Gepubliceerd op 23 augustus 2025 · Laatst bijgewerkt op 16 oktober 2026
Een franchiseovereenkomst is het contract waarin een franchisegever u als zelfstandig ondernemer het recht geeft om zijn formule, merk en knowhow te gebruiken, tegen betaling en onder zijn regels. Sinds 1 januari 2021 staat de franchiseovereenkomst in de wet (artikel 7:911 tot en met 7:921 BW), met dwingende regels die u als franchisenemer beschermen; de belangrijkste uitzondering is dat de wet niet alles regelt, zodat de inhoud van uw eigen contract bepalend blijft voor uw territorium, uw vergoedingen en de beëindiging.
Hieronder leest u wat de Wet franchise voorschrijft, welke clausules in de praktijk het meest bepalen en waar u vóór het tekenen op moet letten.
Inhoudsopgave
Wat regelt een franchiseovereenkomst?
De franchiseovereenkomst legt de rechten en plichten van franchisegever en franchisenemer vast voor de hele duur van de samenwerking. Volgens artikel 7:911 BW verleent de franchisegever de franchisenemer het recht om een franchiseformule te exploiteren, tegen een financiële vergoeding.
Een franchiseformule is meer dan een logo. Het gaat om een samenhangend pakket van merk, huisstijl, knowhow, werkwijze, inkoop en ondersteuning. Denk aan een lunchroomketen die u niet alleen het recept geeft, maar ook de inrichting, de marketing en de dagelijkse gang van zaken voorschrijft. De overeenkomst is in feite de handleiding die ervoor zorgt dat elke vestiging dezelfde kwaliteit biedt, terwijl u zelf de ondernemer blijft en het ondernemersrisico draagt.
Het contract zoekt dus een balans tussen uw zelfstandigheid en de uniformiteit van het merk. In de regel bevat het afspraken over:
- het gebruik van merk, logo, huisstijl en bedrijfsgeheimen;
- de training en ondersteuning die de franchisegever levert;
- de entreevergoeding, de doorlopende vergoedingen en de marketingbijdrage;
- het territorium en de mate van exclusiviteit;
- de looptijd, verlenging en beëindiging;
- de operationele voorschriften, zoals inkoop en kwaliteitscontrole;
- goodwill en de afwikkeling na het einde.
Een goed contract beschermt beide partijen. De franchisenemer krijgt een beproefde werkwijze; de franchisegever bewaakt de waarde van zijn merk. Onduidelijkheid over een van deze onderdelen is in de praktijk de belangrijkste bron van conflicten.
Welke rechten geeft de Wet franchise u?
De Wet franchise geeft de franchisenemer rechten in vier fasen: vóór het tekenen, bij de inhoud van het contract, tijdens de samenwerking en na het einde. De meeste bepalingen zijn dwingend: in het contract kan daar niet ten nadele van de franchisenemer van worden afgeweken.
Vóór 2021 was franchise niet in de wet geregeld. De relatie werd beheerst door het algemene contractenrecht, de rechtspraak en de Europese Erecode voor Franchising. De franchisegever had daardoor vaak een sterke positie. De wet heeft die balans verschoven, met name door de informatieplicht en het instemmingsrecht bij formulewijzigingen. Voor overeenkomsten die al vóór 1 januari 2021 waren gesloten, gelden de artikelen over het non-concurrentiebeding en het instemmingsrecht sinds 1 januari 2023.
De wet regelt niet alles. Onderwerpen zoals de hoogte van de vergoedingen, de omvang van uw gebied, de looptijd en de gronden voor tussentijdse beëindiging laat de wet aan partijen over. Daar gelden de algemene regels van het contractenrecht, waaronder de redelijkheid en billijkheid. Een franchisegever die op grond van het contract een bevoegdheid heeft, moet die bevoegdheid dus redelijk uitoefenen. Dat biedt u een extra vangnet, maar geen vervanging voor duidelijke afspraken.
