Als een bedrijf slecht bestuurd wordt, kan dat flinke juridische problemen opleveren. Wanbeleid kan leiden tot bestuurlijke aansprakelijkheid, schadevergoedingen, gedwongen bestuurswisselingen en in extreme gevallen zelfs persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders.
Dit juridische begrip beschermt aandeelhouders en andere betrokkenen tegen onverantwoord ondernemerschap.
Wanbeleid ontstaat wanneer een bedrijf zich niet aan de basisregels van verantwoord ondernemerschap houdt. De Nederlandse wet biedt meerdere manieren om dit gedrag aan te pakken en schade te beperken.
De gevolgen lopen uiteen van correctieve maatregelen tot flinke financiële sancties. Het is dus niet iets wat je makkelijk naast je neerlegt.
Het herkennen van wanbeleid en snappen wat de juridische consequenties zijn, is belangrijk voor bestuurders, aandeelhouders en adviseurs.
De wet geeft duidelijke kaders voor wanneer je mag ingrijpen en welke stappen je kunt nemen om een bedrijf weer op de rails te krijgen.
Definitie en kenmerken van wanbeleid
Wanbeleid betekent: handelen in strijd met de basisprincipes van verantwoord ondernemerschap. Het Nederlandse recht maakt vrij helder wat daaronder valt.
Wat is wanbeleid volgens de wet?
De Nederlandse wet geeft geen harde definitie van wanbeleid. De rechtspraak vult dat in via jurisprudentie.
De Ondernemingskamer ziet wanbeleid als handelen in strijd met elementaire beginselen van verantwoord ondernemerschap. Dat is de basis voor de beoordeling van bestuurders.
Wanbeleid hoeft niet altijd structureel te zijn. Eén foute, opzettelijke actie kan al genoeg zijn.
Ook handelingen die het bedrijf flink kunnen schaden, vallen hieronder.
Belangrijke kenmerken:
- Geen automatische aansprakelijkheid
- Kan leiden tot voorzieningen door de Ondernemingskamer
- Beoordeling per individueel geval
- Incidentele beleidsfouten zijn meestal geen wanbeleid
Elementaire beginselen van verantwoord ondernemerschap
Die elementaire beginselen zijn de kern van het begrip wanbeleid. Ze staan niet letterlijk in de wet, maar komen voort uit rechtspraak.
Centrale beginselen zijn:
-
Handelen in het belang van het bedrijf
-
Transparantie richting aandeelhouders en toezichthouders
-
Voorkomen van belangenverstrengeling
-
Zorgen voor goede besluitvorming
Bestuurders moeten zich hieraan houden, bij alles wat ze doen. Als ze deze principes schenden, kan de Ondernemingskamer dat als wanbeleid aanmerken.
De context is altijd bepalend. Wat bij het ene bedrijf kan, is bij het andere misschien juist uit den boze.
Voorbeelden van wanbeleid binnen een onderneming
De rechtspraak noemt geregeld bepaalde handelingen als wanbeleid. Dat maakt de grenzen van goed bestuur wat concreter.
Veelvoorkomende vormen van wanbeleid:
-
Belangenverstrengeling tussen bestuurders en het bedrijf
-
Blokkeren van besluitvorming door een patstelling te creëren
-
Onjuiste informatie geven aan de Raad van Commissarissen
-
Onvolledige rapportage aan de aandeelhoudersvergadering
Financieel wanbeleid komt ook vaak voor. Denk aan onverantwoorde risicovolle transacties of het niet nakomen van financiële verplichtingen.
Governance-gerelateerd wanbeleid:
- Interne controles negeren
- Adviezen van toezichthouders naast je neerleggen
- Handelen buiten de statutaire bevoegdheden
Juridisch kader en relevante rechtspersonen
Het juridisch kader voor wanbeleid ligt in het Nederlandse rechtspersonenrecht. Verschillende typen rechtspersonen vallen onder aparte regels, en bestuurders hebben duidelijke verantwoordelijkheden.
