facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl

Afspraak

Law & More Logo

Het huurrecht voor de high-end woningmarkt in Nederland is de afgelopen jaren flink veranderd, vooral door de nieuwe wetgeving in 2024. De geliberaliseerde huurmarkt staat onder druk door strengere regels, waardoor veel particuliere verhuurders hun woningen verkopen en het aanbod in 2024 met meer dan 29.000 huurwoningen is gekrompen.

Een professionele advocaat bespreekt juridische documenten met een cliënt in een moderne kantooromgeving voor een luxe appartementencomplex.

Sinds juli 2024 kent de Nederlandse huurwoningmarkt drie segmenten in plaats van twee. De geliberaliseerde sector is nu strakker afgebakend binnen het nieuwe juridische kader.

Verhuurders in het high-end segment moeten hun weg zien te vinden in een wirwar van regels over huurprijzen, het woningwaarderingsstelsel en contractvormen. Tegelijkertijd krijgen ze te maken met strengere voorschriften die hun rendement behoorlijk raken.

Dit raakt eigenaren van luxe huurwoningen, van monumentale panden tot moderne appartementen op toplocaties. Juridische kaders zijn verder ingewikkeld door regionale verschillen, internationale verdragen en de constante stroom aan beleidswijzigingen die het evenwicht tussen huurdersbescherming en verhuurdersvrijheid bepalen.

Definitie en afbakening van de geliberaliseerde huurmarkt

Een vrouw in formele kleding bespreekt huurcontracten met een cliënt aan een glazen tafel in een modern kantoor met uitzicht op luxe appartementen.

Geliberaliseerde huur vormt het hoogste segment van de Nederlandse woningmarkt. Hier mogen verhuurders zelf de huurprijs bepalen.

De grens tussen sociale en geliberaliseerde huur hangt af van punt- en prijscriteria, met aparte regels voor de high-end markt.

Kenmerken van de high-end huurmarkt

Geliberaliseerde huurwoningen vallen in de vrije sector. Verhuurders bepalen hier de huurprijs zonder dat ze vastzitten aan het woningwaarderingsstelsel.

Die vrijheid heeft wel grenzen. Voor contracten vanaf 1 juli 2024 moet een woning minstens 187 punten scoren volgens het woningwaarderingsstelsel.

De huurprijs moet bovendien boven de liberalisatiegrens van €1.184,82 per maand liggen.

Oudere contracten werken anders. Voor huurovereenkomsten van vóór 1 juli 2024 geldt een minimum van 144 punten. Deze woningen blijven geliberaliseerd, zelfs met de nieuwe wetgeving.

Het belangrijkste kenmerk blijft de marktconforme prijsstelling. Verhuurders stemmen de huur af op vraag, aanbod, locatie en woningkenmerken.

Hierdoor liggen de huurprijzen vaak flink hoger dan in de gereguleerde sector.

Grens tussen sociale en geliberaliseerde huur

Sinds juli 2024 kent Nederland drie huursegmenten. Sociale huur geldt voor woningen tot 143 punten, met een maximumhuur van €900,07 per maand.

Het gereguleerde middensegment bestaat uit woningen van 144 tot 186 punten. Hier ligt de maximale huur tussen €900,08 en €1.184,82 per maand.

Huurders in het middensegment krijgen geen huurtoeslag, maar wel gereguleerde prijzen.

Geliberaliseerde huur geldt voor woningen vanaf 187 punten, met huurprijzen boven €1.184,82. Die grens wordt elk jaar aangepast aan de inflatie.

Segment Punten Maximale huur 2025
Sociale huur Tot 143 €900,07
Middensegment 144-186 €900,08 – €1.184,82
Geliberaliseerd Vanaf 187 Geen maximum

De liberalisatiegrens is fors gestegen: van €879,66 in 2024 naar €1.184,82 in 2025. Daardoor zijn zo’n 110.000 woningen doorgeschoven naar het gereguleerde middensegment.

Toepasselijke wet- en regelgeving

Voor geliberaliseerde huurovereenkomsten geldt het algemene privaatrecht. Denk aan Boek 3 en 6 van het Burgerlijk Wetboek, aangevuld met specifieke huurregels.

De Woningwet bepaalt hoe de woningvoorraad is ingedeeld en waar de grenzen liggen tussen sociale en geliberaliseerde huur. De Huurwet regelt de rechten en plichten van huurders en verhuurders.

Sinds juli 2024 gelden er beperkingen voor huurverhogingen. Verhuurders mogen geliberaliseerde huren met maximaal inflatie plus 1% of CAO-loonontwikkeling plus 1% verhogen.

Voor 2025 komt dat neer op een maximale huurverhoging van 4,1%.

Huurders mogen de huurprijs laten toetsen. Binnen zes maanden na het begin van het contract kunnen ze naar de Huurcommissie. Als een woning onterecht geliberaliseerd is, kan de huur met terugwerkende kracht omlaag.

De Wet Betaalbare Huur heeft het speelveld flink veranderd. Deze wet introduceerde het middensegment en beperkte de vrijheden van verhuurders in de high-end markt.

Juridische kaders voor verhuur in de geliberaliseerde sector

Een zakelijke persoon zit aan een bureau met juridische documenten en een laptop, met op de achtergrond luxe appartementen in een stad.

De geliberaliseerde huursector kent eigen juridische spelregels die de verhouding tussen verhuurders en huurders bepalen. Voor woningen boven de liberalisatiegrens gelden andere regels dan in de sociale sector.

Het Burgerlijk Wetboek en recente wetgeving zijn hier leidend.

Rechten en plichten van verhuurder en huurder

In de geliberaliseerde sector gelden de algemene regels uit het Burgerlijk Wetboek. Verhuurders mogen de huurprijs vrij bepalen voor woningen die boven de liberalisatiegrens zitten.

Rechten van verhuurders:

  • Zelf de huurprijs bepalen bij aanvang
  • Tijdelijke contracten beëindigen
  • Onderhoudskosten verhalen onder voorwaarden

Plichten van verhuurders:

Huurders zijn beschermd tegen willekeurige opzegging. Ze hebben recht op een woning die voldoet aan kwaliteitseisen.

Ze kunnen geschillen voorleggen aan de Huurcommissie.

Rechten van huurders:

  • Rustig woongenot zonder verstoring
  • Tijdige reparaties door de verhuurder
  • Bezwaar maken tegen onredelijke huurverhogingen

Huurovereenkomsten en huurcontracten

Huurcontracten in de geliberaliseerde sector bieden meer vrijheid dan in de sociale huursector. Partijen spreken samen af over huurprijs, contractduur en aanvullende voorwaarden.

Tijdelijke contracten zijn toegestaan, maar nieuwe regels vanaf 2025 beperken het stapelen ervan.

Vaste contracten blijven het uitgangspunt. Alleen met wettelijke gronden mag een verhuurder zo’n contract beëindigen.

Verhuurders moeten dan wel een geldige reden aantonen.

Huurovereenkomsten moeten aan minimale wettelijke eisen voldoen. Alle afspraken over huurprijs, indexering en bijkomende kosten moeten duidelijk op papier staan.

Bij conflicten over het contract kunnen beide partijen naar de Huurcommissie stappen. Die beoordeelt of afspraken redelijk zijn en passen binnen de wet.

Huurprijsbescherming en regulering

Hoewel de geliberaliseerde sector meer vrijheid kent, zijn er beschermingen tegen buitensporige huurverhogingen. De Wet maximering huurprijsverhoging beperkt hoeveel de huur jaarlijks mag stijgen.

Maximale huurverhogingen zijn gekoppeld aan de inflatie plus een kleine marge. Verhuurders kunnen dus niet zomaar de huur flink verhogen.

De huurprijsregulering breidt zich deels uit naar het middensegment. Woningen tussen 143 en 186 WWS-punten vallen vanaf 2025 onder nieuwe beschermingsregels.

Huurbescherming houdt onder meer in:

  • Toetsing door de Huurcommissie bij meningsverschillen
  • Terugvordering van te veel betaalde huur
  • Sancties bij het overschrijden van maximale verhogingen

Huurders kunnen naar de Huurcommissie stappen als hun woonlasten buitensporig hoog zijn. Dat geldt ook in de geliberaliseerde sector.

Huurprijzen en het woningwaarderingsstelsel (WWS)

Het woningwaarderingsstelsel bepaalt de maximale huurprijs door punten toe te kennen aan woningkenmerken als oppervlakte, voorzieningen en WOZ-waarde.

De Huurcommissie houdt toezicht op deze regels. Nieuwbouw en transformatieprojecten hebben binnen dit systeem weer hun eigen spelregels.

Berekening en toetsing van huurprijzen

Het WWS berekent huurprijzen door punten toe te kennen aan verschillende woningaspecten. Oppervlakte, energiezuinigheid, voorzieningen en de WOZ-waarde bepalen samen het totale puntenaantal.

Elke woning krijgt punten voor:

  • Woonoppervlakte en bijruimten
  • Kwaliteit van keuken en badkamer

Ook het energielabel, isolatie, WOZ-waarde, buitenruimte en berging spelen mee. Het puntentotaal bepaalt de maximale toegestane huurprijs.

Verhuurders mogen deze grens niet overschrijden, zelfs niet in de geliberaliseerde sector. De Wet betaalbare huur heeft het systeem strenger gemaakt.

Sinds juli 2024 vallen meer woningen onder het WWS. Dat beschermt huurders tegen te hoge huurprijzen in het middensegment.

Invloed op nieuwbouwwoningen en transformatie

Nieuwbouwwoningen scoren vaak hoger door moderne voorzieningen en betere energie-efficiëntie. Ze doen het meestal goed op isolatie, installaties en indeling.

Transformatieprojecten, zoals kantoren die woningen worden, hebben hun eigen regels. Verhuurders moeten laten zien welke investeringen ze gedaan hebben.

Gemeenten bemoeien zich met nieuwbouwprojecten. Ze stellen soms eisen aan de huurprijzen in ruil voor bouwvergunningen.

Dit gebeurt vooral bij sociale woningbouw en middensegmentprojecten. De WOZ-waarde heeft veel invloed op nieuwbouw.

Nieuwe woningen hebben vaak een hoge WOZ-waarde, wat extra punten oplevert. Daardoor kunnen maximale huurprijzen hoger uitvallen dan je zou verwachten.

Toezicht en rol van de Huurcommissie

De Huurcommissie toetst huurprijzen aan het woningwaarderingsstelsel. Huurders kunnen een verzoek indienen om hun huurprijs te laten beoordelen.

Dit kost een kleine vergoeding. De procedure werkt als volgt:

  1. Huurder dient verzoek in
  2. Huurcommissie beoordeelt woning
  3. Uitspraak binnen acht weken
  4. Bindende beslissing voor beide partijen

De commissie checkt of verhuurders het WWS goed toepassen. Als ze fouten vinden, moet de huurprijs omlaag.

Teveel betaalde huur krijgt de huurder terug. Gemeenten hebben beperkte toezichthoudende taken.

Ze kunnen handhavingsacties ondernemen bij structurele overtredingen. De Huurcommissie blijft de belangrijkste toezichthouder op het woningwaarderingsstelsel.

Internationale en grondwettelijke aspecten van huurrecht

Het Nederlandse huurrecht wordt beïnvloed door internationale verdragen en grondwettelijke bepalingen. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens speelt een rol bij eigendomsrechten en anti-discriminatie.

Procesrechtelijke waarborgen zorgen voor toegang tot rechtsbijstand.

Eigendomsrecht en het EVRM

Het Eerste Protocol bij het EVRM beschermt eigendomsrechten van verhuurders in de geliberaliseerde sector. Artikel 1 waarborgt het recht op eigendom en vredig genot daarvan.

De Hoge Raad gebruikt deze bepalingen in cassatieprocedures. Verhuurders beroepen zich op eigendomsrechten als overheidsmaatregelen hun verhuurinkomsten beperken.

Het EVRM vraagt om een balans tussen eigendomsrechten en het algemeen belang. Huurprijsregulering moet proportioneel zijn.

Het mag niet alle economische waarde van eigendom wegnemen. Enkele belangrijke waarborgen:

  • Bescherming tegen willekeurige onteigening
  • Recht op compensatie bij eigendomsinperking
  • Proportionaliteitstoets bij regulering

Verhuurders in de vrije sector hebben sterkere eigendomsrechten dan in de sociale sector. Daardoor genieten ze meer bescherming bij huurprijzen boven de liberalisatiegrens.

Anti-discriminatiebepalingen

Artikel 14 EVRM verbiedt discriminatie bij het genot van verdragsrechten. Ook bij verhuur van geliberaliseerde huurwoningen geldt dit.

Verhuurders mogen niet discrimineren op basis van:

  • Nationaliteit of etnische afkomst
  • Religie of levensovertuiging
  • Seksuele geaardheid
  • Politieke voorkeur

De Algemene wet gelijke behandeling werkt deze bescherming verder uit. Verhuurders moeten objectieve selectiecriteria hanteren.

Toegestane selectiecriteria zijn bijvoorbeeld:

  • Inkomenstoets en werkzekerheid
  • Referenties van vorige verhuurders
  • Kredietgeschiedenis

Soms mogen verhuurders onderscheid maken tussen EU-burgers en derdelanders, als het proportioneel en objectief te rechtvaardigen is.

Discriminatie bij verhuur van high-end woningen komt regelmatig voor de rechter. Huurders kunnen schadevergoeding eisen bij bewezen discriminatie.

Proceskosten en rechtsbijstand

Artikel 6 EVRM garandeert toegang tot een eerlijk proces in huurzaken. Dit omvat het recht op rechtsbijstand bij complexe procedures.

Verhuurders en huurders in de geliberaliseerde sector hebben recht op rechtsbijstand als hun financiële situatie daarom vraagt. De Raad voor Rechtsbijstand beoordeelt aanvragen volgens vaste criteria.

Proceskosten in huurzaken kunnen flink oplopen. De verliezende partij betaalt vaak de kosten van de winnende partij.

Bij cassatieprocedures voor de Hoge Raad gelden aparte regels. Partijen moeten meestal een advocaat nemen en de kosten liggen hoger dan bij lagere instanties.

Kostenverdeling bij procedures:

  • Dagvaardingskosten: €279-€372
  • Griffierechten: €81-€194
  • Advocaatkosten: variabel per zaak

Rechtsbijstand dekt niet altijd alles. Eigen risico en eigen bijdrage kunnen flink zijn in complexe huurzaken.

Regionale dynamiek en impact op de woningmarkt

De geliberaliseerde huurmarkt verschilt sterk per regio. Vooral tussen de Randstad en andere gebieden zie je grote verschillen.

Gemeentelijk beleid speelt een grote rol bij lokale regulering. Door schaarste staan doorstroming en betaalbaarheid onder druk.

Huurrecht in grote steden en de Randstad

Amsterdam en andere Randstedelijke gemeenten voelen de grootste druk op de geliberaliseerde huurmarkt. Hier stijgen prijzen het snelst en is het aanbod het kleinst.

In Amsterdam betaal je voor vrije sectorwoningen vaak €2.000-€4.000 per maand. Dat is echt fors, vergeleken met het landelijke gemiddelde.

De woningnood raakt vooral middeninkomens die te veel verdienen voor sociale huur. De Randstad heeft het meeste aanbod van geliberaliseerde huurwoningen.

Tegelijk is de vraag hier het grootst door arbeidsmigratie en economie. Dat zorgt voor een oververhitte markt.

Verhuurders in deze regio hebben de sterkste onderhandelingspositie. Huurders nemen vaker ongunstige voorwaarden voor lief, simpelweg omdat er weinig alternatieven zijn.

Gemeentelijk beleid en lokaal toezicht

Gemeenten proberen op verschillende manieren de lokale huurmarkt te sturen. Soms stellen ze maximale huurprijzen vast voor nieuwbouwprojecten of voeren strengere vergunningseisen in.

Amsterdam heeft bijvoorbeeld regels voor short-stay verhuur ingevoerd. Zo willen ze meer woningen beschikbaar maken voor reguliere verhuur.

Andere grote steden volgen dat voorbeeld. Lokaal toezicht op huurprijzen in de vrije sector blijft beperkt.

Gemeenten sturen vooral indirect via bouwvergunningen en bestemmingsplannen. De woningbouwopgave verschilt per regio.

Randstedelijke gemeenten moeten meer middenhuurwoningen realiseren voor middeninkomens die anders buiten de boot vallen.

Doorstroming en betaalbaarheid

Doorstroming op de geliberaliseerde huurmarkt hapert door prijsstijgingen en schaarste. Huurders blijven langer zitten omdat betaalbare alternatieven ontbreken.

Het middensegment raakt steeds verder uit zicht. Woningen die ooit betaalbaar waren voor middeninkomens, zijn nu onbereikbaar.

Dat dwingt deze groep naar duurdere vrije sectorwoningen. Betaalbare huurwoningen in de geliberaliseerde sector zijn schaars geworden.

Vooral in de Randstad groeit de kloof tussen sociale huur en vrije sectorprijzen. Starters hebben het extra lastig om een eerste woning te vinden.

Dat vergroot de druk op alle segmenten van de markt. Regionale verschillen in betaalbaarheid nemen toe.

Wat in kleinere steden nog betaalbaar is, blijft in Amsterdam en Den Haag voor veel huurders buiten bereik.

Uitdagingen, trends en beleidsontwikkelingen

De geliberaliseerde huurmarkt staat onder druk door nieuwe fiscale maatregelen en veranderende regels.

Particuliere verhuurders denken steeds vaker aan uitponding door hogere belastingdruk. Tegelijk bieden innovaties in woningverhuur nieuwe kansen voor kwaliteitsverbetering.

Verhuurdersheffing en fiscale aspecten

De verhuurdersheffing blijft een flinke kostenpost voor verhuurders in het sociale segment. Deze heffing geldt voor woningcorporaties en andere verhuurders met meer dan tien sociale huurwoningen.

Voor particuliere verhuurders in de geliberaliseerde markt spelen de box 3-plannen een grote rol. Het fictieve rendement stijgt naar 7,66 procent, waardoor de belastingdruk flink omhooggaat.

Deze hogere belasting zorgt ervoor dat meer verhuurders hun huurwoningen verkopen. Vooral kleinere particuliere verhuurders overwegen uitponding als strategie.

Fiscale gevolgen voor verhuurders:

  • Hogere box 3-belasting op vastgoed
  • Minder rendement op huurinkomsten
  • Meer druk om te verkopen

Innovaties in woningverhuur

Technologie verandert de woningverhuur, zeker in het hogere segment. Digitale platforms maken het matchen van huurders en verhuurders sneller en makkelijker.

Smart home-technologie speelt een steeds grotere rol in woningkwaliteit. Verhuurders investeren vaker in energiezuinige systemen en digitale toegangscontrole.

De vraag naar flexibele woonvormen blijft groeien. Short-stay verhuur en corporate housing zijn vooral in steden populair.

ADM-panden en andere alternatieve woonvormen krijgen meer aandacht. Zulke ontwikkelingen brengen nieuwe woonconcepten naar de reguliere huurmarkt.

Toekomst van de geliberaliseerde huurmarkt

Het wetsvoorstel voor de Wet Betaalbare Huur kan veel veranderen. De liberalisatiegrens van 187 punten staat mogelijk onder druk.

De woningvoorraad in de geliberaliseerde sector krimpt door uitponding. Daardoor wordt het middensegment schaarser en zoeken meer huurders hun heil in het sociale segment.

Verwachte ontwikkelingen:

  • Meer consolidatie onder verhuurders
  • Hogere kwaliteitseisen voor nieuwe woningen
  • Meer aandacht voor duurzaamheid en energielabels

Daklozen en kwetsbare groepen krijgen waarschijnlijk minder toegang tot betaalbare woningen. De druk op de woningmarkt neemt toe, in elk segment.

Veelgestelde Vragen

De geliberaliseerde huurmarkt heeft zijn eigen juridische kaders, anders dan bij sociale huurwoningen. Verhuurders mogen de huurprijs vrij bepalen, maar sinds juli 2024 zijn er nieuwe regels die deze vrijheid beperken voor nieuwe contracten.

Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen geliberaliseerde en niet-geliberaliseerde woonruimtes?

Geliberaliseerde woonruimtes vallen in de vrije sector. Verhuurders bepalen hier zelf de huurprijs, zonder strikte overheidsregels.

Niet-geliberaliseerde woningen zijn sociale huurwoningen. Die vallen onder het woningwaarderingsstelsel (WWS) en hebben maximale huurprijzen.

Het puntenstelsel geldt niet voor geliberaliseerde woningen. Verhuurders hoeven dus geen rekening te houden met WWS-punten bij de prijsbepaling.

Huurders van geliberaliseerde woningen hebben minder bescherming. Ze kunnen niet altijd naar de Huurcommissie bij geschillen over gebreken.

Hoe bepaalt men of een huurwoning in de high-end markt valt onder de geliberaliseerde sector?

Een woning is geliberaliseerd als het een zelfstandige woning is. De huurprijs moet boven de maximale middenhuurgrens liggen.

Voor contracten vanaf 1 juli 2024 gelden er nieuwe regels. Het WWS wordt dan dwingend voor het gereguleerde segment.

Hoogsegment woonruimte blijft geliberaliseerd, dus buiten de nieuwe regels van de Wet betaalbare huur.

De huurprijs bepaalt de categorie. Ligt die boven €900,07 (basis 2025), dan valt de woning waarschijnlijk in de geliberaliseerde sector.

Welke rechten en verplichtingen hebben huurders en verhuurders in de geliberaliseerde huursector?

Verhuurders hebben meer vrijheid bij de huurprijs. Ze hoeven zich niet aan het WWS te houden voor hoogsegment woningen.

Sinds 1 juli 2024 moeten verhuurders nieuwe huurders informeren over WWS-punten. Dit geldt voor woningen in het gereguleerde segment.

Huurders van geliberaliseerde woningen mogen geschillen over servicekosten voorleggen aan de Huurcommissie. Dit geldt voor contracten vanaf 1 juli 2024.

Huurverhogingen zijn sinds 2021 aan een maximum gebonden. Ook geliberaliseerde woningen vallen onder de Wet maximering huurprijsverhogingen.

Op welke wijze kan een huurovereenkomst voor geliberaliseerde woonruimte worden beëindigd door de verhuurder?

Verhuurders van geliberaliseerde woningen kunnen makkelijker opzeggen. Ze hoeven zich minder aan strikte opzegtermijnen te houden dan in de sociale sector.

Het huurcontract bepaalt de opzegmogelijkheden. Er is veel contractvrijheid bij geliberaliseerde verhuur.

Voor hoogsegment woningen gelden minder beschermende regels. Huurders hebben dus minder rechtsbescherming bij opzegging.

Verhuurders moeten zich wel aan de wettelijke procedures houden. Zomaar beëindigen zonder geldige reden mag niet.

Hoe wordt de maximale huurprijs van geliberaliseerde woonruimtes vastgesteld en welke factoren spelen hierbij een rol?

Voor hoogsegment woningen geldt geen maximale huurprijs. Verhuurders mogen de prijs zelf bepalen, afhankelijk van de markt.

De verhuurder en huurder spreken samen af wat de woning waard is. Contractvrijheid is hier de norm.

Sinds 2021 zijn huurverhogingen begrensd. Er geldt een maximumpercentage voor jaarlijkse verhogingen in de geliberaliseerde sector.

Voor contracten vanaf 1 juli 2024 gelden strengere regels. Woningen onder de middenhuurgrens vallen dan onder het verplichte WWS.

Welke juridische stappen kunnen worden ondernomen bij geschillen tussen huurder en verhuurder in de geliberaliseerde huurmarkt?

Heb je een geschil over gebreken? Dan kun je niet terecht bij de Huurcommissie. Je moet hiervoor naar de kantonrechter stappen.

Servicekosten-geschillen zijn een ander verhaal. Sinds 1 juli 2024 kun je hiermee wél naar de Huurcommissie, maar alleen als je contract na die datum is afgesloten.

Soms is het gewoon te ingewikkeld om zelf uit te zoeken. Een huurrecht advocaat kan dan juridische bijstand bieden.

De rechtbank pakt de meeste geschillen rondom geliberaliseerde huur op. Huurders hebben hier minder opties bij de Huurcommissie dan in de sociale sector, en dat voelt soms best oneerlijk.

Privacy Settings
We use cookies to enhance your experience while using our website. If you are using our Services via a browser you can restrict, block or remove cookies through your web browser settings. We also use content and scripts from third parties that may use tracking technologies. You can selectively provide your consent below to allow such third party embeds. For complete information about the cookies we use, data we collect and how we process them, please check our Privacy Policy
Youtube
Consent to display content from - Youtube
Vimeo
Consent to display content from - Vimeo
Google Maps
Consent to display content from - Google
Spotify
Consent to display content from - Spotify
Sound Cloud
Consent to display content from - Sound

facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl