeeld: wie tekent voor een vage tariefclausule, koopt een toekomstig geschil. Beding in ieder geval inzage in de kostenonderbouwing.
Dat de contractuele en technische inrichting van een privaat netwerk een zelfstandig aandachtspunt blijft, illustreert ook het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: een particuliere netwerkbeheerder moet rekening houden met de vrije leverancierskeuze van aangeslotenen, maar daaruit volgt niet zonder meer dat hij zelf een EAN-code of afzonderlijke aansluiting moet verzorgen (ECLI:NL:GHARL:2026:316).
De klacht bij de ACM: bindend besluit binnen twee maanden
Een aangeslotene die meent dat de berekeningsmethode of het tarief niet aan de wettelijke vereisten voldoet, kan op grond van artikel 5.4 Energiewet een klacht indienen bij de ACM over de wijze waarop de systeembeheerder zijn wettelijke taken uitoefent. De ACM beslist in beginsel binnen twee maanden; die termijn kan bij een verzoek om aanvullende gegevens eenmaal met twee maanden worden verlengd. Het besluit is bindend. De procedure kent waarborgen voor beide partijen, waaronder een zienswijze van de systeembeheerder en een hoorzitting. Stelt de ACM vast dat de berekeningsmethode of het tarief niet in overeenstemming is met de vereisten van artikel 3.114, eerste lid, dan gelast zij op grond van het tweede lid aanpassing van de methode of het tarief.
Bij de beoordeling van de kostenreflectiviteit kan de ACM referentiepunten gebruiken, maar zij past de tariefsystematiek voor publieke netbeheerders niet zonder meer toe: de beoordeling wordt toegesneden op de wettelijke taken, de kenmerken van het systeem, de kostenonderbouwing en de gekozen berekeningsmethode. Voor de beheerder betekent een klacht hoe dan ook dat de volledige kostenstructuur van het systeem op tafel komt; voor de aangeslotene is het een laagdrempelig en snel instrument om de eigen energiekosten kritisch tegen het licht te houden. Voor aangeslotenen met een kleine aansluiting geldt daarnaast dat de beheerder een transparante, eenvoudige en laagdrempelige klachtenprocedure moet bieden (artikel 3.34 Energiebesluit).
Drie geschilpunten uit de praktijk
De scherpste discussies ontstaan in drie situaties waarvoor de wet geen kant-en-klare oplossing geeft en die dus vooral contractueel moeten worden geregeld. De eerste is de grote investering: als het systeem moet worden verzwaard voor de groei of elektrificatie van ƩƩn aangeslotene, rijst de vraag wie die investering draagt en hoe zij in de berekeningsmethode wordt verwerkt. De tweede is leegstand of vertrek: verlaat een grote aangeslotene het terrein, dan moeten de vaste kosten over minder schouders worden verdeeld, en het is de vraag of dat risico bij de beheerder ligt of bij de resterende aangeslotenen. De derde is de nieuwkomer: tegen welke voorwaarden krijgt een nieuwe partij op het terrein toegang tot het systeem, en betaalt die mee aan historische investeringen? Wie deze scenarioās vooraf in de berekeningsmethode en de overeenkomsten adresseert, voorkomt dat zij later via een ACM-klacht of een civiele procedure moeten worden beslecht.
Conclusie
De beheerder van een gesloten systeem heeft onder de Energiewet geen tariefvrijheid, maar wel de ruimte om binnen de norm van artikel 3.114 een eigen berekeningsmethode te hanteren, mits die vooraf is bekendgemaakt en leidt tot kostenreflectieve, transparante en niet-discriminerende tarieven. De ACM bewaakt die norm op klacht van iedere aangeslotene met een bindend besluit, en de civiele rechter bewaakt de contractuele grondslag: een tarief zonder duidelijk beding is kwetsbaar, hoe redelijk de hoogte ook is. Een navolgbare kostenonderbouwing, een deugdelijk bekendgemaakte berekeningsmethode en heldere contractuele afspraken zijn samen de beste verzekering tegen tariefgeschillen. Bent u beheerder van een gesloten systeem en wilt u uw berekeningsmethode, erkenning of overeenkomsten laten toetsen aan de Energiewet, of bent u aangeslotene en twijfelt u aan de tarieven die u betaalt? De advocaten energierecht van Law & More adviseren en procederen aan beide zijden van deze verhouding, zowel bij de ACM als bij de civiele rechter.
Veelgestelde vragen
Is de beheerder van een gesloten systeem vrij in het vaststellen van zijn tarieven?
Nee. De tarieven hoeven niet vooraf door de ACM te worden vastgesteld, maar de beheerder moet op grond van artikel 3.114 Energiewet vooraf een berekeningsmethode opstellen en bekendmaken die leidt tot tarieven die de kosten van zijn wettelijke taken en verplichtingen reflecteren en die transparant en niet-discriminerend zijn.
Geldt het oude regime van artikel 15 Elektriciteitswet 1998 nog?
Nee. Sinds 1 januari 2026 geldt de Energiewet. Het gesloten systeem moet worden erkend op grond van artikel 3.7 Energiewet en de tariefnorm staat in artikel 3.114. Beheerders met een ontheffing onder het oude recht doen er verstandig aan hun positie onder het overgangsrecht te laten toetsen.
Mag de beheerder de kosten van de publieke netbeheerder doorberekenen?
Ja. De kosten die de beheerder voor het overdrachtspunt aan de publieke netbeheerder betaalt, houden verband met zijn taken en kunnen in de berekeningsmethode worden opgenomen, mits de toerekening aan de aangeslotenen transparant en niet-discriminerend is.
Kan een aangeslotene een te hoog tarief laten aanpassen?
Ja. Een aangeslotene kan op grond van artikel 5.4 Energiewet een klacht indienen bij de ACM. Stelt de ACM vast dat de berekeningsmethode of het tarief niet voldoet aan artikel 3.114, dan gelast zij aanpassing. Het besluit van de ACM is bindend en volgt in beginsel binnen twee maanden.
Kan een aangeslotene betaalde bedragen terugvorderen?
Dat hangt in de eerste plaats af van de contractuele grondslag. Uit de rechtspraak (ECLI:NL:HR:2026:94) volgt dat een betalingsverplichting die niet duidelijk uit de contractstukken blijkt, geen grondslag biedt voor het geheven bedrag. Ook kan een onredelijk bezwarend tariefbeding in algemene voorwaarden vernietigbaar zijn. Laat u tijdig adviseren, mede met het oog op verjaring.
Moet de beheerder een afzonderlijke boekhouding voeren?
Artikel 3.42 Energiebesluit verplicht bepaalde categorieƫn systeembeheerders tot een afzonderlijke boekhouding. Los van de vraag of die verplichting op een concrete beheerder van toepassing is, geldt dat hij zijn berekeningsmethode en kostencomponenten controleerbaar en navolgbaar moet kunnen onderbouwen; zonder die onderbouwing houdt een tarief bij een ACM-klacht geen stand.
Wat kan Law & More voor u betekenen?
Wij adviseren beheerders over de erkenning van het gesloten systeem, de inrichting en bekendmaking van de berekeningsmethode en de aansluit- en transportovereenkomsten, en staan partijen bij in klachtprocedures bij de ACM en in civiele tariefgeschillen. Voor aangeslotenen beoordelen wij de berekeningsmethode, de tarieven en de contractuele grondslag daarvan. Wij adviseren regelmatig over tarieven van een gesloten distributiesysteem, van de erkenningsprocedure tot en met de klachtprocedure bij de ACM.
Tom Meevis, advocaat energierecht en managing partner bij Law & More. Voor vragen over gesloten systemen, tarieven of geschillen met de ACM kunt u contact opnemen via [email protected] of +31 40 369 06 80.