Rol van de rechtspersoon en statuten
Een rechtspersoon is een zelfstandige juridische entiteit, los van aandeelhouders en bestuurders. De statuten bepalen hoe de interne organisatie werkt.
Wettelijk kader:
- Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek regelt rechtspersonen
- Artikel 2:8 BW: rechtspersonen handelen via hun organen
- Artikel 2:129/239 BW: eisen aan bestuurstaken
De statuten regelen onder meer:
-
Bevoegdheden van bestuur en toezicht
-
Besluitvormingsprocedures binnen de organen
-
Taken en verantwoordelijkheden van functionarissen
Wanbeleid ontstaat vaak als bestuurders de statuten overtreden. Dat kan besluiten ongeldig maken of tot aansprakelijkheid leiden.
De rechtspersoon blijft bestaan, ook als bestuurders wanbeleid plegen. Wel kan men maatregelen nemen om het beleid bij te sturen.
Typen betrokken vennootschappen (bv, nv etc.)
Verschillende rechtspersonen krijgen te maken met wanbeleid. Elke vorm heeft zijn eigen juridische kenmerken.
Besloten vennootschap (bv):
- Populair bij mkb-bedrijven
- Aandeelhouders zijn beperkt aansprakelijk
- Flexibele governance-structuur
Naamloze vennootschap (nv):
- Geschikt voor grotere ondernemingen
- Strengere governance-eisen
- Soms beursgenoteerd
Andere rechtspersonen:
- Stichtingen: geen aandeelhouders, specifiek doel
- Verenigingen: leden in plaats van aandeelhouders
- Coöperaties: eigen governance-structuur
De gevolgen van wanbeleid verschillen per rechtsvorm. Bij een bv kunnen aandeelhouders vaak sneller ingrijpen dan bij een stichting.
Voor alle typen geldt:
- Enquêteprocedures bij de Ondernemingskamer
- Bestuurdersaansprakelijkheid
- Correctieve maatregelen
Verantwoordelijkheden van bestuurders en commissarissen
Bestuurders en commissarissen hebben wettelijke en statutaire taken. Wie die niet nakomt, kan zich schuldig maken aan wanbeleid.
Bestuurders:
-
Artikel 2:9 BW: zorgvuldig en verantwoord bestuur
-
Artikel 2:130/240 BW: taak en bevoegdheden
-
Verantwoordelijk voor het dagelijks beleid
Commissarissen:
-
Artikel 2:140/250 BW: toezicht op bestuur
-
Adviseren van bestuurders
-
Goedkeuren van belangrijke besluiten
Belangrijke verplichtingen:
-
Handelen in het belang van de vennootschap
-
Tegenstrijdige belangen vermijden
-
Voldoende informatie verstrekken
-
Wet- en regelgeving naleven
Wanbeleid ontstaat als bestuurders of commissarissen deze regels schenden. Dat kan leiden tot:
- Civielrechtelijke aansprakelijkheid (artikel 2:9 BW)
- Schorsing of ontslag via enquêteprocedure
- Schadevergoeding aan de vennootschap
De ernst van het wanbeleid bepaalt of men echt de basisprincipes van verantwoord ondernemerschap heeft geschonden.
Toetsing van beleid en het recht van enquête
Het recht van enquête geeft aandeelhouders en andere belanghebbenden een krachtig middel. Ze kunnen de Ondernemingskamer vragen om het beleid van een bedrijf te onderzoeken.
Deze procedure kan tot stevige maatregelen leiden als de Ondernemingskamer wanbeleid vaststelt.
Het recht van enquête en de enquêteprocedure
Het recht van enquête staat in artikelen 2:344 tot en met 2:359 van het Burgerlijk Wetboek. Bepaalde partijen mogen de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam verzoeken om een onderzoek.
