facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl

Afspraak

Law & More Logo

Elektriciteitsnetwerk hoogspanningsstation met congestiemanagement monitoring en transportcapaciteit controle

De Nederlandse energietransitie bevindt zich in een stroomversnelling, maar stuit in de praktijk steeds vaker op de fysieke grenzen van de infrastructuur. Wachtlijsten voor netaansluitingen en transportcapaciteit zijn voor veel ontwikkelaars van zonne- en windparken een harde realiteit geworden. Waar voorheen een aansluiting en transportgarantie vanzelfsprekendheden waren, worden marktpartijen nu geconfronteerd met complexe weigeringen en beperkingen. Dit spanningsveld tussen de duurzame ambities en de capaciteit van het elektriciteitsnet vraagt om een juridische diepte-analyse van het fenomeen congestiemanagement. Met de inwerkingtreding van de Energiewet op 1 januari 2026, de opvolger van de Elektriciteitswet 1998, verandert het speelveld aanzienlijk. Voor producenten, netbeheerders en hun juridische adviseurs is het essentieel om exact te weten waar de grenzen van de transportplicht liggen en welke rechtsmiddelen effectief kunnen worden ingezet.

In dit artikel analyseren we het juridisch kader rondom netcongestie, waarbij de focus ligt op de rechten en plichten van zowel de producent als de netbeheerder. We behandelen het cruciale onderscheid tussen fysieke en contractuele congestie, de strikte voorwaarden voor transportweigering en de mogelijkheden tot schadevergoeding bij onrechtmatig handelen.

Het juridisch kader: Van Elektriciteitswet 1998 naar Energiewet

De basis voor de verhouding tussen netbeheerders en aangeslotenen wordt gevormd door de Energiewet, die per 1 januari 2026 de Elektriciteitswet 1998 vervangt. Hoewel veel jurisprudentie en contracten nog verwijzen naar de Elektriciteitswet 1998, blijven de fundamentele beginselen van transportplicht en non-discriminatie onder de Energiewet overeind, vaak zelfs met aangescherpte definities. De Energiewet verplicht netbeheerders om hun netten veilig, betrouwbaar en doelmatig te beheren en om derden op non-discriminatoire basis toegang te verlenen tot deze netten. Deze wettelijke basis wordt verder uitgewerkt in de Netcode elektriciteit, die gedetailleerde voorschriften bevat over congestiemanagement, transportvoorwaarden en de verdeling van capaciteit.

Een belangrijk uitgangspunt in dit nieuwe stelsel is dat netbeheerders niet zomaar “nee” mogen verkopen. De transportplicht, die voorheen was geregeld in artikel 24 Elektriciteitswet 1998 en nu is verankerd in de Energiewet, dwingt de netbeheerder om een aanbod tot transport te doen, tenzij er redelijkerwijs geen capaciteit beschikbaar is. De bewijslast dat die capaciteit daadwerkelijk ontbreekt, ligt volledig bij de netbeheerder. Jurisprudentie onder de oude wetgeving blijft hierbij relevant voor de uitleg van zorgplichten en redelijkheid, waarbij de rechter consequent oordeelt dat de netbeheerder een zwaarwegende inspanningsverplichting heeft om transport mogelijk te maken.

Fysieke versus contractuele congestie: Een cruciaal onderscheid

In de praktijk ontstaat vaak verwarring over de aard van de congestie. Juridisch is het onderscheid tussen fysieke congestie en contractuele congestie echter van doorslaggevend belang. Fysieke congestie verwijst naar de situatie waarin de elektriciteitskabels of transformatoren daadwerkelijk hun thermische limiet bereiken; er kan technisch gezien geen elektron meer bij zonder de veiligheid van het net in gevaar te brengen. Contractuele congestie daarentegen is een administratieve werkelijkheid: alle transportrechten zijn op papier vergeven, maar in de praktijk wordt die capaciteit lang niet altijd gelijktijdig benut.

De rechtspraak is hierover helder: alleen fysieke congestie vormt een valide grond om transport te weigeren of te beperken. Een netbeheerder mag zich niet verschuilen achter een administratief volgeboekt net als er feitelijk nog ruimte is. Dit betekent dat een weigering op grond van contractuele congestie, zonder dat congestiemanagement is toegepast om ruimte te creëren, juridisch onhoudbaar is. Producenten dienen hier scherp op te zijn en kunnen via de Autoriteit Consument en Markt (ACM) of de civiele rechter afdwingen dat de netbeheerder aantoont dat er sprake is van daadwerkelijke fysieke schaarste die niet met marktmechanismen kan worden opgelost.

Verplichtingen van de netbeheerder: Congestiemanagement als harde eis

Voordat een netbeheerder een verzoek om transportcapaciteit mag weigeren, moet hij alle mogelijkheden tot congestiemanagement hebben uitgeput. Dit is geen vrijblijvende optie, maar een wettelijke verplichting die voortvloeit uit de Energiewet en artikel 9.6 lid 4 van de Netcode elektriciteit. Congestiemanagement houdt in dat de netbeheerder flexibiliteit inkoopt bij aangeslotenen om pieken in vraag of aanbod af te vlakken, waardoor er ruimte ontstaat voor nieuwe partijen. Pas als uit een grondig onderzoek blijkt dat zelfs met toepassing van congestiemanagement de fysieke grenzen worden overschreden, mag transport worden geweigerd.

De Netcode elektriciteit schrijft voor dat netbeheerders gebruik moeten maken van marktgebaseerde mechanismen, zoals redispatch (bijlage 11) en capaciteitsbeperking (bijlage 12). Bij redispatch wordt een producent betaald om zijn productie tijdelijk te verlagen of te verhogen. Indien marktgebaseerde oplossingen niet toereikend zijn, heeft de netbeheerder de bevoegdheid en zelfs de plicht om niet-marktgebaseerde redispatch toe te passen. In diverse uitspraken, waaronder ECLI:NL:RBGEL:2025:847, heeft de rechter bevestigd dat een netbeheerder die nalaat om deze instrumenten in te zetten, tekortschiet in zijn wettelijke taak en daarmee onrechtmatig handelt jegens de producent die wacht op een aansluiting.

Plichten voor producenten: Het aanbieden van flexibiliteit

Congestiemanagement is geen eenrichtingsverkeer. Waar de netbeheerder de plicht heeft om het systeem te faciliteren, rust op producenten met een vermogen boven een bepaalde drempel de verplichting om deel te nemen aan dit systeem. Op grond van artikel 9.1f van de Netcode elektriciteit moeten deze producenten hun regelbaar vermogen aanbieden aan de netbeheerder of aan de markt. Dit betekent dat een exploitant van een zonnepark of windmolenpark technisch in staat moet zijn om op verzoek van de netbeheerder de invoeding te reduceren.

Deze leveringsplicht van flexibiliteit is essentieel voor de werking van het systeem. Een producent die weigert mee te werken aan congestiemanagement, verspeelt mogelijk zijn rechten op compensatie of transportgaranties. Het is voor projectontwikkelaars daarom van groot belang om in de realisatiefase al rekening te houden met de technische vereisten voor curtailment en de contractuele vastlegging hiervan. De CSP (Curtailment Service Provider) speelt hierin een groeiende rol als intermediair die de flexibiliteit van meerdere producenten aggregeert en aanbiedt aan de netbeheerder.

Prijsregulering en contractuele vrijheid

Een veelvoorkomend twistpunt in de onderhandelingen over congestiemanagementcontracten is de prijsstelling. De wetgever heeft hier, ter bescherming van de maatschappelijke kosten, grenzen aan gesteld. Artikel 9.31 lid 3 van de Netcode elektriciteit bepaalt dat de vergoeding voor congestiemanagementdiensten “niet hoger mag zijn dan in het normaal economisch verkeer gebruikelijk is”. Dit criterium van marktconformiteit beperkt de contractsvrijheid van partijen aanzienlijk. Producenten kunnen geen woekerprijzen vragen voor het afschakelen van hun installaties; de vergoeding moet in lijn zijn met de daadwerkelijke kosten en gederfde inkomsten, inclusief een redelijke marge.

De contractuele relatie tussen netbeheerder en producent wordt verder gekenmerkt door een beperkte onderhandelingsruimte. De operationele eisen, productdefinities en technische specificaties zijn grotendeels dwingend voorgeschreven in de Netcode en bijbehorende besluiten. Partijen kunnen niet onderling afwijken van de veiligheidseisen of de prioriteringsregels. Wel is er enige ruimte in de looptijd van contracten en de exacte operationele afstemming. Geschillen over de hoogte van de vergoeding of de redelijkheid van contractvoorwaarden kunnen worden voorgelegd aan de ACM, die toetst of de aangeboden voorwaarden in overeenstemming zijn met de wet- en regelgeving.

Rechtsmiddelen voor producenten: Van ACM tot civiele rechter

Wanneer een producent geconfronteerd wordt met een onterechte transportweigering, een onredelijk contractvoorstel of gebrekkige transparantie, staan diverse rechtsmiddelen open. De meest specifieke route is de klachtprocedure bij de ACM op grond van de Energiewet (voorheen artikel 51 Elektriciteitswet 1998). De ACM is de gespecialiseerde toezichthouder die bindende besluiten neemt in geschillen over de uitvoering van de Energiewet en de Netcodes. Een procedure bij de ACM richt zich vaak op de vraag of de netbeheerder voldoende heeft gemotiveerd waarom er geen capaciteit is en of de wachtlijstprocedure correct is gevolgd.

Naast de bestuursrechtelijke route staat de weg naar de civiele rechter open. Dit is met name relevant voor vorderingen tot nakoming van de transportovereenkomst of schadevergoeding wegens wanprestatie of onrechtmatige daad. In spoedeisende gevallen, bijvoorbeeld wanneer de financiering van een project in gevaar komt door het uitblijven van een transportaanbod, kan een kort geding uitkomst bieden. De civiele rechter toetst hierbij of de netbeheerder heeft gehandeld als een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot. Jurisprudentie laat zien dat rechters kritisch kijken naar de onderbouwing van de netbeheerder en niet schromen om een transportplicht op te leggen als de weigering onvoldoende is gemotiveerd.

Schadevergoeding bij onrechtmatig handelen

Indien vaststaat dat een netbeheerder onrechtmatig heeft gehandeld, bijvoorbeeld door ten onrechte contractuele congestie als weigeringsgrond aan te voeren of door discriminatoir te handelen bij de capaciteitsverdeling, kan de producent aanspraak maken op schadevergoeding. De juridische grondslag hiervoor is doorgaans artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad) of, in het geval van bestuursrechtelijke besluitvorming, artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht. Voor offshore projecten (net op zee) gelden specifieke compensatieregels die zijn vastgelegd in de Energiewet (voorheen artikel 16f Elektriciteitswet 1998) en het Besluit schadevergoeding net op zee.

Voor het succesvol claimen van schadevergoeding moet de producent niet alleen de onrechtmatigheid aantonen, maar ook het causale verband tussen het handelen van de netbeheerder en de geleden schade. De schade bestaat vaak uit gederfde inkomsten (zoals misgelopen SDE++ subsidie en verkoopopbrengsten van elektriciteit) en doorlopende projectkosten. De rechter zal bij de begroting van de schade ook kijken naar de eigen schuld van de producent (artikel 6:101 BW); heeft de producent bijvoorbeeld tijdig aan de bel getrokken en schadebeperkende maatregelen genomen?

Bewijslast en transparantie

In procedures tegen netbeheerders is de bewijspositie van de producent vaak een uitdaging, aangezien de netbeheerder beschikt over de technische data van het net. De wetgever en de rechtspraak hebben dit onderkend door strenge transparantieverplichtingen op te leggen. Op grond van de Energiewet (voorheen artikel 79 lid 3 Elektriciteitswet 1998) moet de netbeheerder inzicht geven in de congestiesituatie. In een juridische procedure kan dit betekenen dat de bewijslast feitelijk verschuift: als de producent gemotiveerd stelt dat er ruimte op het net moet zijn, is het aan de netbeheerder om met verifieerbare data aan te tonen dat dit niet zo is.

Een weigering van transport die louter gebaseerd is op algemene verwijzingen naar “een vol net” zonder specifieke onderbouwing per netvlak en zonder bewijs van onderzocht congestiemanagement, zal bij de rechter of de ACM geen stand houden. Het niet voldoen aan de motiveringsplicht kan leiden tot vernietiging van besluiten of toewijzing van vorderingen. Het is voor producenten daarom raadzaam om in een vroeg stadium volledige inzage in de dossierstukken te eisen en zich niet neer te leggen bij standaardafwijzingen.

Conclusie en aanbevelingen

De overgang naar de Energiewet en de toenemende druk op het elektriciteitsnet creëren een complex juridisch landschap. Voor producenten is de belangrijkste les dat een weigering van transportcapaciteit zelden het einde van het verhaal is. Het onderscheid tussen fysieke en contractuele congestie, de verplichting tot congestiemanagement en de strikte motiveringseisen bieden aanknopingspunten om alsnog toegang tot het net te verkrijgen of compensatie af te dwingen.

Voor netbeheerders geldt dat de tijd van administratief beheer voorbij is; proactief congestiemanagement en transparante communicatie zijn wettelijke kerntaken geworden. Juridische procedures kunnen kostbaar en vertragend werken, maar zijn soms noodzakelijk om beweging te krijgen in vastgelopen dossiers. Een zorgvuldige dossieropbouw, tijdige inschakeling van juridisch advies en kennis van de specifieke regels uit de Energiewet en Netcode zijn voor alle partijen onmisbaar om succesvol te opereren in de huidige energiemarkt.

Veelgestelde vragen (FAQ)

Welke rechtsmiddelen staan een producent ter beschikking indien de netbeheerder onterecht transport weigert ondanks aangeboden flexibiliteit?

Een producent kan een geschil aanhangig maken bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM) op grond van de Energiewet (voorheen artikel 51 Elektriciteitswet 1998) voor een bindend besluit. Daarnaast staat de gang naar de civiele rechter open om nakoming van de transportplicht te vorderen, eventueel via een kort geding bij spoedeisend belang. De rechter toetst hierbij of de netbeheerder alle mogelijkheden tot congestiemanagement, zoals redispatch, heeft benut voordat transport werd geweigerd.

In hoeverre kan een producent aanspraak maken op schadevergoeding bij onrechtmatige toepassing van congestiemanagement door de netbeheerder?

Schadevergoeding is mogelijk op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW) of artikel 8:88 Awb, indien de producent aantoont dat de netbeheerder zijn wettelijke zorgplichten heeft geschonden, bijvoorbeeld door onterecht contractuele congestie als weigeringsgrond te gebruiken. De producent moet bewijzen dat er causaal verband bestaat tussen dit handelen en de geleden schade, zoals gederfde inkomsten. Voor net op zee gelden specifieke wettelijke compensatieregels in de Energiewet.

Welke toetsingscriteria hanteert de rechter bij beoordeling van de non-discriminatoire verdeling van transportcapaciteit door de netbeheerder?

De rechter toetst streng aan de hand van artikel 24 Energiewet (voorheen Elektriciteitswet 1998) en de Netcode of gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Er wordt gekeken of de gehanteerde prioriteringscriteria objectief, transparant en proportioneel zijn. Afwijkingen van de volgorde van binnenkomst (first come, first served) moeten een wettelijke basis hebben en mogen niet leiden tot willekeur.

Welke vrijheden hebben partijen bij het onderhandelen over een congestiemanagementcontract?

De contractsvrijheid is beperkt omdat de essentiële voorwaarden, zoals operationele veiligheidseisen en prijsplafonds, dwingend zijn vastgelegd in de Energiewet en Netcode elektriciteit. Partijen mogen wel onderhandelen over specifieke operationele details en de looptijd, maar mogen niet afwijken van de wettelijke kaders die non-discriminatie en marktconformiteit borgen.

Hoe is de prijs voor congestiemanagementdiensten wettelijk begrensd en hoe wordt marktconformiteit getoetst?

De prijs mag volgens artikel 9.31 lid 3 Netcode elektriciteit niet hoger zijn dan in het normaal economisch verkeer gebruikelijk is. De ACM en de rechter toetsen marktconformiteit door de prijs te vergelijken met objectieve marktdata en kostenstructuren van vergelijkbare diensten. Een prijs die disproportioneel afwijkt van de werkelijke kosten of marktprijzen wordt als niet-marktconform beschouwd.

Kan een producent afdwingen dat de netbeheerder aanvullende motivering verstrekt bij een afwijzing op grond van fysieke congestie?

Ja, op grond van de Energiewet en artikel 9.6 lid 4 Netcode elektriciteit heeft de producent recht op een met redenen omklede weigering. Indien de motivering vaag of algemeen is, kan de producent via de rechter of de ACM afdwingen dat de netbeheerder specifieke data en onderbouwing verstrekt die aantonen dat fysieke congestie daadwerkelijk de beperkende factor is.

Welke rol speelt de ACM bij geschillen over congestiemanagement en hoe werkt de geschilbeslechtingsprocedure?

De ACM fungeert als onafhankelijke geschillenbeslechter en toezichthouder die beoordeelt of de netbeheerder de Energiewet en Netcode correct toepast. Een producent dient een klacht in, waarna de ACM een onderzoek start, hoor en wederhoor toepast en uiteindelijk een besluit neemt dat bindend is voor beide partijen, maar waartegen wel beroep mogelijk is bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb).

Kan een producent vooraf laten toetsen door de ACM of een aangeboden congestiemanagementprijs marktconform is?

Nee, de ACM toetst in beginsel niet individueel vooraf prijzen zonder dat er sprake is van een concreet geschil. De ACM toetst wel collectief de methoden en voorwaarden, maar een individuele prijstoets vindt pas plaats nadat een producent een formeel geschil aanhangig heeft gemaakt over de toepassing van de prijs in zijn specifieke situatie.

Welke argumenten zijn het meest kansrijk bij het aanvechten van niet-marktconforme congestiemanagementprijzen?

Kansrijke argumenten zijn het ontbreken van transparantie in de prijsopbouw, het niet aansluiten bij actuele markttarieven voor vergelijkbare flexibiliteitsdiensten en het negeren van de werkelijke kostenstructuur door de netbeheerder. Ook het argument dat de ACM bij de goedkeuring van de methodiek onvoldoende rekening heeft gehouden met specifieke marktomstandigheden kan, mits goed onderbouwd met data, doel treffen.

Wat is het verschil tussen fysieke en contractuele congestie, en waarom is dit onderscheid cruciaal voor producenten?

Fysieke congestie betekent dat het net technisch vol is en extra transport tot storingen zou leiden, terwijl contractuele congestie betekent dat de capaciteit administratief is vergeven maar feitelijk niet volledig wordt benut. Dit onderscheid is cruciaal omdat alleen fysieke congestie na toepassing van congestiemanagement een geldige reden is voor transportweigering; bij contractuele congestie heeft de producent in beginsel recht op transport.

Privacy Settings
We use cookies to enhance your experience while using our website. If you are using our Services via a browser you can restrict, block or remove cookies through your web browser settings. We also use content and scripts from third parties that may use tracking technologies. You can selectively provide your consent below to allow such third party embeds. For complete information about the cookies we use, data we collect and how we process them, please check our Privacy Policy
Youtube
Consent to display content from - Youtube
Vimeo
Consent to display content from - Vimeo
Google Maps
Consent to display content from - Google
Spotify
Consent to display content from - Spotify
Sound Cloud
Consent to display content from - Sound

facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl