Gepubliceerd op 23 september 2025 · Laatst bijgewerkt op 13 oktober 2026
Ouders die samen het gezag hebben en uit elkaar gaan, spreken in een ouderschapsplan een zorgregeling af: wie wanneer voor de kinderen zorgt, hoe zij informatie delen en hoe de kosten worden verdeeld (artikel 815 lid 2 Rv en artikel 1:247a BW). Heeft één ouder geen gezag, dan spreekt men van een omgangsregeling, en komen ouders er samen niet uit, dan beslist de rechter in het belang van het kind (artikel 1:253a en 1:377a BW).
Uitgangspunt is dat het kind na de scheiding recht heeft op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders (artikel 1:247 lid 4 BW). Dat betekent niet automatisch een verdeling van precies de helft van de tijd.
Inhoudsopgave
Wat is het verschil tussen een zorgregeling en een omgangsregeling?
Een zorgregeling geldt tussen ouders die allebei het gezag hebben; een omgangsregeling geldt tussen het kind en een ouder zonder gezag. Bij een zorgregeling zijn beide ouders verzorger en opvoeder; bij een omgangsregeling heeft de ouder zonder gezag recht op contact en informatie (artikel 1:377a en 1:377b BW).
Of u gezag heeft, kunt u kosteloos nagaan in het gezagsregister van de rechtbank. Gehuwde ouders en geregistreerde partners hebben in de regel automatisch gezamenlijk gezag; bij ongehuwde ouders hangt het af van de situatie, en een aantekening in het register kan nodig zijn.
Wanneer is een ouderschapsplan verplicht?
Een ouderschapsplan is verplicht bij echtscheiding en bij beëindiging van een geregistreerd partnerschap met minderjarige kinderen (artikel 815 lid 2 Rv). Ook ongehuwde ouders met gezamenlijk gezag moeten een ouderschapsplan opstellen als zij uit elkaar gaan (artikel 1:247a BW).
Bij een echtscheiding legt de rechter het ouderschapsplan vast in de beschikking. Ongehuwde ouders hoeven het plan niet aan de rechter voor te leggen, maar kunnen dat wel doen om de afspraken afdwingbaar te maken.
Wat staat er in een ouderschapsplan?
De wet schrijft drie verplichte onderwerpen voor (artikel 815 lid 3 Rv). Daarnaast is het verstandig om praktische afspraken op te nemen.
- De verdeling van zorg- en opvoedingstaken: wanneer het kind bij welke ouder is, doordeweeks, in weekenden, in vakanties en op feestdagen.
- Informatie en overleg: hoe de ouders elkaar informeren en samen beslissen over school, gezondheid en vermogen van het kind.
- De kosten: hoe de kosten van verzorging en opvoeding worden verdeeld, inclusief kinderalimentatie.
Ook moet het verzoek vermelden hoe het kind bij het opstellen van het plan is betrokken. Nuttige aanvullingen zijn afspraken over halen en brengen, verhuizen, nieuwe partners en het moment waarop u de regeling samen evalueert.
Hoe komt u samen tot een regeling?
Begin bij wat het kind nodig heeft: leeftijd, school, sport, de afstand tussen de woningen en de werktijden van beide ouders. Hoe concreter de afspraken, hoe minder ruimte voor latere discussie.
Lukt overleg niet, dan kan een familiemediator helpen. Bij een laag inkomen kunt u via het Juridisch Loket in aanmerking komen voor gesubsidieerde mediation. Een afspraak die via mediation tot stand komt, kunt u daarna laten vastleggen in een ouderschapsplan.

Wat doet de rechter als u er niet uitkomt?
Ouders met gezamenlijk gezag kunnen de rechter vragen een zorgregeling vast te stellen (artikel 1:253a BW); een ouder zonder gezag kan om een omgangsregeling vragen (artikel 1:377a BW). De rechter beslist op basis van het belang van het kind.
Kinderen van twaalf jaar en ouder worden in de regel uitgenodigd om hun mening te geven (artikel 809 Rv). De rechter kan de Raad voor de Kinderbescherming om onderzoek en advies vragen (artikel 810 Rv), wat de procedure enkele maanden kan verlengen.
Kan omgang worden geweigerd?
De rechter ontzegt omgang alleen in uitzonderlijke gevallen. Dat kan als omgang ernstig nadeel oplevert voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, als de ouder kennelijk ongeschikt is, als een kind van twaalf jaar of ouder ernstige bezwaren heeft, of als omgang anders in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind (artikel 1:377a lid 3 BW).
Een ouder mag een regeling niet eigenmachtig stopzetten. Wie dat toch doet, riskeert dat de rechter een dwangsom oplegt of de zorgregeling aanpast.
Kan een regeling later worden gewijzigd?
Ja, ouders kunnen hun afspraken altijd samen aanpassen; leg dat dan schriftelijk vast. Zijn ze het niet eens, dan kan de rechter een vastgestelde regeling wijzigen als de omstandigheden zijn veranderd of als bij de beslissing van onjuiste gegevens is uitgegaan (artikel 1:377e BW).
Een verhuizing met het kind naar een andere woonplaats vraagt bij gezamenlijk gezag toestemming van de andere ouder of van de rechter (artikel 1:253a BW).
Welke stukken heeft u nodig?
Voor een ouderschapsplan en een verzoek aan de rechter heeft u vooral stukken nodig over het kind en over de inkomens van beide ouders. Medische dossiers zijn alleen nodig als een bijzondere zorgbehoefte de regeling beïnvloedt.
- een uittreksel uit het gezagsregister en de geboorteakte van het kind;
- recente loonstroken of jaaropgaven van beide ouders, voor de kinderalimentatie;
- een overzicht van de woonsituatie en werktijden;
- bestaande afspraken of berichten over de zorgverdeling.
Waar let u als ouder bij wie het kind vooral woont op?
- Stimuleer het contact met de andere ouder; daartoe bent u verplicht (artikel 1:247 lid 3 BW).
- Informeer de andere ouder over school en gezondheid.
- Overleg voordat u verhuist of van school wisselt.
- Leg wijzigingen in de regeling schriftelijk vast.
Waar let u als andere ouder op?
- Ga na of u gezag heeft; dat bepaalt of het om een zorg- of omgangsregeling gaat.
- Houd u aan de afgesproken dagen en tijden.
- Vraag informatie over het kind op als u die niet krijgt (artikel 1:377b BW).
- Stapt de andere ouder eenzijdig af van de regeling, leg dat vast en ga zo nodig naar de rechter.
Wat kunnen wij voor u doen bij een omgangs- of zorgregeling?
Ons team familierecht staat ouders bij. Wij kunnen onder meer:
- uw ouderschapsplan opstellen of beoordelen;
- met de andere ouder of diens advocaat onderhandelen over de zorgverdeling;
- een verzoek tot vaststelling of wijziging van een zorg- of omgangsregeling indienen of verweren;
- u bijstaan bij een onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming;
- nakoming van een regeling afdwingen, zo nodig met een dwangsom.
Samengevat
- Bij gezamenlijk gezag spreekt u een zorgregeling af; zonder gezag een omgangsregeling.
- Een ouderschapsplan is verplicht bij echtscheiding en bij scheiding van ongehuwde ouders met gezamenlijk gezag.
- Komen ouders er niet uit, dan beslist de rechter in het belang van het kind.
- Omgang wordt alleen in uitzonderlijke gevallen ontzegd.
- Een regeling kan worden gewijzigd bij gewijzigde omstandigheden.
Veelgestelde vragen
Moet de rechter onze afspraken goedkeuren?
Alleen bij een echtscheiding of beëindiging van een geregistreerd partnerschap. Ongehuwde ouders mogen zelf afspraken maken, maar kunnen de rechter vragen die vast te leggen.
Heeft een kind recht op een gelijke verdeling van de tijd?
Nee. De wet spreekt van een gelijkwaardige verzorging en opvoeding, niet van een gelijke verdeling. De rechter kijkt naar wat in het concrete geval het beste is voor het kind.
Mag mijn kind zelf kiezen bij wie het woont?
Een kind kiest niet zelf, maar de rechter weegt de mening van het kind mee. Kinderen van twaalf jaar en ouder worden in de regel uitgenodigd voor een gesprek.
Wat als de andere ouder zich niet aan de regeling houdt?
Leg de incidenten vast en vraag de andere ouder schriftelijk om nakoming. Helpt dat niet, dan kunt u de rechter vragen om een dwangsom of om wijziging van de regeling.