Welke informatie krijgt u vóór het tekenen?
De franchisegever moet u uiterlijk vier weken vóór het sluiten van de overeenkomst het concept van de franchiseovereenkomst en de relevante informatie geven (artikel 7:913 BW). Daartoe behoren onder meer de vergoedingen die u moet betalen, de wijze waarop het overleg tussen franchisegever en franchisenemers is georganiseerd en de financiële informatie die de franchisegever over de vestiging heeft.
Die vier weken worden de standstillperiode genoemd. In die periode mag de franchisegever de overeenkomst niet sluiten en het concept niet in uw nadeel wijzigen (artikel 7:914 BW). U krijgt zo de rust om alles door te lezen, vragen te stellen en financieel en juridisch advies in te winnen. Omgekeerd moet u de franchisegever ook informeren over zaken die voor hem van belang zijn, zoals uw financiële positie.
Geeft de franchisegever een omzet- of rendementsprognose, dan moet die zorgvuldig zijn opgesteld. De rechtspraak neemt aan dat een franchisegever die een ondeugdelijke prognose verstrekt, aansprakelijk kan zijn of dat de franchisenemer zich op dwaling kan beroepen (artikel 6:228 BW). Wel verwacht de rechter ook van de franchisenemer dat hij de prognose kritisch bekijkt. Vraag daarom altijd welke aannames eronder liggen en vraag zelf om contact met bestaande franchisenemers. De wet verplicht de franchisegever niet om die contactgegevens te geven, maar een weigering zegt veel.
Wanneer heeft u instemmingsrecht bij formulewijzigingen?
Een formule moet met de markt meebewegen, maar de franchisegever mag ingrijpende wijzigingen niet eenzijdig doorvoeren. Artikel 7:921 BW geeft de franchisenemers een instemmingsrecht.
Wil de franchisegever op basis van een wijzigingsbeding in het contract de formule aanpassen, en heeft die wijziging tot gevolg dat van u een investering wordt verlangd, dat een nieuwe vergoeding of andere financiële bijdrage wordt ingevoerd, dat u andere kosten moet dragen of dat uw omzet naar verwachting daalt, dan heeft hij vooraf instemming nodig. Die instemming moet komen van elke franchisenemer die door de wijziging wordt geraakt, of van een meerderheid van alle in Nederland gevestigde franchisenemers van de formule.
De overeenkomst kan een drempelwaarde bevatten: een bedrag waaronder de franchisegever zonder instemming mag wijzigen. Ontbreekt zo’n drempel, dan is voor elke wijziging met financiële gevolgen van de genoemde soort instemming nodig. Het instemmingsrecht geldt ook als de franchisegever een afgeleide formule start die met uw vestiging kan concurreren. De rechtbank Noord-Holland oordeelde op 8 januari 2025 in een zaak tussen een grote supermarktformule en de vereniging van haar franchisenemers over een maaltijdconcept dat zonder drempelwaarde instemming nodig is zodra enige omzetdaling redelijkerwijs te voorzien is, hoe klein ook (ECLI:NL:RBNHO:2025:43). Denk bijvoorbeeld aan een verplichte verbouwing, een nieuw kassasysteem op kosten van de franchisenemer of een eigen webshop van de franchisegever die in uw gebied gaat leveren.
Daarnaast moet de franchisegever overleg voeren met de franchisenemers over zaken die de formule betreffen. Veel formules hebben daarvoor een franchiseraad of een vereniging van franchisenemers. Kijk vóór het tekenen hoe dat overleg is geregeld en welke bevoegdheden het heeft.
Wat geldt na het einde voor non-concurrentie en goodwill?
Een non-concurrentiebeding dat u na het einde van de overeenkomst beperkt, is volgens artikel 7:920 BW alleen geldig binnen strikte grenzen. Het mag onder meer niet langer duren dan één jaar na het einde van de overeenkomst en moet beperkt blijven tot het gebied waarin u de formule exploiteerde.
