Faillissement: uitleg voor ondernemers en schuldeisers

Professionele receptie met zakenlieden.

Gepubliceerd op 21 september 2025 · Laatst bijgewerkt op 27 september 2026

Een faillissement is een algemeen beslag op het hele vermogen van een schuldenaar die heeft opgehouden te betalen. De rechtbank benoemt een curator, die het vermogen te gelde maakt en de opbrengst volgens een wettelijke rangorde onder de schuldeisers verdeelt. Er is één belangrijke uitzondering op het idee dat alles dan voorbij is: wie tijdig handelt, kan een faillissement vaak voorkomen met een akkoord, surseance of een WHOA-traject.

Hieronder leest u hoe de procedure verloopt, wie wat doet, wat er met contracten en werknemers gebeurt, wat de curator kan terugdraaien en wanneer een bestuurder persoonlijk aansprakelijk is. Het artikel is geschreven voor ondernemers die in financiële problemen zitten en voor schuldeisers die geld tegoed hebben van een onderneming die wankelt.

Wat is een faillissement?

Een faillissement is een gerechtelijke procedure waarin de rechtbank vaststelt dat een schuldenaar heeft opgehouden te betalen. Volgens artikel 1 van de Faillissementswet kan de rechtbank de schuldenaar dan failliet verklaren.

Met de faillietverklaring verliest de schuldenaar het beheer en de beschikking over zijn vermogen (artikel 23 Faillissementswet). Het faillissement werkt terug tot het begin van de dag waarop de rechtbank het uitspreekt. Vanaf dat moment beslist de curator. Individuele schuldeisers kunnen dan in beginsel niet meer zelf beslag leggen of executeren; alle schuldeisers worden samen via de curator voldaan. Dat heet de gelijkheid van schuldeisers.

Een faillissement kan een natuurlijk persoon treffen, zoals een eenmanszaak, maar ook een rechtspersoon, zoals een bv of nv. Het verschil in gevolgen is groot. Een bv wordt na afwikkeling van het faillissement ontbonden en houdt op te bestaan. Een natuurlijk persoon blijft na afloop van het faillissement aansprakelijk voor de schulden die niet zijn betaald, tenzij hij daarna in de wettelijke schuldsanering (Wsnp) terechtkomt en die met succes doorloopt.

Een gestreste ondernemer zit achter een bureau vol financiële documenten en onbetaalde rekeningen, terwijl hij zich zorgen maakt over zijn financiële verplichtingen en de mogelijkheid van een faillissementsaanvraag. De chaos op zijn bureau weerspiegelt de druk van schulden en de dreiging van een faillietverklaring.

Faillissement, surseance, WHOA en Wsnp: wat is het verschil?

Faillissement is gericht op afwikkeling, de andere procedures op herstel of een schone lei. Welke procedure past, hangt af van de vraag of de onderneming nog levensvatbaar is en of de schuldenaar een onderneming of een particulier is.

Surseance van betaling is uitstel van betaling voor een ondernemer die voorziet dat hij niet kan doorgaan met betalen (artikel 214 Faillissementswet). De rechtbank benoemt een of meer bewindvoerders, met wie de ondernemer samen beslissingen neemt. Het doel is tijd winnen om een akkoord met schuldeisers te bereiken. Surseance eindigt in de praktijk vaak alsnog in een faillissement, omdat gewone schuldeisers wel stil moeten zitten, maar schuldeisers met zekerheden zoals een pandrecht of hypotheek niet.

De Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) geldt sinds 1 januari 2021. Een onderneming kan daarmee buiten faillissement een akkoord aanbieden aan haar schuldeisers en aandeelhouders. De rechtbank kan dat akkoord algemeen verbindend verklaren (homologeren), ook tegenover schuldeisers die tegen hebben gestemd, als aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. De WHOA is een instrument om faillissement te voorkomen. Zij is geen onderdeel van een lopend faillissement.

De Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) is alleen bedoeld voor natuurlijke personen, ook als zij als eenmanszaak of vennoot in een vof ondernemen. Wie in de Wsnp wordt toegelaten, leeft een vaste periode van een beperkt budget en lost zoveel mogelijk af. Voor wie vanaf 1 juli 2023 is toegelaten, duurt de regeling in beginsel 18 maanden. Na een goede afloop krijgt de schuldenaar een schone lei: de resterende schulden zijn niet meer afdwingbaar. Toelating tot de Wsnp vereist onder meer dat de schuldenaar te goeder trouw is geweest bij het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden, en dat eerst een minnelijke schuldregeling is geprobeerd.

Wie kan een faillissement aanvragen?

Een faillissement kan worden aangevraagd door de schuldenaar zelf, door een of meer schuldeisers en om redenen van openbaar belang door het Openbaar Ministerie. De rechtbank spreekt het uit als summier blijkt dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen (artikel 6, derde lid, Faillissementswet).

Voor dat oordeel eist de rechtspraak in de regel twee dingen. Er moeten ten minste twee schuldeisers zijn, de zogeheten pluraliteit van schuldeisers. En ten minste één vordering moet opeisbaar zijn en onbetaald. Vraagt een schuldeiser het faillissement aan, dan moet hij aannemelijk maken dat er naast zijn eigen vordering nog een andere schuldeiser is, bijvoorbeeld de Belastingdienst of een leverancier. Dat heet de steunvordering. De wet kent geen minimumbedrag voor de vordering.

Een schuldeiser dient het verzoek in via een advocaat. Een schuldenaar die zelf aangifte doet, heeft daarvoor geen advocaat nodig. Bij een bv of nv mag het bestuur in beginsel alleen eigen aangifte doen na een besluit van de algemene vergadering (artikel 2:246 BW voor de bv), tenzij de statuten anders bepalen. Bij de aangifte hoort een staat van baten en schulden met de namen en adressen van de schuldeisers. U betaalt griffierecht; het bedrag staat in de griffierechtentabel op rechtspraak.nl.

In de praktijk gebruiken schuldeisers het faillissementsverzoek vaak als pressiemiddel om betaling af te dwingen. Dat is toegestaan, maar niet zonder risico. De rechter toetst summier. Betwist de schuldenaar de vordering gemotiveerd, dan wijst de rechtbank het verzoek meestal af en verwijst zij de schuldeiser naar een gewone procedure. Een schuldeiser die weet dat zijn vordering ernstig wordt betwist en toch faillissement vraagt, kan zelf aansprakelijk worden voor de schade.

Hoe verlopen de zitting en de uitspraak?

De rechtbank behandelt een faillissementsverzoek snel, meestal binnen enkele weken na indiening. Bij een verzoek van een schuldeiser roept de rechtbank de schuldenaar op om te worden gehoord (artikel 6 Faillissementswet).

Op de zitting kijkt de rechter of summier blijkt van de toestand van opgehouden te hebben met betalen. De schuldenaar kan de vordering betwisten, aantonen dat hij wel betaalt of een betalingsregeling voorleggen. Betaalt de schuldenaar de vordering van de aanvrager vóór of op de zitting, dan trekt die zijn verzoek meestal in. De schuldeiser kan ook vragen om aanhouding, bijvoorbeeld als er een betalingsregeling wordt getroffen.

Wijst de rechtbank het verzoek toe, dan benoemt zij in het vonnis een rechter-commissaris en een of meer curatoren (artikel 14 Faillissementswet). De curator maakt de faillietverklaring openbaar in de Staatscourant, en het faillissement wordt opgenomen in het Centraal Insolventieregister. Iedereen kan daar zien wie de curator is en op welke datum het faillissement is uitgesproken.

Tegen het vonnis staat een rechtsmiddel open. De schuldenaar die niet is gehoord, kan binnen veertien dagen verzet doen. Tegen een faillietverklaring na verhoor, en tegen een afwijzing, kan binnen acht dagen na de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof. Hoger beroep schorst de werking van het faillissement niet: de curator gaat intussen aan de slag.

Wie doet wat in een faillissement?

Vier partijen bepalen het verloop: de rechtbank, de curator, de rechter-commissaris en de schuldeisers. Ieder heeft een eigen rol.

De rechtbank spreekt het faillissement uit, benoemt de curator en de rechter-commissaris, en beslist later over het einde van het faillissement.

De curator beheert en vereffent de boedel. Hij behartigt niet het belang van de gefailleerde en ook niet dat van één schuldeiser, maar het belang van de gezamenlijke schuldeisers. Daarnaast heeft hij een maatschappelijke taak: hij onderzoekt de oorzaken van het faillissement en signaleert onregelmatigheden, zoals fraude of onbehoorlijk bestuur.

De rechter-commissaris houdt toezicht op de curator. Voor de zwaardere beslissingen heeft de curator zijn machtiging nodig: het opzeggen van arbeidsovereenkomsten, het verkopen van boedelbestanddelen, het voeren van procedures en het meewerken aan een doorstart. Wie het niet eens is met een handeling van de curator, kan zich tot de rechter-commissaris wenden.

De schuldeisers dienen hun vorderingen ter verificatie in bij de curator. Bij grotere faillissementen kan een schuldeiserscommissie worden ingesteld die de curator adviseert.

Voor de gefailleerde zelf, of voor de bestuurders van een gefailleerde bv, geldt een inlichtingenplicht. Zij moeten de curator alle informatie geven die hij nodig heeft en de administratie afgeven. Wie niet meewerkt, riskeert maatregelen als een bevel tot medewerking of zelfs gijzeling. Volgens artikel 73a Faillissementswet brengt de curator elke drie maanden een openbaar verslag uit over de stand van de boedel; die verslagen zijn vaak te vinden in het Centraal Insolventieregister.

Wat doet de curator met de boedel?

De curator brengt eerst in kaart wat er is: voorraden, machines, vastgoed, debiteuren, merken, domeinnamen en andere rechten. Daarna maakt hij die bezittingen zo goed mogelijk te gelde.

Hij int openstaande debiteuren, verkoopt de activa of beëindigt lopende contracten die de boedel geld kosten. Voor verkoop heeft hij toestemming van de rechter-commissaris nodig. Soms zet de curator het bedrijf korte tijd voort om voorraad af te maken of een betere verkoopprijs te behalen. Hij houdt daarbij rekening met de rechten van derden, zoals een bank met een pandrecht of een leverancier die onder eigendomsvoorbehoud heeft geleverd.

Een pandhouder of hypotheekhouder kan zijn recht in beginsel uitoefenen alsof er geen faillissement is (artikel 57 Faillissementswet). Dat heet de positie van separatist. De curator kan wel een afkoelingsperiode afkondigen van hooguit twee maanden, die eenmaal met twee maanden kan worden verlengd (artikel 63a Faillissementswet). Tijdens die periode mogen ook leveranciers hun zaken niet zonder machtiging ophalen. Dat geeft de curator de tijd om te onderzoeken of een verkoop van het geheel meer oplevert.

Het interieur van een restaurant met lege tafels en stoelen, die tekenen van sluiting vertonen. De sfeer is somber, wat kan wijzen op een mogelijke faillissementsaanvraag of financiële problemen binnen de organisatie.

In welke volgorde worden schuldeisers betaald?

De opbrengst wordt verdeeld volgens een vaste rangorde. Eerst komen de boedelschulden, daarna de preferente schuldeisers en pas dan de gewone, concurrente schuldeisers.

Boedelschulden zijn schulden die tijdens het faillissement ontstaan, zoals het salaris van de curator, de huur en het loon vanaf de faillietverklaring. Separatisten, zoals een bank met pand- of hypotheekrecht, verhalen zich eerst op hun eigen zekerheden. Preferente schuldeisers hebben een wettelijk voorrecht; voorbeelden zijn de Belastingdienst voor bepaalde belastingschulden en UWV voor wat het via de loongarantieregeling aan werknemers heeft betaald. Concurrente schuldeisers, zoals de meeste leveranciers, krijgen wat er daarna overblijft, naar verhouding van hun vordering.

In veel faillissementen blijft er voor concurrente schuldeisers weinig of niets over. Is er onvoldoende geld om zelfs de kosten van de afwikkeling te betalen, dan heft de rechtbank het faillissement op wegens de toestand van de boedel (artikel 16 Faillissementswet). Er vindt dan geen verificatie en geen uitdeling plaats. Is er wel iets te verdelen, dan volgt een verificatievergadering of een vereenvoudigde afwikkeling, waarna de curator een uitdelingslijst opstelt.

Voor een schuldeiser betekent dit: meld uw vordering tijdig en onderbouwd aan bij de curator, met facturen en een overzicht van rente en kosten. Heeft u zaken geleverd onder eigendomsvoorbehoud, meld dat dan direct en vraag om een inventarisatie. Die zaken zijn nog van u en vallen buiten de verdeling.

Wat gebeurt er met lopende overeenkomsten?

Contracten eindigen niet automatisch door een faillissement. De curator kiest of hij een overeenkomst nakomt of niet.

Kiest hij voor nakoming, dan wordt de tegenprestatie een boedelschuld en gaat die vóór de gewone schuldeisers. Kiest hij daar niet voor, dan houdt de wederpartij een concurrente vordering. De wederpartij hoeft niet af te wachten. Zij kan de curator een redelijke termijn stellen om te verklaren of hij nakomt. Laat de curator die termijn verstrijken, dan verliest hij het recht om nakoming te vorderen (artikel 37 Faillissementswet).

Huur

Is de gefailleerde huurder, dan kunnen zowel de curator als de verhuurder de huurovereenkomst tussentijds opzeggen. Er geldt de overeengekomen of gebruikelijke termijn, maar een termijn van drie maanden is in ieder geval voldoende (artikel 39 Faillissementswet). Vanaf de dag van de faillietverklaring is de huurprijs boedelschuld.

Voor de verhuurder is dat een dubbel signaal. De huur over de periode na de uitspraak wordt met voorrang voldaan, voor zover de boedel toereikend is. De achterstand van vóór die datum is een gewone concurrente vordering en levert doorgaans weinig op.

Arbeidsovereenkomsten

Arbeidsovereenkomsten eindigen niet vanzelf. De curator kan ze opzeggen en heeft daarvoor geen toestemming van UWV nodig; de opzegverboden gelden hier niet. Ook de werknemer kan opzeggen. De gebruikelijke termijnen gelden, maar opzeggen met een termijn van zes weken kan in elk geval (artikel 40 Faillissementswet). Loon en de daarmee samenhangende premieschulden zijn vanaf de dag van de faillietverklaring boedelschuld.

UWV neemt via de loongarantieregeling de betalingsverplichting over voor achterstallig loon over een beperkte periode, het loon over de opzegtermijn en het opgebouwde vakantiegeld. Werknemers doen er verstandig aan zich meteen bij UWV te melden en niet te wachten tot de curator zich meldt. Meer over de positie van werknemers leest u op onze pagina over arbeidsrecht.

De pauliana: wat kan de curator terugdraaien?

De curator kan rechtshandelingen die vóór het faillissement zijn verricht met terugwerkende kracht aantasten, als daardoor schuldeisers zijn benadeeld. Dit is het onderwerp dat ondernemers het vaakst verrast.

Onverplichte rechtshandelingen

Was de schuldenaar niet verplicht tot de handeling, dan kan de curator die vernietigen wanneer de schuldenaar wist of behoorde te weten dat benadeling van schuldeisers het gevolg zou zijn. Ging het niet om een gift, dan moet ook de wederpartij dat hebben geweten of hebben behoren te weten (artikel 42 Faillissementswet).

Bij een aantal handelingen binnen een jaar vóór het faillissement wordt die wetenschap vermoed. Denk aan een transactie waarbij de waarde van de prestaties sterk uiteenloopt, of aan een handeling met een bestuurder, een aandeelhouder of een groepsvennootschap (artikel 43 Faillissementswet). Dat vermoeden draait de bewijslast om, en dat maakt het verschil in de praktijk.

Klassieke voorbeelden zijn het kort voor het faillissement overdragen van het bedrijfspand of het klantenbestand voor een lage prijs aan een nieuwe vennootschap van dezelfde ondernemer, of het alsnog verstrekken van zekerheid voor een oude schuld aan een gelieerde partij.

Betaling van een opeisbare schuld

Betaalde de schuldenaar een schuld die gewoon opeisbaar was, dan ligt het anders. Zo’n betaling kan alleen worden teruggedraaid in twee gevallen: de ontvanger wist dat het faillissementsverzoek al was ingediend, of de betaling was het resultaat van overleg tussen schuldenaar en schuldeiser met het doel die schuldeiser boven anderen te bevoordelen (artikel 47 Faillissementswet).

Voor een schuldeiser die nog geld tegoed heeft van een wankelende debiteur is dat een belangrijke grens. Aandringen op betaling mag. Meewerken aan een constructie waarvan u weet dat die de andere schuldeisers benadeelt, kan u de ontvangen betaling weer kosten.

Wanneer is een bestuurder persoonlijk aansprakelijk?

Een bestuurder van een bv is in beginsel niet aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap. Dat verandert bij kennelijk onbehoorlijk bestuur in de drie jaar vóór het faillissement dat een belangrijke oorzaak is van het faillissement (artikel 2:248 BW).

Heeft het bestuur de boekhoudplicht niet nageleefd of de jaarrekening niet op tijd gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel, dan staat volgens de wet vast dat het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld. Ook wordt dan vermoed dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is. De bestuurder moet dat vermoeden weerleggen, en dat is lastig. Een te laat gedeponeerde jaarrekening is daarom in de praktijk een van de meest voorkomende aanknopingspunten voor curatoren.

Aansprakelijkheid kan ook ontstaan tegenover een individuele schuldeiser, bijvoorbeeld als een bestuurder namens de bv verplichtingen aangaat terwijl hij weet of behoort te weten dat de bv die niet kan nakomen en geen verhaal zal bieden. Daarnaast kan de rechter op vordering van de curator een civielrechtelijk bestuursverbod opleggen van maximaal vijf jaar (artikel 106a Faillissementswet). Wie persoonlijk borg heeft gestaan voor een bankkrediet, wordt door de bank op die borgtocht aangesproken, los van elke aansprakelijkheid als bestuurder. Lees meer over wanneer u als bestuurder persoonlijk aansprakelijk kunt zijn.

Wat is de positie van de Belastingdienst?

De Belastingdienst is preferent schuldeiser en heeft daarnaast het bodemrecht. Op zaken die zich op de bodem van de onderneming bevinden en die dienen tot stoffering van het pand, kan de ontvanger verhaal nemen, ook als die zaken eigendom zijn van een derde of onder eigendomsvoorbehoud zijn geleverd. Leveranciers en leasemaatschappijen komen daar in faillissementen regelmatig op uit.

Voor de bestuurder is nog iets anders van belang. Een bv die haar loonheffingen of omzetbelasting niet kan betalen, moet dat binnen twee weken na de uiterste betaaldatum melden bij de Belastingdienst (artikel 36 Invorderingswet 1990). Is de melding van betalingsonmacht niet of te laat gedaan, dan wordt vermoed dat het niet betalen aan de bestuurder te wijten is. Dat is een apart traject met eigen termijnen, dat losstaat van de aansprakelijkheid tegenover de curator.

Hoe werkt een doorstart na faillissement?

Bij een doorstart verkoopt de curator de onderneming of delen daarvan aan een koper, die het bedrijf voortzet. Vaak is de koper een nieuwe vennootschap, soms met dezelfde ondernemer erachter.

De curator moet daarbij de hoogste opbrengst voor de gezamenlijke schuldeisers nastreven en heeft toestemming van de rechter-commissaris nodig. Een doorstart met de oude ondernemer ligt onder een vergrootglas: de curator moet kunnen uitleggen waarom de prijs marktconform is en waarom andere gegadigden geen betere bieding deden.

Voor werknemers geldt een belangrijke uitzondering. De regels over overgang van onderneming, waardoor werknemers bij een overname normaal automatisch meegaan, gelden niet bij een faillissement (artikel 7:666 BW). De koper bepaalt zelf welke werknemers hij een nieuw contract aanbiedt. Hij mag daarbij niet discrimineren. De schulden van de failliete onderneming gaan niet mee naar de koper: die blijven achter in de boedel.

Wat betekent een faillissement voor u als natuurlijk persoon?

Een natuurlijk persoon, zoals een eigenaar van een eenmanszaak, verliest tijdens het faillissement het beheer over zijn vermogen. Na afloop blijven de onbetaalde schulden bestaan.

Tijdens het faillissement mag u een deel van uw inkomen houden om van te leven; het meerdere valt in de boedel. Uw woning, spaargeld en andere bezittingen worden in beginsel te gelde gemaakt. Na het einde van het faillissement kunnen schuldeisers hun restant weer op u verhalen. Een schone lei is alleen mogelijk via de Wsnp. Daarvoor moet u een verzoek indienen, en de rechtbank kan het faillissement dan omzetten in een schuldsaneringsregeling. Een faillissement verbiedt u niet om daarna opnieuw een onderneming te beginnen, tenzij de rechter u een bestuursverbod heeft opgelegd.

Welke fouten ziet de curator het vaakst?

De meeste problemen ontstaan in de maanden vóór het faillissement. Vier fouten komen in de praktijk steeds terug.

De eerste is te laat handelen. Ondernemers wachten vaak te lang met advies, waardoor schulden oplopen en een akkoord of WHOA-traject niet meer haalbaar is. De tweede is een onvolledige administratie. Zonder bijgehouden boekhouding kan de curator geen goed beeld krijgen, en dat levert het wettelijke vermoeden van onbehoorlijk bestuur op. De derde is het kort voor het faillissement verschuiven van bezittingen naar een andere vennootschap of naar familie. De curator kan dat met de pauliana terugdraaien, en de bestuurder kan er persoonlijk op worden aangesproken. De vierde is het laten doorlopen van nieuwe bestellingen terwijl vaststaat dat de leverancier niet zal worden betaald.

Termijnen en de volgende stap

In een faillissement zijn de termijnen kort. Zet ze direct in uw agenda.

  • Verzet door een niet-gehoorde schuldenaar: veertien dagen na de uitspraak.
  • Hoger beroep tegen de faillietverklaring of de afwijzing: acht dagen na de uitspraak.
  • Melding betalingsonmacht bij de Belastingdienst: binnen twee weken na de uiterste betaaldatum.
  • Afkoelingsperiode: hooguit twee maanden, eenmaal te verlengen met twee maanden.
  • Aanmelding van vorderingen: zo snel mogelijk bij de curator, en in elk geval vóór de datum die de rechter-commissaris vaststelt.

Bent u ondernemer en ziet u de problemen aankomen, laat dan vroeg onderzoeken of een akkoord, surseance of WHOA-traject mogelijk is. Bent u schuldeiser, meld dan direct uw vordering aan en controleer of u zekerheden of een eigendomsvoorbehoud hebt. De volledige tekst van de Faillissementswet op wetten.overheid.nl geeft de wettelijke basis. Meer over de schuldsanering leest u bij de Rechtspraak.

Samengevat

  • Een faillissement is een algemeen beslag op het hele vermogen van een schuldenaar die heeft opgehouden te betalen; de curator verdeelt de opbrengst.
  • Een schuldeiser kan faillissement aanvragen als er ten minste twee schuldeisers zijn en één vordering opeisbaar is; de wet kent geen minimumbedrag.
  • Contracten en arbeidsovereenkomsten lopen door tot de curator of de wederpartij ze beëindigt; UWV neemt via de loongarantieregeling een deel van het loon over.
  • De curator kan benadelende handelingen van vóór het faillissement terugdraaien met de pauliana.
  • Bestuurders kunnen persoonlijk aansprakelijk zijn bij kennelijk onbehoorlijk bestuur, vooral als de boekhouding of deponering niet op orde was.

Veelgestelde vragen

Kunt u na een faillissement weer een bedrijf starten?

Ja. Een faillissement verbiedt u niet om opnieuw te ondernemen, tenzij de rechter een bestuursverbod heeft opgelegd. Als natuurlijk persoon blijven onbetaalde schulden wel bestaan, tenzij u de Wsnp met succes doorloopt.

Hoe lang duurt een faillissement?

Dat verschilt sterk. Een faillissement zonder baten wordt vaak binnen enkele maanden opgeheven. Is er veel te verkopen of lopen er procedures, dan kan de afwikkeling jaren duren.

Bent u persoonlijk aansprakelijk voor de schulden van uw bv?

In beginsel niet. Dat verandert als u persoonlijk borg hebt gestaan, bij kennelijk onbehoorlijk bestuur in de drie jaar vóór het faillissement, of als u de melding van betalingsonmacht bij de Belastingdienst niet op tijd hebt gedaan.

Wat gebeurt er met werknemers bij een faillissement?

Hun arbeidsovereenkomst eindigt niet automatisch. De curator kan opzeggen met een termijn van maximaal zes weken, zonder toestemming van UWV. UWV betaalt via de loongarantieregeling achterstallig loon over een beperkte periode en het loon over de opzegtermijn.

Kunt u een faillissementsaanvraag nog intrekken?

Ja, tot de rechtbank uitspraak doet. Een schuldeiser trekt zijn verzoek vaak in als de schuldenaar alsnog betaalt of een betalingsregeling aanbiedt.

Wat kost een faillissement?

Wie het faillissement aanvraagt, betaalt griffierecht; het actuele bedrag staat op rechtspraak.nl. Het salaris van de curator en de andere afwikkelingskosten worden als boedelschuld uit de opbrengst van de boedel betaald.

Law & More adviseert ondernemers, bestuurders en schuldeisers bij dreigende insolventie, faillissementsaanvragen en aansprakelijkheidsvragen, vanuit Eindhoven en Amsterdam. Zie ook onze pagina over ondernemingsrecht. Twijfelt u over uw positie? Leg uw situatie aan ons voor. Wij laten u binnen één werkdag weten wat uw opties zijn.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.