Gepubliceerd op 30 juli 2026 · Laatst bijgewerkt op 14 oktober 2026
Wie in Nederland delfstoffen of aardwarmte wil opsporen of winnen, heeft een vergunning van de minister nodig (artikel 6 Mijnbouwwet), en voor de winning zelf ook instemming met een winningsplan. Voor schade door bodembeweging is de exploitant zonder schuld aansprakelijk (artikel 6:177 BW); bij Groningse gaswinning geldt bovendien een wettelijk bewijsvermoeden in het voordeel van de benadeelde (artikel 6:177a BW).
Het mijnbouwrecht verschuift van het mogelijk maken van winning naar veiligheid, schadeherstel en nieuw gebruik van de ondergrond, zoals aardwarmte en CO₂-opslag. Hieronder bespreken wij het wettelijk kader, de vergunningen, het toezicht, de aansprakelijkheid en de schadeafhandeling.
Inhoudsopgave
Welke regels gelden voor mijnbouw?
De kern is de Mijnbouwwet, die sinds 1 januari 2003 geldt, met het Mijnbouwbesluit en de Mijnbouwregeling. Daarnaast spelen de Omgevingswet en Europese richtlijnen een rol.
De Mijnbouwwet regelt opsporing, winning en opslag van delfstoffen en aardwarmte. De Omgevingswet stelt aanvullende eisen aan de gevolgen voor de fysieke leefomgeving, zoals milieueffectrapportage, natuur en water. Een mijnbouwdossier vraagt daarom altijd om een beoordeling langs beide wetten.
Europese regels werken door in de uitleg van het nationale recht. Richtlijn 94/22/EG eist transparante en niet-discriminerende vergunningverlening voor koolwaterstoffen. Richtlijn 2013/30/EU stelt veiligheidseisen aan offshore olie- en gasactiviteiten. Richtlijn 2009/31/EG regelt de geologische opslag van CO₂, met eisen voor locatiekeuze, monitoring, sluiting en financiële zekerheid.
Welke vergunningen zijn nodig?
Voor opsporen en winnen is een vergunning van de minister nodig (artikel 6 Mijnbouwwet). De minister kan die weigeren op grond van onder meer de technische of financiële mogelijkheden van de aanvrager of de ongeschiktheid van het gebied (artikel 9 Mijnbouwwet).
Gedeputeerde staten krijgen gelegenheid om over een aanvraag te adviseren, en betrekken daarbij gemeenten en waterschappen (artikel 16 Mijnbouwwet). Een opsporingsvergunning geeft geen automatisch recht op winning: daarvoor is een winningsvergunning nodig. Voor ondergrondse opslag van aardgas, CO₂ of andere stoffen geldt een afzonderlijke opslagvergunning.
Wat is een winningsplan?
Het winningsplan beschrijft hoe de winning wordt uitgevoerd en welke gevolgen worden verwacht (artikel 34 en 35 Mijnbouwwet). De vergunning geeft het recht om te winnen; het winningsplan bepaalt hoe.
Het plan bevat onder meer de verwachte hoeveelheden, de duur en wijze van winning, de verwachte bodembeweging en maatregelen om schade te voorkomen. De minister kan instemming weigeren of beperken als de winning uit oogpunt van veiligheid, schadepreventie, planmatig beheer of milieu niet aanvaardbaar is (artikel 36 Mijnbouwwet). Een besluit over een winningsplan moet deze belangen zichtbaar afwegen en motiveren.
Wie houdt toezicht?
Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) houdt toezicht en adviseert; de minister beslist over vergunningen en winningsplannen. De taak van de inspecteur-generaal der mijnen staat in artikel 127 Mijnbouwwet.
SodM let op veiligheid, gezondheid en milieu en kan bij overtredingen bestuursrechtelijk handhaven. Een handhavingsbesluit moet steeds berusten op een concrete wettelijke bevoegdheid en een overtreden norm. Bij winningsplannen adviseren daarnaast onder meer de Mijnraad, TNO en de decentrale overheden.
Energie Beheer Nederland (EBN) is een staatsdeelneming die meedoet in opsporing en winning. EBN is geen toezichthouder, maar kan wel als exploitant aansprakelijk zijn: de Hoge Raad merkte EBN in de Groningse verhouding naast NAM als exploitant aan, onder meer omdat EBN 40% van de kosten droeg en in dezelfde mate deelde in winst en verlies (HR 19 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1278).
Wie is aansprakelijk voor mijnbouwschade?
De exploitant van het mijnbouwwerk, ook zonder dat hem iets te verwijten valt. Artikel 6:177 BW maakt hem aansprakelijk voor schade door bodembeweging als gevolg van de aanleg of exploitatie van het mijnbouwwerk, in heel Nederland.
De risicoaansprakelijkheid van artikel 6:177 BW rechtvaardigt volgens de Hoge Raad een ruime toerekening van schade (ECLI:NL:HR:2019:1278). Er moet wel steeds een verband zijn tussen de schade en bodembeweging door het mijnbouwwerk. Buiten Groningen moet de benadeelde dat verband zelf aannemelijk maken.
Hoe werkt het bewijsvermoeden in Groningen?
Bij fysieke schade aan gebouwen en werken die naar haar aard door bodembeweging kan zijn veroorzaakt, wordt vermoed dat het mijnbouwwerk de oorzaak is (artikel 6:177a BW). Dat geldt voor schade door gaswinning uit het Groningenveld en de gasopslagen Norg en Grijpskerk.
De exploitant weerlegt het vermoeden alleen als hij bewijst of voldoende aannemelijk maakt dat de schade niet door de mijnbouw is veroorzaakt. Twijfel zaaien is niet genoeg; blijft de oorzaak onduidelijk, dan draagt de exploitant dat risico (ECLI:NL:HR:2019:1278). Het gebied waarvoor het vermoeden geldt, is uitgewerkt in het Besluit Tijdelijke wet Groningen.
Wanneer is het vermoeden weerlegd?
Als de exploitant een alternatieve oorzaak aannemelijk maakt die de schade daadwerkelijk verklaart. Een lage kans dat een beving schade veroorzaakt, is daarvoor onvoldoende.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden onderscheidt een voorspellende kans (hoe groot is de kans dat een beving schade geeft?) van een verklarende kans (waardoor is deze schade ontstaan?). Een kleine voorspellende kans kan samengaan met een grote verklarende kans, als er geen aannemelijke andere oorzaak is (ECLI:NL:GHARL:2025:3971, 24 juni 2025). In die zaak was het vermoeden voor drie schadegroepen niet weerlegd.
De uitkomst is feitelijk. De Rechtbank Noord-Nederland achtte het vermoeden op 8 mei 2024 na een deskundigenbericht weerlegd, omdat de schade ook zonder aardbevingen zou zijn ontstaan (ECLI:NL:RBNNE:2024:1780). In hoger beroep gelastte het hof op 20 januari 2026 een aanvullend deskundigenbericht, met de opdracht niet te werken met voorspellende kansen (ECLI:NL:GHARL:2026:295).
Welke schade wordt vergoed?
Naast herstelkosten kunnen ook waardevermindering, gederfd woongenot en immateriële schade in aanmerking komen. Elk van die posten kent eigen voorwaarden.
- Waardevermindering door het risico van toekomstige bevingen kon volgens de Hoge Raad in 2019 nog niet worden begroot, omdat geen geofysisch stabiele toestand was bereikt; een voorschot is wel mogelijk (ECLI:NL:HR:2019:1278).
- Bewoners met fysieke schade aan hun woning, die er hun hoofdverblijf hebben, kunnen vergoeding krijgen voor gederfd woongenot, eenmaal per woning (HR 15 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1534).
- Bewoners met meer dan eenmaal fysieke schade aan hun woning kunnen in hun persoon zijn aangetast en recht hebben op immateriële schadevergoeding (artikel 6:106 BW; ECLI:NL:HR:2021:1534).
Wat doet het Instituut Mijnbouwschade Groningen?
Het IMG beslist als zelfstandig bestuursorgaan over aanvragen om vergoeding van mijnbouwschade in Groningen, onafhankelijk van NAM (artikel 2 Tijdelijke wet Groningen). Het IMG past daarbij ook het bewijsvermoeden toe.
Het IMG kan schade in geld of in natura vergoeden. Het is niet bevoegd voor schade waarover al een civiele procedure loopt of waarover de burgerlijke rechter al heeft beslist. Kies daarom per schadepost bewust tussen de bestuursrechtelijke IMG-route, met bezwaar en beroep, en een civiele procedure tegen de exploitant.
Wat betekent het einde van de Groningse gaswinning?
De winning uit het Groningenveld is gestopt: artikel 52c Mijnbouwwet bepaalt dat er geen gas meer uit het Groningenveld wordt gewonnen. Voor kleine velden elders blijft het vergunningenstelsel gelden.
Bij kleine velden wegen veiligheid en de belangen van omwonenden zwaarder dan vroeger. Een vergunninghouder moet de verwachte bodembeweging, de veiligheidsrisico’s en de milieugevolgen in het winningsplan inzichtelijk maken, omdat de minister daaraan toetst (artikel 36 Mijnbouwwet).
Valt aardwarmte, CO₂-opslag of waterstofopslag onder het mijnbouwrecht?
Ja. Aardwarmte valt onder de Mijnbouwwet, en ondergrondse opslag van CO₂ of waterstof onder het opslagregime van die wet.
Bij aardwarmte gaat het om putintegriteit, de geschiktheid van de ondergrond en mogelijke bevingen. Bij CO₂-opslag gelden daarnaast de eisen van Richtlijn 2009/31/EG voor monitoring, sluiting en de overdracht van verantwoordelijkheid na sluiting. Bij waterstofopslag in zoutcavernes spelen druk, lekkage en monitoring. Zie ook onze artikelen over juridische aandachtspunten bij energieprojecten en energierecht voor bedrijven.
Wat geldt bij sluiting en ontmanteling?
Is een mijnbouwwerk buiten werking, dan meldt de vergunninghouder binnen vier weken aan de minister waarom en welke maatregelen hij neemt (artikel 44 lid 1 Mijnbouwwet). Hij moet het werk verwijderen en binnen een jaar een verwijderingsplan overleggen (artikel 44 lid 2 en 3), dat de instemming van de minister nodig heeft (artikel 44a). De minister kan bepalen dat de vergunninghouder zekerheid stelt aan de Staat voor het verwijderen van het mijnbouwwerk (artikel 47 Mijnbouwwet).
Ook voor de aansprakelijkheid voor schade door bodembeweging kan de minister zekerheid verlangen (artikel 46 Mijnbouwwet), ook bij aardwarmte en opslag. Die zekerheid voorkomt dat de kosten bij de gemeenschap terechtkomen als de vergunninghouder niet meer kan betalen.
Waar let u op als vergunninghouder of exploitant?
- Controleer welke vergunning en welke omgevingsrechtelijke toestemmingen nodig zijn.
- Onderbouw in het winningsplan de bodembeweging en de schadepreventie.
- Reken financiële zekerheid voor schade en verwijdering vooraf mee.
- Laat deskundigen bij schadeclaims werken met verklarende, niet met voorspellende kansen.
Waar let u op als eigenaar met schade?
- Leg de schade direct vast met foto’s en datum.
- Ga na of uw woning in het gebied van het bewijsvermoeden ligt.
- Kies bewust tussen de IMG-route en een civiele procedure.
- Laat een deskundigenrapport toetsen op de onderbouwing van alternatieve oorzaken.
Wat kunnen wij voor u doen bij mijnbouwrecht?
- Vergunningaanvragen en winnings- of opslagplannen juridisch beoordelen.
- Zienswijzen, bezwaar en beroep tegen mijnbouwbesluiten opstellen.
- Schadeclaims beoordelen en deskundigenrapporten toetsen.
- Procederen bij de burgerlijke rechter of in de IMG-procedure, met bewaking van termijnen.
- Adviseren over aardwarmte- en opslagprojecten; zie ook onze dienst advocaat energierecht.
Samengevat
- Opsporen en winnen vraagt een vergunning van de minister (artikel 6 Mijnbouwwet) en voor winning een winningsplan.
- De exploitant is zonder schuld aansprakelijk voor schade door bodembeweging (artikel 6:177 BW).
- In Groningen geldt een bewijsvermoeden; twijfel over de oorzaak komt voor risico van de exploitant (artikel 6:177a BW).
- Het IMG handelt Groningse schade bestuursrechtelijk af, naast de civiele route.
Veelgestelde vragen
Geldt het bewijsvermoeden alleen in Groningen?
Ja, het geldt voor schade door het Groningenveld en de gasopslagen Norg en Grijpskerk (artikel 6:177a BW). Elders moet u het verband met de mijnbouw zelf aannemelijk maken.
Kan ik naar het IMG én naar de rechter?
Niet voor dezelfde schade. Het IMG behandelt geen schade waarover al een civiele procedure loopt of is beslist (artikel 2 Tijdelijke wet Groningen).
Kan ik vergoeding krijgen voor gederfd woongenot?
Ja, als u fysieke schade aan uw woning heeft en daar uw hoofdverblijf heeft, eenmaal per woning (ECLI:NL:HR:2021:1534).
Valt aardwarmte onder de Mijnbouwwet?
Ja. Ook voor het opsporen en winnen van aardwarmte is een vergunning nodig, en de minister kan zekerheid verlangen voor schade door bodembeweging (artikel 46 Mijnbouwwet).