De enquêteprocedure bestaat uit twee fasen. In de eerste fase kijkt de Ondernemingskamer naar het beleid en de gang van zaken binnen het bedrijf.
Na het onderzoek kunnen belanghebbenden binnen twee maanden een verzoek indienen voor de tweede fase. Dan moet de Ondernemingskamer beoordelen of er echt sprake is van wanbeleid.
Het verzoekschrift moet helder maken welke feiten uit het onderzoeksverslag het verzoek onderbouwen. Alleen verwijzen naar het rapport is niet genoeg.
Gegronde redenen om aan juist beleid te twijfelen
Voor een enquêteverzoek moeten er gegronde redenen zijn om aan het gevoerde beleid te twijfelen. Zulke redenen nemen allerlei vormen aan.
Veel voorkomende gronden zijn:
- Belangenverstrengeling van bestuurders
- Leningen aan derden en aandeelhouders
- Gebrekkige informatievoorziening
- Schending van belangen van minderheidsaandeelhouders
- Verstoorde verhoudingen binnen het bedrijf
- Gebrekkig financieel beleid
- Tekortkomingen in corporate governance
Niet elke beleidsfout telt als wanbeleid. Het draait om handelingen die echt onzorgvuldig of laakbaar zijn, en dan ook nog van een serieus niveau.
Rolverdeling Ondernemingskamer en aandeelhouders
De Ondernemingskamer speelt een centrale rol in de enquêteprocedure. Zij bepaalt of er gegronde redenen zijn voor onderzoek en kijkt of er sprake is van wanbeleid.
Aandeelhouders met minstens 10% van het aandelenkapitaal mogen een enquêteverzoek indienen. Soms krijgen ook andere partijen, zoals werknemersorganisaties, dit recht.
Als de Ondernemingskamer wanbeleid ziet, kan ze stevige maatregelen nemen:
| Maatregel | Beschrijving |
|---|---|
| Vernietiging besluiten | Ongedaanmaking van genomen besluiten |
| Ontslag bestuurders | Gedwongen vertrek van leidinggevenden |
| Tijdelijke aanstellingen | Nieuwe bestuurders voor overgangsperiode |
| Ontbinding vennootschap | Beëindiging van het bedrijf |
De curator mag in faillissement ook een enquêteverzoek doen voor een inquisitoire enquête.
Mogelijke juridische gevolgen bij vaststelling van wanbeleid
Als de Ondernemingskamer wanbeleid constateert, kan ze verschillende eindvoorzieningen inzetten om het wanbeleid te stoppen. Die maatregelen kunnen behoorlijk ver gaan, van het schorsen van bestuurders tot het volledig opheffen van de rechtspersoon.
Maatregelen door de Ondernemingskamer
De Ondernemingskamer mag zes verschillende eindvoorzieningen treffen als ze wanbeleid vaststelt. Je vindt deze maatregelen terug in artikel 2:356 BW.
Mogelijke eindvoorzieningen:
- Schorsing of vernietiging van besluiten van bestuurders, commissarissen of andere organen
- Tijdelijke aanstelling van nieuwe bestuurders of commissarissen
- Tijdelijke afwijking van statutaire bepalingen
- Tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer
De rechter kiest altijd de maatregel die past bij de ernst van het wanbeleid. Het doel blijft om het geconstateerde wanbeleid te stoppen en de rechtspersoon weer op het juiste spoor te krijgen.
Meestal zijn deze maatregelen tijdelijk. Ze blijven gelden tot de situatie binnen de rechtspersoon verbetert.
Ontslag van bestuurders of commissarissen
Het ontslag van bestuurders of commissarissen geldt als een van de meest ingrijpende maatregelen. De Ondernemingskamer kan individuele personen of zelfs het hele bestuur ontslaan.
Voor ontslag hoeft niemand te bewijzen dat een bestuurder persoonlijk wanbeleid heeft gepleegd. Het is genoeg als er binnen de rechtspersoon wanbeleid is geconstateerd.
