facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl

Afspraak

Law & More Logo

Cameras op de werkplek kunnen de veiligheid vergroten, maar ze brengen ook privacyrisico’s met zich mee. Veel werknemers en werkgevers weten niet precies wat wel en niet is toegestaan volgens de wet.

Werkgevers mogen alleen camera’s plaatsen als er een gerechtvaardigd belang is en de privacy van werknemers zo min mogelijk wordt aangetast.

Een modern kantoor met beveiligingscamera's aan het plafond en werknemers die aan hun bureaus werken.

De regels zijn streng en de boetes voor overtredingen kunnen hoog oplopen. De Autoriteit Persoonsgegevens houdt toezicht en rechters treden steeds strenger op bij schendingen.

Werkgevers moeten werknemers informeren over het cameratoezicht en mogen de beelden alleen gebruiken voor het doel waarvoor ze zijn geplaatst.

Cameratoezicht op de werkvloer: de juridische basis

Een moderne kantoorruimte met medewerkers aan het werk en beveiligingscamera's aan het plafond, terwijl een professional juridische documenten bekijkt.

Camera’s op de werkvloer mogen alleen worden gebruikt wanneer werkgevers zich aan strikte juridische regels houden. De privacy van werknemers is wettelijk beschermd, en elke vorm van cameratoezicht moet aan specifieke voorwaarden voldoen.

Grondrechten en het recht op privacy

Het recht op privacy is een grondrecht dat werknemers beschermt tegen ongerechtvaardigde inbreuken. Dit recht geldt ook op de werkvloer, waar werknemers aanspraak kunnen maken op bescherming van hun persoonlijke levenssfeer.

Werkgevers mogen dit grondrecht niet zomaar opzij zetten. Camera’s installeren betekent dat er wordt ingegrepen in de privacy van werknemers.

Deze ingreep moet altijd proportioneel zijn en mag alleen plaatsvinden als er geen andere, minder ingrijpende mogelijkheden zijn. De balans tussen het belang van de werkgever en de privacy van werknemers staat centraal.

Werknemers hebben recht op een werkomgeving waar hun privacy wordt gerespecteerd.

Rol van de AVG en het EVRM

De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) stelt duidelijke eisen aan het gebruik van cameratoezicht. Camerabeelden zijn persoonsgegevens die onder de AVG vallen.

Dit betekent dat werkgevers moeten voldoen aan verplichtingen zoals informatieplicht en bewaartermijnen. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) versterkt de bescherming van privacy.

Artikel 8 EVRM garandeert het recht op privéleven en familie- en gezinsleven. Werkgevers moeten werknemers vooraf informeren over de aanwezigheid van camera’s.

Ze moeten uitleggen waarom de camera’s worden gebruikt, waar ze hangen en hoe lang beelden worden bewaard. Werknemers hebben ook het recht om de beelden in te zien en bezwaar te maken tegen het gebruik ervan.

Gerechtvaardigd belang als voorwaarde

Cameratoezicht is alleen toegestaan als er een gerechtvaardigd belang is. Dit belang moet zwaarder wegen dan de privacy-inbreuk die werknemers ondervinden.

Toegestane redenen voor cameratoezicht zijn:

  • Bescherming van eigendommen tegen diefstal of vandalisme
  • Waarborgen van veiligheid van werknemers en bezoekers
  • Bewaken van gevoelige gebieden zoals kluizen of archiefruimtes

Werkgevers mogen camerabeelden niet gebruiken om werknemers te controleren op hun functioneren of gedrag. Dit geldt ook wanneer camera’s oorspronkelijk zijn geplaatst voor beveiligingsdoeleinden.

Het doel van het cameratoezicht moet duidelijk zijn en beperkt blijven tot het gerechtvaardigd belang.

Toegestane vormen van cameratoezicht

Een moderne kantoorruimte met medewerkers die aan hun bureaus werken en een beveiligingscamera aan het plafond.

Werkgevers mogen camera’s op de werkvloer plaatsen onder strikte voorwaarden. De wet vereist een gerechtvaardigd belang, proportionele maatregelen en transparantie naar werknemers toe.

Openbaar cameratoezicht: voorwaarden en grenzen

Een werkgever mag alleen camera’s plaatsen als er een geldige grondslag bestaat. Dit betekent meestal een gerechtvaardigd belang, zoals het voorkomen van diefstal of het beschermen van werknemers en bezoekers.

Cameratoezicht moet de enige optie zijn. De werkgever moet eerst onderzoeken of het doel op een andere manier te bereiken is die minder ingrijpend is voor de privacy.

Het cameratoezicht mag niet op zichzelf staan maar moet deel uitmaken van een totaalpakket aan beveiligingsmaatregelen. Bij grootschalig of langdurig cameratoezicht moet de werkgever een Data Protection Impact Assessment (DPIA) uitvoeren.

Dit geldt ook voor verborgen camera’s, zelfs bij incidenteel gebruik. De DPIA bepaalt of het privacyrisico acceptabel is.

Belangrijke beperkingen:

  • Geen camera’s in privéruimtes zoals toiletten, kleedkamers of pauzeruimtes
  • Beperkte opslag van camerabeelden (alleen zo lang als noodzakelijk)
  • Toestemming van de ondernemingsraad bij cameratoezicht op werknemers

Informatieverplichting van werkgevers

Werkgevers moeten werknemers vooraf informeren over camera’s op de werkplek. Dit gebeurt meestal door het ophangen van duidelijk zichtbare bordjes bij de ingangen en op plekken waar camera’s hangen.

De informatieverplichting gaat verder dan alleen bordjes. De werkgever moet in een privacyverklaring of cameraprotocol uitleggen waarom de camera’s er hangen, wat ermee wordt vastgelegd en hoe lang de beelden bewaard blijven.

Werknemers hebben recht op deze informatie voordat het cameratoezicht start. De ondernemingsraad moet instemmen met de plannen voordat de werkgever camera’s mag installeren.

Zonder deze instemming is het cameratoezicht niet toegestaan. Dit geldt voor alle vormen van cameratoezicht die op werknemers zijn gericht.

Proportionaliteit en subsidiariteit

Het gebruik van camera’s moet in verhouding staan tot het doel. Een werkgever mag niet meer persoonsgegevens verzamelen dan nodig is voor het beoogde doel.

Dit betekent dat camera’s alleen gericht mogen zijn op plekken waar daadwerkelijk een beveiligingsrisico bestaat. De bewaartermijn van camerabeelden moet beperkt blijven.

Zonder incident mogen werkgevers beelden meestal niet langer dan een paar dagen bewaren. Bij een geregistreerd incident zoals diefstal mogen de beelden bewaard blijven tot de zaak is afgehandeld.

Werkgevers mogen de beelden niet gebruiken voor andere doeleinden dan aangegeven. Camera’s die hangen voor beveiliging mogen bijvoorbeeld niet worden ingezet om het functioneren van werknemers te beoordelen.

Dit is een belangrijk principe dat de privacy van werknemers beschermt tegen ongewenste vormen van controle.

Verboden en risicovolle vormen: verborgen cameratoezicht

Verborgen camera’s op de werkvloer zijn in principe verboden omdat ze een ernstige inbreuk maken op de privacy van werknemers. Alleen in zeer uitzonderlijke situaties mag een werkgever heimelijk cameratoezicht inzetten, en dan nog onder strikte voorwaarden.

Uitzonderingen: wanneer is heimelijk toezicht toegestaan?

Een werkgever mag verborgen cameratoezicht alleen gebruiken bij een gerechtvaardigd belang zoals ernstige diefstal of fraude. Dit mag pas wanneer andere methoden hebben gefaald.

De volgende voorwaarden zijn minimaal vereist:

  • Er bestaat een sterk vermoeden van diefstal of fraude
  • Mildere maatregelen hebben geen resultaat opgeleverd
  • Het gebruik is strikt tijdelijk en gericht
  • De inbreuk op privacy blijft zo klein mogelijk

Verborgen camera’s mogen nooit in privéruimtes zoals toiletten, kleedkamers of rustplekken worden geplaatst. Het recht op privacy van werknemers blijft ook bij vermoedens van strafbaar gedrag gelden.

De werkgever moet werknemers vooraf in algemene zin hebben gewaarschuwd dat verborgen cameratoezicht mogelijk is bij ernstige situaties. Dit kan bijvoorbeeld via een personeelsregelement of arbeidsovereenkomst.

Specifieke vereisten voor verborgen camera’s

Voor de inzet van verborgen cameratoezicht gelden bijzondere vereisten. De werkgever moet een Data Protection Impact Assessment (DPIA) uitvoeren voordat de camera’s worden geplaatst.

De DPIA moet beschrijven hoe het cameratoezicht er concreet uitziet. Ook moet worden uitgelegd waarom het toezicht noodzakelijk is.

Daarnaast moeten de privacy-risico’s voor werknemers worden benoemd. De DPIA beschrijft welke maatregelen de risico’s beperken.

De ondernemingsraad moet instemmen met een regeling over verborgen camera’s. Bij een hoog privacy-risico moet de Autoriteit Persoonsgegevens worden geraadpleegd voordat het toezicht start.

Werknemers moeten achteraf worden geïnformeerd dat er verborgen cameratoezicht is geweest. Deze informatieplicht geldt ook als er niets onrechtmatigs is gevonden.

Beperkingen en juridische gevolgen

Onrechtmatig verkregen beeldmateriaal kan leiden tot juridische consequenties voor de werkgever. De beelden mogen soms nog als bewijs dienen bij ontslag, maar de werkgever riskeert een hogere vertrekvergoeding.

De rechter kan het ontslag ongeldig verklaren als de privacy-schending te groot was. Werkgevers die zonder DPIA of instemming van de ondernemingsraad camera’s plaatsen, handelen onrechtmatig.

Belangrijke beperkingen zijn:

  • Verborgen camera’s mogen niet worden gebruikt voor prestatiebeoordeling.
  • Beelden mogen alleen voor het beoogde doel worden gebruikt.
  • De bewaartermijn moet zo kort mogelijk zijn.
  • Toegang tot beelden moet streng worden beperkt.

De Autoriteit Persoonsgegevens kan boetes opleggen bij schending van de privacyregels. Ook het onrechtmatig verzamelen van beeldmateriaal is strafbaar volgens het Wetboek van Strafrecht.

Privacyrechten van werknemers bij cameratoezicht

Werknemers hebben onder de Algemene Verordening Gegevensbescherming verschillende rechten als er camera’s op de werkvloer hangen. Deze rechten geven hen controle over hun persoonsgegevens en beschermen hun privacy.

Recht op informatie en inzage

Werkgevers moeten werknemers duidelijk informeren over camera’s op de werkvloer. Deze informatieplicht houdt in dat werknemers van tevoren moeten weten waar camera’s hangen, waarom ze er zijn en hoe lang de beelden worden bewaard.

Werknemers hebben het recht om de camerabeelden in te zien. Ze kunnen bij hun werkgever vragen om een kopie van de opnames waarop zij zichtbaar zijn.

De werkgever moet binnen één maand reageren op zo’n verzoek. De AVG vereist dat deze informatie helder en begrijpelijk is.

Werkgevers moeten ook aangeven wie toegang heeft tot de beelden en of deze worden gedeeld met derden. Dit recht op informatie geldt vanaf het moment dat iemand in dienst treedt.

Recht op bezwaar en beperking van verwerking

Werknemers kunnen bezwaar maken tegen het gebruik van cameratoezicht als dit hun persoonlijke situatie raakt. De werkgever moet dan stoppen met het filmen, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om door te gaan.

Het recht op beperking betekent dat werknemers kunnen vragen om de verwerking van hun beelden tijdelijk stop te zetten. Dit kan bijvoorbeeld als er een geschil loopt over de rechtmatigheid van het cameratoezicht.

De werkgever moet bezwaren serieus nemen en uitleggen waarom hij wel of niet ingaat op het verzoek. Als de werkgever doorgaat met filmen ondanks bezwaren, moet hij aantonen dat zijn belang zwaarder weegt dan de privacy van de werknemer.

Recht op verwijdering van beelden

Werknemers kunnen hun werkgever vragen om camerabeelden te verwijderen. Dit recht geldt als de beelden niet langer nodig zijn voor het doel waarvoor ze zijn gemaakt.

De werkgever moet de beelden verwijderen als:

  • Het doel van de opname is bereikt.
  • De bewaartermijn is verstreken.
  • Er geen wettelijke verplichting is om ze te bewaren.
  • De beelden onrechtmatig zijn verzameld.

Camerabeelden mogen niet langer worden bewaard dan noodzakelijk. Voor normaal toezicht is dit vaak maximaal vier weken.

Na deze periode moet de werkgever de beelden automatisch wissen, tenzij er een specifieke reden is om ze langer te bewaren, zoals een lopend onderzoek.

Verplichtingen en verantwoordelijkheden voor werkgevers

Werkgevers die camera’s plaatsen op de werkvloer moeten aan strikte wettelijke eisen voldoen. Ze zijn verplicht om privacyregels na te leven, werknemers correct te informeren en technische beveiligingsmaatregelen te treffen.

Uitvoeren van een Data Protection Impact Assessment (DPIA)

Een werkgever moet een Data Protection Impact Assessment (DPIA) uitvoeren voordat camera’s op de werkvloer worden geplaatst. Dit is een wettelijke verplichting wanneer cameratoezicht een hoog risico vormt voor de privacy van werknemers.

De DPIA brengt mogelijke privacyrisico’s in kaart. De werkgever beschrijft in dit document waarom cameratoezicht nodig is en welke minder ingrijpende alternatieven zijn overwogen.

Ook worden de risico’s voor persoonsgegevens geanalyseerd. Het document moet duidelijk maken welke maatregelen de werkgever neemt om risico’s te beperken.

Denk hierbij aan het beperken van toegang tot beelden of het instellen van een korte bewaartermijn. De DPIA moet worden uitgevoerd vóór de camera’s worden geïnstalleerd.

Werkgevers die geen DPIA uitvoeren terwijl dit wel verplicht is, riskeren boetes van de Autoriteit Persoonsgegevens.

Samenwerking met ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging

De werkgever moet de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging betrekken bij besluiten over cameratoezicht. De ondernemingsraad heeft instemmingsrecht over het invoeren van camera’s op de werkvloer.

Dit betekent dat de werkgever toestemming nodig heeft voordat camera’s mogen worden geplaatst. De ondernemingsraad kan voorwaarden stellen of het voorstel afwijzen.

Zonder instemming mag de werkgever geen cameratoezicht invoeren. De werkgever moet volledige informatie verstrekken over het doel, de locaties en de duur van de beeldopslag.

Ook moet worden uitgelegd hoe de privacy van werknemers wordt beschermd. Transparante communicatie met de vertegenwoordigers is essentieel voor goedkeuring.

Bij afwezigheid van een ondernemingsraad moet de werkgever werknemers op een andere manier informeren en raadplegen.

Beveiliging en bewaartermijn van camerabeelden

De werkgever draagt de verantwoordelijkheid voor de beveiliging van camerabeelden. Alleen geautoriseerde personen mogen toegang hebben tot de opnames.

Technische beveiligingsmaatregelen zoals wachtwoorden en versleuteling zijn verplicht. Camerabeelden mogen niet langer worden bewaard dan noodzakelijk.

In de praktijk betekent dit vaak maximaal vier weken, tenzij er een specifieke reden is voor langere bewaring. Denk aan een lopend onderzoek naar diefstal of vandalisme.

Na afloop van de bewaartermijn moet de werkgever de beelden permanent verwijderen. Het is verboden om beelden “voor de zekerheid” te bewaren zonder geldige reden.

De werkgever moet kunnen aantonen waarom een bepaalde bewaartermijn nodig is. Werkgevers moeten ook registreren wie wanneer toegang heeft gehad tot de beelden.

Dit zorgt voor controleerbaarheid en voorkomt misbruik van persoonsgegevens.

Schadevergoeding en handhaving bij misbruik van cameratoezicht

Werknemers die schade lijden door onrechtmatig cameratoezicht kunnen aanspraak maken op schadevergoeding en hebben meerdere wegen om een klacht in te dienen. De Algemene Verordening Gegevensbescherming biedt concrete bescherming tegen privacyschendingen op de werkvloer.

Meldingen en klachten bij de Autoriteit Persoonsgegevens

Werknemers kunnen een klacht indienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens wanneer een werkgever camera’s in strijd met de wet gebruikt. Dit kan via het online klachtenformulier op de website van de toezichthouder.

De Autoriteit Persoonsgegevens onderzoekt of de werkgever de regels van de Algemene Verordening Gegevensbescherming heeft overtreden. Het onderzoek richt zich op vragen zoals: is er een gerechtvaardigd belang, zijn werknemers correct geïnformeerd, en worden beelden niet langer bewaard dan nodig?

Bij geconstateerde overtredingen kan de Autoriteit Persoonsgegevens boetes opleggen tot maximaal 20 miljoen euro of 4% van de wereldwijde jaaromzet. Kleinere overtredingen leiden vaak tot een waarschuwing of last onder dwangsom.

Een klacht indienen is kosteloos. Werknemers hoeven niet aan te tonen dat ze schade hebben geleden om een melding te kunnen maken.

Rechten bij onrechtmatig gebruik of schade

Werknemers hebben recht op schadevergoeding wanneer onrechtmatig cameratoezicht leidt tot materiële of immateriële schade. Privacy is een beschermd recht volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming.

Materiële schade omvat financiële verliezen zoals kosten voor juridische bijstand of gemiste inkomsten door ontslag na camera-incidenten. Immateriële schade betreft emotionele schade zoals stress, reputatieschade of aantasting van de persoonlijke levenssfeer.

Een werknemer moet via de rechter om schadevergoeding vragen. De werkgever draagt de verantwoordelijkheid om aan te tonen dat het cameratoezicht rechtmatig was.

De hoogte van de schadevergoeding hangt af van de ernst van de privacyschending en de gevolgen voor de werknemer.

Voorbeelden uit de praktijk

Een werkgever die verborgen camera’s plaatste in een kantoorruimte zonder werknemers te informeren kreeg een boete van €525.000. De Autoriteit Persoonsgegevens oordeelde dat er geen zwaarwegend belang was en dat andere middelen niet waren geprobeerd.

In een andere zaak ontving een werknemer schadevergoeding omdat camerabeelden van toiletruimtes waren gemaakt. De rechter bepaalde dat dit een ernstige inbreuk op de privacy vormde.

Een supermarktketen kreeg een waarschuwing voor het te lang bewaren van camerabeelden van de werkvloer. De beelden werden 60 dagen bewaard terwijl 28 dagen als maximale termijn geldt zonder zwaarwegende redenen.

Frequently Asked Questions

Werkgevers en werknemers hebben vaak vragen over de juridische aspecten van cameratoezicht. De AVG en Nederlandse wetgeving stellen duidelijke eisen aan het gebruik van bewakingscamera’s op de werkplek.

Welke privacyregels gelden er bij het gebruik van camera’s op de werkvloer?

De AVG bepaalt dat cameratoezicht een inbreuk maakt op de privacy van werknemers. Werkgevers moeten een gerechtvaardigd belang hebben voordat ze camera’s mogen plaatsen.

Dit belang kan bestaan uit veiligheid of bescherming van eigendommen. De privacy van werknemers moet zo min mogelijk worden geschonden.

Camera’s mogen niet in privéruimtes zoals kleedkamers of toiletten worden geplaatst. Het toezicht moet proportioneel zijn aan het doel dat de werkgever wil bereiken.

Hoe kunnen bedrijven voldoen aan de GDPR bij cameratoezicht?

Bedrijven moeten eerst vaststellen of er een geldige grondslag bestaat voor het plaatsen van camera’s. Een gerechtvaardigd belang is vaak de meest gebruikte grondslag voor cameratoezicht op de werkvloer.

De werkgever moet een belangenafweging maken tussen het bedrijfsbelang en de privacy van werknemers. Deze afweging moet gedocumenteerd worden.

Bedrijven moeten ook een register bijhouden van verwerkingsactiviteiten waarin het cameratoezicht wordt opgenomen. De beelden mogen niet langer worden bewaard dan noodzakelijk.

Een bewaartermijn van enkele weken is meestal voldoende, tenzij er een specifieke reden is voor langere bewaring.

Wat is de wetgeving rond het informeren van werknemers over cameratoezicht?

Werkgevers zijn verplicht om werknemers duidelijk te informeren over de aanwezigheid van camera’s. Deze informatieplicht geldt voordat de camera’s in gebruik worden genomen.

De werkgever moet aangeven waarom de camera’s worden geplaatst en wat er met de beelden gebeurt. Ook moet worden vermeld hoe lang de beelden worden bewaard.

Deze informatie kan worden verstrekt via borden bij de camera’s, in het arbeidsreglement of via een privacyverklaring. De ondernemingsraad moet instemming geven als er camera’s worden geplaatst.

Dit geldt wanneer de camera’s invloed hebben op de privacy van werknemers.

In welke situaties is cameratoezicht op de werkplek toegestaan?

Cameratoezicht is toegestaan voor het beveiligen van werknemers en eigendommen. Dit geldt bijvoorbeeld bij winkels waar diefstal kan plaatsvinden of bij bedrijven met dure apparatuur.

Werkgevers mogen de beelden niet gebruiken om werknemers te beoordelen op hun functioneren. Het is verboden om camera’s in te zetten voor prestatietoezicht.

Verborgen camera’s zijn alleen toegestaan in uitzonderlijke situaties, bijvoorbeeld bij verdenking van strafbare feiten. De Autoriteit Persoonsgegevens moet vooraf worden geraadpleegd bij het gebruik van verborgen camera’s.

Dit gebeurt via een Data Protection Impact Assessment (DPIA).

Welke rechten hebben werknemers met betrekking tot opnames gemaakt op de werkvloer?

Werknemers hebben het recht om camerabeelden in te zien waarop zij zichtbaar zijn. Ze kunnen een verzoek indienen bij de werkgever om deze beelden te ontvangen.

De werkgever moet binnen een maand reageren op zo’n verzoek. Werknemers kunnen bezwaar maken tegen het gebruik van cameratoezicht.

Ze mogen aan de werkgever vragen om beelden te verwijderen. Als de werkgever onrechtmatig gebruik maakt van camera’s, kunnen werknemers een klacht indienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens.

Het recht op inzage geldt alleen voor beelden waarop de werknemer zelf voorkomt. De privacy van andere personen op de beelden moet worden beschermd.

Hoe moeten opgenomen beelden van werknemers bewaard en beveiligd worden?

Camerabeelden zijn persoonsgegevens en moeten goed worden beveiligd. Alleen bevoegde medewerkers mogen toegang hebben tot de beelden.

De werkgever moet technische en organisatorische maatregelen treffen om ongeautoriseerde toegang te voorkomen. De beelden moeten worden versleuteld en opgeslagen op een beveiligde locatie.

Het is belangrijk om vast te leggen wie wanneer toegang heeft gehad tot de beelden. Na afloop van de bewaartermijn moeten de beelden definitief worden verwijderd.

Als er een datalek plaatsvindt met camerabeelden, moet de werkgever dit melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Ook de betrokken werknemers moeten worden geïnformeerd als hun privacy ernstig in het geding komt.

Privacy Settings
We use cookies to enhance your experience while using our website. If you are using our Services via a browser you can restrict, block or remove cookies through your web browser settings. We also use content and scripts from third parties that may use tracking technologies. You can selectively provide your consent below to allow such third party embeds. For complete information about the cookies we use, data we collect and how we process them, please check our Privacy Policy
Youtube
Consent to display content from - Youtube
Vimeo
Consent to display content from - Vimeo
Google Maps
Consent to display content from - Google
Spotify
Consent to display content from - Spotify
Sound Cloud
Consent to display content from - Sound

facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl