Laatst bijgewerkt op 27 oktober 2026
Een overtreding is een strafbaar feit dat de wetgever als lichter aanmerkt dan een misdrijf. In het Wetboek van Strafrecht (Sr) staan de overtredingen in het Derde Boek, vanaf artikel 424 Sr. De straf is hechtenis of een geldboete. Poging tot en medeplichtigheid aan een overtreding zijn niet strafbaar.
Inhoudsopgave
Wettelijke basis
Het Wetboek van Strafrecht kent twee soorten strafbare feiten. Misdrijven staan in het Tweede Boek, overtredingen in het Derde Boek. Een voorbeeld is openbare dronkenschap die de orde verstoort (artikel 453 Sr). Ook andere wetten bevatten overtredingen. Zij bepalen zelf welke feiten een overtreding zijn.
Het onderscheid heeft gevolgen. Op een overtreding staat geen gevangenisstraf, maar hechtenis of een geldboete. Hechtenis duurt ten hoogste een jaar, en bij strafverhoging ten hoogste een jaar en vier maanden (artikel 18 Sr). Veel overtredingen kennen alleen een geldboete van een lage categorie (artikel 23 Sr).
Poging is alleen strafbaar bij een misdrijf (artikel 45 Sr). Artikel 52 Sr zegt: medeplichtigheid aan een overtreding is niet strafbaar. Medeplegen van een overtreding is wel strafbaar. Het recht om een overtreding te vervolgen verjaart na drie jaar (artikel 70 lid 1 Sr). Bij een misdrijf is dat minimaal zes jaar.
Hoe het in de praktijk werkt
Veel overtredingen worden afgedaan met een strafbeschikking. Die kan het Openbaar Ministerie (OM) uitvaardigen, en bij sommige feiten ook een opsporingsambtenaar of een bestuursorgaan. Komt de zaak bij de rechter, dan is dat meestal de kantonrechter (artikel 382 Wetboek van Strafvordering, Sv).
Ook de dwangmiddelen zijn beperkter. Voorlopige hechtenis is bij een overtreding in beginsel niet mogelijk (artikel 67 Sv). De politie mag u buiten heterdaad alleen aanhouden voor feiten waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten (artikel 54 Sv).
Waar het misgaat
Veel mensen denken dat een overtreding geen gevolgen heeft. Toch komt een strafbeschikking of veroordeling voor een overtreding in de justitiële documentatie. Die gegevens blijven in de regel vijf jaar bewaard, en soms tien jaar (artikel 6 Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens).
Een tweede valkuil is het laten verlopen van termijnen. Tegen een strafbeschikking kunt u binnen twee weken verzet doen. Doet u niets, dan staat de strafbeschikking vast. U kunt daarna niet meer aanvoeren dat u het feit niet hebt gepleegd.
Let ook op de omschrijving van het feit. Dezelfde gedraging kan in de ene wet een overtreding zijn en in een andere wet een misdrijf. Vaak hangt dat af van opzet. Dat bepaalt welke straf, welke rechter en welke verjaringstermijn gelden.
Verwante begrippen
Zie ook misdrijf, strafbeschikking, poging en medeplegen en medeplichtigheid.
Onze strafrechtadvocaten staan verdachten en slachtoffers bij in zaken over overtredingen.
Verder lezen
Uitgebreider over dit onderwerp: Misdrijf en overtreding: het verschil en de gevolgen.