Vast contract (arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd)

Getekende overeenkomst met vulpen en sleutel op een houten bureau

Laatst bijgewerkt op 27 oktober 2026

Een vast contract is een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Het contract heeft geen einddatum en eindigt niet vanzelf. De werkgever kan alleen opzeggen met een redelijke grond en na toestemming van het UWV of ontbinding door de kantonrechter, of met instemming van de werknemer (artikelen 7:669 en 7:671 BW).

Wettelijke basis

Een contract voor bepaalde tijd eindigt van rechtswege op de afgesproken datum (artikel 7:667 BW). Een vast contract niet. U krijgt een vast contract door het zo af te spreken, of via de ketenregeling van artikel 7:668a BW.

Volgens de ketenregeling ontstaat een vast contract bij meer dan drie opeenvolgende tijdelijke contracten, of als die contracten samen langer dan 36 maanden duren. Contracten tellen mee als er niet meer dan zes maanden tussen zit. Een cao mag hiervan voor bepaalde functies afwijken: tot zes contracten in 48 maanden.

In een vast contract mag een proeftijd van ten hoogste twee maanden staan, en alleen schriftelijk (artikel 7:652 BW). Opzeggen kan alleen met een redelijke grond uit artikel 7:669 lid 3 BW, zoals bedrijfseconomische redenen, langdurige ziekte, disfunctioneren of een verstoorde arbeidsverhouding.

Hoe het in de praktijk werkt

Bij bedrijfseconomisch ontslag of langdurige ziekte vraagt de werkgever toestemming aan het UWV (artikel 7:671a BW). Bij persoonlijke gronden, zoals disfunctioneren, beslist de kantonrechter (artikel 7:671b BW). Daarnaast moet herplaatsing in een andere passende functie onmogelijk zijn.

Vaak eindigt een vast contract met een vaststellingsovereenkomst. Stemt de werknemer schriftelijk in met opzegging, dan kan hij die instemming binnen veertien dagen zonder reden herroepen (artikel 7:671 lid 2 BW). Wijst de werkgever niet op dat recht, dan wordt die termijn drie weken.

De Wet meer zekerheid flexwerkers wijzigt de ketenregeling. De tussenpoos van zes maanden wordt dan drie jaar. Dat deel treedt naar verwachting op 1 januari 2028 in werking. Tot die datum gelden de huidige regels.

Waar het misgaat

Werkgevers denken soms dat een korte onderbreking de keten breekt. Een pauze van zes maanden of korter telt mee. Uitzendwerk of een andere werkgever voor hetzelfde werk kan ook meetellen als opvolgend werkgeverschap.

Werknemers zien vaak niet dat zij al een vast contract hebben. Gaat u na het vierde tijdelijke contract gewoon door, dan geldt uw contract als voor onbepaalde tijd. Een nieuw ’tijdelijk’ contract verandert dat niet.

Een vast contract betekent geen ontslagverbod. Bij ontslag heeft u wel recht op een opzegtermijn (artikel 7:672 BW) en meestal op een transitievergoeding.

Verwante begrippen

Zie ook arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, ketenregeling, UWV-ontslagprocedure en transitievergoeding.

Onze arbeidsrechtadvocaten staan werkgevers en werknemers bij in zaken over vaste contracten en ontslag.