Gepubliceerd op 27 december 2025 · Laatst bijgewerkt op 9 oktober 2026
Sinds 1 januari 2025 kan wie voldoende belang heeft op grond van artikel 194 Rv inzage, een afschrift of een uittreksel vragen van bepaalde gegevens over een rechtsbetrekking waarbij hij partij is; artikel 195 Rv laat de rechter dat tijdens een procedure bevelen en artikel 195a Rv doet hetzelfde voor gegevens bij een derde. Wie de gegevens heeft, mag alleen weigeren als een verschoningsrecht of gewichtige redenen zich daartegen verzetten.
Deze regels komen uit de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht en vervangen het oude artikel 843a Rv.

Het nieuwe bewijsrecht gaat uit van een eenvoudige gedachte: partijen moeten zo vroeg mogelijk over de relevante feiten en stukken beschikken, liefst al voordat een procedure begint. Daardoor kunnen zij hun kansen beter inschatten, vaker een schikking treffen en, als het toch tot een rechtszaak komt, sneller tot de kern komen. Hieronder leest u wat artikel 194 en artikel 195 Rv inhouden, hoe u een informatieverzoek doet en wat er verder in het burgerlijk procesrecht is veranderd.
Inhoudsopgave
Wat regelen artikel 194 en artikel 195 Rv?
De artikelen 194 tot en met 195a Rv vormen samen de paragraaf over inzage, afschrift of uittreksel van gegevens. Artikel 194 Rv geeft het recht op inzage: wie voldoende belang heeft, kan van degene die over bepaalde gegevens beschikt of die onder zich heeft, inzage, een afschrift of een uittreksel vorderen van gegevens betreffende een rechtsbetrekking waarbij hij (of zijn rechtsvoorganger) partij is. Artikel 195 Rv regelt het informatieverzoek tijdens een procedure: de rechter kan de wederpartij bevelen inzage, een afschrift of een uittreksel te verstrekken van bepaalde gegevens waarover zij beschikt. Artikel 195a Rv geeft een vergelijkbare regeling voor gegevens die bij een derde liggen.
Drie elementen zijn in de praktijk beslissend:
- Bepaalde gegevens. Het gaat om bepaalde gegevens waarover de wederpartij beschikt of die een derde onder zich heeft; u moet ze voldoende concreet omschrijven. Een ongericht verzoek om “alle correspondentie” of “alle rapporten” wordt afgewezen; een verzoek om de e-mails tussen twee met naam genoemde personen over een bepaalde levering in een bepaalde periode heeft meer kans.
- Een rechtsbetrekking. Het moet gaan om gegevens over een rechtsbetrekking waarbij u partij bent, bijvoorbeeld een overeenkomst, maar ook een onrechtmatige daad.
- Voldoende belang. De gevraagde stukken moeten van betekenis kunnen zijn voor de beoordeling van uw vordering of uw verweer.
Wat is er veranderd ten opzichte van artikel 843a Rv?
Onder artikel 843a Rv ging het om “bescheiden” en moest de verzoeker een rechtmatig belang aantonen. Rechters legden die regel vaak streng uit. De wetgever wilde in het burgerlijk procesrecht de drempel verlagen en het inzagerecht een volwaardige plaats geven naast getuigenverhoor en deskundigenonderzoek. De belangrijkste verschillen:
| Oud (art. 843a Rv) | Nieuw (art. 194-195a Rv) |
|---|---|
| Bescheiden | Gegevens, ongeacht de drager (ook e-mails, databestanden, chatberichten) |
| Rechtmatig belang | Voldoende belang |
| Geregeld in het derde boek van Rv | Opgenomen in de algemene bewijsregels (afdeling Bewijs) |
| Losse regeling naast voorlopig getuigenverhoor en deskundigenbericht | Te combineren met andere voorlopige bewijsverrichtingen in één verzoek |
In de Kamerstukken wordt de gedachte achter de wijziging vaak samengevat als “ja, tenzij”: gegevens die aan de vereisten voldoen, moeten in beginsel worden verstrekt. De rechtspraak moet de komende jaren uitwijzen hoe ruim rechters het criterium van voldoende belang toepassen. Uitspraken van de Hoge Raad over het oude artikel 843a Rv blijven daarbij voorlopig een belangrijk referentiepunt, bijvoorbeeld over de eis dat de gegevens voldoende bepaald zijn.
Wat bepaalt artikel 195 Rv precies?
Artikel 195 Rv gaat over het verzoek dat u doet terwijl een procedure al loopt. Op verzoek van de partij die op grond van artikel 194, eerste lid, Rv recht heeft op de gegevens, kan de rechter de wederpartij bevelen inzage, een afschrift of een uittreksel te verstrekken van bepaalde gegevens waarover de wederpartij beschikt.
Wijst de rechter het verzoek toe, dan legt hij in zijn beslissing vast onder welke voorwaarden, op welke wijze en binnen welke termijn de gegevens worden verstrekt. Zo kan hij bepalen dat alleen de advocaat de stukken inziet, of dat de wederpartij ze binnen een bepaald aantal weken moet aanleveren.
Vraag de gegevens bij voorkeur eerst buiten rechte op. Dat laat zien dat u redelijk handelt, en soms is een procedure dan niet meer nodig.
Wat is artikel 195a Rv?
Liggen de gegevens niet bij de wederpartij maar bij een derde, zoals een bank, accountant of voormalige bestuurder, dan biedt artikel 195a Rv de weg. De derde krijgt de gelegenheid om op het verzoek te worden gehoord, maar wordt geen partij in de zaak.
Waarover ging artikel 195 Rv vóór 2025?
Tot 1 januari 2025 regelden de artikelen 194 tot en met 200 Rv het deskundigenbericht. Het oude artikel 195 Rv ging over het voorschot voor de kosten van de deskundige. Oudere uitspraken en artikelen die naar artikel 195 Rv verwijzen, gaan daarom vaak over deskundigen en niet over inzage. In het huidige Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staan de regels over deskundigen in de artikelen 186 tot en met 192 Rv. Artikel 195 van het Wetboek van Strafvordering is een ander artikel en hoort bij het strafproces.
Wanneer mag de wederpartij inzage weigeren?
De plicht tot verstrekken is niet onbeperkt. Degene die de gegevens heeft, kan zich beroepen op een verschoningsrecht, zoals de geheimhoudingsplicht van een advocaat, arts of notaris, of het verschoningsrecht van naaste familie. Daarnaast kan inzage worden geweigerd als er gewichtige redenen zijn. Denk aan bedrijfsgeheimen, de privacy van derden, of een verzoek dat zo omvangrijk is dat de kosten en moeite niet in verhouding staan tot het belang.
De rechter weegt de belangen af en kan ook een tussenweg kiezen. Hij kan bepalen op welke wijze de gegevens worden verstrekt, bijvoorbeeld alleen aan de advocaat, in geanonimiseerde vorm, of alleen voor zover de gegevens op het geschil betrekking hebben. De kosten van het verstrekken komen in beginsel voor rekening van degene die om de gegevens vraagt.
Hoe doet u een informatieverzoek?
Het nieuwe bewijsrecht verwacht dat u eerst zelf om de gegevens vraagt. Een goed onderbouwd informatieverzoek aan de wederpartij, met een redelijke termijn om te reageren, is vaak de snelste weg. Weigert de wederpartij of reageert zij niet, dan zijn er drie routes:
- Een zelfstandige vordering of een kort geding. U vraagt de rechter de wederpartij te bevelen de gegevens te verstrekken. Bij spoed kan dat in kort geding.
- Een verzoek tot voorlopige bewijsverrichting. Vóór de procedure kunt u de rechter vragen om inzage, eventueel gecombineerd met een voorlopig getuigenverhoor, een voorlopig deskundigenbericht of een plaatsopneming (art. 196 e.v. Rv).
- Een incidentele vordering in een lopende procedure. Loopt de zaak al, dan richt u het verzoek aan de rechter die de zaak behandelt. Dit is het verzoek op grond van artikel 195 Rv, of artikel 195a Rv als een derde de gegevens heeft. Of daarnaast nog een apart verzoek bij een andere rechter kan, beantwoorden rechters niet op dezelfde manier.
Beschrijf in elk geval precies welke gegevens u zoekt, waarom u vermoedt dat de wederpartij of de derde daarover beschikt, op welke rechtsbetrekking ze betrekking hebben en wat u ermee wilt bewijzen.
Hoe werken voorlopige bewijsverrichtingen?
Voorheen kende het wetboek aparte regelingen voor het voorlopig getuigenverhoor, het voorlopig deskundigenbericht en de voorlopige plaatsopneming. Sinds de inwerkingtreding van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht zijn die samengebracht in één regeling voor voorlopige bewijsverrichtingen (artikelen 196 tot en met 204 Rv). Voor alle vormen gelden dezelfde criteria voor toewijzing en afwijzing, en u kunt ze met een inzageverzoek in één verzoekschrift bundelen.
Houd rekening met kosten. Bij een deskundigenonderzoek bepaalt de rechter meestal dat de verzoeker een voorschot betaalt voor de kosten van de deskundige. Ook getuigen hebben recht op een vergoeding.
Hoe stelt u bewijs veilig met bewijsbeslag?
Is er een reëel risico dat bewijs verdwijnt, dan kunt u de voorzieningenrechter vragen om verlof voor bewijsbeslag. Een gerechtsdeurwaarder legt dan beslag op de gegevens, bijvoorbeeld door een kopie van een server te maken, zonder dat u ze direct mag inzien. Of en hoe u daarna inzage krijgt, wordt in een aparte procedure beoordeeld. De maatregelen ter bescherming van bewijs zijn opgenomen in de artikelen 205 en verder van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Wat is er verder veranderd in het bewijsrecht?
- Partijgetuige. De beperking in het oude artikel 164 lid 2 Rv is vervallen. Een verklaring van een partij in eigen voordeel hoeft niet langer door aanvullend bewijs te worden gesteund; de rechter waardeert haar vrij.
- Verschoningsrecht. Het familiale verschoningsrecht voor getuigen is uitgebreid, onder meer naar (voormalige) levensgezellen.
- Actievere rechter. De rechter kan bij de mondelinge behandeling met partijen de feiten bespreken en om opheldering vragen, zodat misverstanden over de feiten eerder aan het licht komen.
- Voorbereiding vooraf. De Wet vereenvoudiging benadrukt dat partijen voorafgaand aan de procedure zoveel mogelijk gegevens verzamelen die voor hun vordering of verweer van belang zijn.
De bewijslastverdeling zelf is niet veranderd. Wie zich beroept op rechtsgevolgen van feiten, moet die feiten in beginsel bewijzen. Het nieuwe recht maakt het alleen makkelijker om aan dat bewijs te komen.
Voor welke zaken gelden de nieuwe regels?
De Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht is op 1 januari 2025 in werking getreden en geldt voor procedures die vanaf die datum aanhangig zijn gemaakt. Voor zaken die daarvoor al aanhangig waren, blijft in die instantie het oude recht van toepassing. Wordt na 1 januari 2025 hoger beroep ingesteld in een zaak die eerder begon, dan geldt in hoger beroep in beginsel het nieuwe recht. Twijfelt u welk regime geldt, laat dat dan vooraf beoordelen.
Waar let u op als u gegevens opvraagt?
- Breng vóór de procedure in kaart welke gegevens u zelf hebt en welke bij de wederpartij of een derde liggen.
- Formuleer het verzoek zo concreet mogelijk: welke documenten, welke periode, welke personen.
- Bewaar zelf alle relevante stukken en digitale bestanden; de rechter verwacht dat u uw eigen gegevens tijdig overlegt.
- Overweeg bewijsbeslag als de kans bestaat dat bewijs wordt vernietigd.
- Wacht niet te lang: een verzoek dat laat in de procedure komt, kan worden afgewezen omdat het de goede procesorde schaadt.
Meer over de waarde van stukken in een procedure leest u in ons artikel over de rol van bewijs in civiele procedures. Over inzage in persoonsgegevens buiten een procedure gaat ons artikel over het recht op inzage op grond van de AVG, en voor digitale bestanden zie voorlopige bewijsverrichtingen en digitaal bewijs.
Waar let u op als u gegevens moet verstrekken?
- Ga na of het verzoek bepaalde gegevens noemt en over een rechtsbetrekking met de verzoeker gaat (artikel 194 Rv).
- Beoordeel of een verschoningsrecht of een gewichtige reden, zoals een bedrijfsgeheim of de privacy van derden, weigering rechtvaardigt.
- Stel voor de gegevens alleen aan de advocaat of in geanonimiseerde vorm te verstrekken als u volledige inzage bezwaarlijk vindt.
- Spreek af wie de kosten van het verzamelen en verstrekken draagt.
Wat kunnen wij voor u doen bij een informatieverzoek?
Een goed voorbereid inzageverzoek kan een procedure beslissen of overbodig maken. Wij kunnen u daarbij als volgt helpen:
- Wij beoordelen welke gegevens u op grond van artikel 194 Rv kunt opvragen en bij wie ze liggen.
- Wij stellen een concreet informatieverzoek op aan de wederpartij of de derde, met een redelijke termijn.
- Wij dienen een verzoek tot voorlopige bewijsverrichting in, zo nodig gecombineerd met een voorlopig getuigenverhoor of deskundigenbericht.
- Wij vragen tijdens een lopende procedure een bevel tot verstrekking op grond van artikel 195 of 195a Rv.
- Wij vragen verlof voor bewijsbeslag als bewijs dreigt te verdwijnen.
- Wij voeren verweer als u zelf gegevens moet verstrekken en beroepen ons waar dat kan op een verschoningsrecht of gewichtige redenen.
Samengevat
- Sinds 1 januari 2025 vervangen de artikelen 194 tot en met 195a Rv het oude artikel 843a Rv.
- Wie voldoende belang heeft, kan inzage, een afschrift of een uittreksel vragen van bepaalde gegevens over een rechtsbetrekking waarbij hij partij is.
- De wederpartij of een derde mag alleen weigeren bij een verschoningsrecht of gewichtige redenen.
- Voorlopige bewijsverrichtingen en een inzageverzoek kunt u in één verzoekschrift combineren.
- De nieuwe regels gelden voor procedures die vanaf 1 januari 2025 aanhangig zijn gemaakt.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen artikel 194 en artikel 195 Rv?
Artikel 194 Rv bevat het recht op inzage, afschrift of uittreksel en de vereisten daarvoor. Artikel 195 Rv regelt het verzoek tijdens een lopende procedure: de rechter kan de wederpartij bevelen de gegevens te verstrekken. Artikel 195a Rv doet dat voor gegevens bij een derde.
Kan ik ook gegevens opvragen bij iemand die geen partij is?
Ja. Het recht richt zich tot degene die over de gegevens beschikt of ze onder zich heeft. Dat kan ook een derde zijn, zoals een accountant of een bank, mits de gegevens betrekking hebben op een rechtsbetrekking waarbij u partij bent.
Geldt het nieuwe bewijsrecht ook in strafzaken?
Nee. De Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en geldt dus voor civiele procedures. Het strafproces kent eigen regels.
Wie betaalt de kosten van het verstrekken van gegevens?
In beginsel degene die om de gegevens vraagt. Aan het eind van de procedure kan de rechter de kosten meenemen in de proceskostenveroordeling.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina civiel recht advocaat.