De wet stelt meer eisen. Het beding moet betrekking hebben op goederen of diensten die concurreren met die van de formule, en het moet onmisbaar zijn om de knowhow te beschermen die de franchisegever aan u heeft overgedragen. Rechters toetsen dat laatste vereiste serieus: is er in werkelijkheid weinig bijzondere knowhow overgedragen, dan kan het beding ongeldig zijn. Een beding dat verder gaat dan de wet toestaat, kunt u aanvechten.
Verder moet de franchiseovereenkomst volgens artikel 7:919 BW een bepaling bevatten over goodwill: of die aanwezig is, hoe die wordt vastgesteld en of en hoe u daarvoor een vergoeding krijgt als de overeenkomst eindigt. Het is dus niet verplicht om goodwill te vergoeden, maar het contract moet er wel duidelijkheid over geven. Vage taal over goodwill is een rode vlag, want juist bij het einde bepaalt dit onderdeel hoeveel de waarde die u hebt opgebouwd u oplevert.
De wet bevat geen algemene regel over de afwikkeling van voorraad. Hebt u een afnameverplichting, spreek dan af of de franchisegever na het einde uw resterende, verkoopbare voorraad terugneemt en tegen welke prijs. Zonder zo’n afspraak blijft u mogelijk met voorraad zitten die u zonder de formule niet kunt verkopen.
Wat zijn de belangrijkste clausules in de praktijk?
De clausules over licentie, territorium, vergoedingen en looptijd bepalen uw dagelijkse bedrijfsvoering en uw rendement. Lees ze daarom als eerste en het nauwkeurigst.
Een franchiseovereenkomst kan aanvoelen als een lang document vol juridische termen. Toch zijn het juist deze bepalingen die uw speelveld, uw plichten en uw mogelijkheden vastleggen. Hieronder bespreken wij ze een voor een.
Wat regelt de licentie voor het gebruik van het merk?
Het hart van elke franchiseovereenkomst is de licentie: de toestemming om de merknaam, het logo, de huisstijl en andere intellectuele eigendomsrechten van de franchisegever te gebruiken. Zonder licentie is er geen franchise.
Deze bepaling legt nauwkeurig vast wat u wel en niet mag. Er zijn strikte regels voor het gebruik van het logo in de zaak, in marketingmateriaal en online. U moet recepten, werkwijzen en het operationele handboek geheimhouden, tijdens en na de overeenkomst. Vaak staat er ook dat verbeteringen die u aan de formule aanbrengt, eigendom worden van de franchisegever. Controleer dat laatste goed: een eigen innovatie kan zo zonder vergoeding bij de franchisegever terechtkomen. Afwijken van de merkregels kan een tekortkoming opleveren, met een boete of zelfs ontbinding als gevolg.
Hoe goed is uw territorium beschermd?
De clausule over het territorium bepaalt in welk gebied u de formule mag exploiteren en hoe goed u daar beschermd bent. De mate van bescherming verschilt sterk.
- Exclusief territorium: de franchisegever opent in uw gebied geen eigen vestiging en stelt er geen andere franchisenemer aan.
- Beschermd territorium: er komt geen andere fysieke vestiging in uw gebied, maar de franchisegever mag daar wel online verkopen.
- Geen exclusiviteit: u krijgt alleen het recht om op één locatie te werken, zonder bescherming tegen andere vestigingen.
Een voorbeeld: een franchisenemer van een bezorgformule krijgt een exclusief gebied in een stadsdeel. Later start de franchisegever een landelijke webshop die vanuit een centraal magazijn levert. Bestellingen uit het gebied van de franchisenemer gaan dan rechtstreeks naar het hoofdkantoor. Duidelijke afspraken over online verkoop voorkomen dat soort kannibalisatie.
Welke vergoedingen betaalt u als franchisenemer?
Meestal betaalt u een entreevergoeding, een doorlopende vergoeding en een marketingbijdrage. De financiële clausules bepalen direct uw winst. De wet schrijft voor dat de franchisegever u vooraf informeert over alle vergoedingen; het contract moet ze vervolgens precies omschrijven.
Meestal bestaat de structuur uit drie onderdelen. De entreevergoeding is een eenmalig bedrag bij de start, voor het recht om de formule te gebruiken, de eerste training en de begeleiding bij de opening. De doorlopende vergoeding, vaak royalty of management fee genoemd, is meestal een percentage van de omzet en betaalt het gebruik van het merk en de ondersteuning. De marketingbijdrage is vaak ook een percentage van de omzet en gaat naar een gezamenlijk fonds voor landelijke campagnes.
Let op de details. Wordt het percentage berekend over de omzet inclusief of exclusief btw? Is er een minimumvergoeding, ook als de omzet tegenvalt? Hebt u inzage in de besteding van het marketingfonds? Verdient de franchisegever aan de verplichte inkoop, bijvoorbeeld via kortingen van leveranciers, en zo ja, wordt dat met u gedeeld? Het invoeren van een nieuwe vergoeding tijdens de looptijd valt onder het instemmingsrecht van artikel 7:921 BW.
Mag de franchisegever uw prijzen en online verkoop bepalen?
Een franchisegever mag u geen vaste of minimale verkoopprijzen opleggen. Adviesprijzen en maximumprijzen zijn wel toegestaan.
Dat volgt uit het Europese en Nederlandse mededingingsrecht, dat voor verticale afspraken zoals franchise is uitgewerkt in de Groepsvrijstellingsverordening verticale overeenkomsten (Verordening (EU) 2022/720). Verticale prijsbinding is een zogeheten hardcore beperking. Ook een algeheel verbod op online verkoop door de franchisenemer is in beginsel niet toegestaan, al mag de franchisegever wel kwaliteitseisen stellen aan de manier waarop u online verkoopt. Tegelijk mag de franchisegever afspraken maken die nodig zijn om de identiteit van de formule en de knowhow te beschermen, zoals verplichte inkoop van producten die de kern van de formule vormen.
Hoe lang loopt een franchiseovereenkomst en hoe eindigt zij?
Elke franchiseovereenkomst heeft een looptijd. Vijf jaar komt vaak voor, omdat dat de franchisenemer doorgaans de tijd geeft de startinvestering terug te verdienen. Of dat in uw geval klopt, hangt af van de investering en het verwachte rendement.
Kijk naar de voorwaarden voor verlenging. Is verlenging een recht of alleen een mogelijkheid? Moet u bij verlenging opnieuw een entreevergoeding betalen of verplicht verbouwen? Even belangrijk zijn de regels over tussentijdse beëindiging. Het contract noemt meestal gronden zoals een ernstige tekortkoming, faillissement of het niet halen van bepaalde doelstellingen. Daarnaast geldt het algemene recht: bij een tekortkoming die ernstig genoeg is, kan een partij de overeenkomst ontbinden (artikel 6:265 BW), in de regel pas na een ingebrekestelling. Zorg dat de beëindigingsgronden voor beide partijen evenwichtig en helder zijn. Zij zijn tegelijk uw vangnet en uw uitweg.
Welke fouten maken franchisenemers het vaakst?
De grootste fout is een standaardcontract tekenen zonder het te laten toetsen. De meeste conflicten ontstaan niet uit kwade trouw, maar uit vage bepalingen die op meer manieren kunnen worden uitgelegd.
Waarom zijn afspraken over online verkoop nodig?
Zonder afspraken kan omzet uit uw gebied via een webshop van de franchisegever naar het hoofdkantoor gaan. U tekent voor een exclusief gebied, investeert in lokale marketing en bouwt een klantenbestand op. Daarna lanceert de franchisegever een landelijke webshop. Klanten in uw gebied bestellen online, de omzet gaat naar het hoofdkantoor en u blijft zitten met de vaste lasten van uw vestiging. Leg daarom vast hoe online omzet uit uw gebied wordt verdeeld: gaan bestellingen naar u, of ontvangt u een vergoeding? Een nieuwe webshop die uw omzet raakt, valt bovendien onder het instemmingsrecht, tenzij de omzetdaling onder een afgesproken drempel blijft.
Wanneer is een non-concurrentiebeding te ruim?
Een non-concurrentiebeding is gebruikelijk, maar het mag niet verder gaan dan de wet toestaat. Toch proberen sommige contracten de grenzen op te rekken met vage omschrijvingen van concurrerende activiteiten. Een voorbeeld: een franchisenemer in sportvoeding mag volgens het beding een jaar lang niet werken voor een bedrijf dat “producten voor een gezonde levensstijl” verkoopt. Dat is zo breed dat hij zelfs niet in een biologische supermarkt aan de slag zou kunnen. Zo’n beding gaat verder dan nodig is om de knowhow te beschermen en is aanvechtbaar.
Wat controleert u bij formulewijzigingen?
Controleer of er een drempelwaarde voor het instemmingsrecht is en hoe het overleg met franchisenemers is geregeld. Een formule moet meegaan met de tijd. De vraag is wie de kosten draagt. Een contract zonder drempelwaarde voor het instemmingsrecht geeft in beginsel meer bescherming dan een contract met een hoge drempel. Controleer daarom:
- of er een franchiseraad of ander georganiseerd overleg is waarin u een stem hebt;
- of er een drempelbedrag in het contract staat en hoe hoog dat is;
- of de procedure voor formulewijzigingen en de rol van de franchisenemers is beschreven.
Waarom laat u een omzetprognose doorrekenen?
Omdat de rechter bij een ondeugdelijke prognose ook kijkt naar het onderzoek dat u zelf heeft gedaan. Veel franchisenemers baseren hun investering op een omzetprognose van de franchisegever zonder die te controleren. Laat een eigen adviseur de prognose doorrekenen en vergelijk die met de cijfers van bestaande vestigingen. Blijkt de prognose later ondeugdelijk, dan kunt u de franchisegever mogelijk aanspreken. Maar ook uw eigen onderzoek telt mee bij de beoordeling door de rechter.
Verschilt een franchiseovereenkomst per branche?
Ja. De wettelijke regels zijn voor elke branche gelijk, maar de nadruk in het contract verschilt sterk. De dynamiek van een sector bepaalt welke clausules de boventoon voeren.
U kunt het vergelijken met het bouwen van een huis. Het fundament is altijd hetzelfde, maar een villa aan zee wordt anders ontworpen dan een appartement in de stad. Een franchisecontract voor een lunchroom ziet er daarom anders uit dan een overeenkomst voor een administratiekantoor.
Wat is bijzonder aan franchise in horeca en food?
In de horeca en de foodsector is de merkbeleving leidend. Een klant verwacht in Groningen dezelfde smaak en kwaliteit als in Maastricht. Dat ziet u terug in gedetailleerde operationele voorschriften:
- inkoopverplichtingen bij aangewezen leveranciers, om de productkwaliteit in de hele keten te waarborgen;
- een vaste receptuur, zonder ruimte voor eigen variaties;
- hygiëne- en kwaliteitseisen die soms strenger zijn dan de wettelijke normen.
Voor u als franchisenemer is vooral de inkoopverplichting van belang. Zij bepaalt een groot deel van uw marge. Vraag daarom inzicht in de inkoopprijzen en in eventuele vergoedingen die leveranciers aan de franchisegever betalen.
Wat is bijzonder aan franchise in de retail?
In de retail, van kledingwinkels tot elektronicazaken, is de locatie vaak allesbepalend. Een winkel in een drukke binnenstad heeft een heel ander potentieel dan een zaak in een rustige wijk. Het contract legt daarom de nadruk op:
- het territorium en de bescherming tegen andere vestigingen van dezelfde keten;
- het voorraadbeheer, zoals een minimale voorraad en de verplichte afname van seizoenscollecties;
- de winkelinrichting en presentatie, van etalage tot schapindeling.
Juist in de retail is een afspraak over de terugname van voorraad bij het einde van de overeenkomst belangrijk. Ook de verhouding tot de webshop van de franchisegever verdient hier extra aandacht.
Wat is bijzonder aan franchise in dienstverlening en zorg?
In de zakelijke dienstverlening, zoals een administratiekantoor, of in de zorg draait het minder om gestandaardiseerde producten en meer om de kennis van de franchisenemer zelf. Zijn lokale netwerk is veel waard. Deze contracten geven vaak meer ondernemersvrijheid, met kaders voor de kwaliteit van de dienstverlening. De franchisegever levert de marketingstrategie en de systemen, de franchisenemer bouwt de klantrelaties op. Trainingen en kennisdeling zijn hier belangrijke verplichtingen. Let bij deze formules extra op het non-concurrentiebeding en op de vraag wie na het einde de klantrelaties houdt, want die klanten zijn vaak juist door uw eigen werk binnengekomen.
Wat doet u als er een conflict ontstaat?
Begin met het overleg dat de formule biedt en leg uw standpunt schriftelijk vast. Komt u er niet uit, dan volgt de route van het contract: vaak mediation of arbitrage, anders de rechter.
Wijzigt de franchisegever de formule zonder de vereiste instemming, dan is de wijziging tegenover u niet zomaar bindend. U kunt dan weigeren mee te werken en zo nodig een verklaring voor recht vragen. Bij spoed, bijvoorbeeld als de franchisegever dreigt met ontbinding of een concurrerende vestiging wil openen, kan een kort geding uitkomst bieden. Een vereniging van franchisenemers kan soms namens de groep optreden, zoals in de supermarktzaak die hierboven is genoemd.
Wordt het contract beëindigd, dan komen de afspraken over goodwill, voorraad en non-concurrentie in beeld. Controleer of de beëindiging rechtsgeldig is, of de opzegtermijn in acht is genomen en of het non-concurrentiebeding aan de wettelijke eisen voldoet. Leg de waarde van uw vestiging tijdig vast, bijvoorbeeld met een taxatie, zodat u een onderbouwde goodwillvordering kunt instellen als het contract daar ruimte voor biedt.
Wat controleert u vóór uw handtekening?
Gebruik de standstillperiode van vier weken om de overeenkomst volledig te laten toetsen. Dat is het moment waarop u nog kunt onderhandelen.
Laat het contract juridisch en financieel beoordelen. Vraag door tot u precies weet waaruit de entreevergoeding bestaat, hoe de doorlopende vergoeding wordt berekend en wat onder de marketingbijdrage valt. Controleer of de goodwillregeling duidelijk is en of er een drempelwaarde voor het instemmingsrecht is afgesproken. Kijk of de afspraken over uw gebied zowel offline als online sluitend zijn. En toets het non-concurrentiebeding aan de wettelijke grenzen van één jaar en uw eigen werkgebied. De wettekst van de franchisetitel vindt u op wetten.overheid.nl (Burgerlijk Wetboek Boek 7, titel 16).
Wanneer is er sprake van franchise en niet van een andere samenwerking?
Er is sprake van franchise als u tegen betaling een complete formule exploiteert, met merk, knowhow en ondersteuning, en daarbij zelf het ondernemersrisico draagt. Ontbreekt een van die elementen, dan kan het om een andere overeenkomst gaan, met andere regels.
Het onderscheid is belangrijk, want de beschermende regels van de Wet franchise gelden alleen voor franchise. Bij een licentieovereenkomst krijgt u alleen het recht om een merk of een recht van intellectueel eigendom te gebruiken, zonder formule en ondersteuning. Bij een distributieovereenkomst koopt en verkoopt u producten van een leverancier, zonder dat u een complete bedrijfsformule overneemt. Bij een agentuurovereenkomst sluit u overeenkomsten namens een ander en ontvangt u provisie; daarvoor gelden de artikelen 7:428 en volgende BW, met onder meer een wettelijke klantenvergoeding. De naam die partijen boven het contract zetten, is niet beslissend. De rechter kijkt naar de inhoud van de afspraken en naar de manier waarop partijen die in de praktijk uitvoeren.
Mag de franchisegever uw bedrijf controleren?
Ja, binnen de grenzen van het contract. Franchisegevers bedingen doorgaans het recht om uw vestiging te bezoeken, uw administratie in te zien en de naleving van het handboek te controleren.
Zo’n controlerecht is gebruikelijk, omdat de franchisegever de uniformiteit van de formule moet bewaken en de omzetvergoeding moet kunnen controleren. Let wel op de uitwerking. Staat er hoe vaak en met welke aankondiging een controle mag plaatsvinden? Wie betaalt een externe accountant als die wordt ingeschakeld? En wat gebeurt er met de uitkomsten? Maak ook afspraken over klantgegevens. Als u en de franchisegever beide persoonsgegevens van klanten verwerken, moet duidelijk zijn wie welke rol heeft onder de Algemene verordening gegevensbescherming en of het klantenbestand na het einde van de overeenkomst bij u of bij de franchisegever blijft.
Waar let u op bij financiering, huur en rechtsvorm?
Een franchisevestiging vraagt meestal een forse startinvestering, vaak met een banklening en een huurcontract voor het pand. Die contracten staan juridisch los van de franchiseovereenkomst, maar hangen er in de praktijk nauw mee samen.
Banken vragen bij een franchisestart regelmatig een persoonlijke borgtocht, ook als u via een bv onderneemt. U staat dan privé in voor de lening. Controleer daarnaast hoe het huurcontract is geregeld. Soms huurt de franchisegever het pand en verhuurt hij het door aan u; het einde van de franchiseovereenkomst betekent dan vaak ook het einde van uw huurrecht. In andere gevallen huurt u zelf, maar heeft de franchisegever een recht om het huurcontract over te nemen als de samenwerking eindigt. Stem de looptijden van franchise, huur en financiering op elkaar af. Anders loopt u het risico dat u na het einde van de franchise nog jaren huur betaalt voor een pand waarin u de formule niet meer mag voeren, of dat de bank de lening opeist.
Denk ook na over de rechtsvorm. Een bv kan uw privévermogen beschermen, maar die bescherming valt weg voor zover u persoonlijk borg staat. Veel franchisegevers eisen bovendien dat de franchiseovereenkomst ook door u persoonlijk wordt ondertekend, naast de bv. Lees daarom precies wie contractspartij is en voor welke verplichtingen u privé aansprakelijk wordt. Voor de fiscale kant van de rechtsvormkeuze verwijzen wij naar een fiscalist.
Waar let u als franchisenemer op?
- Heeft u het concept en de informatie uiterlijk vier weken vóór het tekenen ontvangen (artikel 7:913 BW)?
- Staat in het contract hoe de doorlopende vergoeding en de marketingbijdrage worden berekend?
- Is uw territorium ook online beschermd?
- Bevat het contract een duidelijke goodwillregeling (artikel 7:919 BW)?
- Sluiten de looptijden van franchise, huur en financiering op elkaar aan?
Waar let u als franchisegever op?
- Verstrekt u het concept en de vereiste informatie uiterlijk vier weken vóór het sluiten, zonder het concept in die periode in het nadeel van de franchisenemer te wijzigen (artikelen 7:913 en 7:914 BW)?
- Is een omzet- of rendementsprognose zorgvuldig onderbouwd?
- Bevat het contract een drempelwaarde en een procedure voor instemming bij formulewijzigingen (artikel 7:921 BW)?
- Blijft het non-concurrentiebeding binnen één jaar en het werkgebied van de franchisenemer (artikel 7:920 BW)?
Wat kunnen wij voor u doen bij een franchiseovereenkomst?
Vanuit ons team ondernemingsrecht staan wij franchisenemers en franchisegevers bij. Wij doen onder meer het volgende:
- Wij toetsen het concept tijdens de standstillperiode van vier weken aan de Wet franchise (artikelen 7:911 tot en met 7:921 BW).
- Wij onderhandelen over territorium, online verkoop, vergoedingen, goodwill en de terugname van voorraad.
- Wij beoordelen of een formulewijziging instemming vereist en voeren zo nodig een procedure, bij spoed in kort geding.
- Wij beoordelen of een non-concurrentiebeding aan artikel 7:920 BW voldoet en of een beëindiging rechtsgeldig is.
- Wij beoordelen een vordering wegens een ondeugdelijke prognose, op grond van dwaling (artikel 6:228 BW) of onrechtmatige daad.
Samengevat
- Sinds 1 januari 2021 regelt de Wet franchise (artikel 7:911-7:921 BW) de franchiseovereenkomst, met dwingende regels ter bescherming van de franchisenemer.
- De franchisegever geeft u uiterlijk vier weken vóór het tekenen het concept en de relevante informatie; in die periode mag hij het contract niet sluiten of in uw nadeel wijzigen.
- Voor formulewijzigingen die u geld kosten of omzet schelen, is vooraf instemming nodig, tenzij de gevolgen onder een afgesproken drempel blijven.
- Een non-concurrentiebeding na afloop mag hooguit één jaar duren en is beperkt tot uw eigen werkgebied en de concurrerende activiteiten.
- Het contract moet regelen of en hoe goodwill wordt vergoed; voor voorraad en online verkoop moet u zelf goede afspraken maken.
Veelgestelde vragen
Kunt u onderhandelen over de voorwaarden?
Ja. De kern van de formule staat meestal niet ter discussie, maar over veel andere onderdelen valt te praten. Denk aan de hoogte van de entreevergoeding, de looptijd, de grenzen en exclusiviteit van uw gebied, een drempelwaarde voor het instemmingsrecht en de reikwijdte van het non-concurrentiebeding.
Gebruik de standstillperiode van vier weken om het contract te laten toetsen. Een goede voorbereiding, met advies van onze ondernemingsrechtadvocaten, versterkt uw positie. U hoeft niet alles als vaststaand gegeven te accepteren.
Wat gebeurt er als de franchisegever de formule aanpast?
Kleine aanpassingen mag de franchisegever doorvoeren als het contract daarvoor ruimte laat. Heeft een wijziging tot gevolg dat u moet investeren, een nieuwe vergoeding moet betalen, andere kosten moet dragen of omzet verliest, dan is volgens artikel 7:921 BW vooraf instemming nodig.
Die instemming moet komen van elke franchisenemer die wordt geraakt, of van een meerderheid van alle franchisenemers van de formule in Nederland. Staat er een drempelwaarde in het contract, dan geldt het instemmingsrecht pas boven die drempel.
Hoe lang mag een non-concurrentiebeding duren?
Een non-concurrentiebeding na het einde van de franchiseovereenkomst mag volgens artikel 7:920 BW niet langer duren dan één jaar. Het moet beperkt zijn tot het gebied waarin u de formule exploiteerde en tot goederen of diensten die concurreren met de formule.
Bovendien moet het beding onmisbaar zijn om de knowhow te beschermen die u van de franchisegever hebt gekregen. Een beding dat verder gaat, kunt u aanvechten.
Law & More beoordeelt franchiseovereenkomsten voor franchisenemers en franchisegevers en staat hen bij in geschillen over formulewijzigingen, beëindiging en non-concurrentie. Twijfelt u over uw positie? Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost.