Gepubliceerd op 13 september 2026 · Laatst bijgewerkt op 29 oktober 2026
Een redelijke vertrekpremie ligt meestal op of boven het bedrag van de wettelijke transitievergoeding: een derde bruto maandsalaris per dienstjaar, in 2026 maximaal € 102.000 of één bruto jaarsalaris als dat hoger is. Heeft uw werkgever een zwak ontslagdossier of heeft hij ernstig verwijtbaar gehandeld, dan is meer haalbaar; vraagt u zelf om vertrek, dan is de onderhandelingsruimte juist kleiner.
Een vertrekpremie is geen wettelijk begrip. Het is het bedrag dat u en uw werkgever afspreken in een vaststellingsovereenkomst om het dienstverband met wederzijds goedvinden te beëindigen.
Inhoudsopgave
De transitievergoeding als vertrekpunt van de onderhandeling
Eindigt de arbeidsovereenkomst door opzegging of ontbinding op initiatief van de werkgever, dan heeft u recht op de transitievergoeding (artikel 7:673 BW), vanaf de eerste werkdag. Bij een vaststellingsovereenkomst bestaat dat wettelijke recht niet automatisch. In de praktijk is het bedrag van de transitievergoeding wel het gebruikelijke vertrekpunt, omdat de werkgever het ook kwijt zou zijn als hij via het UWV of de kantonrechter ging.
De formule is een derde bruto maandsalaris per jaar dienstverband, naar rato voor gedeeltelijke jaren. Het maandsalaris omvat ook vakantiegeld en vaste toeslagen.
| Jaar | Maximum transitievergoeding |
|---|---|
| 2025 | € 98.000 bruto, of één jaarsalaris als dat hoger is |
| 2026 (per 1 januari 2026) | € 102.000 bruto, of één jaarsalaris als dat hoger is |
Bron: Rijksoverheid, hoe hoog is de transitievergoeding. In een vaststellingsovereenkomst geldt geen wettelijk maximum: u bent vrij om met uw werkgever meer af te spreken.
Wat maakt een vertrekpremie hoger dan de transitievergoeding?
- De positie van de werkgever. Heeft de werkgever geen sluitend dossier voor een ontslaggrond uit artikel 7:669 lid 3 BW, dan kan de kantonrechter het ontbindingsverzoek afwijzen. Dat risico heeft een prijs.
- Ernstig verwijtbaar handelen. Heeft de werkgever zich ernstig verwijtbaar gedragen, dan kan de rechter een billijke vergoeding toekennen bovenop de transitievergoeding (artikelen 7:671b en 7:682 BW).
- De opzegtermijn. Ligt de einddatum eerder dan de opzegtermijn toelaat, dan gaat uw WW-uitkering pas later in. Die maanden hoort u gecompenseerd te krijgen in de premie.
- Het concurrentiebeding. Het laten vervallen of beperken van een concurrentie- of relatiebeding (artikel 7:653 BW) is vaak meer waard dan een extra maandsalaris.
- Niet-financiële punten. Denk aan een positief getuigschrift, een gezamenlijke mededeling naar de markt, studiekosten die niet worden teruggevorderd, en vrijstelling van werk met behoud van salaris.
Hoe de rechter een billijke vergoeding bepaalt
Wat u in een procedure zou kunnen krijgen, bepaalt mede wat redelijk is aan de onderhandelingstafel. De Hoge Raad oordeelde op 30 juni 2017 in de zaak New Hairstyle dat de rechter de billijke vergoeding vaststelt aan de hand van alle omstandigheden, waaronder het loon dat de werknemer bij voortzetting zou hebben verdiend en de mate van verwijt aan de werkgever. Een punitief karakter is geen uitgangspunt, en de rechter moet de hoogte motiveren (ECLI:NL:HR:2017:1187). Er bestaat dus geen tabel, wel een vaste set factoren.
Bestaat de kantonrechtersformule nog?
Sinds 1 juli 2015, toen het ontslagdeel van de Wet werk en zekerheid in werking trad, is de kantonrechtersformule geen geldend recht meer; de transitievergoeding kwam ervoor in de plaats. In onderhandelingen wordt de formule soms nog gebruikt als referentie, vooral bij oudere werknemers met een lang dienstverband, omdat de uitkomst daar veel hoger ligt. U ontleent er geen aanspraak aan, alleen een argument in uw onderhandelingspositie.
Veertien dagen bedenktijd na ondertekening
Artikel 7:670b BW geeft u het recht de vaststellingsovereenkomst binnen veertien dagen na ondertekening schriftelijk te ontbinden, zonder opgaaf van reden. Staat dat recht niet in de overeenkomst vermeld, dan is de termijn drie weken. Van dit recht kunt u niet vooraf afzien. Het bestaat juist zodat u ná ondertekening nog advies kunt inwinnen.
Vertrekpremie en uw WW-recht
Een vertrekpremie heeft weinig waarde als uw WW-uitkering in gevaar komt. Voor behoud van WW moet de overeenkomst laten zien dat het initiatief bij de werkgever lag, dat er geen dringende reden was en dat de opzegtermijn in acht is genomen. Vraagt u zelf om beëindiging of stemt u in met ontslag op staande voet, dan riskeert u dat het UWV de uitkering weigert wegens verwijtbare werkloosheid.
Belasting op de vertrekpremie
De vertrekpremie wordt belast als loon uit vroegere dienstbetrekking; uw werkgever houdt loonheffing in. De mogelijkheid om een ontslagvergoeding onbelast in een stamrecht onder te brengen, is per 1 januari 2014 vervallen. Bij oudere werknemers kan een regeling die feitelijk neerkomt op vervroegd uittreden onder de RVU-heffing vallen, met een aanzienlijke heffing voor de werkgever. Laat die vraag vooraf door een fiscalist beoordelen; ons kantoor doet geen fiscale advisering.
Veelgestelde vragen
Moet ik akkoord gaan met het eerste voorstel?
Nee. Een eerste voorstel is een openingsbod. De veertien dagen bedenktijd van artikel 7:670b BW lopen pas vanaf ondertekening, dus vóór ondertekening kunt u het voorstel rustig laten beoordelen.
Krijg ik ook een vertrekpremie bij bedrijfseconomisch ontslag?
Loopt het ontslag via een UWV-procedure (artikel 7:671a BW), dan blijft het meestal bij de wettelijke transitievergoeding. Kiest de werkgever voor een vaststellingsovereenkomst om de procedure te vermijden, dan ontstaat onderhandelingsruimte. Is er een sociaal plan, dan bepaalt dat vaak de hoogte.
Wat als ik ziek ben?
Tekenen tijdens ziekte is risicovol. Tijdens ziekte geldt een opzegverbod (artikel 7:670 lid 1 BW), en het UWV kan een Ziektewetuitkering weigeren of verlagen als u met de beëindiging uw eigen positie heeft benadeeld. Laat de timing eerst beoordelen.
Wat controleert u als werknemer voordat u tekent?
- Reken na of het bedrag ten minste gelijk is aan de transitievergoeding, inclusief vakantiegeld en vaste toeslagen.
- Controleer of de einddatum rekening houdt met de opzegtermijn, zodat uw WW-uitkering niet later ingaat.
- Controleer of de overeenkomst vermeldt dat het initiatief bij de werkgever ligt en dat er geen dringende reden is.
- Controleer of het concurrentie- of relatiebeding vervalt of wordt beperkt.
- Noteer de datum van ondertekening: de bedenktermijn van veertien dagen loopt vanaf dat moment.
Wat legt u als werkgever vast in de overeenkomst?
- De bedenktermijn van veertien dagen; ontbreekt die vermelding, dan wordt de termijn drie weken.
- Een finale kwijting, zodat met de vergoeding alle aanspraken over en weer zijn afgewikkeld.
- Bij oudere werknemers: een fiscale toets op de RVU-heffing door een fiscalist.
- De arbeidsongeschiktheidssituatie van de werknemer; tekenen tijdens ziekte heeft gevolgen voor Ziektewet en re-integratie.
Onze rol bij een vertrekpremie
- Wij rekenen de transitievergoeding na (artikel 7:673 BW) en vergelijken die met het voorstel.
- Wij beoordelen hoe sterk het ontslagdossier van de werkgever is.
- Wij controleren de WW-formulering, de einddatum en de opzegtermijn.
- Wij onderhandelen over de premie, vrijstelling van werk, het getuigschrift en het concurrentiebeding.
Wilt u weten wat dit voor uw eigen situatie betekent? Een advocaat arbeidsrecht kan uw positie beoordelen. Meer over de berekening leest u bij ontslagvergoeding.