Gevolgen van ontslag:
- Onmiddellijke beëindiging van de functie
- Mogelijk flinke reputatieschade voor de ontslagen persoon
- Verlies van alle bevoegdheden binnen de rechtspersoon
De Ondernemingskamer kan meteen nieuwe bestuurders of commissarissen aanstellen. Die tijdelijke functionarissen zorgen voor continuïteit in de organisatie.
Ontbinding van de rechtspersoon
Ontbinding is de zwaarste maatregel die de Ondernemingskamer kan nemen. Dit gebeurt alleen bij extreme gevallen, als andere voorzieningen niet werken.
Bij ontbinding stopt de rechtspersoon met bestaan. Alle activiteiten eindigen en het vermogen wordt vereffend.
Schuldeisers en aandeelhouders krijgen hun rechten uitgekeerd volgens de wettelijke regels.
Voorwaarden voor ontbinding:
- Het wanbeleid is buitengewoon ernstig
- Andere maatregelen bieden geen oplossing
- Voortzetting van de rechtspersoon is niet verantwoord
De rechter kijkt naar de belangen van alle betrokkenen, zoals werknemers en crediteuren, voordat hij tot ontbinding besluit.
Aansprakelijkheid en verdere consequenties voor betrokkenen
Wanbeleid kan bestuurders, commissarissen en aandeelhouders persoonlijk aansprakelijk maken voor schade aan het bedrijf. Soms leidt dit zelfs tot faillissement waarbij schuldeisers achter het net vissen.
Aansprakelijkheid bestuurders en commissarissen
Bestuurders kunnen op twee manieren aansprakelijk worden gesteld. Interne bestuurdersaansprakelijkheid ontstaat als het bedrijf zelf de bestuurder aanspreekt.
Dat gebeurt alleen bij een ernstig verwijt. Denk aan het afsluiten van leningen tegen veel te hoge rentes of het nemen van grote beslissingen zonder goede voorbereiding.
Externe bestuurdersaansprakelijkheid betekent dat derden de bestuurder persoonlijk aanspreken. Dit gebeurt als een bestuurder contracten aangaat terwijl hij weet dat het bedrijf die niet kan nakomen.
Commissarissen houden toezicht. Ze kunnen aansprakelijk zijn als ze hun taak niet goed uitvoeren.
Belastingschulden vormen een apart risico. Kan een bedrijf belastingen of premies niet betalen, dan moet het dit binnen twee weken melden. Doen ze dat niet, dan zijn bestuurders persoonlijk aansprakelijk.
Bij faillissement door wanbeleid kunnen bestuurders met hun privévermogen aansprakelijk worden voor de schulden.
Rol van aandeelhouders en mogelijke gevolgen
Aandeelhouders zijn normaal niet persoonlijk aansprakelijk voor bedrijfsschulden. Hun risico blijft meestal beperkt tot wat ze hebben geïnvesteerd.
Er zijn uitzonderingen. Vooral bij kleine BV’s waar aandeelhouders ook bestuurder zijn, kan het anders lopen.
Aandeelhouders die zich bemoeien met het dagelijks bestuur lopen kans persoonlijk aansprakelijk te worden gesteld. Dat heet feitelijk bestuur.
Doorbraak van aansprakelijkheid ontstaat als aandeelhouders het bedrijf misbruiken voor eigen gewin. Dan kan de rechtbank beslissen dat aandeelhouders persoonlijk voor de schulden moeten opdraaien.
Grote aandeelhouders lopen meer risico omdat ze meer invloed hebben. Ze moeten echt opletten dat ze niet verantwoordelijk worden gehouden voor wanbeleid.
Faillissement als gevolg van wanbeleid
Wanbeleid kan eindigen in een faillissement als het bedrijf zijn schulden niet meer kan betalen. Dat raakt iedereen binnen het bedrijf hard.
Bestuurders riskeren persoonlijke aansprakelijkheid voor de schulden, vooral als ze zijn blijven doorhandelen terwijl faillissement onvermijdelijk was.
De curator duikt altijd in de boeken om te checken of er wanbeleid was. Hij kan bestuurders aanspreken om geld terug te halen voor de schuldeisers.
Werknemers verliezen hun baan en kunnen achterstallig loon kwijtraken. Schuldeisers krijgen meestal maar een klein deel van hun geld terug.
Het faillissement wordt ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Dat heeft gevolgen voor de reputatie van bestuurders en aandeelhouders.
Bestuurders kunnen een bestuursverbod krijgen en zo jaren uitgesloten worden van nieuwe bestuursfuncties.
Voorkomen van wanbeleid en het belang van corporate governance
Goed corporate governance voorkomt wanbeleid door duidelijke structuren en processen neer te zetten. Transparante administratie, heldere afspraken in statuten en slim risicobeheer beschermen bedrijven tegen juridische ellende.
Belangenverstrengeling en risicobeheer
Belangenverstrengeling ontstaat als bestuurders hun persoonlijke belangen laten voorgaan. Dat kan uitlopen op onverantwoorde leningen aan aandeelhouders of dubieuze deals.
Bedrijven moeten strikte procedures opstellen voor het melden van mogelijke belangenconflicten. Bestuurders moeten zich echt onthouden van besluitvorming bij persoonlijke betrokkenheid.
Een goed risicomanagement pikt zulke situaties vroegtijdig op. Dat betekent:
- Regelmatig zakelijke relaties screenen
- Goedkeuringsprocessen voor grote transacties
- Onafhankelijk toezicht door commissarissen
Preventieve maatregelen zijn altijd goedkoper dan juridische procedures achteraf. Een degelijke governance-structuur voorkomt dat het bedrijf de mist in gaat met de basisprincipes van verantwoord ondernemerschap.
Administratie en transparantie
Gebrekkige administratie is een van de belangrijkste oorzaken van wanbeleid in bedrijven. Onduidelijke financiële registratie en slechte informatievoorziening maken goed toezicht haast onmogelijk.
Transparante boekhouding moet alle transacties accuraat vastleggen. Bestuurders horen commissarissen en aandeelhouders tijdig én volledig te informeren over belangrijke ontwikkelingen.
Een professionele administratie bevat:
| Element | Beschrijving |
|---|---|
| Financiële rapportage | Maandelijkse overzichten van resultaten |
| Besluitenregister | Documentatie van alle bestuursbesluiten |
| Risicorapportage | Overzicht van bedrijfsrisico’s |
Digitalisering helpt bij het creëren van audittrails. Zo kun je elke transactie makkelijk terugvinden.
Dit beschermt tegen beschuldigingen van onzorgvuldig financieel beheer. Regelmatige interne controles sporen problemen op voordat externe partijen zich ermee bemoeien.
Transparantie bouwt vertrouwen op bij stakeholders. Het verkleint het risico op enquêteprocedures.
Het nut van duidelijk vastgelegde afspraken
Statuten en aandeelhoudersovereenkomsten vormen de juridische basis voor het bedrijf. Onduidelijke afspraken zorgen vaak voor conflicten en scheve verhoudingen tussen bestuurders en aandeelhouders.
Goede statuten bevatten duidelijke bepalingen over besluitvorming, bevoegdheden en informatieverstrekking. Zo voorkom je eindeloze discussies over wie waarover mag beslissen.
Een aandeelhoudersovereenkomst regelt meestal:
- Stemafspraken bij belangrijke besluiten
- Procedures voor geschillenbeslechting
- Bescherming van minderheidsbelangen
- Exit-regelingen voor aandeelhouders
Juridisch advies vooraf is echt geen overbodige luxe. Advocaten zien vaak al vroeg waar het mogelijk mis kan gaan en stellen passende clausules op.
Regelmatige updates van statuten blijven nodig naarmate het bedrijf groeit. Wat prima werkt voor een startup, blijkt in een groter bedrijf soms ineens niet meer te passen.
Frequently Asked Questions
Wanbeleid binnen bedrijven roept allerlei vragen op. Definities, procedures, gevolgen—het is soms behoorlijk complex.
De juridische aspecten lopen uiteen van vaststelling door rechters tot sancties en aansprakelijkheid van bestuurders.
Wat is de definitie van wanbeleid binnen een onderneming?
Wanbeleid betekent dat bestuurders handelen in strijd met de regels van verantwoord ondernemen. Het gaat om gedrag dat onzorgvuldig of laakbaar is, en dan wel van een ernstig karakter.
Voorbeelden? Onnodige financiële risico’s nemen of belangrijke regels negeren. Ook belangenverstrengeling en slecht financieel beleid horen erbij.
Het hoeft trouwens niet structureel te zijn. Eén flinke fout kan al als wanbeleid tellen, zeker als die veel schade veroorzaakt.
Welke stappen kunnen ondernomen worden tegen bestuurders die wanbeleid plegen?
Aandeelhouders kunnen een enquêteverzoek indienen bij de Ondernemingskamer. Daarvoor moet je samen minstens 10% van de aandelen hebben.
De procedure bestaat uit twee fases. Eerst volgt er een onderzoek naar het beleid van het bedrijf.
Als uit dat onderzoek wanbeleid blijkt, kun je binnen twee maanden vragen om dat officieel vast te stellen. Dan volgen er mogelijk sancties.
Hoe wordt wanbeleid vastgesteld door een rechter?
De Ondernemingskamer stelt wanbeleid vast na een grondig onderzoek. Het onderzoeksverslag moet duidelijke aanwijzingen voor wanbeleid bevatten.
De rechter kijkt naar handelingen die niet passen bij verantwoord ondernemen. Daarbij weegt hij de aard van het bedrijf en zijn activiteiten mee.
Niet iedere beleidsfout is meteen wanbeleid. Het moet echt gaan om ernstige missers die het bedrijf schaden.
Welke sancties kunnen worden opgelegd bij het constateren van wanbeleid?
De Ondernemingskamer kan verschillende maatregelen nemen. Ze kunnen besluiten vernietigen of schorsen.
Bestuurders of commissarissen kunnen worden ontslagen of geschorst. Soms stelt de rechter tijdelijk nieuwe bestuurders aan.
In extreme gevallen kan het bedrijf worden ontbonden. Ook kan men aandelen tijdelijk overdragen voor beheer.
Wat zijn de rechten van aandeelhouders indien er sprake is van wanbeleid?
Aandeelhouders met minstens 10% van de aandelen kunnen een enquêteprocedure starten. Soms mogen kleinere aandeelhouders ook meedoen.
Zij kunnen vragen om onderzoek naar het bedrijfsbeleid. Bij vaststelling van wanbeleid mogen ze sancties aanvragen.
Het onderzoeksverslag ligt ter inzage voor belanghebbenden. Zij kunnen dan ook een verzoek tot vaststelling van wanbeleid indienen.
Hoe kan een aansprakelijkheidsstelling plaatsvinden in geval van wanbeleid?
Wanbeleid leidt niet automatisch tot aansprakelijkheid van bestuurders. Toch zien rechters het vaak als een belangrijke aanwijzing.
Je kunt de vaststelling van wanbeleid gebruiken in een aparte aansprakelijkheidsprocedure. Het onderzoeksverslag werkt dan als bewijs.
Alle bestuurders lopen het risico om aansprakelijk te worden gesteld. Zelfs als maar één bestuurder zich schuldig maakt aan wanbeleid, ontslaat dat de rest niet van verantwoordelijkheid. Een taakverdeling biedt dus geen bescherming.