Gepubliceerd op 7 november 2024 · Laatst bijgewerkt op 10 september 2026
Inhoudsopgave
Warmtewet en compensatie bij storingen
In Nederland neemt de energievoorziening voor huurders van bedrijfsruimtes en woonruimtes steeds vaker de vorm aan van een aansluiting op een warmtenet. Deze warmtenetten worden vaak aangelegd en beheerd door de gemeente in samenwerking met specifieke warmteleveranciers.
Voor huurders betekent dit dat ze soms verplicht zijn zich aan te sluiten bij een centrale leverancier zonder keuzevrijheid, in tegenstelling tot elektriciteit of gas. Deze verplichting kan leiden tot vragen over rechten en verplichtingen, wachttijden, kosten en de rol van toezichthouders zoals de Autoriteit Consument en Markt (ACM).
In deze blog gaan we in op wat er technisch en juridisch komt kijken bij een aanvraag voor een warmte-aansluiting en welke regels huurders kunnen verwachten. Voor zowel particuliere woningen als zakelijke gebouwen kan de aansluiting op een warmtenet echter complex en tijdsintensief zijn.
Wat is een warmtenet?
Een warmtenet is een netwerk van leidingen dat warmte van een centrale bron naar woningen en bedrijven transporteert. Gemeente stimuleren warmtenetten als duurzaam alternatief voor gas, omdat ze gebruikmaken van hernieuwbare of restenergie.
Het warme water of de stoom in dit netwerk verwarmt via een warmtewisselaar de ruimtes en het kraanwater. Een warmtenet kan op grotere schaal worden uitgerold in een wijk of regio.
In veel gevallen neemt de gemeente in overleg met de verhuurder en leverancier de beslissing om een warmtenet aan te leggen, waarbij huurders verplicht worden zich aan te sluiten bij de gekozen warmteleverancier. Voor consumenten en bedrijven kan dit verplicht karakter onredelijk aanvoelen, vooral als de tarieven en service minder aantrekkelijk blijken.
De rol van de Warmtewet, het Warmtebesluit en de Warmteregeling
De Nederlandse Warmtewet regelt de rechten en plichten van zowel warmteleveranciers als consumenten en biedt hiermee belangrijke bescherming voor huurders en andere gebruikers van warmtenetten.
De wet is bedoeld om consumenten te beschermen tegen onredelijke tarieven en slechte dienstverlening, en tegelijkertijd te zorgen voor transparantie en kwaliteit in de warmtemarkt. Enkele belangrijke aspecten van de Warmtewet en aanvullende regelgeving zijn:
- Tariefregulering: De Warmtewet stelt een maximumtarief vast, gekoppeld aan de gasprijs. Dit maximumtarief houdt rekening met de werkelijke kosten die consumenten zouden hebben als zij gas als warmtebron gebruikten. Volgens het Warmtebesluit bestaat het maximumtarief uit vaste en variabel kosten die jaarlijks worden berekend.
- Kwetsbare consumenten: De Warmteregeling beschrijft dat kwetsbare consumenten, zoals mensen met gezondheidsrisico’s, extra bescherming krijgen bij afsluiting van warmtevoorziening.
- Leveringszekerheid: Warmteleveranciers hebben de verplichting om hun diensten betrouwbaar en continu te leveren. De leverancier dient warmte betrouwbaar en onder redelijke voorwaarden te leveren, met een goede kwaliteit van dienstverlening.
- Vergunningsplicht: Warmteleveranciers moeten een vergunning hebben van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) om warmte te mogen leveren. De ACM houdt toezicht op de naleving van de wetgeving.
- Compensatie bij storingen: artikel 3a van de Warmtewet verplicht de leverancier tot compensatie zodra een storing acht uur duurt — niet pas na 24 uur. De compensatie bedraagt € 35 bij een storing van 8 tot 12 uur, en loopt met € 20 op voor elke volgende vier uur. Let op de belangrijkste uitzondering: de regeling geldt niet wanneer u de warmte van uw verhuurder of van de VvE betrekt in plaats van van een warmteleverancier. In dat geval loopt de vordering langs het huurrecht of langs het VvE-reglement, en niet langs de Warmtewet.
- Afsluitbeleid: Afsluiting van warmtevoorziening moet zoveel mogelijk worden voorkomen, vooral in de wintermaanden (1 oktober – 1 april). Leveranciers moeten geplande onderbrekingen minstens drie dagen van tevoren aankondigen.
- Noodvoorziening: In het geval dat een warmteleverancier niet langer in staat is om warmte te leveren, kan de minister van Economische Zaken ingrijpen door noodmaatregelen te treffen. Dit kan onder andere inhouden dat een andere vergunninghouder als noodleverancier wordt aangesteld om de warmtelevering over te nemen.
- Transparantie en informatieplicht: Het Warmtebesluit en de Warmteregeling stellen dat leveranciers verplicht zijn om duidelijke, vergelijkbare informatie over tarieven, voorwaarden en eventuele gevolgen voor comfort te verstrekken.
- Geschillenregeling: bij onenigheid tussen consumenten en warmteleveranciers biedt de Warmtewet een laagdrempelige geschillenregeling via een onafhankelijke commissie. Hierdoor hoeven consumenten niet direct naar de rechter.
Een nieuwe Warmtewet
Het kabinet werkt aan een opvolger van de Warmtewet. De officiële naam hiervan is de Wet collectieve warmtevoorziening. Op dit moment is de prijs van warmte meer omstreden. Deze is namelijk gekoppeld aan de prijs van aardgas.
Ook is vaak onduidelijk hoe energieleveranciers hun tarieven precies berekenen, en of zij geen onredelijk hoge winsten maken. De nieuwe wet bepaalt dat de tarieven worden gebaseerd op de daadwerkelijke kosten van warmtebedrijven plus een maximaal winstpercentage.
Het aansluitproces: stap-voor-stap analyse
Wanneer een consument of bedrijf een aansluiting op een warmtenet aanvraagt, doorloopt de warmteleverancier een aantal stappen. Hier volgt een overzicht van het proces en de technische eisen die aan de orde komen:
- Initiële aanvraag en beoordeling: De eerste stap is het indienen van een aanvraag bij de warmteleverancier. Deze beoordeelt de aanvraag en kijkt of het technisch en economisch haalbaar is om een aansluiting te realiseren. Daarnaast controleert de leverancier de geschiktheid van de woning of het gebouw om aangesloten te worden, waarbij isolatieniveaus en bestaande installaties worden beoordeeld.
- Technische inspectie en ontwerp: Een erkende installateur voert een inspectie uit om de nodige aanpassingen te bepalen. Hieruit volgt een aansluitplan waarin wordt beschreven hoe de installatie van de leidingen en de warmteafleverset (die het warmteverbruik per aansluiting regelt) zal verlopen.
- Opstellen van een offerte en plan: na de inspectie ontvangt u een offerte voor de kosten van de aansluiting en eventuele extra benodigde aanpassingen. In de offerte staat meestal een schatting van de duur van de werkzaamheden en een planning.
- Aanleg van de aansluiting
- Buitenshuis: Er wordt een leiding gelegd vanaf de hoofdleiding van het warmtenet naar het gebouw. Dit kan graafwerkzaamheden met zich meebrengen, zowel in openbare ruimtes als op privéterrein.
- Binnenshuis: De installatie van een warmteafleverset vervangt de cv-ketel. Deze warmtewisselaar zorgt ervoor dat de warmte uit het netwerk naar het gebouw wordt overgebracht.
- Aanpassingen binnen installatie: in de meeste gevallen kunnen bestaande radiatoren en vloerverwarming behouden blijven.
- Inregelen en testen: Nadat de aansluiting fysiek is voltooid, moet het systeem zorgvuldig worden ingeregeld. De temperatuur en druk worden afgesteld, en er wordt gecontroleerd op lekken en storingen om de kwaliteit van de warmtevoorziening te waarborgen.
- Afkoppeling van gasaansluiting: In veel gevallen, zeker in nieuwe woningen, wordt de gasaansluiting definitief afgesloten, omdat verwarming en warm water voortaan via het warmtenet geleverd worden.
- Nazorg en onderhoud: na de installatie biedt de warmteleverancier doorgaans een service- en onderhoudscontract aan. Dit omvat regelmatige inspecties en onderhoud aan de warmteafleverset om storingen te voorkomen.
Kosten en wachttijden: wat zegt de wet?
Wanneer een warmteaansluiting wordt aangevraagd, bijvoorbeeld bij de verhuizing naar een nieuwe kantoorruimte of woonruimte, kunnen aanzienlijke kosten en wachttijden optreden.
De leverancier moet binnen een redelijke termijn een aansluiting realiseren, maar wat precies onder een “redelijke termijn” valt, wordt niet duidelijk gespecificeerd. Wachttijden voor aansluitingen zijn dus niet vastgelegd in de wet, wat in sommige situaties voor onzekerheid kan zorgen.
Juridische en regulerende aspecten
De Autoriteit Consument & Markt (ACM) houdt toezicht op de naleving van de Warmtewet en kan ingrijpen als een warmteleverancier zich niet aan de regels houdt. De ACM heeft het recht om boetes of een bindende gedragslijn op te leggen bij overtredingen.
Tevens kan de ACM in geval van niet-naleving een last onder dwangsom opleggen. Bij ernstige of herhaalde overtredingen kan een bestuurlijke boete tot €900.000 of 1% van de omzet worden opgelegd. De minister kan een vergunning intrekken als de houder de vergunningsvoorwaarden of wettelijke voorschriften niet naleeft.
De Warmtewet, het Warmtebesluit en de Warmteregeling bieden consumentenbescherming op meerdere vlakken: van gereguleerde tarieven tot compensatie bij storingen. Er is toezicht door de ACM en een mogelijkheid voor gebruikers om naar een onafhankelijke geschillencommissie te stappen.
Uw juridische opties: hoe Law & More u kan helpen – actie “Pak de Warmtenetten Aan”
Law & More B.V. begrijpt de problemen rondom warmtenetten als geen ander. Wij hebben hier bij onze kantoorruimte ook mee te maken gehad. Om u te ondersteunen bieden wij de maanden november en december 2024 een korting van 25% op het vaste uurtarief voor energierechtzaken voor consumenten van € 250 exclusief BTW.
Deze actie, genaamd Pak de Warmtenetten Aan, is bedoeld om consumenten te helpen hun rechten te beschermen en warmteleveranciers te dwingen tot eerlijke en klantvriendelijke service.
Bij Law & More bieden wij ondersteuning van een energierechtadvocaat bij alle aspecten van warmtenetten en de Warmtewet. Ons ervaren team kan u helpen bij:
- Het begrijpen en betwisten van voorwaarden,
- Het aanpakken van storingen en compenserende regelingen,
- Geschillen met leveranciers over leveringszekerheid en afsluitingen,
- Het begeleiden van juridische stappen bij misstanden of klachten bij de ACM.
Heeft u problemen met uw warmteleverancier of bent u ontevreden over de manier waarop u wordt behandeld? Law & More laat u niet in de kou staan. Neem dan contact met ons op voor juridische hulp.
De maximumtarieven in 2026
De ACM stelt elk jaar vast wat een warmteleverancier ten hoogste in rekening mag brengen. Voor 2026 gebeurde dat bij het Tarievenbesluit warmteleveranciers van 5 december 2025, op grond van de artikelen 5, 6 en 8 van de Warmtewet.
| Post | Maximum 2026 (inclusief btw) |
|---|---|
| Variabel tarief | € 40,97 per gigajoule |
| Vastrecht (verwarming én warm tapwater) | € 615,66 per jaar |
| Vastrecht (alleen verwarming óf alleen warm tapwater) | € 307,84 per jaar |
| Meettarief | € 33,73 per jaar |
| Huur afleverset zonder warmtewisselaar | € 178,51 per jaar |
| Maximum aan vaste kosten samen | € 827,91 per jaar |
| Permanent afsluiten | € 3.904,26 |
| Tijdelijk afsluiten (ten hoogste twee jaar) | € 620,44 |
Het variabele tarief is ten opzichte van 2025 gedaald van € 43,79 naar € 40,97 per gigajoule, terwijl de vaste kosten juist stegen van € 760,77 naar € 827,91. Dat pakt verschillend uit: een gemiddeld huishouden gaat er marginaal op vooruit, maar wie weinig warmte afneemt — een klein appartement, een goed geïsoleerde woning — betaalt tot ruim vijftig euro per jaar méér. Wie een lage rekening had, profiteert dus het minst van een dalend gigajouletarief.
Belangrijk om te weten is dat de ACM nog steeds rekent volgens het niet-meer-dan-anders-principe: een warmteverbruiker mag gemiddeld genomen niet meer betalen dan iemand met een gasaansluiting. Nieuw sinds 2026 is dat de ACM de gemiddelde gasprijs op drie peilmomenten meet (september, oktober en november) in plaats van één, om uitschieters te dempen, en dat de energiebelasting in de rekensom is vastgezet op het niveau van 2024 en alleen nog met de inflatie meebeweegt.
Wat de Wet collectieve warmte gaat veranderen
Over de opvolger van de Warmtewet wordt veel geschreven, vaak onnauwkeurig. De feiten: de Wet collectieve warmte is op 9 december 2025 door de Eerste Kamer aangenomen en op 22 januari 2026 gepubliceerd in Staatsblad 2026, 10. Een eerste tranche is op 14 februari 2026 in werking getreden.
Maar de kern werkt nog niet. De hoofdstukken over warmtekavels en de aanwijzing van warmtebedrijven, over de tariefregulering, en over de intrekking van de Warmtewet zelf zijn uitdrukkelijk nog niet in werking getreden. Het kabinet mikt daarvoor op 1 januari 2027, samen met het Besluit collectieve warmte dat de regels uitwerkt en dat op de peildatum van dit artikel nog ontwerp was. Tot die tijd is en blijft de Warmtewet het geldende kader — alles wat hierboven staat, geldt gewoon.
Wat er straks verandert, op hoofdlijnen. Gemeenten gaan warmtekavels vaststellen en per kavel één warmtebedrijf aanwijzen. Dat bedrijf moet een publiek meerderheidsbelang hebben. Voor bestaande bedrijven zonder publieke meerderheid geldt een ingroeiperiode van zeven jaar, die met drie jaar kan worden verlengd.
Op het punt van de tarieven is voorzichtigheid geboden. Het is niet zo dat de gasreferentie in één keer wordt losgelaten. De wet voorziet in fasen: eerst een gecorrigeerd gasreferentietarief, en pas daarna kostengebaseerde tarieven. Voor die tweede fase zijn de regels nog niet vastgesteld en is geen datum bekend. Wel is de verwachting dat een groter deel van de rekening in het vaste tarief terechtkomt — wat opnieuw ongunstig uitpakt voor wie weinig afneemt.
Geen keuzevrijheid, en waarom dat juridisch zo is
Een warmtenet is een natuurlijk monopolie: er ligt één buizenstelsel en daar hoort één leverancier bij. Artikel 9 van de Warmtewet werkt dat uit met een vergunningstelsel per gebied. Overstappen naar een andere warmteleverancier is dus niet mogelijk, anders dan bij elektriciteit en gas.
De wetgever compenseert dat gemis aan concurrentie niet met keuzevrijheid maar met prijsregulering: de maximumtarieven van artikel 5 van de Warmtewet. Onder de Wet collectieve warmte blijft dat uitgangspunt overeind, want ook daar wordt per kavel één bedrijf aangewezen. Wie ontevreden is over zijn warmteleverancier, heeft dus geen exit — alleen de klachtenroute en de onafhankelijke geschillencommissie van artikel 3b van de Warmtewet.
